donderdag 9 juni 2011

Chasing the void

Ik loop nog steeds achter, maar dit is een mooie inhaalslag. Hoewel.. In de tussentijd zijn onder meer albums van Origin en Blood Stain Child uitgekomen en die moeten natuurlijk ook onderworpen worden aan een review. En dan moet ik ook nog steeds Primordial doen... Het leven is soms zo zwaar...

REVIEWS

MaYaN – Quarterpast

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Toen Mark Jansen zijn samenwerkingsverbond met toetsenist Jack Driessen (Ex-After Forever) en Frank Schiphorst (Sun Caged) aankondigde was dat de creatie van een hoop verwachtingen. Helemaal toen bleek dat Jeroen Paul Thesselink (Obscura, Pestilence), Isaac Delahaye en Ariën van Weesenbeek (beiden Epica) ook te horen zouden zijn op het album. De verwachtingen worden vrijwel helemaal waargemaakt. Vanaf dat Symphony Of Agression de eerste Obscura-achtige tonen uit je speakers knalt weet je ‘dit gaat goed worden.’ Iedereen die dacht dat MaYaN een hardere Epica zou worden komt bedrogen uit. Black en death metal worden versmolten met subtiele keyboards en progressieve elementen.

Mainstay Of Society is een lekker proggy stuk en een sterk refrein. Verwacht geen eindeloze stroom noten, MaYaN is bruut zonder eindeloze gitaar masturbaties. Pakkende stukken zijn geen zeldzaamheid. Course Of Life beantwoord wel aan de vraag naar brutaliteit. Er heerst een black metal sfeer over het hele nummer en het contrast tussen de schelle krijsen van Mark en de heldere tenor van Henning Basse is uitstekend. Tussen de insta-klassiekers The Savage Massacre (met ongelofelijk bruut intro) en Bite The Bullet krijgen we het rustige opera intermezzo Essenza Di Te, gezongen door de jonge Italiaanse zangers Laura Macri. Erg rustgevend en mooi.

Op Drown The Demon komt een droom van veel mensen uit: Simone Simons en Floor Jansen samen op een track. Het is een prima nummer, maar valt qua intensiteit een beetje buiten de boot. Ook is de quote van Ariën op het laatst een beetje lachwekkend door zijn overdrevenheid. Daarna komen dan wel twee hoogtepunten. De eerste heet Celibate Aphrodite en is een lang epos met alle elementen uit de vorige nummers: brute riffs,  mooie symfonische toetsen, verschillende passages, een refrein met epische koren, Henning Basse met zijn cleane zang en een gave solo. War On Terror begint symfonisch en doet me denken aan de Second Waltz, maar barst al snel los in een orgie van geweld. Ook The Phantom Of The Opera dook vaker in mijn hoofd op.
Na het korte Tithe krijgen we nog de klapper Sinner's Last Retreat - Deed Of Awakening en het album had niet beter kunnen eindigen dan met dit ultieme nummer.

MaYaN knalt zichzelf met dit debuutalbum direct naar de jaarlijsten. Alles klopt: de muziek is van zeldzaam hoog niveau, de wisselwerking tussen de vijf stemmen is perfect en de productie van Sacha Paeth is prachtig. De Epica-invloed is er wel degelijk, maar black en death metalfans kunnen hier zeker wat mee. Laten we hopen dat de Maya’s niet gelijk hebben anders krijgen we nooit meer een album van deze geniale band!

90/100


Alestorm – Back Through Time

Schotlands favoriete piraten zijn weer terug! Met slechts twee albums en een EP op hun naam heeft Alestorm zich nu al razend populair gemaakt door de podia te verover met een hyperactive mix van power metal, folk en piraten. Elke folk metal fan die ze niet kent doet iets niet goed. Nu is er dus Back Through Time en het is weer een leuk album geworden.

Verassingen hoeven we al lang niet te verwachten. Het is meer in welke vorm de Schotten nu weer hun creativiteit gieten. Het eerste nummer is alweer zo’n Alestorm nummer. Het vertelt het verhaal van een piratencrew die op mysterieuze wijze in de vikingtijd terecht komt en daar alle vikingen afslacht. Een vermakelijk nummer met een leuke tekst. Het kleine beetje epiek dat Alestorm in hun muziek gooit komt hier perfect tot zijn recht. Shipwrecked is daarentegen totaal niet episch. Het is gewoon een feestnummer dat thrashy begint maar al snel veranderd in wat we kennen van Alestorm.
Vanaf hier is het gaan met de banaan en krijgen we snelle powermetal nummers als Midget Saw (waar gaat dat nummer in godsnaam eigenlijk over) en Buckfast Powersmash, een kroegnummer in de vorm van Scraping The Barrel,waarin wordt afgerekend met de haters die zeggen dat de band een grote grap is, Swashbuckled, een ode aan medepiraten Swashbuckle en natuurlijk de drinkliederen The Sunk’n Norwegian en het simpel getitelde Rum. Toen de band dat laatste nummer tijdens de Sabaton tour speelde hoefde het publiek het refein maar een halve keer te horen of iedereen zong al mee. Zo hoort dat bij Alestorm.

Wat opvalt is dat er niet alleen maar accordeon toetsen zijn, ook de fluit komt vaker terug en dat doet denken aan een snellere Flogging Molly of Dropkick Murphys. Rumpelkombo is hét hoogtepunt van de plaat. Niet vanuit muzikaal opzicht, maar vanuit gestoordheid. Het is Alestorm’s You Suffer, een nummer van 3 seconden. Geniaal gewoon. Daarna komt er een cover van een kerel genaamd Stan Rogers, Barrett’s Privateers. Een vrolijk liedje met aparte ritmes. Death Throes Of The Terror Squid is muzikaal gezien hét hoogtepunt. Wat een nummer! Blastbeats, epische toetsen, de rauwe zang van Chris en een meeslepend verhaal over het gevecht van de Leviathan tegen de Terrorsquid. Halverwege zit zelfs een monsterlijk black metal stuk! Het refrein is ook fantastisch. Geweldig nummer.  Het is jammer dat het nummer vrij plotseling stopt.

Maar gelukkig zijn daar de bonustrack! Eerst I Am A Cider Drinker van The Wurzels, dat in essentie gewoon Una Paloma Blanca is! Geniaal! En daarna nog het Lazy Town anthem You Are A Pirate. Alestorm maakt het gewoon helemaal hun eigen. Erg vermakelijke nummers.

Back Through Time heeft alles wat je wil in in Alestorm album: meezingers, headbangers, epische nummers, idioterie, dwergen en covers van foute nummers. Origineel is het niet, muzikaal hoogstaand ook niet, maar god wat is het leuk. En luisterplezier draag ik hoog in het vaandel. Daarom ook: Scotland douze points.

92/100



In Flames – Sounds Of A Playground Fading

Een nieuwe In Flames levert standard haters op die reopen ‘dit is geen melodic death metal!!!’ Nee, inderdaad, dat is het sinds Come Clarity (2006) niet meer. Get used to it. In Flames evolueert. Ook Sounds Of A Playground Fading neemt geen stap terug. Ik denk dat In Flames het best omschreven kan worden als een volwassen, en veel betere Sonic Syndicate. Moderne metal met een laag keyboards. Erg commercieel, en dat kan natuurlijk niet. Ik heb schijt aan wat mensen zeggen en ga meteen toegeven dat dit album erg lekker klinkt.

Metal is het natuurlijk niet echt, hoewel de zang van Anders Fridén nog wel lekker schreeuwt. Het is het eerste album zonder Jesper Strömblad en het eerste met Niklas Engelin. De wissel is niet echt te merken, het is meer dat de sound in het algemeen veranderd. SoaPF begint heerlijk met de titeltrack, de gelikte single Deliver Us en All For Me. Stevige gitaartracks met veel keyboards in de achtergrond en pakkende refreinen. Nummers als Enter Tragedy en A New Dawn keren deels wel een beetje terug naar de sound van vroeger, maar de keyboards laten alles toch wel modern klinken. Als ik de reviews op internet moet geloven klinkt In Flames als een zeikering alternatief rockgroepje. Dit is verrre van waar. Nummers als Darker Times en het langzamere Fear Is The Weakness bewijzen dat. Vooral de eerste bevat stevige riffs en een mooi refrein. Je hebt niet veel moeite nodig om het album in je op te nemen en dat vind iik fijn. Afgesloten wordt er met Liberation, een experimentele track in de refreinen maar met een dijk van een refrein. Erg opgewekt en commercieel, maar toch goed.

Schijt aan de haters, In Flames heeft gewoon een goed album gemaakt. A Sense Of Purpose was een flinke stap terug na Come Clarity maar Sounds Of A Playground Fading is wel gewoon goed. Is alles uitstekend? Nee, sommige delen hadden beter gekund, met minder toetsen en meer gitaar. Ook lijken de nummers qua structuur heel erg op elkaar en wordt daar weinig vanaf geweken.
Maar slecht? Absoluut niet. Gewoon een prima bovengemiddeld album. Maar benader het als een rockplaat en je hebt een topper.

76/100

 Pain – You Only Live Twice

Als Peter Tägtgren iets uitbrengt of produceert weet je dat je kwaliteit krijgt. Dat is met Hypocrisy zo, en dat is met Pain ook zo. Begonnen als zij-project om metal met techno te versmelten, en nu is Pain een van de leidende industrial/techno metal acts die er zijn. Het zevende album is er nu, en ondanks de titel hoef je geen James Bond referenties te verwachten.

Opener Let Me Out is meteen een dikke techno metal track. Wie nog steeds denkt dat Pain Hypocrisy met toetsen is heeft het fout, Pain is zijn eigen identiteit. Peter laat zijn stem veel beter horen bij Pain: hij zingt, grunt, krijst en in Dirty Woman zet hij zelfs een Accept-achtige falset op! Ik moest even checken of U.D.O. niet stiekem mee zong, maar het is toch echt Peter zelf.
Pain heeft een voorliefde voor goede refreinen en dat is te merken in The Great Pretender en We Want More. Meezingen gegarandeerd. De toetsen in The Great Pretender doen me een beetje aan het ultieme Pain-nummer, Shut Your Mouth, denken.
Wat opvalt is dat de gitaren een stuk zwaarder zijn en meer voorin de mix zitten. Dat komt de metalheid ten goede want met dit soort muziek is het oppassen da je geen techno met metal invloed gaat worden, in plaats van metal met techno invloed. Het lange en epische Season Of The Reaper is in ieder geval een mooi nummer waarop Peter laat horen dat hij echt wel goed kan zingen. Er staat trouwens ook een cover van Sonic Syndicate op, Leave Me Alone, en je wil niet weten hoe blij ik ben dat Peter één van de betere nummers van dat afschuwelijke album gekozen heeft. In een Pain-jasje klinkt het niet verkeerd, maar toch anders.

Pain’s zevende album is toch weer een lekker album geworden. De ultieme Pain-plaat is er nog niet, en Psalms Of Extinction wordt niet overtroffen, maar toch een erg goede schijf. Me like.

78/100

 Trollfest – En Kvest For Den Hellige Gral

Mensen die hun folk metal het liefst langzaam en episch hebben hoeven dit niet te lezen. De Noorse trollenbende is namelijk weer terug om de stereos onveilig te maken met een interigerende mix van black metal, jazz, bier, balkanmuziek en feest. Enige serieuze dingen hoef je hier niet te zoeken, Trollfest bestaat om te feesten en dat zullen we merken ook.

Die Verdammte Hungersnot begint nog lekker metal maar al snel knallen de saxofoons en banjo erin en is het geen houden meer aan. Als een dolle raast de band door het album en slechts af en toe neemt men gas terug. Genres zijn geen beperking. Karve begint met een sambagroove en gaat dan over in black metal met blazers. Oosterse invloeden zijn geen zeldzaamheid. Deze track, maar ook Gjetord zitten er vol mee. Karve heeft ook nog een flamenco-stuk halverwegen. Als je verder luistert dan de gestoordheid van Trollfest merk je dat er een stel enorm getalenteerde muzikanten aan het werk zijn. De gekkigheid staat ook altijd wel in dienst van het nummer.

Gelukkig is het niet alleen maar gek doen. Der Sündenbock Gegalte is een rustig flamenco-liedje. Het staat leuk op het album en klinkt geinig. Het is jammer dat de black metal stukken soms als een brij van geluid overkomen. Daardoor is het soms toch een moeilijk door te komen album. Mijn lievelingsstuk is het begin van En Gammel Trollsti, dat klinkt als een mix tussen samba, balkan en black metal. Oosterse percussie zit door het hele nummer en dat klinkt erg leuk.

En Kvest For Den Hellige Gral verteld het verhaal van Brakebein (die ook op het tweede album schittert) en zijn trolvrienden die op jacht gaan naar een of andere heilige beker. Waarschijnlijk om het Legendarisk Øl uit te drinken (Luister Brakebein). Je merkt het, alleen maar gestoordheid hier. Maar kijk verder dan de gekkigheid en je hebt een mooi uitgevoerd folk metal album van een band die toch nog uniek weet te klinken.

81/100

Týr – The Lay Of Thrym

Vooralsnog is Týr de enige band van de Faröer die bekend is bij meer dan 100 mensen. De band weet al jaren fans te boeien met hun unieke progressieve viking metal. Vooral sinds Heri Joensen de zang overnam en de geweldige albums Eric The Red en Ragnarok uitkwamen gaat het de band voor de wind. Land in 2008 was hun progressieve meesterwerk, een lastig album met moeilijke songs. Iets té moeilijk wellicht want nauwelijks een jaar verder werdt met By The Light Of The Northern Star een makkelijkere koers gevaren, die niet meer zo over the top progressief was, meer catchy elementen bevatte, maar nog steeds onmiskenbaar als Týr klonk.

En ook op The Lay Of Thrym wordt deze lijn doorgezet. Pakkende en toch progressieve metal. En dus staat ook het zesde album vol met uptempo meezingnummers. Alle elementen zijn aanwezig: pakkende lijnen, die typische Týr riffs, subtiele maatwisselingen en Heri Joensen, die in zijn eentje al klinkt als een legioen Einherjar, maar met back-up zang van Terji Skibenaes en Gunnar Thomsen klinkt als Asgaard zelf dat je toezingt.
De meeste nummer zijn in het Engels. Alleen Konning Hans en het leuke, opgewekte Ellindur Bondi A Jadri zijn in het IJslands. Niet dat dit erg is, Engels past goed bij Týr. De tekst van Shadow Of The Swastika (inderdaad een aanklacht tegen nazi’s, Týr werdt er in 2007 van beschuldigd nazistische sympathieën te hebben)  zou niet zo sterk hebben uitgepakt in het IJslands.
Tussen de snelle nummers blijft Evening Star goed overeind als langzame maar pittige semi-ballad. Hoewel, met het snelle refrein is het niet zo zeer een ballad... Ach, het is gewoon een mooi nummer. Fields Of The Fallen, met korte maar krachtige 70’s solo, is ook een hoogtepunt, en als je dan denkt dat je alles hebt komt de titeltrack nog even over je heen gewalst met een intro dat heel erg veel op Regin Smiður lijkt. Nou is Regin Smiður één van de allerbeste Týr tracks ooit dus dat is geen enkel probleem. Na het intro komt me er toch een stuk power/viking metal van de bovenste plank! Gallopperende ritmes, heerlijke zang van Heri en weer zo’n lekker refrein. Dit nummer duurt bijna zeven minuten maar het lijkt veel korter.

Dus, ga maar na. Alle elementen zijn aanwezig, en beter dan ooit. Is dit dan het beste Týr album ooit? Nee, die eer valt toe aan Eric The Red, juist omdat de proggy elementen daar goed tot uiting komen. Dit is wel de meest toegankelijke plaat ooit, meer dan By The Light Of The Northern Star. Het neemt natuurlijk niet weg dat dit een ijzersterke plaat is geworden met supernummers. Týr mag sowieso niet ontbreken in de verzameling van elke folk/viking metal liefhebber, en deze is geen uitzondering. Dik in orde dus, deze Faröerse vikingen!

86/100

 Arkona – Stenka Na Stenku

Arkona, jippie!!! Sinds Arkona in 2009 Goi, Rode, Goi uitbracht en Paganfest compleet overheerste ben ik gek op deze Russen. De band onder leiding van zangeres Masha ‘Scream’ weet niet alleen een goede performance neer te zetten, ook de albums zijn van zeldzaam hoog niveau. De spring- en zuipnummers worden tot een minimum beperkt en serieuze, epische nummers zijn hun sterke punt. Nummers waarin accordeon, doedelzak en fluit elkaar in rap tempo afwisselen en waarin moeiteloos van springerige folk maar brute black metal wordt overgegaan.

Stenka Na Stenku is een zoethoudertje tot het album eind van de zomer uitkomt. Het bevat twee nieuwe nummers, twee covers, een nummer met Freki van Varg en een akoestische versie van Goi, Rode, Goi. De twee nieuwe nummers zijn de titeltrack en Valenki. Het zijn beide opzwepende nummers, net als Yarilo. De Korpiklaani-manier zeg maar. Valenki heeft meer toetsen en is iets epischer en Stenka na Stenku is pakkender. Beide erg fijne nummers. Goi, Rode, Goi is nu dus akoestisch en het is een mooi nummer geworden. Erg fragiel en rustgevend. Skal is een drinklied met Freki, de zanger van de Duitse vikingen van Varg. Duren’ is een cover van de band Svarga. Ik ken ze niet, en ze staan niet op de Metal-Archives of Wikipedia dus ik weet niet wat voor muziek ze maken. De Arkona versie is in ieder geval een slepend black metal nummer geworden. Noviy Mir (Oðða Máilbmi) is een cover van Shaman, de voorvader van Korpiklaani. Doedelzak en joik overheersen het nummer maar de typische Arkona-touch is er.

Stenka na Stenku is als EP een heerlijk schijfje om je zoet te houden tot het album er is. Vooral de twee nieuwe nummers zijn fijn. Wel hoop ik dat het nieuwe album meer lange nummers bevat en één of twee korte springnummers. De lange nummers is toch wat Arkona anders maakt. Deze EP is in ieder geval erg goed. Op naar het nieuwe album dus!

82/100

 JUKEBOX


Stay metal \,,/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen