donderdag 15 november 2012

So much metal!


Opschieten, lezen. Elf reviews, het meeste stond al op Ragherrie, maar niet alles. Hup!

Anaal Nathrakh - Vanitas

Ik had niet verwacht dat Anaal Nathrakh zo snel na het vorige album met een opvolger zou komen. Ik wist ook niet zeker of mijn oren het wel aan konden. Kennelijk waren de Britse heren niet helemaal tevreden over Passion, want de nieuwe worp blaast hem compleet omver.

Anaal Nathrakh is een van de bands die het dichts in de buurt komt van de scheidslijn tussen muziek en herrie. Voor mij is het altijd een van mijn favoriete groepen geweest, puur vanwege de botte agressie en tomeloze energie die ervan af spat. Ook zijn ze een van de weinige groepen die een bepaalde stijl hebben, daaraan vasthouden, maar toch voldoende variatie weten te creeëren. Het album Hell Is Empty...And All The Devils Are Here was wat melodischer maar sindsdien duwt elk album de grens van extremiteit weer wat verder. Dat resulteerde vorig jaar in Passion, een rauw album met meer grind invloeden dan voorheen. Vanitas bevat die ook, maar gedoseerd, want het is veel meer black dan de bands sinds Domine Non Es Dignus was.

Er is meer noise invloed. Dat merkten we al aan het einde van Passion maar nu is het echt duidelijk. Het heeft geen zin om de bekende invloeden op te noemen, laten we noemen wat er verschilt van eerdere releases. In In Coelo Quies, Tout Finis Ici Bas en Todos Somos Humanos zitten wat lichte technoinvloeden. Deze eerste bevat ook een opvallend melodische gitaarsolo. De cleane zang is veel minder prominent dan voorheen, slechts korte stukjes bevatten ze. Verder rochelt Dave ‘V.I.T.R.I.O.L.’ Hunt als vanouds zijn stembanden aan gort. Deze man moet wel de meest veelzijdige zanger in de metal zijn; hij kan clean, death grunt, een ijselijke gil, pig squelen, een soort schorre rasp en diepe semi-cleane schreeuwen tevoorschijn halen. De mix is dik, een pure wall of sound, pas dus op voor je oren. Verder hebben we nog Feeding The Beast, een dreigend groovemonster dat de nekspieren losschudt. Er zit ook een erg dissonant riedeltje in, dat wel perfect op de plaats klinkt.Afsluiter A Metaphor For The Dead is langer dan andere nummers en is wat melodischer maar weet evengoed de necro sfeer goed te vatten.

Vanitas is een herhalingsrecept van een fijne hoestdrank. Je weet hoe het klinkt, toch is het steeds weer lekker en zie je steeds andere dingen. Vanitas blaast Passion omver door alles wat ik niet goed vond aan dat album (hoewel dat niet veel was) te verbeteren. Toch is het weer de mix van het album. Op Passion was die nogal brijerig, nu is ie veels te hard. Ik had oorpijn toen ik hem luisterde op iets te hard volume. Ook zijn de nummers niet meer even makkelijk te begrijpen door het gebrek aan cleane zang. Je verstaat er immers geen hol van.  Maar als het volgende album doorborduurt op deze lijn en iets beter gemixt is heeft Anaal Nathrakh misschien een perfecte plaat in handen.

90/100

Ensiferum – Unsung Heroes

Van een band als Ensiferum heb ik altijd hoge verwachtingen. Dat mag ook wel, gezien het absurd hoge niveau dat de band al sinds het debuut heeft. Vooral From Afar blies de concurrentie totaal omver. Hoe komt het dan dat Unsung Heroes zo’n vieze nasmaak heeft?

De Finnen teaserden ons volop. Studioreports met (incomplete) stukken van nummers, reviews werden gedeeld en in elk blad werd het album bedolven onder de negens en tienen. Een hype, zo blijkt. Hoewel Ensiferum goed begint met het verplichte intro en In My Sword I Trust, blijkt dat het hoogtepunt van het album te zijn. De titeltrack is langzamer, maar hey, zo is Ensiferum, niks nieuws onder de zon. Pas vanaf Celestial Bond ga je merken dat er dingen veranderd zijn. Het tempo is lager, de bombast van From Afar is weg en het geheel rust meer op melodie dan op de dosis agressie die er normaal in zit. Burning Leaves, waarschijnlijk het sterktste nummer van de hele plaat. Een stevige melodie en goed headbangbaar, precies zoals het van Ensiferum hoort. Celestial Bond is akoestisch en wordt volledig gezongen door toetseniste Emmi. Het tweede deel is wel met de volledige band, maar ik mis de power van vroeger. De Celestial Bond-delen worden gescheiden door Retribution Shall be Mine, een beetje matige poging om agressief te doen. Op Pohjola wordt nog een poging gedaan bombastisch uit de hoek te komen, maar het nummer pakt nergens en de Finse tekst maakt het nog iets minder boeiend. Dan is er nóg een akoestisch nummer. Last Breath wordt wat aangedikt met bombast, en is wel beter dan Celestial Bond. De sfeer van From Afar is aanwezig, helemaal als die zware koren inzetten. Dan is het de beurt aan de goliath, Passion Proof Power, een zeventienminuten durend epos met agressie, folkstukken, een gesproken deel en meer. Gek genoeg, hoewel het niet als Ensiferum klinkt, kan het mij wel bekoren. De overgangen zijn wat plots, maar toch ervaar ik dit niet als storend. Wel jammer dat met een fade-out eindigt, daar hou ik nooit van.

Unsung Heroes is...divers. Maar dat is niet per se goed. Ik mis de oude Ensiferum-sfeer. Deze komt alleen naar voren in In My Sword I Trust, Burning Leaves en Last Breath en dat is gewoon te weinig. Het lage tempo is ook geen succes, Ensiferum hoort agressief te zijn. Nee, dit is een teleurstelling. Passion Proof Power redt het album nog van een totale deceptie, maar voor een band als Ensiferum is dit ondermaats. Ik had er meer van verwacht.

69/100

Finsterforst - Rastlos

Mijn eerste kennismaking met het Duitse pagan/folk metal collectief was in 2009, toen het prachtige ...Zum Tode Hin uitkwam. Een monumentaal album met slechts vijf tracks en een lengte die tegen de 70 minuten aanliep. Het debuut Weltenkraft wist ook snel de weg naar mijn oren te vinden. Deze band was jong, maar liet zo veel potentie horen dat het niet meer leuk was. Zij zullen groot worden.

Voorlopig is het nog niet zover en bivakkeert Finsterforst nog in de opperste lagen van de Duitse underground folkmetal scene, samen met bands als Vogelfrey en Cumulo Nimbus. Finsterforst bedient zich van een ander allooi van die twee bands. Het debuut was gevuld met epische metal aangevuld met een dikke laag authentieke accordeon. Op ...Zum Tode Hin was de accordeon was nar de achtergrond gegaan en kregen Moonsorrow-achtige arrangementen de voorkeur. Rastlos doet er weer een schepje bovenop. De laag toetsen is dik, modderdik zelfs. Vanaf dat opener Nichts Als Asche er vol in knalt met beukende drums en een laag black metal gitaren wordt er vol gas gegeven. Vooral het eerste deel van de plaat is de geest van later Moonsorrow nog aanwezig, maar opeens valt alles weg en neemt de accordeon het stokje over. Het is een signaal dat Finsterforst nog steeds weet wat ze doen en nog steeds uniek weet te klinken. Er is een nieuwe zanger aan het roer en hij is een stukje diverser dan zijn voorganger.
Finsterforst-nummers proberen te ontleden is een loze taak. Elk nummer wendt zich in verschillende richtingen en klinkt anders. De accordeon is een constante factor, al speelt hij niet zo prominent als op het debuut. De toetsen zijn ook een hoogtepunt, ze scheppen drama over een laag gitaren. Vooral het intro van Fremd, waarin een dikke hoornsectie te horen is geeft mij kippenvel. Zo af en toe doet er cleane zang zijn intrede. De koorzang is erg geslaagd. Stirbt Zuletzt, met 10 minuten het korste échte nummer op de plaat, is zelfs vrijwel helemaal clean gezongen.
Ein Lichtschein blinkt uit in variatie. Zo zit er een stuk in dat direct van het debuut had kunnen komen. Finsterforst omschrijven als ‘Moonsorrow meets Alestorm’ is te kort door de bocht. Het magnum opus heet Flammenrausch en duurt bijna 23 minuten. Toch weet Finsterforst het nummer zo in te delen dat het blijft boeien. In tegenstelling tot Moonsorrow herhaalt Finsterforst ook niet eindeloos datzelfde riffje maar wordt er voldoende afgewisseld. De ritmes zijn echter anders en daar waar de gitaar op elkaar gaat lijken doen de toetsen of drums iets anders zodat er toch nog verschil zit. Dit is hoe lange nummers gemaakt zouden moeten worden.

Finsterforst overtuigt andermaal. Rastlos is een opgefokt, atmosferisch, folky en ruig plaatje met grote rol voor natuurliefde en de grootsheid daarvan. Dit is voor mij dé plaat van Finsterforst. Woest lange songs die boeiend blijven. Haters van folk metal zullen er geen flikker aan vinden, liefhebbers van de Duitse scene weten wat voor vlees ze in de kuip hebben. Verplichte kost voor hen.

90/100


Grave Digger - Clash Of The Gods

Een mens heeft zekerheden nodig in het leven. Zoals een vaste baan, vrienden waar je op kan rekenen en de krant elke ochtend op de mat. Ook Grave Digger kan inmiddels tot de vaste zekerheden in het leven worden gerekend. De Duitse band levert immers al jaren op regelmatige basis albums af die zich steevast in hetzelfde stramien bevinden. Alleen het concept wil nog wel eens veranderen. Zoals nu.

De bende grafdelvers onder leiding van schuurpapierstrot Chris Boltendahl heeft zich na enkele albums over Schotse en Keltische mythologie op vreemde grond begeven en waagt zich aan een concept over Griekse mythologieën. Dat is wel het enige vernieuwende aan Clash Of The Gods want verder is het precies Grave Digger zoals we dat gewend zijn. Het Duitstalige intro Charon barst los in God Of Terror en vanaf dan is het een feest van herkenning. Het is niet nodig om duidelijk te proberen te maken hoe het klinkt, het is op en top Grave Digger. Death Angel and the Grave Digger brengt dan ter afwisseling wat epischere elementen en op Call Of The Siren krijgen we dramatische toetsen en zang van Chris. Verder mag de luchtgitaar tevoorschijn worden gehaald op Medusa, Helldog (met heerlijk refrein), Warrior’s Revenge en Walls Of Sorrow. Ter afsluiting brullen we nog eventjes mee met Home At Last en dan is het alweer voorbij.

Ja, ook Clash Of The Gods mag aanschuiven in het rijtje prima te pruimen albums van Grave Digger. Het is inmiddels zo voorspelbaar als AC/DC of Korpiklaani maar toch blijft het fijne muziek. Vergeleken met eerder werk is Clash Of The Gods misschien wat bombastischer, maar verder is het gewoon hetzelfde als normaal. Of dat goed of slecht is moet je voor jezelf bepalen, maar ik zie er geen probleem in.

79/100

Hevisaurus - Kadonneen Lohikäärmeen Arvoitus

Toen Hevisaurus twee á drie jaar geleden in mijn leven kwam werd dat een stuk leuker. Even uitleg: Hevisaurus is een band die metal voor kinderen maakt. In dinosauruspakken. Denk dan niet dat het supersimpele muziek gemaakt door halfslachtig proberende muzikanten is, niks is minder waar. In de pakken zitten onder meer leden van Thunderstone, Sonata Arctica en Stratovarius. De muziek is niet te moeilijk, maar wel erg goed uitgevoerd en wel degelijk hard.

Kadonneen Lohikäärmeen Arvoitus is de vierde plaat van de band, op een kerstalbum na. Het is een heus conceptalbum meteen verhaallijn! Helemaal zeker weten doe ik het niet, en als iemand me kan verbeteren: graag, maar volgens mij betekent het iets als ‘het mysterie van de verdwenen draak’. Wat ik uit het intro begrijp is dat de band een of andere teleportatieapparaat heeft en door de tijd en over de hele wereld op zoek gaat naar hun vriend Louhikäärme. Denk ik. Tussen de nummers door zitten wat gesproken stukjes en ik vind het jammer dat ik geen Fins kan. Nu mis ik immers het verhaal. Over naar de muziek dan maar.

Wat mij echt opvalt is hoe hard de band dit album is. Dat valt al meteen te horen in Pelastuspartio. De drums zijn sneller, de riffs botter en de zang...typisch Hevisaurus. Erg verstaanbaar, gezien het feit dat het uit de strot van een Tyrannosaurus komt. Het is ook te horen in Nakkimakkara (Frankfurter Worst) en Ihmeainetta Kaljuun (Ik denk Wonderdrankje) dat het tempo gewoon veel hoger ligt. Meer metal dan hardrock zegmaar. Avaruuden Autokarjamo (Buitenaardse garage) is echt typisch Hevisaurus zoals dat op de vorige albums te horen was, maar op Ugala Bugala kan je bijvoorbeeld goed horen dat de bandleden op reis zijn. Oerwoudgeluiden en trommeltjes leuken het geheel op. Eksynyt Metsään wordt gezongen door toetseniste Milli Pilli. Ik weet niet of het schattig of irritant is, maar toch kan ik er wel omlachen, vooral gezien dat de track opgevolgt wordt door het razendsnelle Ihmeainetta Kaljuun. Daar kan ik wel op headbangen hoor.
De tweede helft wordt ingeluid met Uudet Tuulet, een rustieke ballad met wel wat power. Toch is Zing Zang Zong daarna weer grappig met de gespeeld oosterse invloeden. Op Pingviini Vilkutta is het jammer dat ik de tekst niet kan verstaan, want daar leunt het nummer echt op. Opvallend is de keiharde brug vol blastbeats en licht gegrunt! Op een kinderalbum! Teksisasin Jättilainen is wat minder mijns inziens, maar de banjo/toetsensolo is wel erg fijn. Met Bassolaukulla Maailman Ympäri wordt de zoektocht afgesloten met succes en op een hoog tempo.

Dit album is complexer en veelzijdiger dan de vorige albums van Hevisaurus. Afgezien van de onuitspreekbare titel is er niet veel op aan te merken. De nummers zijn divers, boeiend en nog steeds van bijzonder hoog niveau. Het is dit keer wel erg jammer dat we de teksten niet kennen, want die zijn wel van belang. Ook Eksynyt Metsään is wat op het randje. Toch heb ik weer veel plezier kunnen beleven aan dit album en ik blijf erbij dat elke metalhead dit minstens een keer moet luisteren. Ik ga de Dinosaur even dansen, tot later!

90/100

Evoken – Atra Mors

Sommige mensen zijn in de veronderstelling dat extreme muziek gelijkstaat aan snelheid. Dit is onzin. Volgens die redenering is DragonForce een van de extreemste bands ter wereld. Nee, sneller is niet per se extremer. Langzaam, dát is pas extreem. Dat bewijzen de vele bands die zich bedienen van deze depressieve, tergens trage variant van metal. Er bestaat veel bagger in dit genre maar tot de vaste waarden horen behoren namen als Esoteric, Mournful Congregation en Evoken.

Evoken uit Amerika levert het vijfde album af in hun carrière. Atra Mors bevat zes echte nummers, twee korte interludes en duurt 67 minuten. Dan weet je het al. Monolithische composities gevuld met depressieve melodieën en monsterlijk diepe grunts. Het album begint meteen goed met twee nummers langer dan tien minuten. De titeltrack zet de sfeer met sinistere toetsen en lage trommels. Zodra de gitaren invallen wordt er opgebouwd naar een climax. De logge ritmes en slome akkoorden worden afgewisseld met sferischere stukken met dissonante arpeggios. Descent Into Chaotic Dream is ook sfeervol. De cleane gitaar zit vol droefheid en melancholie. In tegenstelling tot Esoteric, die uitgebreide psychedelische paletten creeërt voelen de nummers van Evoken veel meer aan als ‘liedjes.’ Ik bedoel niet dat ze pakkend zijn of een refrein bevatten, maar de overgangen zijn logischer en elk nummer heeft wel zijn eigen identiteit.
Zo bevat Grim Eloquence veel dubbele bassdrums, een zeldzaamheid in dit genre. Het nummer voelt aan als een vertraagde versie van Candlemass. Halverwege wordt er echter volop geëxperimenteerd en wordt het geheel een stuk psychedelischer. De toetsen schitteren op het album. Ze weten altijd een goede sfeer neer te zetten en treden nooit naar voren, puur ter opvulling.
Op The Unechoing Dread doet cleane zang zijn intrede. De zang helpt om een gevoel van depressie neer te zetten dat ik niet vaak voel in muziek. Op de afsluiter Into Aphotic Devastation komen alle elementen nog eens terug en wordt het album afgesloten met een slepende climax.

Evoken beheerst de kunst van het neerzetten van sfeer nagenoeg perfect. Arta Mors ademt misère, depressie, wanhoop en kilte. Dit is voor een groot deel te danken aan de toetsen, maar ook de zang is het toonbeeld van leegte. Dit is veel extremere muziek dan wat de meeste mensen als extreem beschouwen. Het is funeral doom, dus er is veel te zeggen dat ik niet in woorden kan vatten. Ik raad dan ook aan deze plaat zelf te beluisteren. Makkelijk zal het niet zijn, een beleving wel. De plaat is niet overal even boeiend, de twee korte interludes halen de vaart er een beetje uit (no pun intended). Toch is Atra Mors een zwaar bovengemiddelde plaat en een must-have voor fans van funeral doom.

88/100

Monolithe – Monolithe III

Soms is een bandnaam zo toepasselijk dat je weet hoe de muziek klinkt. Denk aan Rompeprop. Monolithe is dus precies wat de naam zegt: een monolitisch werkstuk van immense proporties. Voor mij was het de eerste kennismaking met de Franse groep, en het was een fijne.

Monolithe III bestaat net als de voorgaande platen uit één enkel gelijknamig nummer van 52 minuten. Dit nummer ontleden heeft geen zin, het is allemaal verbonden met elkaar. De overgangen zijn logisch en alles past. Muzikaal laat Monolithe epische, meeslepende doom metal horen. Er is een flinke rol voor de toetsen weggelegd. Gelukkig doen de drums wat anders dan alleen traag beuken zoals dat normaal is in doom. Ik moet zeggen dat ik eerder iets a la Tyranny had verwacht, maar deze melodische richting kan ik ook zeer waarderen. Het is alsof Esoteric en Candlemass een bastaardkind hebben gehad. De hele lengte van het nummer houdt Monolithe je in zijn greep met wendingen, onverwachte partijen en rustieke toetsen. Dit is absoluut geen hapklare plaat. De drums zijn geprogrammeerd, maar dat zou je op eerste gehoor niet zeggen. Pluspunten voor de Fransen.

Gemakkelijk is het niet, maar ik heb nog nooit zoiets gehoord. Nergens betreedt Monolithe het ‘snelle’ terrein, maar toch is de muziek af en toe erg catchy. Voor mensen met geduld een erg prettige plaat. Niet iedereen zal hem gaan waarderen, maar ik raad hem toch aan aan fans van enigzins aparte doom metal.

80/100

Ill Niño  - Epidemia

Ill Niño is al jaren een band die ik goed in het oog hou. Wellicht komt het door mijn Surinaamse achtergrond, maar ik heb de mix tussen harde metal en latino percussie altijd een schot in de roos gevonden. Het is jammer dat na de geweldige eerste drie album er met Enigma een trapje naar beneden werd gedaan. Dat stapje werd nog wat verder gedaan door Dead New World. Een redelijke plaat, maar met niet het niveau van Revolution Revoluçion en Confession.

Epidemia borduurt verder op de lijn van Dead New World. Kortere nummers dus, met minder zijsprongetjes. Geen akoestische latinnummers meer, alleen maar metal. Hoewel er met The Depression en Only The Unloved prima begonnen wordt blijkt het een false start te zijn, want al vanaf La Epidemia en Eva verslapt mijn aandacht. De riffs zijn net wat te veel van hetzelfde en de percussie verdrinkt in de mix. Hoewel Demi God en Death Wants More wel prima harde nummers zijn en Time Won’t Save You teruggrijpt op ouder werk is Escape weer niet echt een hoogvlieger. Hoewel het gebruik van percussie daarop wel weer fantastisch is. Epidemia lijdt aan een zwaar geval van middelmateritus.

Ill Niño heeft het nog steeds wel in zich, het komt er alleen niet zo goed uit. Epidemia redt het gewoon niet bij het oudere werk. Toch heeft de plaat zeker zijn goede momenten en ik kan er wel van genieten. Misschien heb ik al te vaak naar de band geluisterd, maar de verrassing is er wel een beetje vanaf eerlijk gezegd.

70/100

Cattle Decapitation – Monolith of Inhumanity

Een van de meest oorverdovende bands aller tijden is zonder twijfel het Amerikaanse Cattle Decapitation. De band onder leiding van Travis Ryan is de prominenste van de ‘vegan grind’ beweging, een verzameling bands die voornamelijk zingt over hoe de mens de aarde om zeep helpt. Cattle Decapitation doet er nog een schepje bovenop door dieren boven mensen te verheven en consistent te blijven melden dat de mensheid kut is en de aarde om zeep helpt. Tel daar nog wat schokkend artwork bij op en dan weet je wat je kan verwachten.

Namelijk botte deathgrind. En oei wat gaat Cattle Decapitation hier te keer. Vanaf de eerste dreigende tonen van The Carbon Stampede tot de laatste furieuze blasts van Kingdom Of Tyrants is dit één lange uitlaatklep van agressie. Extreem technisch maar toch verliest de band zich niet in eindeloze noten. Het heeft allemaal zijn plek en past in het nummer. Complexer werk als Gristle Licker wordt moeiteloos afgewisseld met botte agressie als Projectile Ovulation, Dead Set On Suicide en het logge Do Not Resuscitate. Frontman Travis Ryan is de ster. Wat die kerel uit zijn strot haalt is om eng van te worden. Eerst en diepe gutturale grunt, dan weer een hoge scream van een fink aantal seconden, wat ranzige punk zang in A Living Piece Of Defecating Meat en ook nog ‘cleane’ zang, het is belachelijk. Buitenbeentje op het album is het ambient The Monolith, een zeer sfeervol en creepy intro voor de laatste track. Natuurlijk is er ook weer wat zwarte humor te bespeuren met nummers als Forced Gender Reassignment.

Het past allemaal als een puzzel. De zang, technische riffs en bot drumwerk, de drieste agressie van deze groep is ongeëvenaard. Voeg daarbij het zeer gevarieerde zang- en liedwerk en je hebt wat ik alleen kan bestempelen als een van de beste grind/death metalplaten die ik ooit gehoord heb. Monolith Of Inhumanity blinkt uit in alles wat je nodig hebt als botte deathmetalband.

92/100

My Dying Bride - A Map Of All Our Failures  

Jawel lieve kindertjes, het is weer doomtijd! En wat voor doom. My Dying Bride is goed bezig. Na het klassieke project Evinta en de EP The Barghest 'O Whitby is er ook nog een full-length album van de bedroefde Britten. Je zou bijna denken dat ze er plezier in hebben. A Map Of All Our Failures is alweer het elfde album van de band en de acht nummers klokken op iets meer dan een uur. Dan weet je het al. Songs als monolieten, trager dan een bergopwaartsgaande slak, terwijl Aaron Staintorphe zijn klaagzangen over de luisteraar uitstort. Het vertrouwde recept, maar toch mogen we sceptisch zijn. Want hoewel For Lies I Sire en A Line Of Deathless Kings goed waren, was het niveau van The Angel And The Dark River en vooral Turn Loose The Swans niet behaald. Met A Map Of All Our Failures constateer ik iets wat ik niet veel eerder zag: 'a return to form', zoals Engelsen dat noemen.

Ja, A Map Of All Our Failures is beter dan zijn twee voorgangers. Waar dat hem inzit is moeilijk in woorden te zetten. Wellicht omdat dit album gewoon van pure wanhoop aan elkaar hangt. Met songtitels als Like A Perpetual Funeral en The Poorest Waltz kan je nooit vrolijk klinken. Aaron heeft zijn vocalen verbeterd, en dat hoor je in Kneel 'Till Doomsday. Beginnend met een doodsbel vallen de loodzware gitaren van Hamish Hamilton en Andrew Craighan in. De zang van Aaron doet me ergens aan denken, maar ik kan nu even niet bedenken wie. Dan vallen de death metal invloeden in en laat Aaron voor het eerst in lange tijd zijn doodsgrunt weer los. Hoewel de heldere productie wat afdoet aan de sfeer die het hoort op te roepen ben ik er zeer van te spreken. The Poorest Waltz met zijn trieste melancholie en koorzang is een hoogtepuntje.

Met het in- en intrieste Abandoned As Christ sluit My Dying Bride het schijfje af. Voor mij is dit een favoriet, omdat de tekst uitermate sterk is. De melodieën zijn leeg en bedroefd en het gehaal voelt nog het meest alsof iemand zich aan zijn nagels voortrekt in het leven. Vooral de titeltrack blinkt uit in verdriet. De zang van Aaron is vooral op Like A Perpetual Funeral (en die track is net zo depri als de titel doet vermoeden) erg uniek, bewijs dat hij zich kan aanpassen en de band blijft boeien. 

Zeg wat je wilt, maar My Dying Bride is anno 2012 nog steeds een van de grootste doom metalbands. Het geluid is vaak geïmiteerd, nooit geëvenaard. Waar For Lies I Sire soms wat vlak en saai overkwam weet de band nu wel over de hele liniew te overtuigen. Luister naar het eind van A Tapestry Scorned. Als je daar geen kippenvel van krijgt ben je geen doom liefhebber. Persoonlijk had er wel iets meer power in de bekkens mogen zitten, maar dit is een klaag die alleen drummers kunnen hebben. Ik ben overtuigd dat My Dying Bride een van de betere platen uit de enorme discografie heeft kunnen maken. En als jullie me nu willen excuseren, ik ga in een hoekje huilen.

83/100







 Geen zin ik Jukebox, zoek zelf maar op, Toedels!

Stay Metal \,,/


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen