dinsdag 5 juli 2011

Diversity shall be imminent!

Zo, lekker een diverse blog vandaag met maar liefst twee grootheden uit vroegere jaren. Ik ben dit jaar nog geen enkele slechte plaat tegengekomen (op Winds Of Plague na, maar die krijgt een rectificatie) en ik hoop dat dat zo blijft. In de zomer wachten onder andere Powerwolf en Opeth ons op en ik weet zeker dat dat geweldige platen worden!. Nu genoeg geluld, tijd voor metal!

Amorphis – The Beginning Of Times

Elke liefhebber van Scandinavische metal moet van dit Finse sextet gehoord hebben, dat kan niet anders. Amorphis was één van de eerste bands die uit het Land van de Duizend Meren tevoorschijn kroop en tekende meteen een deal met Relapse. De death metal van het debuut maakte op de tweede plaat Tales From The Thousand Lakes plaats voor een progressieve sound, met een grote rol voor akoestische gitaren, toetsen en de Kalevala. Door de jaren heen bleef de band aan hun geluid sleutelen en leverde ze altijd kwaliteit. In 2005 werd Pasi Koskinen vervangen voor Tomi Joutsen. Met de entree van het gedreadlockte beest werd koers gezet naar een commercielere richting, met oor voor melodie maar met de nodige progressieve elementen. De pessimisten hebben ongelijk gekregen want de platen met Joutsen behoren tot de top van Amorphis’ discografie.

The Beginning Of Time is het vierde album met Joutsen op zang en heeft de ondankbare taak om Skyforger te overtreffen. Sinds Joutsen bij Amorphis zingt is de Kalevala weer aanwezig als voornaamste bron van teksten. Skyforger ging over de smid Ilmarinen, en dit album gaat over de hoofdpersoon van de Kalevala: Väinamöinen. Maar je hebt het verhaal niet nodig om het album goed te vinden, hoewel ik aanraad om de Kalevala te lezen als je erin geinteresseerd bent.

Het is zinloos om elke track apart te bespreken. De formule op dit album is hetzelfde als die op de drie voorgangers. Dat houdt in: stevige nummers met heerlijke melodieën van Esa Holopainen en sfeervolle toetsen van Santeri Kallio. De strakke slaggitaar van Tomi Koivusaari. De drums van Jan Rechberger die gewoon doen wat ze moeten doen. De bas van Niclas Etelävuori die je bijne niet kan horen maar die er wel is. En natuurlijk de heerlijke stem van Tomi Joutsen. Zijn beestachtige grunt komt uitstekend tot zijn recht in nummers als Crack In A Stone en Battle Of Light. Op Song Of The Sage worden de folkelementen even helemaal in het zonnetje gezet. De toetsen zijn erg aanwezig en scheppen een mooie sfeer.  Ondanks de punten die ik net opnoemde is het zo jammer dat het album geen enorme uitschieters bevat. Alle nummer zijn wel even sterk (of even zwak, afhankelijk van je instelling.).

En dat is jammer, want het is een vermakelijk album. Als je niet van de Joutsen-periode houdt is dit niks want er wordt niks veranderd. Ik vind dit niet erg, ik hou heel erg van Joutsens stem. Toch een erg fijn album, maar hij komt niet in de top van Amorphis’ discografie.

81/100

Rhapsody – From Chaos To Eternity

Als eerste: ik weiger mee te doen aan de façade die volhoudt dat er ‘Of Fire’ achter de bandnaam moet. Het is en blijft Rhapsody. Zo, dat is eruit.

Rhapsody zit op een strakke koers. De problemen met Magic Circle Records (de platenmaatschappij van Joey DeMaio van Manowar) zijn uit de weg en in de laatste anderhalf jaar bracht de Italiaanse band maar liefst twee album’s en een EP uit. En dat alles zonder dat de muziek eronder lijdt. Noem het wat je wil, ik noem dat bijzonder.
From Chaos To Eternity luidt een nieuw deel aan in de Rhapsody-saga. Veertien jaar lang verhaalden Rhapsody’s albums over hetzelfde verhaal, opgedeeld in twee saga’s. Met het achtste album komt daar nu een eind aan. Fans speculeerden of de band misschien uit elkaar zou gaan na dit album. De komst van gitarist Tom Hess (HolyHell) maakte een eind aan deze speculaties. Maar de vragen blijven. Zou er een nieuwe saga komen, of wellicht een compleet nieuw verhaal. Misschien wel helemaal geen verhaal! De tijd zal het leren en het nieuwe album zal ons bezighouden.

Het recept van Rhapsody is bekend: harde power metal met virtuoze gitaarriffs en een dikke laag keyboards. En natuurlijk de opera-zang van Fabio Leono, die keer op keer loepzuiver uithaalt. In plaats van het verplichte keyboardintro krijgen we een epische ouverture met gitaar en de diepe stem van Christopher Lee. De titeltrack is een heerlijk typische Rhapsody track met alle elementen volop aanwezig. Vooral de solo van gitaarwizard Luca Turilli is geweldig.
Tempesta Di Fuoco is de eerste Rhapsody track die volledig in het Italiaans gezongen wordt die géén ballad is. Ik geef toe dat ik er van tevoren niet veel van verwachtte maar het is nu één van mijn lievelingsnummers van het album. Er wordt een stuk uit een pianosonate van Beethoven in verwerkt en dat klinkt erg gaaf.

Aeons Of Raging Darkness borduurt verder op de sound van Reign Of Terror van het vorige album. Een woeste track waarbij de duistere krijsen van Fabio strak afsteken tegen zijn cleane zang. Als de man deze vaardigheid nog verder ontwikkeld en de band dit goed weet in te zetten kan Rhapsody weer een uniek element binnenhalen! Tornado is trouwens  iets rustiger, maar net zo boos.

Hoogtepunt van het album is het ruim negentien minuten durende Heroes Of The Waterfall’s Kingdom. En god wat is dit een heerschende track. Alles, en dan ook alles komt aan bod. De barokke stukken, in het Italiaans gezongen, de snelle metal met goddelijke refreinen, epische keyboards interludes, sterk acteerwerk, Christopher Lee...gewoon alles. De track bevat veel meer acteerwerk dan de andere nummers. Dat mag ook wel, want dit is de conclusie van de saga. Het einde is, voor een fantasyverhaal, redelijk cliché, maar ergens toch onverwacht. Ik verklap niks, maar halfdemoon Dargor (ja, die uit Dargor, Shadowlord Of The Black Mountain) heeft een grote rol. In het tekstboekje staan lappen tekst die nog meer verduidelijking geven dus je mist echt wel wat als je het album download.

Het is jammer dan met Anima Perduta er een matige ballad tussen staat. Matig voor Rhapsody standaard dan wel he. Ballads als Lamento Eroico en Son Of Pain staan trots in de lijst ‘beste metal ballads’ maar Anima Perduta is het gewoon nét niet. Maar, Fabio Leone...wat een stem. Het moet gezegd.
I Belong To The Stars is op eerste gehoor een wat raar nummer, beetje poppy. Valt dus een beetje buiten de boot, maar is wel lekker.
Dan, een groter kritiekpunt: bijna alle nummers volgen dezelfde structuur. En niet alleen op dit album, op alle albums. Het is bijna altijd intro, couplet, prechorus, couplet, prechorus, refrein, solo, soms prechorus, refrein, outro. Let er maar eens op. Nou werkt het wel voor Rhapsody, maar een beetje variatie kan nooit kwaad. Dat is het grootste euvel.
Persoonlijk vind ik het erg jammer dat de teksten wat abstracter zijn dan voorheen en er in het boekje minder teksten ter verduidelijking staan. Bij een nummer als Holy Thunderforce kan je zo raden wat er in het verhaal gebeurd, op dit album en het laatste is dat minder. Maar dat is strikt persoonlijk hoor.

Dit is gemakkelijk één van Rhapsody’s beste albums geworden. Drie releases in een korte tijd en allemaal van hoog niveau, dat zullen niet veel bands ze nadoen. Dit is nou een album van een band die doet waar ze goed in zijn. Een makkelijk album is dit niet, alleen Heroes Of The Waterfalls’ Kingdom vergt al minstens vier luisterbeurten. Maar een symfonisch power metal juweeltje, dat is dit absoluut. Fans van het genre moeten deze in huis hebben want ik denk niet dat er dit jaar nog een betere power metal plaat uit gaat komen.

90/100


Pagan’s Mind – Heavenly Ecstasy

Progressieve metal is vaak een genre voor elitisten. Niet veel mensen kunnen de lange songs, de maatwisselingen en gitaarmasturbaties waarderen. Gelukkig voor deze mensen zijn er bands opgestaan die de progressieve stukjes vermengen met de pakkendheid van power metal. Denk aan bands als Evergrey, Kamelot en Darkwater. Ook Pagan’s Mind behoort tot deze stroming en met Heavenly Ecstasy hebben ze hun vijfde album in the pocket, en vergeleken met de vorige werkjes God’s Equation (2007), Enigmatic: Calling (2005) en Celestial Entrance (2003) is het een veel toegankelijker album geworden waar de meezingbaarheid hoog ligt.

Wat kan je verwachten? Pagan’s Mind zoals de vijf Noren al jaren maken. Pakkende power metal met aanstekende refreinen en proggy elementen. Denk dan aan futuristische keyboards en abstracte gitaarriffs, maar verwacht zoals gezegd geen ellenlange solo’s. En met een gemiddelde lengte zo rond de vijf minutenzijn de songs redelijk compact.
Het eerste nummer, Eyes Of Fire, bevat oosterse elementen en zet meteen de verwachtingen voor de rest. De eerste helft is Pagan’s Mind zoals we ze kennen. De nummers zijn dan ook van hoog niveau en Intermission, Walk Away In Silence en het harde Follow Your Way zijn dan ook stuk voor stuk heerlijke progmetal songs. De zang van Nils K. Rue is zeer herkenbaar. De man heeft dan ook heel veel bereik en power. Af en toe zit er een effect op zijn stem, net als op Atomic Firelight van het vorige album. Revelation To The End is met achtenenhalve minuut het langste nummer van het album en natuurlijk is het één van de progressievere nummers van het album. Het is echter geen nummer waarin de rode draad volledig zoek raakt. De structuur is duidelijk en hoewel de solo lang is komt het snarenwerk van Jorn Viggo Lofstadt nooit over als ‘wankery’.

De tweede helft is wat diverser. Hier vind je de powerballad Live Your Life Like A Dream, die genoeg ballen bevat om toch boeiend te zijn en de (voor Pagan’s Mind begrippen) woeste powermetalfurie van The Master’s Voice. De zang van Nils klinkt bijna als een scream/grunt in het refrein en ik weet niet of het een effect is of zijn echte stem. Deze elementen, samen met de heerlijke solo maken dat dit nummer één van mijn favorieten van het album is.
When Angels Unite is dan weer een matige ballad. Het is niet echt slecht, maar zo standaard en cliché dat het niet op het album past. Nils zingt wel erg mooi, dat moet gezegd worden. Gelukkig is het maar 2:50 minuut van een album dat ruim 65 minuten duurt. Afgesloten wordt er met Power Of Mindscape, en dat is weer een lekker nummer.

Pagan’s Mind is een uitstekend alternatief voor de muziekfan die van proggy muziek houdt, maar liever niet té ingewikkeld denkt en graag wil meezingen. Denk de gulden middenweg tussen Dream Theater en Evergrey. Het album zal meerdere luisterbeurten nodig hebben maar dan heb je ook wel een erg goed album. Ik hou hier wel van. Gewoon goed dus!

84/100

Saxon  - Call To Arms

Altijd als ik Saxon opzet komt mijn pa heel blij mijn kamer binnen en begint hij spontaan luchtgitaar te spelen. Hij is dan ook erg blij dat ik zijn liefde voor die band deels heb overgenomen. In de jaren ’70 produceerde Saxon immers wereldplaten. Wheels Of Steel en Strong Arm Of The Law zijn nog steeds keiharde metalklassiekers.Waar sommige klassieke metalbands een dubieuze periode kende (Iron Maiden zonder Bruce Dickinson, Judas Priest zonder Rob Halford, Metallica weg van de thrash) bleef Saxon redelijk dicht in de buurt van het originele geluid.De band heeft dan ook jaren in dezelfde bezetting gespeeld. Sinds 2004 bracht de band louter knalharde platen uit en nu is er Call To Arms, het negentiende album.

Ik kan hier kort over zijn: Saxon is en blijft Saxon. De lekker metalstampers zijn nog steeds waar de heren het best in zijn. Surviving Against The Odds, Hammer Of The Gods, Chasing The Bullet en de snelle speedmetal furie van Afterburner laten jonge metalheads maar eens horen hoe je degelijke oldschool metal maakt! Met When Doomsday Comes (Hybrid Theory) en de titeltrack staan er ook twee langzamere nummers op waarop de toetsen een grote rol innemen. Of dit goed of slecht is, is aan de luisteraar, maar ik vind de toetsen op Call To Arms iets té prominent. Past niet echt bij Saxon denk ik, hoewel het nummer wel een mooie epische ballad is. Maar deze Britten blijven op hun best met de rocknummers en ik nomineer het stampende No Rest For The Wicked als één van de uitschieters.

Hoewel het een zeer degelijk album is, met uitstekende nummers is er toch iets dat ik mis, een punt charme dat de oude platen uit de jaren ’80 wél hadden. Misschien is het de stem van Biff Byford, die toch veel van zijn ooit indrukwekkende bereik heeft moeten verliezen, misschien is het omdat het tempo lager ligt. Maar een slechte plaat? Zeer zeker niet! De oldschool metalfan zal hier zeker raad mee weten. Hoe weet ik dat? Simpel, mijn pa vindt het een lekkere plaat, en als Saxon-fan is dat alle bewijs dat je nodig hebt.

77/100

Status Quo – Quid Pro Quo

Status Quo is al jaren mijn lievelings niet-metal band. Ik ben prakisch opgegroeid met de opzwepende boogie rock van de Britten. Blue For You is mijn all-time favoriete plaat, met de nadruk op plaat (ik heb het ding op LP). Iedereen kent de klassiekers van de Quo wel. Als titels als Rocking All Over The World, Whatever You Want, In The Army Now en Caroline je onbekend in de oren klinken raad ik je nu aan om op je dak te klimmen, keihard ‘ik ben een muziekbarbaar’ te schreeuwen en je te laten vallen. Niemand zal je missen en je moeder houd niet van je.

Dus. Album nummer 29. Vijf jaar na het vorige album. Dat is een lange tijd voor de Quo. Zelfs de break-up duurde minder lang geloof ik. Kunnen we nu nog iets nieuws verwachten. Natuurlijk niet! De sound van Status Quo is natuurlijk totaal niet origineel. Die is al 41 jaar onveranderd, net als het herkenbare logo. Maar je moet wel onthouden dat zij de eerste waren! Alles wat als hen klinkt aapt hén na, en niet andersom!

Op naar de muziek. De Quo heeft geleerd van hun fouten en focust al drie album alleen maar op hun sterke punten. De dubieuze pop-periode van de jaren ’80 wordt (op Burning Bridges en In The Army Now na) live volledig genegeerd en op de albums staan alleen maar keiharde rocksongs. Opener Two Way Traffic trapt meteen het gaspedaal in en neemt ons terug naar de eerste jeugd van de band met klassiekers als Hello, Never Too Late en Quo. De rocksongs overheersen dus en met knallers als Better Than That, Let’s Rock (met blazers), Movin’ On en Frozen Hero laten de heren weten dat ze het gewoon nog kunnen. Ballads staan er niet op. Any Way You Like It is het ‘rustigste’ nummer maar is ook een gladde rocksong. De oude bluesrock sound wordt versmolten met de modern structuur en minder makkelijke akkoordenschema’s. Dat klinkt lastig maar houdt alleen maar in dat de 12-maten blues niet in elk nummer zit.
Ik vind het altijd fijn als de bas prima te horen is en op Quid Pro Quo neemt John’Rhino’ Edwards lekker het voortouw. Zijn pompende bas stuwt nummers als Two Way Traffic en Movin’On lekker voort. Ik noem die nummers redelijk vaak he? Het zijn ook mijn lievelingsnummers, dan mag dat.

Heeft een metalhead hier veel aan? Nee, dit is hardrock. Alleen voor de rockers onder ons dus. Maar heb je grijze haren, herinner je de tijd dat vinyl 2 gulden kostte, dat het hebben van lang haar betekende dat je een outsider was en dat sex geen taboe was? Dan moet je dit hebben want het kan zomaar eens de beste plaat van het nieuwe millennium zijn.

89/100


Stay metal \,,/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen