dinsdag 5 juli 2011

Diversity shall be imminent!

Zo, lekker een diverse blog vandaag met maar liefst twee grootheden uit vroegere jaren. Ik ben dit jaar nog geen enkele slechte plaat tegengekomen (op Winds Of Plague na, maar die krijgt een rectificatie) en ik hoop dat dat zo blijft. In de zomer wachten onder andere Powerwolf en Opeth ons op en ik weet zeker dat dat geweldige platen worden!. Nu genoeg geluld, tijd voor metal!

Amorphis – The Beginning Of Times

Elke liefhebber van Scandinavische metal moet van dit Finse sextet gehoord hebben, dat kan niet anders. Amorphis was één van de eerste bands die uit het Land van de Duizend Meren tevoorschijn kroop en tekende meteen een deal met Relapse. De death metal van het debuut maakte op de tweede plaat Tales From The Thousand Lakes plaats voor een progressieve sound, met een grote rol voor akoestische gitaren, toetsen en de Kalevala. Door de jaren heen bleef de band aan hun geluid sleutelen en leverde ze altijd kwaliteit. In 2005 werd Pasi Koskinen vervangen voor Tomi Joutsen. Met de entree van het gedreadlockte beest werd koers gezet naar een commercielere richting, met oor voor melodie maar met de nodige progressieve elementen. De pessimisten hebben ongelijk gekregen want de platen met Joutsen behoren tot de top van Amorphis’ discografie.

The Beginning Of Time is het vierde album met Joutsen op zang en heeft de ondankbare taak om Skyforger te overtreffen. Sinds Joutsen bij Amorphis zingt is de Kalevala weer aanwezig als voornaamste bron van teksten. Skyforger ging over de smid Ilmarinen, en dit album gaat over de hoofdpersoon van de Kalevala: Väinamöinen. Maar je hebt het verhaal niet nodig om het album goed te vinden, hoewel ik aanraad om de Kalevala te lezen als je erin geinteresseerd bent.

Het is zinloos om elke track apart te bespreken. De formule op dit album is hetzelfde als die op de drie voorgangers. Dat houdt in: stevige nummers met heerlijke melodieën van Esa Holopainen en sfeervolle toetsen van Santeri Kallio. De strakke slaggitaar van Tomi Koivusaari. De drums van Jan Rechberger die gewoon doen wat ze moeten doen. De bas van Niclas Etelävuori die je bijne niet kan horen maar die er wel is. En natuurlijk de heerlijke stem van Tomi Joutsen. Zijn beestachtige grunt komt uitstekend tot zijn recht in nummers als Crack In A Stone en Battle Of Light. Op Song Of The Sage worden de folkelementen even helemaal in het zonnetje gezet. De toetsen zijn erg aanwezig en scheppen een mooie sfeer.  Ondanks de punten die ik net opnoemde is het zo jammer dat het album geen enorme uitschieters bevat. Alle nummer zijn wel even sterk (of even zwak, afhankelijk van je instelling.).

En dat is jammer, want het is een vermakelijk album. Als je niet van de Joutsen-periode houdt is dit niks want er wordt niks veranderd. Ik vind dit niet erg, ik hou heel erg van Joutsens stem. Toch een erg fijn album, maar hij komt niet in de top van Amorphis’ discografie.

81/100

Rhapsody – From Chaos To Eternity

Als eerste: ik weiger mee te doen aan de façade die volhoudt dat er ‘Of Fire’ achter de bandnaam moet. Het is en blijft Rhapsody. Zo, dat is eruit.

Rhapsody zit op een strakke koers. De problemen met Magic Circle Records (de platenmaatschappij van Joey DeMaio van Manowar) zijn uit de weg en in de laatste anderhalf jaar bracht de Italiaanse band maar liefst twee album’s en een EP uit. En dat alles zonder dat de muziek eronder lijdt. Noem het wat je wil, ik noem dat bijzonder.
From Chaos To Eternity luidt een nieuw deel aan in de Rhapsody-saga. Veertien jaar lang verhaalden Rhapsody’s albums over hetzelfde verhaal, opgedeeld in twee saga’s. Met het achtste album komt daar nu een eind aan. Fans speculeerden of de band misschien uit elkaar zou gaan na dit album. De komst van gitarist Tom Hess (HolyHell) maakte een eind aan deze speculaties. Maar de vragen blijven. Zou er een nieuwe saga komen, of wellicht een compleet nieuw verhaal. Misschien wel helemaal geen verhaal! De tijd zal het leren en het nieuwe album zal ons bezighouden.

Het recept van Rhapsody is bekend: harde power metal met virtuoze gitaarriffs en een dikke laag keyboards. En natuurlijk de opera-zang van Fabio Leono, die keer op keer loepzuiver uithaalt. In plaats van het verplichte keyboardintro krijgen we een epische ouverture met gitaar en de diepe stem van Christopher Lee. De titeltrack is een heerlijk typische Rhapsody track met alle elementen volop aanwezig. Vooral de solo van gitaarwizard Luca Turilli is geweldig.
Tempesta Di Fuoco is de eerste Rhapsody track die volledig in het Italiaans gezongen wordt die géén ballad is. Ik geef toe dat ik er van tevoren niet veel van verwachtte maar het is nu één van mijn lievelingsnummers van het album. Er wordt een stuk uit een pianosonate van Beethoven in verwerkt en dat klinkt erg gaaf.

Aeons Of Raging Darkness borduurt verder op de sound van Reign Of Terror van het vorige album. Een woeste track waarbij de duistere krijsen van Fabio strak afsteken tegen zijn cleane zang. Als de man deze vaardigheid nog verder ontwikkeld en de band dit goed weet in te zetten kan Rhapsody weer een uniek element binnenhalen! Tornado is trouwens  iets rustiger, maar net zo boos.

Hoogtepunt van het album is het ruim negentien minuten durende Heroes Of The Waterfall’s Kingdom. En god wat is dit een heerschende track. Alles, en dan ook alles komt aan bod. De barokke stukken, in het Italiaans gezongen, de snelle metal met goddelijke refreinen, epische keyboards interludes, sterk acteerwerk, Christopher Lee...gewoon alles. De track bevat veel meer acteerwerk dan de andere nummers. Dat mag ook wel, want dit is de conclusie van de saga. Het einde is, voor een fantasyverhaal, redelijk cliché, maar ergens toch onverwacht. Ik verklap niks, maar halfdemoon Dargor (ja, die uit Dargor, Shadowlord Of The Black Mountain) heeft een grote rol. In het tekstboekje staan lappen tekst die nog meer verduidelijking geven dus je mist echt wel wat als je het album download.

Het is jammer dan met Anima Perduta er een matige ballad tussen staat. Matig voor Rhapsody standaard dan wel he. Ballads als Lamento Eroico en Son Of Pain staan trots in de lijst ‘beste metal ballads’ maar Anima Perduta is het gewoon nét niet. Maar, Fabio Leone...wat een stem. Het moet gezegd.
I Belong To The Stars is op eerste gehoor een wat raar nummer, beetje poppy. Valt dus een beetje buiten de boot, maar is wel lekker.
Dan, een groter kritiekpunt: bijna alle nummers volgen dezelfde structuur. En niet alleen op dit album, op alle albums. Het is bijna altijd intro, couplet, prechorus, couplet, prechorus, refrein, solo, soms prechorus, refrein, outro. Let er maar eens op. Nou werkt het wel voor Rhapsody, maar een beetje variatie kan nooit kwaad. Dat is het grootste euvel.
Persoonlijk vind ik het erg jammer dat de teksten wat abstracter zijn dan voorheen en er in het boekje minder teksten ter verduidelijking staan. Bij een nummer als Holy Thunderforce kan je zo raden wat er in het verhaal gebeurd, op dit album en het laatste is dat minder. Maar dat is strikt persoonlijk hoor.

Dit is gemakkelijk één van Rhapsody’s beste albums geworden. Drie releases in een korte tijd en allemaal van hoog niveau, dat zullen niet veel bands ze nadoen. Dit is nou een album van een band die doet waar ze goed in zijn. Een makkelijk album is dit niet, alleen Heroes Of The Waterfalls’ Kingdom vergt al minstens vier luisterbeurten. Maar een symfonisch power metal juweeltje, dat is dit absoluut. Fans van het genre moeten deze in huis hebben want ik denk niet dat er dit jaar nog een betere power metal plaat uit gaat komen.

90/100


Pagan’s Mind – Heavenly Ecstasy

Progressieve metal is vaak een genre voor elitisten. Niet veel mensen kunnen de lange songs, de maatwisselingen en gitaarmasturbaties waarderen. Gelukkig voor deze mensen zijn er bands opgestaan die de progressieve stukjes vermengen met de pakkendheid van power metal. Denk aan bands als Evergrey, Kamelot en Darkwater. Ook Pagan’s Mind behoort tot deze stroming en met Heavenly Ecstasy hebben ze hun vijfde album in the pocket, en vergeleken met de vorige werkjes God’s Equation (2007), Enigmatic: Calling (2005) en Celestial Entrance (2003) is het een veel toegankelijker album geworden waar de meezingbaarheid hoog ligt.

Wat kan je verwachten? Pagan’s Mind zoals de vijf Noren al jaren maken. Pakkende power metal met aanstekende refreinen en proggy elementen. Denk dan aan futuristische keyboards en abstracte gitaarriffs, maar verwacht zoals gezegd geen ellenlange solo’s. En met een gemiddelde lengte zo rond de vijf minutenzijn de songs redelijk compact.
Het eerste nummer, Eyes Of Fire, bevat oosterse elementen en zet meteen de verwachtingen voor de rest. De eerste helft is Pagan’s Mind zoals we ze kennen. De nummers zijn dan ook van hoog niveau en Intermission, Walk Away In Silence en het harde Follow Your Way zijn dan ook stuk voor stuk heerlijke progmetal songs. De zang van Nils K. Rue is zeer herkenbaar. De man heeft dan ook heel veel bereik en power. Af en toe zit er een effect op zijn stem, net als op Atomic Firelight van het vorige album. Revelation To The End is met achtenenhalve minuut het langste nummer van het album en natuurlijk is het één van de progressievere nummers van het album. Het is echter geen nummer waarin de rode draad volledig zoek raakt. De structuur is duidelijk en hoewel de solo lang is komt het snarenwerk van Jorn Viggo Lofstadt nooit over als ‘wankery’.

De tweede helft is wat diverser. Hier vind je de powerballad Live Your Life Like A Dream, die genoeg ballen bevat om toch boeiend te zijn en de (voor Pagan’s Mind begrippen) woeste powermetalfurie van The Master’s Voice. De zang van Nils klinkt bijna als een scream/grunt in het refrein en ik weet niet of het een effect is of zijn echte stem. Deze elementen, samen met de heerlijke solo maken dat dit nummer één van mijn favorieten van het album is.
When Angels Unite is dan weer een matige ballad. Het is niet echt slecht, maar zo standaard en cliché dat het niet op het album past. Nils zingt wel erg mooi, dat moet gezegd worden. Gelukkig is het maar 2:50 minuut van een album dat ruim 65 minuten duurt. Afgesloten wordt er met Power Of Mindscape, en dat is weer een lekker nummer.

Pagan’s Mind is een uitstekend alternatief voor de muziekfan die van proggy muziek houdt, maar liever niet té ingewikkeld denkt en graag wil meezingen. Denk de gulden middenweg tussen Dream Theater en Evergrey. Het album zal meerdere luisterbeurten nodig hebben maar dan heb je ook wel een erg goed album. Ik hou hier wel van. Gewoon goed dus!

84/100

Saxon  - Call To Arms

Altijd als ik Saxon opzet komt mijn pa heel blij mijn kamer binnen en begint hij spontaan luchtgitaar te spelen. Hij is dan ook erg blij dat ik zijn liefde voor die band deels heb overgenomen. In de jaren ’70 produceerde Saxon immers wereldplaten. Wheels Of Steel en Strong Arm Of The Law zijn nog steeds keiharde metalklassiekers.Waar sommige klassieke metalbands een dubieuze periode kende (Iron Maiden zonder Bruce Dickinson, Judas Priest zonder Rob Halford, Metallica weg van de thrash) bleef Saxon redelijk dicht in de buurt van het originele geluid.De band heeft dan ook jaren in dezelfde bezetting gespeeld. Sinds 2004 bracht de band louter knalharde platen uit en nu is er Call To Arms, het negentiende album.

Ik kan hier kort over zijn: Saxon is en blijft Saxon. De lekker metalstampers zijn nog steeds waar de heren het best in zijn. Surviving Against The Odds, Hammer Of The Gods, Chasing The Bullet en de snelle speedmetal furie van Afterburner laten jonge metalheads maar eens horen hoe je degelijke oldschool metal maakt! Met When Doomsday Comes (Hybrid Theory) en de titeltrack staan er ook twee langzamere nummers op waarop de toetsen een grote rol innemen. Of dit goed of slecht is, is aan de luisteraar, maar ik vind de toetsen op Call To Arms iets té prominent. Past niet echt bij Saxon denk ik, hoewel het nummer wel een mooie epische ballad is. Maar deze Britten blijven op hun best met de rocknummers en ik nomineer het stampende No Rest For The Wicked als één van de uitschieters.

Hoewel het een zeer degelijk album is, met uitstekende nummers is er toch iets dat ik mis, een punt charme dat de oude platen uit de jaren ’80 wél hadden. Misschien is het de stem van Biff Byford, die toch veel van zijn ooit indrukwekkende bereik heeft moeten verliezen, misschien is het omdat het tempo lager ligt. Maar een slechte plaat? Zeer zeker niet! De oldschool metalfan zal hier zeker raad mee weten. Hoe weet ik dat? Simpel, mijn pa vindt het een lekkere plaat, en als Saxon-fan is dat alle bewijs dat je nodig hebt.

77/100

Status Quo – Quid Pro Quo

Status Quo is al jaren mijn lievelings niet-metal band. Ik ben prakisch opgegroeid met de opzwepende boogie rock van de Britten. Blue For You is mijn all-time favoriete plaat, met de nadruk op plaat (ik heb het ding op LP). Iedereen kent de klassiekers van de Quo wel. Als titels als Rocking All Over The World, Whatever You Want, In The Army Now en Caroline je onbekend in de oren klinken raad ik je nu aan om op je dak te klimmen, keihard ‘ik ben een muziekbarbaar’ te schreeuwen en je te laten vallen. Niemand zal je missen en je moeder houd niet van je.

Dus. Album nummer 29. Vijf jaar na het vorige album. Dat is een lange tijd voor de Quo. Zelfs de break-up duurde minder lang geloof ik. Kunnen we nu nog iets nieuws verwachten. Natuurlijk niet! De sound van Status Quo is natuurlijk totaal niet origineel. Die is al 41 jaar onveranderd, net als het herkenbare logo. Maar je moet wel onthouden dat zij de eerste waren! Alles wat als hen klinkt aapt hén na, en niet andersom!

Op naar de muziek. De Quo heeft geleerd van hun fouten en focust al drie album alleen maar op hun sterke punten. De dubieuze pop-periode van de jaren ’80 wordt (op Burning Bridges en In The Army Now na) live volledig genegeerd en op de albums staan alleen maar keiharde rocksongs. Opener Two Way Traffic trapt meteen het gaspedaal in en neemt ons terug naar de eerste jeugd van de band met klassiekers als Hello, Never Too Late en Quo. De rocksongs overheersen dus en met knallers als Better Than That, Let’s Rock (met blazers), Movin’ On en Frozen Hero laten de heren weten dat ze het gewoon nog kunnen. Ballads staan er niet op. Any Way You Like It is het ‘rustigste’ nummer maar is ook een gladde rocksong. De oude bluesrock sound wordt versmolten met de modern structuur en minder makkelijke akkoordenschema’s. Dat klinkt lastig maar houdt alleen maar in dat de 12-maten blues niet in elk nummer zit.
Ik vind het altijd fijn als de bas prima te horen is en op Quid Pro Quo neemt John’Rhino’ Edwards lekker het voortouw. Zijn pompende bas stuwt nummers als Two Way Traffic en Movin’On lekker voort. Ik noem die nummers redelijk vaak he? Het zijn ook mijn lievelingsnummers, dan mag dat.

Heeft een metalhead hier veel aan? Nee, dit is hardrock. Alleen voor de rockers onder ons dus. Maar heb je grijze haren, herinner je de tijd dat vinyl 2 gulden kostte, dat het hebben van lang haar betekende dat je een outsider was en dat sex geen taboe was? Dan moet je dit hebben want het kan zomaar eens de beste plaat van het nieuwe millennium zijn.

89/100


Stay metal \,,/

donderdag 9 juni 2011

Chasing the void

Ik loop nog steeds achter, maar dit is een mooie inhaalslag. Hoewel.. In de tussentijd zijn onder meer albums van Origin en Blood Stain Child uitgekomen en die moeten natuurlijk ook onderworpen worden aan een review. En dan moet ik ook nog steeds Primordial doen... Het leven is soms zo zwaar...

REVIEWS

MaYaN – Quarterpast

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Toen Mark Jansen zijn samenwerkingsverbond met toetsenist Jack Driessen (Ex-After Forever) en Frank Schiphorst (Sun Caged) aankondigde was dat de creatie van een hoop verwachtingen. Helemaal toen bleek dat Jeroen Paul Thesselink (Obscura, Pestilence), Isaac Delahaye en Ariën van Weesenbeek (beiden Epica) ook te horen zouden zijn op het album. De verwachtingen worden vrijwel helemaal waargemaakt. Vanaf dat Symphony Of Agression de eerste Obscura-achtige tonen uit je speakers knalt weet je ‘dit gaat goed worden.’ Iedereen die dacht dat MaYaN een hardere Epica zou worden komt bedrogen uit. Black en death metal worden versmolten met subtiele keyboards en progressieve elementen.

Mainstay Of Society is een lekker proggy stuk en een sterk refrein. Verwacht geen eindeloze stroom noten, MaYaN is bruut zonder eindeloze gitaar masturbaties. Pakkende stukken zijn geen zeldzaamheid. Course Of Life beantwoord wel aan de vraag naar brutaliteit. Er heerst een black metal sfeer over het hele nummer en het contrast tussen de schelle krijsen van Mark en de heldere tenor van Henning Basse is uitstekend. Tussen de insta-klassiekers The Savage Massacre (met ongelofelijk bruut intro) en Bite The Bullet krijgen we het rustige opera intermezzo Essenza Di Te, gezongen door de jonge Italiaanse zangers Laura Macri. Erg rustgevend en mooi.

Op Drown The Demon komt een droom van veel mensen uit: Simone Simons en Floor Jansen samen op een track. Het is een prima nummer, maar valt qua intensiteit een beetje buiten de boot. Ook is de quote van Ariën op het laatst een beetje lachwekkend door zijn overdrevenheid. Daarna komen dan wel twee hoogtepunten. De eerste heet Celibate Aphrodite en is een lang epos met alle elementen uit de vorige nummers: brute riffs,  mooie symfonische toetsen, verschillende passages, een refrein met epische koren, Henning Basse met zijn cleane zang en een gave solo. War On Terror begint symfonisch en doet me denken aan de Second Waltz, maar barst al snel los in een orgie van geweld. Ook The Phantom Of The Opera dook vaker in mijn hoofd op.
Na het korte Tithe krijgen we nog de klapper Sinner's Last Retreat - Deed Of Awakening en het album had niet beter kunnen eindigen dan met dit ultieme nummer.

MaYaN knalt zichzelf met dit debuutalbum direct naar de jaarlijsten. Alles klopt: de muziek is van zeldzaam hoog niveau, de wisselwerking tussen de vijf stemmen is perfect en de productie van Sacha Paeth is prachtig. De Epica-invloed is er wel degelijk, maar black en death metalfans kunnen hier zeker wat mee. Laten we hopen dat de Maya’s niet gelijk hebben anders krijgen we nooit meer een album van deze geniale band!

90/100


Alestorm – Back Through Time

Schotlands favoriete piraten zijn weer terug! Met slechts twee albums en een EP op hun naam heeft Alestorm zich nu al razend populair gemaakt door de podia te verover met een hyperactive mix van power metal, folk en piraten. Elke folk metal fan die ze niet kent doet iets niet goed. Nu is er dus Back Through Time en het is weer een leuk album geworden.

Verassingen hoeven we al lang niet te verwachten. Het is meer in welke vorm de Schotten nu weer hun creativiteit gieten. Het eerste nummer is alweer zo’n Alestorm nummer. Het vertelt het verhaal van een piratencrew die op mysterieuze wijze in de vikingtijd terecht komt en daar alle vikingen afslacht. Een vermakelijk nummer met een leuke tekst. Het kleine beetje epiek dat Alestorm in hun muziek gooit komt hier perfect tot zijn recht. Shipwrecked is daarentegen totaal niet episch. Het is gewoon een feestnummer dat thrashy begint maar al snel veranderd in wat we kennen van Alestorm.
Vanaf hier is het gaan met de banaan en krijgen we snelle powermetal nummers als Midget Saw (waar gaat dat nummer in godsnaam eigenlijk over) en Buckfast Powersmash, een kroegnummer in de vorm van Scraping The Barrel,waarin wordt afgerekend met de haters die zeggen dat de band een grote grap is, Swashbuckled, een ode aan medepiraten Swashbuckle en natuurlijk de drinkliederen The Sunk’n Norwegian en het simpel getitelde Rum. Toen de band dat laatste nummer tijdens de Sabaton tour speelde hoefde het publiek het refein maar een halve keer te horen of iedereen zong al mee. Zo hoort dat bij Alestorm.

Wat opvalt is dat er niet alleen maar accordeon toetsen zijn, ook de fluit komt vaker terug en dat doet denken aan een snellere Flogging Molly of Dropkick Murphys. Rumpelkombo is hét hoogtepunt van de plaat. Niet vanuit muzikaal opzicht, maar vanuit gestoordheid. Het is Alestorm’s You Suffer, een nummer van 3 seconden. Geniaal gewoon. Daarna komt er een cover van een kerel genaamd Stan Rogers, Barrett’s Privateers. Een vrolijk liedje met aparte ritmes. Death Throes Of The Terror Squid is muzikaal gezien hét hoogtepunt. Wat een nummer! Blastbeats, epische toetsen, de rauwe zang van Chris en een meeslepend verhaal over het gevecht van de Leviathan tegen de Terrorsquid. Halverwege zit zelfs een monsterlijk black metal stuk! Het refrein is ook fantastisch. Geweldig nummer.  Het is jammer dat het nummer vrij plotseling stopt.

Maar gelukkig zijn daar de bonustrack! Eerst I Am A Cider Drinker van The Wurzels, dat in essentie gewoon Una Paloma Blanca is! Geniaal! En daarna nog het Lazy Town anthem You Are A Pirate. Alestorm maakt het gewoon helemaal hun eigen. Erg vermakelijke nummers.

Back Through Time heeft alles wat je wil in in Alestorm album: meezingers, headbangers, epische nummers, idioterie, dwergen en covers van foute nummers. Origineel is het niet, muzikaal hoogstaand ook niet, maar god wat is het leuk. En luisterplezier draag ik hoog in het vaandel. Daarom ook: Scotland douze points.

92/100



In Flames – Sounds Of A Playground Fading

Een nieuwe In Flames levert standard haters op die reopen ‘dit is geen melodic death metal!!!’ Nee, inderdaad, dat is het sinds Come Clarity (2006) niet meer. Get used to it. In Flames evolueert. Ook Sounds Of A Playground Fading neemt geen stap terug. Ik denk dat In Flames het best omschreven kan worden als een volwassen, en veel betere Sonic Syndicate. Moderne metal met een laag keyboards. Erg commercieel, en dat kan natuurlijk niet. Ik heb schijt aan wat mensen zeggen en ga meteen toegeven dat dit album erg lekker klinkt.

Metal is het natuurlijk niet echt, hoewel de zang van Anders Fridén nog wel lekker schreeuwt. Het is het eerste album zonder Jesper Strömblad en het eerste met Niklas Engelin. De wissel is niet echt te merken, het is meer dat de sound in het algemeen veranderd. SoaPF begint heerlijk met de titeltrack, de gelikte single Deliver Us en All For Me. Stevige gitaartracks met veel keyboards in de achtergrond en pakkende refreinen. Nummers als Enter Tragedy en A New Dawn keren deels wel een beetje terug naar de sound van vroeger, maar de keyboards laten alles toch wel modern klinken. Als ik de reviews op internet moet geloven klinkt In Flames als een zeikering alternatief rockgroepje. Dit is verrre van waar. Nummers als Darker Times en het langzamere Fear Is The Weakness bewijzen dat. Vooral de eerste bevat stevige riffs en een mooi refrein. Je hebt niet veel moeite nodig om het album in je op te nemen en dat vind iik fijn. Afgesloten wordt er met Liberation, een experimentele track in de refreinen maar met een dijk van een refrein. Erg opgewekt en commercieel, maar toch goed.

Schijt aan de haters, In Flames heeft gewoon een goed album gemaakt. A Sense Of Purpose was een flinke stap terug na Come Clarity maar Sounds Of A Playground Fading is wel gewoon goed. Is alles uitstekend? Nee, sommige delen hadden beter gekund, met minder toetsen en meer gitaar. Ook lijken de nummers qua structuur heel erg op elkaar en wordt daar weinig vanaf geweken.
Maar slecht? Absoluut niet. Gewoon een prima bovengemiddeld album. Maar benader het als een rockplaat en je hebt een topper.

76/100

 Pain – You Only Live Twice

Als Peter Tägtgren iets uitbrengt of produceert weet je dat je kwaliteit krijgt. Dat is met Hypocrisy zo, en dat is met Pain ook zo. Begonnen als zij-project om metal met techno te versmelten, en nu is Pain een van de leidende industrial/techno metal acts die er zijn. Het zevende album is er nu, en ondanks de titel hoef je geen James Bond referenties te verwachten.

Opener Let Me Out is meteen een dikke techno metal track. Wie nog steeds denkt dat Pain Hypocrisy met toetsen is heeft het fout, Pain is zijn eigen identiteit. Peter laat zijn stem veel beter horen bij Pain: hij zingt, grunt, krijst en in Dirty Woman zet hij zelfs een Accept-achtige falset op! Ik moest even checken of U.D.O. niet stiekem mee zong, maar het is toch echt Peter zelf.
Pain heeft een voorliefde voor goede refreinen en dat is te merken in The Great Pretender en We Want More. Meezingen gegarandeerd. De toetsen in The Great Pretender doen me een beetje aan het ultieme Pain-nummer, Shut Your Mouth, denken.
Wat opvalt is dat de gitaren een stuk zwaarder zijn en meer voorin de mix zitten. Dat komt de metalheid ten goede want met dit soort muziek is het oppassen da je geen techno met metal invloed gaat worden, in plaats van metal met techno invloed. Het lange en epische Season Of The Reaper is in ieder geval een mooi nummer waarop Peter laat horen dat hij echt wel goed kan zingen. Er staat trouwens ook een cover van Sonic Syndicate op, Leave Me Alone, en je wil niet weten hoe blij ik ben dat Peter één van de betere nummers van dat afschuwelijke album gekozen heeft. In een Pain-jasje klinkt het niet verkeerd, maar toch anders.

Pain’s zevende album is toch weer een lekker album geworden. De ultieme Pain-plaat is er nog niet, en Psalms Of Extinction wordt niet overtroffen, maar toch een erg goede schijf. Me like.

78/100

 Trollfest – En Kvest For Den Hellige Gral

Mensen die hun folk metal het liefst langzaam en episch hebben hoeven dit niet te lezen. De Noorse trollenbende is namelijk weer terug om de stereos onveilig te maken met een interigerende mix van black metal, jazz, bier, balkanmuziek en feest. Enige serieuze dingen hoef je hier niet te zoeken, Trollfest bestaat om te feesten en dat zullen we merken ook.

Die Verdammte Hungersnot begint nog lekker metal maar al snel knallen de saxofoons en banjo erin en is het geen houden meer aan. Als een dolle raast de band door het album en slechts af en toe neemt men gas terug. Genres zijn geen beperking. Karve begint met een sambagroove en gaat dan over in black metal met blazers. Oosterse invloeden zijn geen zeldzaamheid. Deze track, maar ook Gjetord zitten er vol mee. Karve heeft ook nog een flamenco-stuk halverwegen. Als je verder luistert dan de gestoordheid van Trollfest merk je dat er een stel enorm getalenteerde muzikanten aan het werk zijn. De gekkigheid staat ook altijd wel in dienst van het nummer.

Gelukkig is het niet alleen maar gek doen. Der Sündenbock Gegalte is een rustig flamenco-liedje. Het staat leuk op het album en klinkt geinig. Het is jammer dat de black metal stukken soms als een brij van geluid overkomen. Daardoor is het soms toch een moeilijk door te komen album. Mijn lievelingsstuk is het begin van En Gammel Trollsti, dat klinkt als een mix tussen samba, balkan en black metal. Oosterse percussie zit door het hele nummer en dat klinkt erg leuk.

En Kvest For Den Hellige Gral verteld het verhaal van Brakebein (die ook op het tweede album schittert) en zijn trolvrienden die op jacht gaan naar een of andere heilige beker. Waarschijnlijk om het Legendarisk Øl uit te drinken (Luister Brakebein). Je merkt het, alleen maar gestoordheid hier. Maar kijk verder dan de gekkigheid en je hebt een mooi uitgevoerd folk metal album van een band die toch nog uniek weet te klinken.

81/100

Týr – The Lay Of Thrym

Vooralsnog is Týr de enige band van de Faröer die bekend is bij meer dan 100 mensen. De band weet al jaren fans te boeien met hun unieke progressieve viking metal. Vooral sinds Heri Joensen de zang overnam en de geweldige albums Eric The Red en Ragnarok uitkwamen gaat het de band voor de wind. Land in 2008 was hun progressieve meesterwerk, een lastig album met moeilijke songs. Iets té moeilijk wellicht want nauwelijks een jaar verder werdt met By The Light Of The Northern Star een makkelijkere koers gevaren, die niet meer zo over the top progressief was, meer catchy elementen bevatte, maar nog steeds onmiskenbaar als Týr klonk.

En ook op The Lay Of Thrym wordt deze lijn doorgezet. Pakkende en toch progressieve metal. En dus staat ook het zesde album vol met uptempo meezingnummers. Alle elementen zijn aanwezig: pakkende lijnen, die typische Týr riffs, subtiele maatwisselingen en Heri Joensen, die in zijn eentje al klinkt als een legioen Einherjar, maar met back-up zang van Terji Skibenaes en Gunnar Thomsen klinkt als Asgaard zelf dat je toezingt.
De meeste nummer zijn in het Engels. Alleen Konning Hans en het leuke, opgewekte Ellindur Bondi A Jadri zijn in het IJslands. Niet dat dit erg is, Engels past goed bij Týr. De tekst van Shadow Of The Swastika (inderdaad een aanklacht tegen nazi’s, Týr werdt er in 2007 van beschuldigd nazistische sympathieën te hebben)  zou niet zo sterk hebben uitgepakt in het IJslands.
Tussen de snelle nummers blijft Evening Star goed overeind als langzame maar pittige semi-ballad. Hoewel, met het snelle refrein is het niet zo zeer een ballad... Ach, het is gewoon een mooi nummer. Fields Of The Fallen, met korte maar krachtige 70’s solo, is ook een hoogtepunt, en als je dan denkt dat je alles hebt komt de titeltrack nog even over je heen gewalst met een intro dat heel erg veel op Regin Smiður lijkt. Nou is Regin Smiður één van de allerbeste Týr tracks ooit dus dat is geen enkel probleem. Na het intro komt me er toch een stuk power/viking metal van de bovenste plank! Gallopperende ritmes, heerlijke zang van Heri en weer zo’n lekker refrein. Dit nummer duurt bijna zeven minuten maar het lijkt veel korter.

Dus, ga maar na. Alle elementen zijn aanwezig, en beter dan ooit. Is dit dan het beste Týr album ooit? Nee, die eer valt toe aan Eric The Red, juist omdat de proggy elementen daar goed tot uiting komen. Dit is wel de meest toegankelijke plaat ooit, meer dan By The Light Of The Northern Star. Het neemt natuurlijk niet weg dat dit een ijzersterke plaat is geworden met supernummers. Týr mag sowieso niet ontbreken in de verzameling van elke folk/viking metal liefhebber, en deze is geen uitzondering. Dik in orde dus, deze Faröerse vikingen!

86/100

 Arkona – Stenka Na Stenku

Arkona, jippie!!! Sinds Arkona in 2009 Goi, Rode, Goi uitbracht en Paganfest compleet overheerste ben ik gek op deze Russen. De band onder leiding van zangeres Masha ‘Scream’ weet niet alleen een goede performance neer te zetten, ook de albums zijn van zeldzaam hoog niveau. De spring- en zuipnummers worden tot een minimum beperkt en serieuze, epische nummers zijn hun sterke punt. Nummers waarin accordeon, doedelzak en fluit elkaar in rap tempo afwisselen en waarin moeiteloos van springerige folk maar brute black metal wordt overgegaan.

Stenka Na Stenku is een zoethoudertje tot het album eind van de zomer uitkomt. Het bevat twee nieuwe nummers, twee covers, een nummer met Freki van Varg en een akoestische versie van Goi, Rode, Goi. De twee nieuwe nummers zijn de titeltrack en Valenki. Het zijn beide opzwepende nummers, net als Yarilo. De Korpiklaani-manier zeg maar. Valenki heeft meer toetsen en is iets epischer en Stenka na Stenku is pakkender. Beide erg fijne nummers. Goi, Rode, Goi is nu dus akoestisch en het is een mooi nummer geworden. Erg fragiel en rustgevend. Skal is een drinklied met Freki, de zanger van de Duitse vikingen van Varg. Duren’ is een cover van de band Svarga. Ik ken ze niet, en ze staan niet op de Metal-Archives of Wikipedia dus ik weet niet wat voor muziek ze maken. De Arkona versie is in ieder geval een slepend black metal nummer geworden. Noviy Mir (Oðða Máilbmi) is een cover van Shaman, de voorvader van Korpiklaani. Doedelzak en joik overheersen het nummer maar de typische Arkona-touch is er.

Stenka na Stenku is als EP een heerlijk schijfje om je zoet te houden tot het album er is. Vooral de twee nieuwe nummers zijn fijn. Wel hoop ik dat het nieuwe album meer lange nummers bevat en één of twee korte springnummers. De lange nummers is toch wat Arkona anders maakt. Deze EP is in ieder geval erg goed. Op naar het nieuwe album dus!

82/100

 JUKEBOX


Stay metal \,,/

maandag 6 juni 2011

A warm welcome to my friends

Ja, daar ben ik weer. Vers terug uit Hamburg en met een lading aan ervaringen rijker. Als je ze wil lezen verwijs ik je naar A Heavy Metal Life. Ik weet dat de frequentie van mijn posts afneemt, maar de kwaliteit en hoeveelheid neem dan wel toe!! Dus wees blij. Ik heb weer flink wat hooi op mijn vork genomen en moet nog reviews van oa. Týr, Primordial, Alestorm en Arkona schrijven dus verwacht een hoop werk van mij de komende weken!

REVIEWS


Hammerfall - Infected

‘Oh hemel...’ Dat was mijn reactie toen ik de cover van het nieuwe Infected zag. Pikzwart, met een biohazard en een aangepast logo. Het leek wel een metalcoreband! Hector was in geen velden of wegen te bekennen. De cover werdt een tijdje daarna veranderd naar het huidige ontwerp met de hand. Ik nomineer deze hoes in ieder geval tot één van de lelijkste hoezen ooit. En in ieder geval de lelijkste hoes van Hammerfall tot nu toe. Maar die hoes is bijzaak, het gaat toch om de muziek.

Gelukkig is de hoes niet representatief voor het album want de muziek die erop staat is iets anders, maar toch onmiskenbaar Hammerfall. Hoewel ik opener Patient Zero niet goed vind. Tenminste als albumopener bevalt hij me niet. Matig intro, het pakt je niet bij je ballen. En die willekeurige stiltes moeten er direct uit. Het is al geen snel nummer, en dan halen ze het tempo ook nog zo naar beneden, bah. Als de band met het razendsnelle en 150% Hammerfall waardige Bang Your Head was begonnen was het al een stuk beter geweest. Wat een heerlijke headbangbare track is dat zeg! Had zo op Legacy Of Kings gekund.
De eerste single One More Time klonk op eerste gehoor wat matig, maar op zich is het een lekker nummer dat prima bij Hammerfall past. Maar ook hier moeten die random stiltes eruit, of opgevuld met een divebomb ofzo.

Het gemiddelde tempo op Infected ligt een stuk lager dan voorheen. Het albums moet het vooral hebben van midtempo ‘handen in de lucht en stampen’ nummers. Toch zit er qua energie en sfeer een vibe in die teruggrijpt naar de klassieke albums Crimson Thunder en Renegade. Dit is vooral merkbaar op The Outlaw en I Refuse. De laatste heeft trouwens een lekkere Accept riff en mannenkoren in het refrein. Immortalized begint mindtempo maar bouwt op naar een lekker snel tempo halverwege. Gitarist Pontus Norgren heeft zijn plek nu wel gevonden en gooit de ene solo na de andere uit zijn mouw.
Naast Bang Your Head is Let’s Get It On ook een favoriet van mij. Een pompend ritme en stoere gangvocals met een pure heavy metal attitude, daar hou ik van. Het is waarschijnlijk ook de meest traditionele Hammerfall song op het album, deels omdat die typische harmonieën die we zo gewend zijn er veelvuldig in voorkomen.

Het is jammer dat niet alle songs van dit niveau zijn. Send Me A Sign, een cover van een Hongaarse band met de naam Pokogép, is een nogal cheesy en voorspelbare ballad die het niet haalt bij de eerdere ballads van de band als Glory To The Brave, Always Will Be en Never, Ever. 666 – The Enemy Within en Dia De Los Muertos zijn nogal ondermaats voor Hammerfall. Ik mis de energie zoals die vroeger wel aanwezig was.
Afsluiter Redemption is dan wel weer ijzersterk, een zevenminuten durend progressief/episch stuk met een lading toetsen en een gitaarsolo om U tegen te zeggen.

Infected is bij lange na geen slecht album geworden, het merendeel van de nummers is gewoon dik in orde. Het is jammer dat het tempo een stuk lager ligt want ik ben zelf gek op die snelle heavy metal nummers. Ik vind het persoonlijk ook jammer dat de teksten niet meer over fantasy en gevechten gaan, maar over ‘serieuzere’ zaken zoals een zombieinvasie. Dus ja, Hammerfall stelt een beetje teleur, maar een slecht album? Dat is gelukkig niet zo. Oordeel zelf maar. Ik geef ze wel een stevige voldoende, de volgende keer maken ze het wel goed!

78/100

Skindred – Union Black

Het Britse Skindred heeft al jaren zijn eigen niche gecreeërt. De opgewekte mix van metal, reggae, punk en hiphop is heerlijk opzwepend en doet het goed op festivals. De band kan dan rekenen op een hoop fans.

Met de reputatie en de grote tours die Benji ‘Black Metal Man’ Webbe en zijn maten ondernemen is het moeilijk te geloven dat Union Black pas hun derde album is. Toch is het zo. En ook dit derde album staat vol met die lekkere Skindred-mix. Voorbeeld bij uitstek is Doom Riff, met een samba-achtige groove en loodzware gitaren. Dit nummer gaat een geheide live-klassieker worden, let op mijn woorden. Warning, Own You en Get It Now zijn allemaal van dat soort nummers. Maar Skindred heeft ook nieuwe dingen toegevoegd. Zo heeft het ruige Cut Dem (met lekkere nu-metal groove) een stevige dubstep invloed. Niet storend echter, verfrissend zelfs. Guntalk is bijna pure reggae/dub tot het halverwege overgaat in een soort drum and bass/chiptune mix. Apart, maar leuk. Make Your Mark heeft ook een drum and bass intro, maar de typische Skindred sound keert terug in het refrein. 
Death To All Spies is het ‘progressieve’ stuk van het album en mengt alle voorgaande invloeden met elkaar tot een pakkende track.

Union Black is een lekker Skindred album geworden. Babylon wordt nog steeds niet overtroffen maar dat is ook niet waar Skindred op mikt. De heren wilden gewoon een lekker album maken en dat is zeker gelukt. Ze hebben hun geluid ook verbreed. Niet veel om op te zeiken, behalve dat de pakkendheid een tikje lager ligt. Gewoon dik in orde deze plaat mon!

78/100

Death Wolf – Death Wolf

Death Wolf is een band uit Zweden, opgericht door gitarist Morgan van Marduk, onder de naam Devil’s Whorehouse. Onder deze naam  brachten ze twee albums uit. Sinds dit jaar is de naam veranderd in Death Wolf, vanwege verschillende redenen.

De basis van Death Wolf is death metal, maar er zitten black metal aspecten in, vooral in de riffs. De zang van schreeuwlelijk Maelstrom gooit dan weer wat punk/hardcore in het geheel. Het geeft een interessante mix van elementen. De eerste twee nummers beginnen in vol tempo, Weaving Death is lekker punk-achtig. Op The Other Hell doen cleane gitaren hun intreden en Morning Czar Shineth en Ironwood zijn bijna pure doom metal. Sword And Flame knalt dan weer agressief uit de speakers.
De trage tracks klinken prima, maar ik heb liever de snelle nummers zoals Black Mark en Dawn of flesh, dat een dikke Napalm Death invloed heeft. Lekkere punkwoede met een metalsausje. Hoewel een nummer als Unto Dying Eyes, dat als death ‘n’ roll klinkt zeker niet verkeerd is.
Coming Forth By Night is een lang uitgesponnen nummer met de nodige experimenten. Helaas kan het mij niet boeien.

En daar heeft deze plaat meer last van. Ik hou mijn aandacht niet echt vast. Aan de lengte ligt het niet, die is met bijna 40 minuten perfect. Maar de nummers lijken soms wel erg op elkaar en ze zijn niet erg herkenbaar. Jammer, want op zich is het geen slechte plaat. Ik luister liever naar de snelle nummers en die zijn in de minderheid. Maar de interessante mix van genres maakt veel goed. Voor de liefhebber van punky death metal is dit wellicht een topper. Voor mij niet echt.

62/100

Vomitory – Opus Mortis VIII

Het Zweedse Vomitory is de beste en bekendste onbekende death metal band ooit. Geen overdrijving. De band maakt al acht albums lang oerdegelijke death metal, met een scheutje D-beat punk invloed en onverstaanbare lage zang en toch is de ‘grote doorbraak’nooit gekomen.

Vomitory is zo’n waar de fans exact van weten wat ze krijgen. Degelijke death metal dus, met die Zweedse touch. De Woest beukende drums zijn afkomstig vanvan Tobias Gustafson die met The Project Hate MCMXCIX eerder dit jaar ook al een knalplaat afleverde. De riffs van Urban Gustafson en Peter Östlund zijn als vanouds bruut en toch verassend melodieus en pakkend. De bas zit op de achtergrond maar de gutturale zang van Erik Rundqvist gorgelt lekker vooraan in de mix. Verwacht zoals gezegd geen verassingen, maar lekkere nummers als Regorge In The Morgue, Tortorous Ingenious, Combat Psychosis en het lekker old-school Bloodstained. Hate In A Time Of War heeft cleane gitaren en een snel middenstuk en Shrouded In Darkness is een slepende track en dan heb je de bass wel te pakken.

Al met al dus een prima Vomitory plaat. Nergens bekruipt je het gevoel dat het viertal op de automatische piloot gaat spelen. De voorspelbaarheid kan een voordeel en een nadeel zijn, maar voor mij is het een voordeel.  Gewoon Ragherrie met hoofdletter R!

80/100

Weekend Nachos - Worthless

Met een naam als Weekend Nachos is het meteen duidelijk dat we hier geen al te serieuze muziek kunnen verwachten. En dat klopt ook. Weekend Nachos maakt grind/crustcore. En ik moet eerlijk zeggen, ik kan er niet zo veel mee.

De plaat, die nauwelijks een half uur duurt, bevat maar drie nummers langer dan 2 minuten. Spannendste nummer is Future, dat 7 minuten duurt en een Khanate-achtige doomsfeer heeft. Verder zijn alle nummers van hetzelfde: hyperactieve blasts, punky schreeuwzang en zwaar ontstemde gitaren.

Wellicht dat dit voor de liefhebber goud is, maar ik vind er helemaal niks aan. Er is geen onderscheid tussen nummers, en ik heb bij platen met deze hoeveelheid korte nummers altijd het idee dat de band geen aandacht aan hun stukken geeft. Wellicht zit ik hier helemaal fout, maar feit blijft dat Worthless een waardeloze plaat is.

20/100

donderdag 19 mei 2011

The hardrock is strong in this one...

Het is een goede tijd om retro te zijn. Retrobands zijn hot. Groepen als Wizard, Enforcer en Airbourne brengen de goede oude hardrock van weleer terug. Degelijke rock, zoals AC/DC, Deep Purple, Led Zeppelin en Rose Tattoo die maakten. Uit de tijd dat Saxon nog hard rock was. Toen onze vaders met spijkerjacks en lang haar rondliepen en onze moeders fan waren van Francis Rossi omdat ie van dat mooie haar had. Toen mannen mannen waren, en make-up uit den boze was. Toen het stoer was om niet te doen wat je gezegd werd. Toen het mannelijk was om als een gecastreerde tekkel te zingen. Die tijd. Wat een mooie tijd. Ik wou dat ik toen geboren was, dan deed ik me te goed aan alle hardrock heerlijkheid die er bestond. Hardrock legde toch de basis voor de metal. En voor mij begon alles toch met Led Zeppelin, Status Quo en Queen. Ik geniet er in ieder geval met volle teugen van. Het kan mij niet oldschool genoeg. Rock on, freaky bro!

REVIEWS

Anaal Nathrakh – Passion

Anaal Nathrakh staat in Nederland vooral bekend om de grapjes die over de naam gemaakt worden. De band, bestaande uit multi-instrumentalist Mick ‘Irrumator’ Kenney en vocalist Dave ‘V.I.T.R.I.O.L.’ Hunt blinkt al jaren uit in het maken van gestoorde, hysterische black metal met grind, industrial- en death invloeden. De gestoorde zang van Hunt is werkelijk uniek en ongehoord bij welke band dan ook. Anaal Nathrakh werdt op Domine Non Es Dignus (2004) uitgescholden omdat ze cleane zang gingen gebruiken, iets dat op het walgelijke The Codex Necro (2001) raar zou staan. Op Eschaton (2006) en vooral op Hell Is Empty..And All The Devil’s Are Here (2007) werdt dit aspect verder uitgediept en bleek dat de zang als contrast op de gillen en schreeuwen verbazingwekkend goed werkte. In The Constellation Of The Black Widow (2009) nam een tikje toe op de extremiteitsladder maar hield de melodieuze elementen stevig geïntergreerd.

Passion keert terug naar Domine Non Es Dignus. In de zin dat de waanzin en hysterie weer teruggekeerd is. Er staan een paar korte nummers op, die teruggrijpen naar de grindcoreinvloeden. Wellicht een overblijfsel van Fukpig waar Mick Kenney ook deel van uitmaakt? Het zijn de meest chaotische tracks van AN tot nu toe. Vooral Post Traumatic Stress Euphoria scoort hoog bij mij. Wat een nummer. Een explosie van riffs, geprogrammeerde drums en schreeuwen. Who Thinks Of The Executioner is langer maar tapt uit ongeveer hetzelfde vaatje.
Maar de AN songs zoals we die sinds Eschaton kennen zijn er ook. Volenti Non Fit Iniuria is de eerste tracken begint rustig, met cleane gitaren. De zang van Hunt trapt af voor een heerlijk nummer, mét pakkend refrein. Dit nummer en Paragon Pariah zijn de ‘singles’ van het album.
Tod Huetet Uebel is pure black metal. De zanger van Bethlehem komt meekrijsen en dat hoor je. Wat een hysterische krijsen zeg! Ik kan niet horen wie wat zingt. Als de stembanden van die kerel niet finaal aan gort gescheurd zijn is hij echt een robot. Of hij gorgelt met azijn.

De grote verassing is Drug – Fucking Abomination, een nummer van ruim zeven minuten. Ja, zeven minuten! De eerste drie minuten zijn een uitgerekt crescenso van riffs en spanning waarna alles uitbarst in een echte Anaal Nathrakh song. Heer-lijk.
Met het noise/industrial beinvloedde Ashes Screaming Silence en het nietszeggende outro Portrait Of The Artist komt er een eind aan dit halfuurtje van waanzin.

Anaal Nathrakh is erin geslaagd om In The Constellation Of The Black Widow compleet te overtreffen. Alles is fantastisch gedaan, de zanglijnen, de riffs, de mix tussen catchy en brute metal, alles. Heerlijk schijfje. Niet voor iedereen weggelegd, maar voor hen die het waarderen is het een juweel. Jaarlijstmateriaal!

95/100


Bullet - Highway Pirates

Iedereen die mijn blog leest of die me kent weet dat ik gek ben op traditionele hard rock zoals AC/DC en tegenwoordig Airbourne die maken. Bullet is ook zo’n AC/DC kloon. De aanbidding ligt er iets minder dik bovenop dan bj Airbourne, maar deze heren komen dan ook uit Zweden.

Highway Pirates is het derde album van de band en gaat verder waar Bite The Bullet ophield. Wat nou experimenteren, gewoon rocken is het devies. Keiharde riffs vliegen je om de oren en de Bon Scott/Udo Dirkschneider-achtige stem van Dag Hell Hofer dringt diep door tot in je hard rock ziel. Pompende bas en beukende drums, zo zie ik het graag. Probeer je hoofd maar stil te houden op knallers als Heavy Metal Dynamite, Highway Pirates en Back On The Road. Ja, het is allemaal erg cliché en standaard maar de uitvoering is uitstekend. Je kan elk nummer opzetten en meezingen want het zijn allemaal sterke nummers. Citylights doet zelfs wat aan You Shook Me All Night Long denken.

Highway Pirates is exact geworden wat je verwacht van Bullet na Bite The Bullet. Heerlijk plaat om lekker hard te draaien. Niet uniek, dat is waar, maar als het goed klinkt, wie maalt er dan of het uniek is of niet. Gewoon rocken met die handel!

80/100

Samael – Lux Mundi

Met een nieuw album van Samael weet je nooit wat je precies kan verwachten. Sinds de switch naar elektronische metal met Passage (1996) weet je nooit wat voor mengsel de Zwitsers nu weer hebben bedacht. Eternal (1999) was duister en experimenteel, Reign Of Light (2004) was vooral elektronisch en catchy, Era One (2005) was gewoon apart, Solar Soul (2007) bracht de gitaren weer terug en Above (2009) was pure black metal. Dus wat zou Lux Mundi ons brengen?

Lux Mundi brengt ons pure Samael zoals dat hoort. Een mix van Passage en Solar Soul is de beste beschrijving. Zwaar elektronisch, maar tegelijkertijd pakkend en duister. De keyboards zijn nog steeds prominent maar op nummers als Luxferre en The Shadow Of The Sword zijn tracks met stevige gitaarpartijen. Of War en Antigod zijn loodware tracks waarin de lage zang van Vorph goed tot zijn recht komt. Beide nummers hebben heerlijk stampende ritmes waarop je heerlijk kan headbangen. Het mooie aan Samael vind ik dat, zelfs al weet je dat de drums geprogrammeerd zijn, ze toch levensecht klinken. Iets dat wellicht komt omdat bandleider/toetsenist/percussionist Xy de bekkens wel live inspeelt. Samael is in staat om prima refreinen te schrijven die qua pakkendheid niet moeten onderdoen voor de gemiddelde power metal band. In Gold We Trust is een nummer met zo’n refrein. Het is trouwens ook één van de nummer waarop de band eens goed het gaspedaal intrapt. Ook The Truth Is Marching On gaat er lekker tegenaan met brute blastbeats. Sterker nog, het is wellicht het snelste nummer van Samael sinds de black metal periode!

Een Samael album is niet compleet zonder experimenten. Pagan Trance heeft hypnotiserende coupletten met exotische trommeltjes. In The Deep is een beetje slepend en bevat indiase invloeden, maar je moet goed luisteren voor je het hoort. Verder worden er geen verassende dingen gedaan, maar komt het vooral uit subtiele loopjes en melodieën.

Samael staat na 24 jaar nog altijd aan de top van de scene. Ik weet het, de vergelijking is cliché, maar de band is als een goede whiskey: Beter naar mate hij ouder wordt. Dit is waarschijnlijk Samael’s beste album sinds Passage. Alle nummers klinken anders en toch vertrouwd. De productie is perfect, en in tegenstelling tot Above kan je Vorph gewoon horen zonder je best te doen. De toetsen zijn gevarieerd, de gitaren stevig en de zang moddervet. Samael bevestigt maar weer eens hun status als één van de meest vooruitstrevende bands van de metal. Fans van elektronische metal moeten deze zeker aanschaffen.

92/100


Scar Symmetry – The Unseen Empire

In 2009 bezorgde Scar Symmetry ons een vieze smaak in de mond. Het jaar daarvoor was zanger/boegbeeld Christian Ålvestam uit de band gezet wegens meningsverschillen. Om hem te  vervangen werden maar liefst twee vocalisten aangetrokken, Lars Palmqvist voor de cleane zang en Roberth Karlsson voor de grunts. Op hun eerste wapenfeit, Dark Matter Dimensions, kwamen de twee niet goed uit de verf. Het materiaal was eerder geschreven dan de teksten en de heren moesten hun plekje nog vinden. Anno 2011 hebben ze hun weg binnen de melodieuze metaleenheid helemaal ontdekt.

The Unseen Empire is het vijfde album van de Zweedse band en voor mij samen met Pitch Black Progress hun beste. De zang klinkt stukken beter dan op het vorige album. De lijnen zijn pakkend en loepzuiver, vooral Palmqvist imponeert hier. De muziek is een stuk proggiër geworden. Keyboards zijn aanwezig in de mix maar ze staan niet op de voorgrond. Ze kabbelen rustig voort achterin de mix. Af en toe komt er een Dark Tranquillity-achtig geluidje naar voren maar daar blijft het bij. De riffs zijn oerzwaar en melodieus, precies wat we verwachten. Op tracks als Rise Of The Reptilian Regime en The Anomaly wordt een simpeler, pakkender geluid gebruikt dan op het brute en redelijk progressieve Illuminoid Dream Sequence. De meeste nummers kiezen toch wel de gulden middenweg en dit maakt van Seers Of The Eschaton, Extinction Mantra en The Draconian Arrival heerlijke metalnummers. Ik reken Astronomicon tot één van de beste intro’s ooit. Het begint melodieus en je verwacht dat ze zo verdergaan, maar in plaats daarvan knalt er een moddervette riff uit je speakers.  Ook Extinction Mantra is erg vet, vooral het refrein.

Met The Unseen Empire spoelt Scar Symmetry ons de vieze smaak van Dark Matter Dimensions uit de mond. Een heerlijk gitaargedreven album met de nodige sci-fi tintjes om bij de teksten te passen. De teksten heb ik altijd gaaf gevonden. Ik kan de nieuwe progressieve tintjes zeker waarderen, het maakt Scar Symmetry tot een topband. Lekker album om hard te draaien!

87/100

Rival Sons – Pressure & Time

Rival Sons is een jonge Amerikaanse band. De leden zijn allemaal tussen de twintig en dertig. Maar ze trekken zich niks aan van alle trends in de muziekwereld. Deathcore, metalcore, emo, het zal ze koud laten. Nee, deze jongens reizen liever terug in de tijd naar de jaren ’70, toen Led Zeppelin en The Doors de dienst uitmaakten.

Rival Sons maakt jaren  70 hardrock/bluesrock met Led Zeppelin als voornaamste invloed. Dit alles gaat gepaard met een sfeer die gewoon  ‘vinyl’ ademt. Frontman Jay Buchanan heeft een herkenbaar geluid met een intonatie die aan Robert Plant doet denken. Deze stem gaat de band voor in lekkere rockstampers als All Over The Road, Get Mine en Young Love. De productie is lekker ouderwets en dat komt de sfeer van de plaat zeker ten goede. Ik heb alleen beschikking over een mp3 versie, maar het klinkt als een vinylplaat. Het zou me ook niks verbazen als deze schijf alleen op vinyl uitkomt. Ik zou het geld er wel voor over hebben.
Wat ook erg jaren ’70 is: de nummers zijn allemaal ongeveer drie minuten lang en de plaat duurt maar een half uurtje. De perfecte lengte voor een paat als dit.
Er staan ook psychedelische invloeden op. Het langzame Only One heeft mooie hammondorgels en dat is altijd een pluspunt. De rocknummers zijn gelukkig in het voordeel. Ik daag iedereen uit om Burn Down Los Angeles keihard op te zetten en niet te gaan rocken!

Dit is gewoon een lekkere plaat. De vintage-sfeer van dit album is geweldig. Ik heb altijd van deze rock gehouden en dit ligt gewoon precies in mijn straatje. Love it!

80/100


JUKEBOX

maandag 9 mei 2011

Finally it has happened!

Ik moet serieus meer gaan bloggen, mijn frequentie is zwaar afgenomen. Maar neem het me niet kwalijk, school is een bitch. De goede releases zijn ook iets minder voorkomend. Maar mei belooft heel wat. Anaal Nathrakh, Amorphis, Hammerfall, MaYan, Alestorm en Arch Enemy! Verwacht reviews van die bands en meer. Verwacht ook een review van Rival Sons, wat een lekker bandje. Old-school hardrock/bluesrock zoals die in de jaren '60 en '70 gemaakt werdt. Het schijnt trouwens in te zijn om retro te klinken. Graveyard kan er ook wat van. Het is wel een ontwikkeling die ik toejuich want die klassieke rock is tijdloos. Wellicht ga ik Graveyard ook reviewen. Maar voor nu heb ik Midnattsol, Illdisposed en voor de tweede keer een album waar ik NIET lovend over ben!


Septicflesh – The Great Mass

Septicflesh knalde iedereen finaal van zijn sokken toen in 2008 Communion uitkwam. Niemand had gedacht dat de band na een break van een paar jaar zo sterk terug zou komen. Er zijn ook mensen die vinden dat Communion niet overtroffen kan worden. Die mensen zitten dus goed fout.

De elektronische elementen die eerdere albums nog versierden waren op Communion al zeldzamer maar op The Great Mass zijn ze helemaal verdwenen. Het orkest neemt nu deze taak op zich. Maar Septicflesh is anders dan andere bands. Waar andere bands het gebruiken als een aanvulling of een sfeermaker (Nightwish valt in beide categorieen) is het orkest bij Septicflesh compleet onderdeel van de muziek. Haal het weg en je hebt niks meer. Dat is een voordeel én een nadeel, maar toch vooral een voordeel. Want wat een sound heeft dit album!
Het orkest vlecht zich door de brute riffs en laat het geheel bombastisch klinken zonder kitscherig te zijn. De songs zijn sfeervol en weten de spanning uitstekend op te bouwen. The Vampire From Nazareth begint met een sinistere jongenssopraan en blast dan zijn weg door je speakers. Seth Anton heeft een heerlijke grunt. Vanaf A Great Mass Of Death doet de cleane zang van Sotiris Vaneyas zijn intrede. Zijn herkenbare geluid contrasteerd mooi met de ruige grunts.

Pyramid God is pakkender maar valt halverwege in een duister klinkend stuk waarin het orkest de dramatiek verhoogt. Dit is een theatraal album en dat zal je weten ook.  Het hele album is hoogtepunt na hoogtepunt maar vooral Oceans Of Grey, Apocalypse, Five-Pointed Star en Mad Architect steken er bovenuit. Een gemakkelijk album is dit absoluut niet. Je hebt minstens vijf luisterbeurten nodig voor je de muziek op het minimale niveau kan doorgronden en nog tien voor je alle nummers kent. En zelfs dan ontdek je nog nieuwe dingen!

Septicflesh heeft het voor elkaar gekregen om Communion te overtreffen. Maar je zal hem vaak moeten luisteren voor je de ware schoonheid kan doorgronden. Nergens zal je een band vinden die het orkest zo goed heeft geïntegreerd in hun sound. En de sfeer die de band neer weet te zetten is geweldig. Dit album is enig in zijn soort. Verplichte kost voor de fan van vooruitstrevende metal!

94/100

Midnattsol – The Metamorphosis Melody

Midnattsol kan je in veel opzichten het kleine zusje van Leaves’ Eyes noemen. Letterlijk zelfs want zangeres Carmen Elise is het kleine zusje van Liv Kristine. Muzikaal bedienen beide bands zich van ongeveer dezelfde muziek, met verschil dat Midnattsol minder folkinstrumenten gebruikt.

De derde schijf van het Duits/Noorse zestal (nu zonder Ahab leden Daniel Droste en Christian Hector) is in essentie ‘meer van hetzelfde’. Gelukkig is het wel weer prima uitgevoerd. De nummers zijn lang en wellicht moeilijk om in één keer te bevatten.
Gelukkig zijn nummers als The Metalorphosis Melody, Kong Valemons Kamp en Motets Makt juweeltjes in hun soort. Weelderige symfonische arrangementen met lichte folkinvloeden maar zonder de macht van de gitaar te verliezen. Zelfs Goodbye, een keltisch klinkende akoestische ballad is erg mooi.

En toch mis ik iets, iets dat Leaves’ Eyes wel had op hun laatste plaat. Wellicht komt het door de lengte van de nummers maar mijn aandacht verslapt soms. Ik kan echter niet ontkennen dat Midnattsol een prima plaat heeft gemaakt. Misschien niet iets dat helemaal mijn ding is maar dat de liefhebber van symfonische female fronted metal zeker kan bekoren.

70/100

Winds Of Plague – Against The World

Winds of Plague moet wel een van de meest gehate bands ooit zijn. Of het nou om hun poserlooks gaat, het feit dat ze deathcore maken of omdat ze die deathcore aanlengen met liters keyboards, gehaat worden ze toch wel. Against The World is alweer het vierde album, en zal vast wel weer stevig de grond ingeboord worden.

Heb ik een hekel aan Winds Of Plague? Niet per se. Ik kan hun symfonische aanpak best waarderen, maar ik irriteer me aan hun ‘kijk wij zijn hip’ uiterlijk. Maar het gaat toch om de muziek. Nou nee, deze band werkt gewoon niet voor me. 85% van de muziek is een breakdown en dat is serieus irritant. Een breakdown doe je als het nummer erom smeekt en in het uiterste geval als je niks meer kan verzinnen, maar niet als hoofdstructuur. Soms zit er nog wel een nummer in dat varieërt, zoals Built For War, maar de kinderachtige tekst haalt ook dat nummer naar beneden. En dat mag je over elk nummer zeggen. Godverdomme, het is nonstop breakdownritme na breakdownritme! En dat is saai. De teksten zijn bijna alleen maar ‘kijk eens, ik ben stoer’ met overmatig veel ge-fuck. Het enige nummer dat ik niet als irritant ervaar is Refined In The Fire. Dat is ook breakdown na breakdown maar het is een stuk pakkender beter dan de andere nummers.
De gitaar is trouwens alleen maar ‘chugga chugga chugga’, en ook dat is zwaar vervelend, echte riffs komen nooit voorbij.
California lijkt wel een rap/hardcore nummer met metalgitaar! En alleen afsluiter Strength To Dominate gaat richting death metal. Maar ik moet zeggen dat Most Hated ook best goed is, de breakdown is tenminste wat anders. En de piano geeft een mooi effect.

Dit is geen deathcore, deathcore is een mix tussen death metal en hardcore, dit is hardcore hardcore metal. Alleen de zang is af en toe death metal maar lijkt meer op hardcore. De keyboards geven het geheel wel meer variatie en afwisseling dus dat is goed. Maar dit is gewoon een erg matig album. Alle nummers lijken op elkaar en met maar drie echt goede nummers haal je het niet. Maakt niet uit hoeveel worstelaars er mee zingen. Vermijden, tenzij je van extreem clichématige ‘deathcore’ houdt. Blegh, even de vieze smaak uit mijn mond spoelen.

35/100

Illdisposed – There Is Light (But It’s Not For Me)

Denemarken is het nét niet. Het zit niet vast aan de rest van Scandinavië, er komen geen vikingen vandaag, op Volbeat en Hanson na geen gigantische namen en Lego heeft meer naamsbekendheid dan Kopenhagen. Wat de Denen wel goed kunnen is stompende death metal maken. Dat bewijzen bands als Hatesphere en Panzerchrist. En Illdisposed timmert ook al hard aan de weg. Geleid door brulboei Bo Summer, die ook jaren bij Panzerchrist zong en de klassiekers Soul Collector, Room Service en Battallion Beast vol brulde, brengen ze hun tiende (!) album uit. Maar dit album is niet helemaal geworden wat ik ervan verwacht had...

Rustig maar, dat is geenzins slecht bedoeld. Ik had me voorbereid om een pot lompe death metal in de trant van Panzerchrist, maar wat ik kreeg was...wel death metal...maar met een teringlading aan keyboards! En ik ga het nu meteen zeggen: wat een toevoeging zeg! Ik kan dit zeker waarderen, hoewel ik me heel erg kan voorstellen dat een hoop fans de band dit heel erg kwalijk gaan nemen. En geef ze eens ongelijk he.
De beukende metal is iets teruggehoudener in tempo maar zeker niet minder heavy. Het geheel is melodieuzer en dat werkt wel goed. Nummers als The Taste Of You en de loodzware opener Your Own Best Companion zijn nog steeds lekkere beuknummers maar door de alomaanwezige toetsen is de variatie een stuk hoger en klinkt het album uniek. Keyboardsolo’s kan je hier bijna niet op vinden, de gitaar blijft het leadinstrument en de toetsen zijn alleen achtergrond en sfeer. Alleen We heeft een korte solo.
Step Into My Winter klinkt als een doom metal nummer maar is één van de snelste en meest thrashy nummers op het album. En ook Rape is een lekker nummer. Beginnend met een creepy gesproken intro en dito keyboards ontpopt het nummer zich tot een industrial metal beuker met riffs á la Rammstein.

Illdisposed slaat een heel aparte weg in. Gecombineerd met het artwork dat mij aan Crash Love van AFI deed denken zou het kunnen dat ze hun oude fans van zich vervreemden. Maar tegelijkertijd kunnen ze ook nieuwe fans aantrekken. Mij bevalt deze nieuwe route in ieder geval wel. Het zal me benieuwen wat ze met de opvolger gaan doen.

82/100

JUKEBOX

Stay metal \,,/