vrijdag 7 oktober 2011

Long intervals

De interval tussen mijn blogs worden groter en groter, en het reviewwerk stapelt zich op. Opeth en Dream Theater had ik graag gedaan voor deze editie maar het is me niet gelukt. Wat me wel gelukt is, is een mooi verslag van de Baroeg Open Air, in Rotterdam, dus hou je daar maar mee zoet.

REVIEWS

Powerwolf – Blood Of The Saints

De wolven zijn weer terug! Sinds het Duitse Powerwolf in 2007 Lupus Dei losliet op de wereld is de band een rijzende ster in metalland. Pakkende power metal met een lading orgel en koor voor de nodige bombast en teksten over vampieren, bloed, (weer)wolven en meer van dat soort onzin. En gelukkig pakt het goed voor ze uit.

Bible Of The Beast was bombastisch, vol met koren en orgels. Blood Of The Saints is wat meer gitaargedreven. De bombast is er nog, maar minder kitscherig dan voorheen. Dat neemt niet weg dat Sanctified With Dynamite begint met epische koren en een dikke laag orgels. Je weet meteen dat Powerwolf niks aan hun geluid veranderd heeft. Van de Maiden-achtige riffs tot de operazang van Atilla Dorn, alles is vertrouwd. Murder At Midnight, We Drink Your Blood, Son Of A Wolf, Dead Boys Don’t Cry, All We Need Is Blood…allemaal lekkere nummers met refreinen om van te smullen. Wat pakkende songs betreft kan Powerwolf zich meten met Sabaton.
Night Of The Werewolves is een totale eerbetoon/ripoff (afhankelijk van hoe je het bekijkt) van Iron Maiden. Ik vind het in ieder gevaal een heerlijk nummer. De teksten zijn zoals vanouds weer briljant. Jezus, Christendom, weerwolven, de hele meuk komt aan bod, vergezeld van de heerlijke stem van Dorn. Hij heeft zowel een goede metalstem als een goede operastem, en dat hoor je niet vaak. Latijnse teksten worden veelvuldig gebruikt en de hoeveelheid ‘hallelujah’s is verdrievoudigd. Maar het is gewoon zo pakkend.

Powerwolf mag wel iets nieuws laten horen op het nieuwe album, voor het kunstje oud wordt. Op dit album klinken de heren nog steeds geinspireerd en Blood Of The Saints is dan ook een goed album. Enige misser is Ira Sancti (When The Saints Are Going Wild). Na het bombastische Die, Die, Crucified is het gewoon saai. Powerwolf heeft betere afsluiters gehad. Maar deze kleine valse noot is er slechts één in een solo van Dragonforce. Blood Of The Saints is een heerlijke aanschaf voor liefhebbers van pakkende metal die het niet allemaal zo serieus hoeven te nemen. Deze dikke voldoende is dan ook vooral voor het luisterplezier en niet voor de innovatie. Probeer trouwens echt de special edition in huis te halen, op een bonus CD vindt je vijf nummers van Powerwolf opgenomen met orkest en koor. Zeer de moeite waard!

85/100

Hackneyed – Carnival Cadavre

Het Duitse Hackneyed heeft ondanks hun jonge leeftijd de kunst van de death metal helemaal te pakken. Maar in plaats van trendy te doen en, zoals tegenwoordig in is, maken ze geen deathcore of über-technische death metal zonder kop en staart. Nee, deze jongens en dame maken groovende, een beetje old-school death metal.

Carnival Cadavre is hun derde album en is een conceptalbum over een macaber circus. Niet dat je daar veel van merkt, maar het is een leuk weetje. De teksten zijn immers onverstaanbaar door de diepe grunt van zanger Philip Mazal.
Vanaf het intro wordt je door tien strakke death metal tracks heengeleid. Ik moet bij vlagen aan de zweedse collega’s van Vomitory denken, en dat is zeker goed. Hackneyed heeft goed begrepen dat een nummer houvast aan de luisteraar moet bieden en in plaats van razendsnelle loopjes spelen ze goede riffs, zoals in Infinite Family.
Het tempo wordt nooit echt opgekrikt. Blastbeats komen veelvuldig terug, maar de snelheid blijft binnen de perken (voor death metal begrippen).
Dit heeft voor- en nadelen. Het levert een makkelijker album op, waar je als luisteraar niet veel moeite voor hoeft te doen, maar voor mensen als ik, die kicken op snelheid is het een minpunt. Ik had verwacht dat Bugging For Mercy, het eerste nummer, lekker snel zou zijn, maar daar kwam ik bedrogen uit.
Een kritische noot: De eerste riffs van Feed The Lions en Cure The Obscure zijn praktisch hetzelfde. Dat is niet zo erg als ze op verschillende plaatsen staan, maar ze staan na elkaar op de tracklist. Dat gaf me een déja-vu gevoel. Verder zijn de nummers echter verschillend, en Cure The Obscure is een zeer goed nummer, vooral met de akoestische break halverwege.


Gelukkig staan er met Damn (You’re Dead Again), Coulrophobia en Magic Malignancy (het enige nummer dat wel echt het gaspedaal intrapt) nog meer prima nummers op. Het is allemaal heel standaard en we hebben het al een keer gehoord, maar de uitvoering is goed en dat is wat telt.
De old-school invloeden worden prima aangelengd met moderne geluiden en zelfs melodische riffs! Verwacht geen golf van vernieuwing, maar degelijke metal van een band die nog niet aan hun plafond zit.

78/100

Machine Head – Unto The Locust

Na vier jaar non-stop touren is er nu dan eindelijk de opvolger van The Blackening, het zesde album van Machine Head. Live zijn deze heren altijd een intense beleving. De woeste agressie en nekbrekende grooves van het viertal zijn inmiddels een begrip geworden. En als een band er zo lang over doet om met een opvolger te komen voor een plaat die over het algemeen als een opus magnum beschouwd wordt zijn de verwachtingen hoog gespannen.

Meteen toen de tracklist bekend gemaakt was viel één nummer op: I Am Hell (Sonata In C#). Ruim acht minuten lang en bestaande uit drie delen. Ik ga maar meteen zeggen dat het één van Machine Head’s beste nummers geworden is. Het begint rustig, met Robb Flynn die in het Latijn zingt maar na een heerlijke opbouw barst alles los in een woest kolkende metalmassa zoals alleen Machine Head die kan maken.
Be Still And Know is melodischer en wat langzamer maar zeker niet minder goed. Machine Head laat zien ook catchy stukken te kunnen schrijven zonder dat de agressie daarbij afneemt. Dat is ook zo bij Locust. Vooral het refrein mag in het rijtje ‘Machine Head’s Beste Momenten’ samen met de introriff van Imperium. De tekst is ijzersterk, en de drums van Dave McClain superstrak.

Darkness Within is de vreemde eend in de bijt. Het begint akoestisch, en blijft zo voor een groot deel van het nummer. Robb Flynn heeft zangles genomen en dat hoor je. Zijn zang is erg mooi en je weet dat hij meent wat hij zingt. Gelukkig doen de gitaren en drums snel hun intrede en krijg je wat waarschijnlijk het dicht bij een ballad is wat Machine Head ooit zal komen. Ga nu niet denken dat het nummer geen ballen heeft want het is een zeer stevig nummer.

Pearls Before The Swine is op eerste gehoor niet zo goed als de voorgaande nummers, mede door het slepende tempo, maar na vijf minuten haalt Dave McClain zijn pedalen tevoorschijn en komt er een heerlijk groovend stuk dat nog pakkende tekst bevat ook. En als afsluitende riffs laten de heren de deathcore-kiddies eens horen hoe een moddervette breakdown hoort te klinkt. Loodzwaar en perfect headbangbaar.
Afsluiter Who We Are begint met een lief kinderkoortje. Totdat Robb Flynn gaat zingen en de zalige riffs je weer om de oren vliegen. Het album wordt afgesloten met woeste thrashriffs die vergezeld van feedback overgaan in hetzelfde waar het album ook mee begon: een rustig klassiek melodietje.

Er zijn twee dingen met dit album. Het eerste is dat het een paar luisterbeurten kost om het te dorogronden. De hoge tempo’s, veelvuldigheid aan riffs en lange duur van de nummers dragen niet echt bij aan de toegankelijkheid van het album. Ironisch genoeg is I Am Hell juist één van de toegankelijkste nummers omdat het duidelijk verdeeld is in drie stukken. Een ander punt is puur persoonlijk. Ik vind dat er best nog een nummer op de plaat had gekund. Ik vind het met zeven nummers die samen 48 minuten duren toch wat kort aanvoelen.
Gelukkig zijn dit wel  48 minuten van pure metal. Groovende moderne thrash zoals alleen dit viertal kan maken.  Het album presenteert eigenlijk niks nieuws, maar dat zal de fans een worst wezen. Het zal me niks verbazen als er opeens een stuk meer mensen nekklachten hebben…

93/100

Nightrage - Insidious

Applaus voor Marios Ilostopoulos! Voor het eerst sinds de naar Zweden verhuisde Griek zijn Nightrage oprichtte is het hem gelukt om twee albums achter elkaar dezelfde line-up te behouden!. En laten we er blij om zijn want samen met voorganger Wearing A Martyr’s Crown is zijn dit de beste albums van Nightrage tot nu toe.

Nightrage heeft altijd een goede formule gehad: pakkende melodische death/thrash, met niet al te veel franje en vooral goede riffs, zoals opener Delirium Of The Fallen al laat horen. De typische Gothenburg-riffs en harmonieën zijn alom vertegenwoordigd. Wie ook vertegenwoordigd is, is ex-zanger Tomas Lindberg. Ja, van At The Gates. Hij komt meebrullen op het titelnummer, Sham Piety en This World Is Coming To An End. Je moet wel weten wie hij is, anders kan hij snel verward worden met zanger Anthony, omdat hun stemmen best op elkaar lijken.
Van begin tot eind is Insidious een prima album, met goede songs. Sham Piety, Wrapped In Deceitful Dreams (met Tom Englund van Evergrey als gast) en Cloaked In Wolf Skin zijn enkele voorbeelden van hoe je uitstekende melodische death metal kan maken, zoals honderd andere bands doen, en toch beter klinkt dan de meesten.

Het laatste nummer van de plaat, Solar Corona, is een progressiever werkje. Grotendeels instrumentaal en gevuld met heerlijke solo’s van Marios en Gus G. (Firewind, Ozzy Osbourne). Gus G. maakt trouwens in meer nummers zijn opwachting.
Door de grote hoeveelheid nummers en de relatief korte duur lijdt de tweede helft van het album wel een beetje aan eenheidsworst. Poignant Memories en Hush Of Night leggen het net af tegen de betere eerste helft.

Desalniettemin bevestigd Nightrage maar weer even hoe goed Zweede melodische death metal kan zijn. De Gothenburg-scene mag dan ietwat verzadigd zijn, Insidious is een uitstekend album met een lading goede songs. Nu hopen dat deze line-up langer bij elkaar blijft dan de vorige…

82/100


BAROEG OPEN AIR



Sinds 2007 vindt in Rotterdam één van de weinige metalfestivals van Nederland plaats: Baroeg Open Air. De edities in 2007 en 2008 in het Spinozapark waren een groot succes en in 2010 werdt uitgeweken naar het grotere Zuiderpark. Ook dit jaar vond Baroeg Open Air hier plaats, het openluchtfestival van het poppodium Baroeg. Er was dit jaar maar één podium in plaats van twee. Dit betekende dat er minder bands geprogrammeerd stonden maar ook dat er geen overlap is tussen bands. De gevarieerde line-up en het heerlijke weer waren uitnodigend om een bezoekje te brengen aan dit festival.

Candybar Planet trapte het festival om één uur af. De zware stoner rock van het drietal kreeg het publiek niet erg wild maar toch waren er genoeg op- en neer gaande hoofden te zien. Candybar Planet is een Nederlandse band en maakt stonerrock. Zo nu en dan kwam er een aardige interlude voorbij en met vlagen wordt er flink gesoleerd maar echt enorm interessant werd het nergens. Desalniettemin een leuke opener, maar toch niet zo spetterend als een opener eigenlijk hoort te zijn.

Het Canadese Skull Fist heeft pas nog in Nederland opgetreden met Sabaton. Dat de band veel zieltjes heeft gewonnen was te merken want de respons van het publiek was groot. Het viertal onder leiding van zanger/gitarist Jackie Slaughter bestaat nog maar kort maar ze staan op het podium alsof ze jarenlange ervaring hebben. Head Of The Pack, Commanding The Night, Like A Fox en No False Metalzorgden voor veel rondzwaaiende haren. Het geluid was goed, maar de zang kon wel wat harder.

Mark Foggo en zijn Skasters zijn al jaren een begrip in de ska-wereld. Ik vond het dan ook verwonderlijk dat de tent redelijk leeg bleef. Maar toch waren er genoeg mensen vooraan het podium lekker los gingen. De muziek van Foggo is dan ook perfect om op te springen en te moshen. Vergezeld met blazerssectie en een perfect geluid steeg de temperatuur in de tent tot grote hoogten. Alle nummers lijken op elkaar en volgens mij kende niemand de nummers maar na één keer het refrein te horen werden ze al luidkeels meegezongen. Als het gaat om gezelligheid en feestelijkheid was Mark Foggo vandaag de grote winnaar.

Vanderbuyst mocht al op tournee met Saxon en door bijna alle festivals af te gaan hebbende drie heren dan ook al een trouwe fanbasis opgebouwd. Met de vingervlugge gitarist Willem Verbuyst als boegbeeld vuurde Vanderbuyst hun rock op het publiek af. In november komt het nieuwe album Into The Fire uit en de band speelde alvast het titelnummer. Verder passeerden onder meer Stealing Your Thunder en Tiger de revue. Deze band weet hoe ze een goede show moeten neerzetten zonder franje en overdreven gedoe. Na drie kwartier lieten ze het publiek achter, hongerig naar meer.

En meer kwam er met Neerlands hardcore trots Born From Pain. Hoewel de temperatuur inmiddels tot ruim boven de 20 graden gestegen was kwamen de heren op in dikke sweatshirts. Het belemmerde zanger Rob Franssen niet om rond te rennen en het publiek op te hitsen met zijn agressieve schreeuwen. De moshpits waren ruig zoals dat hoort bij hardcore en afgezien van de hitte was de energie flink aanwezig. Persoonlijk ben ik geen Born From Pain kenner dus ik kan niet zeggen welke nummers er gespeeld werden, maar wel dat de hele show gebracht werd met een enorm enthousiasme en een loepzuiver geluid.

Ondanks dat enthousiasme moest er ook gegeten worden, vandaar dat ik Sinister compleet gemist heb.

The Gathering heb ik alleen gehoord van buiten de tent. De set begon rustig, met het atmosferische Herbal Movement. Naarmate de set vorderde werd het harder materiaal gespeeld, waaronder Broken Glass en Travel. De tent zat propvol, maar toch was The Gathering de buitenstaander van het festival vanwege hun rustigere sound. Het was geen geheim dat de band populair is en er werd een zeer degelijke show neergezet voor een volle tent.

Het was meteen duidelijk voor wie iedereen kwam want de tent barstte uit zijn voegen tijdens Korpiklaani. De Finse bende moest de beschamende show op Paganfest in Tilburg goed maken.Hopelijk zou de nieuwe violist Teemu Eerola daarbij helpen. Afgetrapt werd er met Hunting Song en Cottages And Saunas en meteen zat de sfeer er goed in. De band was energiek (al is dat bij accordeonist Juho en bassist Jarkko relatief) en het publiek ging wild tekeer. Van begin tot eind was het een feestje van herkenning. Onder meer Journey Man,Vaarinpolkka en Running With The Wolves werden gespeeld. Ukon Wacka vormde het rustpuntje van de set. Toen begeon het feest want de band speelde Juodaan Vinaa, Beer Beer, Wooden Pints, Tequila en Vodka achter elkaar. Iron Fist vormde de afsluiter van de reguliere set. Na een hoop geplaag van de aankondiger kwam de band terug en met Pellonpekko, Kipumyly en Korpiklaani kwam er een eind aan een fijn optreden. Jammer dat Happy Little Boozer wéér niet gespeeld werd, maar je kan niet alles hebben.
Baroeg Open Air 2011 was in alle opzichten een geslaagd feestje. Goedkoop bier, leuke kraampjes en een zeer goede line-up. Volgend jaar viert het festival zijn vijfde verjaardag. Laten we hopen dat er nog meer edities volgen, zoveel goede gratis festivals zijn er immers niet meer.


JUKEBOX

Powerwolf - We Drink Your Blood
Hackneyed - Deatholution
Nightrage - Insidious
Machine Head - Locust

Stay metal!! <,,-JUKEBOX

dinsdag 6 september 2011

Happy birthday to me!!


Ik ben slecht, ik vergeet mijn eigen verjaardag. Nou ja, niet die van mij, van mijn blog. Die was gewoon twee maanden geleden, op 13 juli! Hieperdepiep hoera voor mij! En hieperdepiep voor alle awesome releases die we krijgen. Ik noem een Opeth, een Machine Head, een Dream Theater, een Anthrax... En dat is niet eens waar ik het meest naar uitkijk, ik ben heel erg benieuwd naar het album van The Browning. Ik heb die jongens al eerder gereviewed en ze bevielen me heel erg. Op drie november komt Burn This World uit, in de gaten houden dus!
En nu over naar de kleppers van deze keer. Ik wist gewoon dat Fleshgod Apocalypse een ijzersterk album zou afleveren maar ik werd compleet ondersteboven geblazen. Lees mijn oordeel hieronder!

Fleshgod Apocalypse – Agony


Dit zal een love-it-or-hate-it-plaat worden. Fleshgod Apocalypse is een technische death metal band uit Italië maar in plaats van braaf über-technische riffs uit te poepen smeert deze band een dikke laag orkestrale bombast uit over hun muziek. En dat zal niet iedereen waarderen, dat weet ik zeker.

Ik kan het in ieder geval wél waarderen. Verwacht geen Septicflesh –achtige toestanden, maar epische toetsen achter woest blastende drums en een monsterlijke stem. Riffs zijn bijna niet aanwezig, alleen razendsnelle noten. Maar er zijn wel echte nummers in elkaar gestoken. Met uitzondering van The Forsaking zijn alle nummers keiharde deathmetal knallers die met 300 kilometer per uur voorbij razen. Het is een orkaan van noten en blastbeats. In bijna elk nummer steekt de cleane zang van Paolo Rossi de kop op. Het is een heikel punt. Hij probeert erg operatisch te klinken, maar komt heel geforceerd en beknepen over, alsof hij heel erg hard zijn best doet om de hoge noten te halen. Ik vind het eerst helemaal niks, maar na het hele album beluisterd te hebben wende het een beetje, en nu vind ik het best goed klinken. Hoogtepunten zijn The Hypocrisy, The Deceit, The Violation, The Egoism en The Oppression.

Alle elementen van Fleshgod Apocalypse kunnen door de één geadoreerd worden en door de andere uitgekotst, het is net waar je van houdt. Hou je net als mij van razendsnelle drumroffels, symfonische elementen en chaotische muziek, dan is het een pareltje. Heb je een hekel aan deze elementen, cleane zang of muziek die moeilijker klinkt dan het is, dan is het niks. Mijn mening is dat dit een baanbrekende death metal plaat is die iets laat horen wat nog nooit zo gedaan is en hij komt hoog in mijn jaarlijst.

92/100

Decapitated – Carnival Is Forever


Het begon zo prachtig voor het Poolse Decapitated. Geformeerd  door een stel jongetjes van een jaar of 16 en binnen vier jaar getekend worden door Earache Records en vier ijzersterke death metal albums op de wereld zetten. En toen sloeg het noodlot toe. Een busongeluk in Belarus werd de dood van drummer Vitek en verwondde zanger Covan ernstig. Gitarist Vogg, de broer van Vitek, trok de stekker eruit en ging aan de slag bij de landgenoten van Vader. Totdat in 2010 nieuwe leden werden aangetrokken en bekend werd dat de band weer in de studio zat. Zal het verhaal een happy end kennen?

Carnival Is Forever is dus de eerste studioplaat van Decapitated sinds het fatale ongeluk en sinds hun kleine magnum opus Organic Hallucinosis. In een compleet nieuwe bezetting dus. De nieuwe leden maken meteen indruk. Drummer Krimh is al een tijdje redelijk bekend op YouTube van zijn drumvideo’s, waarin hij onder meer Decapitated drumt. Zanger Rafal Piotrowski kende ik niet, maar zijn stem ligt in het verlengde van die van zijn voorganger. Samen met de technische riffs van Vogg is het net alsof Decapitated nooit is weggeweest.

Met The Knife en United krijgen we meteen twee keiharde nummers voor onze kiezen. Woeste blasts, stevige grooves en ratelende kickdrums is al wat de klok slaat. De titeltrack is wat langzamer maar epischer van opbouw. Halverwege wordt gas teruggenomen en valt de band in een ambientstuk, om daarna weer terug te komen met een slepend breakdownritme gevolgd door één van de dikste riffs die je dit jaar zal horen.
404 staat ook vol met abstracte riffs en grooves. Een erg moeilijk nummer om te doorgronden, maar zeer verslavend as je hem doorhebt. Het doet me denken aan Meshuggah, en dat is alleen maar goed.

 A View From A Hole begint experimenteel, met cleane gitaren en een vaag drumritme, bijna als jazz. Halverwege neemt het tempo echter toe en krijgen we die typische riffs, hoewel het een erg aparte en bijna psychedelische song is.  Pest voert het tempo dan nog even op voordat Silence het album akoestisch afsluit.

Ja, Decapitated kan het nog steeds. Carnival Is Forever is een uitstekend comeback-album. De kleine experimentjes (A View From A Hole, Silence) zijn niet allemaal even geslaagd vind ik. Vooral A View From A Hole is een beetje monotoon. Ook is het door de vele abstracte riffs een lastig album geworden dat veel aandacht nodig heeft. Mocht het zo zijn dat je het opzet als achtergrondmuziek, dan wordt de muziek snel een brij en lijken alle nummers op elkaar. Compositorisch zit Decapitated echter nog prima in elkaar, dus is een mooie voldoende gerechtvaardigd vind ik.

79/100

Primordial – Redemption At The Puritan’s Hand


Dankzij Finntroll, Korpiklaani, Alestorm en Eluveitie is een deel van de metalgemeenschap in de veronderstelling dat alle folk/viking/pagan metal vrolijk is en over bier gaat. Niks is minder waar. Primordial maakt immers al bijna 25 jaar heidense celtic/ pagan  metal van de bovenste plank. Het zevende album, Redemption At The Puritan’s Hand, is een werkje over de dood, overleven en sterfelijkheid.

Lange songs, brede akkoorden, poetische teksten en A.A. Nemtheanga, dat zijn de vertrouwde elementen van Primordial. De charismatische frontman heeft één van de meest herkenbare stemmen in de metalscene. De teksten van de man zijn stuk voor stuk kleine hoogstandjes.
Met een lang uitgesponnen intro begint No Grave Deep Enough, een relaas over een krijger die sterft. De riffs zijn melancholisch en door de analoge productie kan je de basgitaar ook prima horen. Drummer Simon O’Laoghaire is na een korte afwezigheid weer bij de groep gekomen. Niet dat dat veel verschil uitmaakt want de roffels en ritmes zijn als vertrouwd. Lain With The Wolf en Bloodied Yet Unbowed zijn uitstekende Primordial-nummers. God’s Old Snake en The Mouth Of Judas duiken een beetje in black metal-territorium en Nemtheanga’s woeste grom contrasteert mooi met zijn geweldige zang. Folk metalfans die opgewonden raakten van mijn link aan celtic metal moeten even rustig worden. Er is geen enkel folk-instrument te bekennen in de muziek van Primordial. Alleen akoestische gitaren duiken vaak op. Het ‘pagan’ element komt zoals ik al zei uit de teksten.
Met het lange epos Death Of The Gods komt er een eind aan een mooie reis door de wereld van Primordial.

Redemption At The Puritan’s Hand is een mooie voortzetting van To The Nameless Dead zonder een herhalingsoefening te worden. Dat gezegd hebbende, RatPH overtreft zijn voorganger ook niet. Dat is echter totaal niet erg want het is gewoon een prachtig, emotioneel, meeslepend album geworden dat elke fan van ‘serieuze’ pagan metal tevreden moet stemmen.

93/100

Arkona - Slovo


Arkona uit Rusland is al geruime tijd bezig met het maken van zeer goede folk metal. Door een nadruk te leggen op ‘serieuze’ nummers met een sterke variatie aan instrumenten en de keuze om in het Russisch te zingen weet de band binnen de folk metal een uniek geluid neer te zetten. Toen het vorige album Goi, Rode, Goi via Napalm Records uitkwam betekende dat de doorbraak waar men op wachtte.

Op Slovo werkt Arkona samen met kamerorkest en een koor. Een aparte combinatie die prima uitpakt maar die jammer genoeg ook inhoudt dat de folkinstrumenten een minder grote rol toebedeeld hebben gekregen. Natuurlijk zijn ze nog wel in overvloed aanwezig maar het orkest voegt hier en daar een laag epiek toe waar de folkinstrumenten niet overheen kunnen. Dat neemt niet weg dat met name op Leshiy de accordeon allerlei vrolijke riedeltjes mag spelen en de fluitjes lekker losgaan. Op Slovo heerst een ingetogener en mystieker sfeer dan op zijn voorganger Goi, Rode, Goi. Zakliatie (Incantation) begint prekend met trommels en lage contrabassen. Predok is een intense speech van zangeres Masha ‘Scream’ met creepy gefluister op de achtergrond. Zeer sfeervol als je dit in de avond op je fiets door je koptelefoon hoort!

Arkona heeft natuurlijk roots in black metal en dat hoor je duidelijk in Arkaim en Nikogda (Never). Deze laatste is wel een prima voorbeeld van hoe Arkona folk, black metal en een klassiek koor kan mengen tot hun unieke sound. De typische doedelzak die Arkona in zoveel van hun nummers gebruikt blijft porno voor je oor. Op Tam Za Tumanami (Behind The Mist) doet de typische samenzang over akoestische gitaar zijn intrede. Dit nummer is akoestisch en heeft een dansbaar refrein met stoere mannenkoren.
En met Odna zit er tegen het einde van het album nog een erg goed nummer dat de handen live goed de lucht in krijgt.
Stenka Na Stenku (Wall On Wall) kennen we al van de gelijknamige EP. Mensen waren bang dat Arkona alleen maar blije nummers zou gaan maken nu het commerciele succes lonkt. Niks is minder waar, Stenka Na Stenku valt niet minder buiten de boot dan Yarilo deed op Goi, Rode, Goi. Niet dus. Het past prima tussen de andere, minder hupse nummers. Het album wordt afgesloten met het typische Zimushka (Winter), dat mooie samenzang heeft aan het eind.

Ik merk dat Arkona de sfeer en het gevoel van Rusland prima weet over te brengen in hun muziek. Door minder te focussen op drinkliederen en springnummers is Arkona net een tikkeltje anders dan de doorsnee folkmetal band. Het is jammer dat het symfonische deel de folk een beetje overstemt maar met een paar luisterbeurten is dat wel verholpen. Ook vind ik het jammer dat er geen Na Moey Zemle opstaat, een nummer van een kwartier propvol gastmuzikanten. Slovo is de meest ontwikkelde release van Arkona tot nu toe geworden. Een beetje anders, een tikje ontoegankelijker maar nog steeds folk metal zoals alleen Arkona die kan maken. Fans van folk metal weten wat ze te doen staat!

84/100

 Jukebox


Stay metal \,,/

maandag 1 augustus 2011

The triumphant return!!

Allemensen, de voeten in de aarde die nodig waren om deze blog online te krijgen zeg! Blogspot heeft nu de irritante gewoonte ontwikkeld om mijn teksten niet op te slaan en te publiceren. Het kostte me drie weken rond kijken en vragen op het forum om een oplossing te hebben en die is er niet, behalve dat ik nu mijn werk via Internet Explorer moet plaatsen. En laat me zeggen: dat werkt KUT! Maar ik heb de zeven reviews die ik voor de vakantie schreek eindelijk geplaatst en dat is wat telt. Veel oosterse shit deze keer, met Versailles, Blood Stain Child en Chthonic. En een album dat al maanden geleden gereviewd had moeten worden. Scroll helemaal naar beneden om de review van Hell te lezen en voor een extra grote jukebox met oa de nieuwe clip van Edguy!

Versailles – Holy Grail

Ten eerste een waarschuwing, dit zijn allemaal kerels. Ja, ook degene in de jurk. Dus geen vieze dingetjes doen. Bah. Anata wa hentaidesu*.

Dit Japanse collectief valt een beetje tussen twee werelden. Hun snelle power metal sound schrikt visual kei fans af en tegelijkertijd is de typisch Japanse zang van zanger Kamijo te soft voor metalheads. Aangezien ik wel van beide genres hou en helemaal gek ben op snelle symfonische power metal was Versailles een schot in de roos.
Versailles heeft alles wat een fan van symfonische power metal wil: snelle twingitaren, drums die sneller roffelen dan mach 2, majesteuze toetsen en een scheut progressieve elementen. De twee albums Noble (2008) en Jubilee (2010) zijn kleine meesterwerkjes. De dood van bassist Yasmine You, vlak voor de release van het tweede album zond een schok doro de fanbase, maar met de nieuwe bassist Masashi is deze derde plaat op rap tempo ingeblikt.

De sound is grotendeels hetzelfde gebleven. Kamijo zingt nog steeds met zijn ietwat nasale tenor, Teru en Hizaki scheuren nog steeds op hun planken met het grootste gemak...en toch...is er iets anders. Het symfonische metal element is iets meer naar de achtergrond verschoven en de gitaren zijn het leidende instrument. Niet dat je daar op eerste gehoor iets van merkt want Masquarade begint symfonisch en barst dan los. Het is een typische Versailles-track, met de elementen die vertrouwd zijn. Maar op Philia merk je het meteen. De toetsen zijn minder aanwezig en het klinkt meer als een typisch J-rock nummer.Het album verschuift een beetje tussen die genres. De basis is duidelijk metal, zoals Flowery, Dry Ice Scream!! [Remove Silence], Destiny –The Lovers- en Judicial Noir laten horen. Het zijn uitstekende tracks maar, met uitzondering van Destiny –The Lovers- niet het beste van Versailles. Vampire is wél een geweldig nummer. Er heerst een gothic-achtig sfeertje om het nummer en het is een headbanger van formaat, waarin Kamijo zijn (niet zo goede) screams van stal haalt. Op Noble zou het nummer niet misstaan hebben.

Ballads zijn altijd een heikel punt voor metalheads. De meesten willen geen langzame nummers. Ik wel, een ballad kan erg mooi zijn mits goed uitgevoerd. Versailles is wisselvallig. Sympathia bijvoorbeeld is erg matig, maar Serenade en Episode zijn twee van de prachtigste nummers die ik ken. Op Holy Grail staan twee ballads. Remember Forever is een erg mooi nummer met mooie twinleads en een grote rol voor piano. Love Will Be Born Again is een goblin van een nummer (Ik weet dat de uitspraak ‘draak’ is maar ik hou van draken en vind ze mooi. Goblins zijn lelijk.) Dat ligt niet aan de uitvoering, maar aan het feit dat het nummer volledig in het Engels is. Japanse bands kunnen best Engels, kijk maar naar Galneryus. Maar Kamijo kan het niet. Hij heeft een monsterlijk slecht accent en het is lachwekkend. Dit klink als een erg triviaal feitje, maar je moet weten dat ik sinds ik ontdekte dat The Revenant Choir, waarschijnlijk het ultieme Versailles nummer, ook volledig Engels is, ik er bijna nooit meer naar luister. Dat accent verpest het echt.

Maar alles wordt goedgemaakt met Faith & Decision, een 16(!) minuten durende track. De eerste zes minuten zijn volledig instrumentaal en klinken als een duel tussen Hizaki en Teru. Echt fantastisch om te horen. Die Japanners zijn raar, maar gitaarspelen kunnen ze wel! Het nummer wringt zich in allerlei bochten om zoveel mogelijk te laten horen. Het is een moeilijk lied, maar heel erg de moeite waard.

Holy Grail is een ijzersterk album geworden, dat slechts op een paar punten de plank misslaat. De nummers zijn wel prima, en hoewel de symfonische power metal een beetje weg is, zijn de elementen er nog wel. En best vaak ook hoor. Dit is een band die twee typen mensen kan bekoren: zij die van Japanse muziek houden, en zij die van metal houden. Ik hou van allebei, en ik beloon de Japanse travestietenbende dan ook met een goed cijfer. Maar toch kan ik me niet ervan weerhouden me af te vragen wat Hizaki onder die jurk aanheeft...

87/100

*Jullie zijn viezerikken.

Chthonic – Takasago Army

Metal uit Taiwan blijft een raar fenomeen. Eigenlijk is alleen Chthonic een ‘grote’ naam uit het kleine landje. Met een interessante mix tussen folksmuziek en Cradle Of Filth-achtige black metal veroverd de jonge band steeds sneller terrein. De sound wordt steeds breder uitgewerkt en het resultaat mag er wezen. Met het zesde album Takasago Army komt er een eind aan de trilogie die met Seediq Bale (2006) en Mirror Of Retribution (2009) een begin kreeg; een trilogie over het oorlogsverleden van Taiwan.

Muzikaal neem Chthonic een stap terug van de CoF-riffs van de vorige twee albums. Een minder orkestraal geluid en minder hoge screams van zanger Freddy zijn het gevolg. De erhu neemt een prominentere plaats in. Legacy Of The Seediq, Takao, Kaoru...het zijn allemaal woeste metalnummers met een stevige scheut folksmuziek. Dit exotische tintje is net wat de muziek nodig heeft om apart van de meute te komen. In Mahakala komen er verwoestende blasts aan te pas  en de symfonische toetsen vermengen perfect met de oosterse geluiden. Ik mis zelf aanknopingspunten want nu lijken alle nummers behoorlijk op elkaar. Er is niet echt iets dat ze van elkaar onderscheid omdat ze allemaal dezelfde elementen bevatten.

Maar toch is Takasago Army een lekkere plaat om te horen. De tempo’s liggen lekker hoog en de oosterse elementen zijn prominent, maar toch niet zo prominent om dit als folk metal te onderscheiden. De ultieme Chthonic plaat laat nog even op zich wachten. Tot die tijd houdt Takasago Army mij wel zoet.

78/100

Blood Stain Child – Epsilon

Japan is een raar land. De bakermat van WTF-momenten. Ook in de Japanse muziek zitten die momenten. Zoals Versailles (elders in deze blog te vinden) en Maximum The Hormone. Leuke bands hoor, maar erg vaag. Blood Stain Child is ook zo’n band. Niet omdat ze pop met metal mixen. En de mannen zien eruit als mannen en de vrouwen als vrouwen. Nee, deze band is WTF omdat ze twee albums klonken als een Scandinavische Children Of Bodom kloon, en met het album Idolator (2005) plots een lading futuristische toetsen aan hun geluid toevoegden. Op de opvolger Mozaiq (2007) werd de melodic death techno metal sound verder uitgediept en nu is er Epsilon en weer gaat de groep iets verder.

Meteen bij Sirius VI is het duidelijk dat de keyboards  enorm op de voorgrond staan. Bassist Ryu heeft de zang weer overgenomen en krijst als een bezeten samurai terwijl de nieuwe zangeres Sophia als een popzangeresje braaf haar lijntjes zingt. Ze houdt zich prima staande terwijl de riffs en roffels je om de oren vliegen.
De nummers zijn furieus en bevatten geweldige riffs en dito keyboards. Pas bij Sai-Ka-No wordt er gas terug genomen. Tot de hoogtepunten reken ik Forever Free, het erg Norther-esque Unlimited Alchemist en Merry-Go-Round. Maar wellicht dat dit voor de doorsnee melodeath liefhebber te poppy en vrolijk is. Sterker nog, dat weet ik zeker. Wat ook niet helpt is het feit dat ik niet weet of ze Engels of Japans zingen. Ik denk zelf Engels, omdat de toon anders is. In dat geval verdienen ze extra punten want het is accentloos en prima Engels. En we weten allemaal dat dat voor Japanners een hele opgave is. Tegen het einde merk ik wel dat de nummer een beetje op elkaar lijken en dat is toch een vlekje op het glanzend gepoetste raam.

Japanse metal...je houdt ervan of je vindt het helemaal niks. Ook Blood Stain Child valt in zo’n categorie. Ik houd ervan. Die excentrieke Japanners kunnen best een moppie muziek maken. Jij zal voor jezelf moeten uitmaken of je het wat vindt, maar ik raad dit album aan als je van poppy en elektronische metal houdt. Het is geen geweldig album, maar zeker een prima middenmoter.

73/100


Earth Crisis – Neutralize The Threat

Earth Crisis is een hardcore/metalcore band die in de jaren ’90 hielp het metalcore genre op de kaart te zetten. De band had een stevige punk attitude en was niet geschroomd van ongezouten kritiek op de mens en het systeem. De veganistische straight-edge lifestyle van de bandleden gaf ze hopen inspiratie voor maatschappelijk getinte teksten.

De band ging uit elkaar in 2001 maar kwam in 2007 weer bij elkaar en bracht al één album uit: To The Death in 2009. Dat album en ook deze nieuwe schijf staan vol met woeste hardcore, geleid door de stem van Karl Buechner. Na het veredelde intro Raise staat de titeltrack vol gecontroleerde woede.  De productie is uitstekend en zelfs de bas is bij vlagen goed te horen. Het album duurt maar een half uur en met tien nummers is de gemiddelde lengte ongeveer drie minuten. De songs zijn dus korte uitbarstingen van energie, maar dat hoort gewoon bij hardcore. Total War, Counterstrike en Black Talons Tear zijn kwade nummers vol energie. Pakkend en toch hard.

Je kan wel proberen hele pagina’s vol te schrijven maar de essentie blijft toch gewoon dat Neutralize The Threat een bovengemiddelde hardcoreplaat is geworden met een old-school sfeertje. Baanbrekend is het zeker niet, maar ik kan er wel van genieten.

81/100

Suicide Silence – The Black Crown

Het is hip om Suicide Silence te haten. Ik weet niet precies waarom. Is het hun uiterlijk? Omdat ze standaard deathcore maken? Ach, het is de muziek wat telt. De voorgaande platen wisten niet veel bij me los te maken. Dat is niet omdat ik niet van deathcore houd, integendeel! Despised Icon, Whitechapel en Job For A Cowboy worden geregeld op hoge volumes afgespeeld en ook Bring Me The Horizon vind ik best goed. Maar toch was er iets. Laten we hopen dat deze derde plaat dat patroon doorbreekt.

Met Slaves To Substance en O.C.D. worden we meteen keihard om de oren geslagen. De über-technische gitaarfratsen van de eerste staan haaks op de groovende ‘chugga-chugga’ riffs van de tweede. Frontman Mitch Lucker krijst, gilt en brult nog steeds zoals we dat gewoon zijn. Human Violence betreed death metal terrein met woeste blasts en stevige riffs terwijl Fuck Everything zo standaard is als de naam doet vermoeden. Over het algemeen genomen is de death metal wat sterker dan de –core invloeden.
Er is niet veel wat Suicide Silence op deze plaat doet wat niet eerder gedaan is. En hoewel er zeker goede nummers opstaan is het geen hoogvlieger. Smashed (met woeste krijs van Lucker in het begin) en Cross-Eyed Catastrophe zijn goede voorbeelden van goede nummers. Ik mis echter samenhang, dit zijn op zichzelf staande nummers en hooks en andere aanknooppunten zijn ver te zoeken.
Hoogtepunt van het album is de gastzang van KoRn frontman Jonathan Davis op Witness The Addiction.

Poeh, poeh, is dit nu een slecht album? Nee, dat niet. Is het een goed album. Moeilijk te zeggen. Er staan prima nummers op, maar ik mis samenhang en het maakt ook niks los. De platen van Whitechapel en Despised Icon wekken iets bij mij op wat Suicide Silence niet heeft. En dat is jammer, want we weten allemaal wel dat deze jongens barstensvol talent zitten. De fans zullen hier echter wel raad mee weten en moeten zich zeker niet laten tegenhouden van mijn kritiek. Als je van deze muziek houdt mag je zonder pardon vijftien punten bij mijn score optellen.

68/100

Unearth – Darkness In The Light.

Het Amerikaanse Unearth is een geweldig voorbeeld van hoe metalcore uitgevoerd moet worden. Fantastische riffs, brute doch melodische zang en breakdowns waar je U tegen zegt. De voorgaande vier platen stonden bol met deze opzwepende mix van elementen en Darkness in The Light gaat door waar men met The March mee ophield.

Nou, dat is nou ook niet helemaal waar. Unearth heeft gitarist Ken Susi een een flinke trap onder zijn kont verkocht en laat hem op een paar nummers zijn cleane zang tevoorschijn halen. Dat hebben ze sinds The Oncoming Storm niet meer gedaan. De energie van de plaat leunt ook dichter tegen deze plaat aan. De productie is minder ‘compact’ dan bij The March en de energie knalt er vanaf.
Met Watch It Burn, Arise The War Cry en Disillusion staan er en paar klappers van formaat op. Na het brute einde van Watch It Burn is het intro van Ruination Of The Lost lekker melodisch zoals alleen Unearth dat kan. Ze beschikken dan ook over één van de beste gitaartandems ter wereld. Het duo Buzz McGrath/Ken Susi kan wat mij betreft moeiteloos naast Tipton/Downing en de broertjes Young staan. De nummers zijn compact en rond de vier minuten lang. Dat is op zich een prima lengte voor een metalcoreplaat. Niet overdreven kort en niet zo lang dat je aandacht verslapt.
Het intermezzo Equinox zorgt voor een klein rustpuntje. Daarna mag Coming Of The Dark lekker tekeer gaan. Alle drums zijn overigens ingespeeld door Justin Foley van Killswitch Engage. En het moet gezegd, hij verricht prima werk.
De woeste furie van Disillusion sluit het album af en doet dat met verve. Wat een knaller zeg! Een een dijk van een breakdown.

Zo, daar hebben we het.  Unearth weet wederom een sterk album te maken. Ik ga dit niet vergelijken met eerdere albums, maar weet wel dat het geluid van de plaat dichter bij The Oncoming Storm ligt dan bij The March. Als ik zwakke punten moet aanwijzen is dat toch dat de nummers qua structuur erg op elkaar lijken. Laat dat je echter niet weerhouden want Darkness In The Light is Unearth op zijn best!

87/100

Hell – Human Remains

Een dubbeltje kan soms raar rollen. Het Britse Hell werd in 1982 opgericht door zanger gitarist David Halliday, gitarist Kev Bower, bassist Tony Speakman en drummer Tim Bowler. De band bracht enkele EP’s, demo’s en singles uit maar geen enkele platen maatschappij was geinteresseerd in the vooruitstrevende heavy metal vol met obscure en duistere teksten over de hel, Satan en dood. Uiteindelijk tekende de band bij het Belgische Mausoleum Records, maar nog voor het eerste album opgenomen kon worden ging de maatschappij op de fles wat uiteindelijk tot de split van Hell en de zelfmoord van David Halliday leidde. En in 2011 staat de band er weer, sterker dan ooit!

Dit is te danken aan producer Andy Sneap (oa. Devildriver, Opeth, Cradle Of Filth e.v.a.). Met behulp van de zoon van Kev Bower wist hij de band weer bij elkaar te brengen. Dave Halliday werd kort vervangen door Martin Walkyrier (ex-Skyclad, Sabbat) voordat de broer van Kev Bower, Dave het overnam. Bijna twintig jaar na het ontstaan is er met Human Remains nu het eerste album van Hell!

En dat hebben we geweten. Nuclear Blast staat bekend om goede promotie en dus werden we in alle bladen geconfronteerd met het hernieuwde Hell. Ze moesten alleen wel de juiste muziek hebben om de verwachtingen waar te maken. En dat hebben ze ook. Tien nummers uit de jaren ’80 zijn opgepoetst en met perfecte productie opgenomen. Dat mag ook wel met Andy Sneap achter de knoppen.
De songs die Hell twintig jaar geleden schreef staan nog steeds als een huis. On Earth As It Is In Hell en Plague And Fyre zijn heerlijke heavy metal anthems met pompende ritmes. De zang van David Bower is opmerkelijk. Hij zingt verstaanbaar en komt erg dramatisch over. De goede man is acteur, dus dat is te begrijpen. Het dramatische is toepasselijk omdat de muziek van Hell ook vrij dramatisch is. Het intro van Blasphemy And The Master zou anders overkomen als het gewoon gezongen was.

Her en der zijn delen van de oude opnames met Dave Halliday toegevoegd. Een mooi eerbetoon.
De nummers zijn stuk voor stuk ijzersterk, vol harde riffs en af en toe wat toetsen. Het tien minuten-durende The Devil’s Deadly Weapon is een mooie bloemlezing van waar deze band to in staat is. Het verveelt nooit. En dat geldt voor alle lange nummers op het album: nooit vervelend. Ik vind het ook leuk dat alle nummers vloeiend in elkaar overgaan.

Ik kan hier nu wel alle nummers apart gaan behandelen maar dat zou niet werken. Het beste is dat je het album zelf beluisterd. Jammer dat The Quest zo’n blij nummer is want vergeleken met de occulte en satanische boodschap van de andere songs valt hij buiten de boot. Maar het zijn maar vier minuten op een zesenzestig minuten en zes seconden duren album dus heel erg is dat niet. Het eerste album van Hell is meteen een schot in de roos. Attentie jaarlijsten; welcome to Hell!

95/100

dinsdag 5 juli 2011

Diversity shall be imminent!

Zo, lekker een diverse blog vandaag met maar liefst twee grootheden uit vroegere jaren. Ik ben dit jaar nog geen enkele slechte plaat tegengekomen (op Winds Of Plague na, maar die krijgt een rectificatie) en ik hoop dat dat zo blijft. In de zomer wachten onder andere Powerwolf en Opeth ons op en ik weet zeker dat dat geweldige platen worden!. Nu genoeg geluld, tijd voor metal!

Amorphis – The Beginning Of Times

Elke liefhebber van Scandinavische metal moet van dit Finse sextet gehoord hebben, dat kan niet anders. Amorphis was één van de eerste bands die uit het Land van de Duizend Meren tevoorschijn kroop en tekende meteen een deal met Relapse. De death metal van het debuut maakte op de tweede plaat Tales From The Thousand Lakes plaats voor een progressieve sound, met een grote rol voor akoestische gitaren, toetsen en de Kalevala. Door de jaren heen bleef de band aan hun geluid sleutelen en leverde ze altijd kwaliteit. In 2005 werd Pasi Koskinen vervangen voor Tomi Joutsen. Met de entree van het gedreadlockte beest werd koers gezet naar een commercielere richting, met oor voor melodie maar met de nodige progressieve elementen. De pessimisten hebben ongelijk gekregen want de platen met Joutsen behoren tot de top van Amorphis’ discografie.

The Beginning Of Time is het vierde album met Joutsen op zang en heeft de ondankbare taak om Skyforger te overtreffen. Sinds Joutsen bij Amorphis zingt is de Kalevala weer aanwezig als voornaamste bron van teksten. Skyforger ging over de smid Ilmarinen, en dit album gaat over de hoofdpersoon van de Kalevala: Väinamöinen. Maar je hebt het verhaal niet nodig om het album goed te vinden, hoewel ik aanraad om de Kalevala te lezen als je erin geinteresseerd bent.

Het is zinloos om elke track apart te bespreken. De formule op dit album is hetzelfde als die op de drie voorgangers. Dat houdt in: stevige nummers met heerlijke melodieën van Esa Holopainen en sfeervolle toetsen van Santeri Kallio. De strakke slaggitaar van Tomi Koivusaari. De drums van Jan Rechberger die gewoon doen wat ze moeten doen. De bas van Niclas Etelävuori die je bijne niet kan horen maar die er wel is. En natuurlijk de heerlijke stem van Tomi Joutsen. Zijn beestachtige grunt komt uitstekend tot zijn recht in nummers als Crack In A Stone en Battle Of Light. Op Song Of The Sage worden de folkelementen even helemaal in het zonnetje gezet. De toetsen zijn erg aanwezig en scheppen een mooie sfeer.  Ondanks de punten die ik net opnoemde is het zo jammer dat het album geen enorme uitschieters bevat. Alle nummer zijn wel even sterk (of even zwak, afhankelijk van je instelling.).

En dat is jammer, want het is een vermakelijk album. Als je niet van de Joutsen-periode houdt is dit niks want er wordt niks veranderd. Ik vind dit niet erg, ik hou heel erg van Joutsens stem. Toch een erg fijn album, maar hij komt niet in de top van Amorphis’ discografie.

81/100

Rhapsody – From Chaos To Eternity

Als eerste: ik weiger mee te doen aan de façade die volhoudt dat er ‘Of Fire’ achter de bandnaam moet. Het is en blijft Rhapsody. Zo, dat is eruit.

Rhapsody zit op een strakke koers. De problemen met Magic Circle Records (de platenmaatschappij van Joey DeMaio van Manowar) zijn uit de weg en in de laatste anderhalf jaar bracht de Italiaanse band maar liefst twee album’s en een EP uit. En dat alles zonder dat de muziek eronder lijdt. Noem het wat je wil, ik noem dat bijzonder.
From Chaos To Eternity luidt een nieuw deel aan in de Rhapsody-saga. Veertien jaar lang verhaalden Rhapsody’s albums over hetzelfde verhaal, opgedeeld in twee saga’s. Met het achtste album komt daar nu een eind aan. Fans speculeerden of de band misschien uit elkaar zou gaan na dit album. De komst van gitarist Tom Hess (HolyHell) maakte een eind aan deze speculaties. Maar de vragen blijven. Zou er een nieuwe saga komen, of wellicht een compleet nieuw verhaal. Misschien wel helemaal geen verhaal! De tijd zal het leren en het nieuwe album zal ons bezighouden.

Het recept van Rhapsody is bekend: harde power metal met virtuoze gitaarriffs en een dikke laag keyboards. En natuurlijk de opera-zang van Fabio Leono, die keer op keer loepzuiver uithaalt. In plaats van het verplichte keyboardintro krijgen we een epische ouverture met gitaar en de diepe stem van Christopher Lee. De titeltrack is een heerlijk typische Rhapsody track met alle elementen volop aanwezig. Vooral de solo van gitaarwizard Luca Turilli is geweldig.
Tempesta Di Fuoco is de eerste Rhapsody track die volledig in het Italiaans gezongen wordt die géén ballad is. Ik geef toe dat ik er van tevoren niet veel van verwachtte maar het is nu één van mijn lievelingsnummers van het album. Er wordt een stuk uit een pianosonate van Beethoven in verwerkt en dat klinkt erg gaaf.

Aeons Of Raging Darkness borduurt verder op de sound van Reign Of Terror van het vorige album. Een woeste track waarbij de duistere krijsen van Fabio strak afsteken tegen zijn cleane zang. Als de man deze vaardigheid nog verder ontwikkeld en de band dit goed weet in te zetten kan Rhapsody weer een uniek element binnenhalen! Tornado is trouwens  iets rustiger, maar net zo boos.

Hoogtepunt van het album is het ruim negentien minuten durende Heroes Of The Waterfall’s Kingdom. En god wat is dit een heerschende track. Alles, en dan ook alles komt aan bod. De barokke stukken, in het Italiaans gezongen, de snelle metal met goddelijke refreinen, epische keyboards interludes, sterk acteerwerk, Christopher Lee...gewoon alles. De track bevat veel meer acteerwerk dan de andere nummers. Dat mag ook wel, want dit is de conclusie van de saga. Het einde is, voor een fantasyverhaal, redelijk cliché, maar ergens toch onverwacht. Ik verklap niks, maar halfdemoon Dargor (ja, die uit Dargor, Shadowlord Of The Black Mountain) heeft een grote rol. In het tekstboekje staan lappen tekst die nog meer verduidelijking geven dus je mist echt wel wat als je het album download.

Het is jammer dan met Anima Perduta er een matige ballad tussen staat. Matig voor Rhapsody standaard dan wel he. Ballads als Lamento Eroico en Son Of Pain staan trots in de lijst ‘beste metal ballads’ maar Anima Perduta is het gewoon nét niet. Maar, Fabio Leone...wat een stem. Het moet gezegd.
I Belong To The Stars is op eerste gehoor een wat raar nummer, beetje poppy. Valt dus een beetje buiten de boot, maar is wel lekker.
Dan, een groter kritiekpunt: bijna alle nummers volgen dezelfde structuur. En niet alleen op dit album, op alle albums. Het is bijna altijd intro, couplet, prechorus, couplet, prechorus, refrein, solo, soms prechorus, refrein, outro. Let er maar eens op. Nou werkt het wel voor Rhapsody, maar een beetje variatie kan nooit kwaad. Dat is het grootste euvel.
Persoonlijk vind ik het erg jammer dat de teksten wat abstracter zijn dan voorheen en er in het boekje minder teksten ter verduidelijking staan. Bij een nummer als Holy Thunderforce kan je zo raden wat er in het verhaal gebeurd, op dit album en het laatste is dat minder. Maar dat is strikt persoonlijk hoor.

Dit is gemakkelijk één van Rhapsody’s beste albums geworden. Drie releases in een korte tijd en allemaal van hoog niveau, dat zullen niet veel bands ze nadoen. Dit is nou een album van een band die doet waar ze goed in zijn. Een makkelijk album is dit niet, alleen Heroes Of The Waterfalls’ Kingdom vergt al minstens vier luisterbeurten. Maar een symfonisch power metal juweeltje, dat is dit absoluut. Fans van het genre moeten deze in huis hebben want ik denk niet dat er dit jaar nog een betere power metal plaat uit gaat komen.

90/100


Pagan’s Mind – Heavenly Ecstasy

Progressieve metal is vaak een genre voor elitisten. Niet veel mensen kunnen de lange songs, de maatwisselingen en gitaarmasturbaties waarderen. Gelukkig voor deze mensen zijn er bands opgestaan die de progressieve stukjes vermengen met de pakkendheid van power metal. Denk aan bands als Evergrey, Kamelot en Darkwater. Ook Pagan’s Mind behoort tot deze stroming en met Heavenly Ecstasy hebben ze hun vijfde album in the pocket, en vergeleken met de vorige werkjes God’s Equation (2007), Enigmatic: Calling (2005) en Celestial Entrance (2003) is het een veel toegankelijker album geworden waar de meezingbaarheid hoog ligt.

Wat kan je verwachten? Pagan’s Mind zoals de vijf Noren al jaren maken. Pakkende power metal met aanstekende refreinen en proggy elementen. Denk dan aan futuristische keyboards en abstracte gitaarriffs, maar verwacht zoals gezegd geen ellenlange solo’s. En met een gemiddelde lengte zo rond de vijf minutenzijn de songs redelijk compact.
Het eerste nummer, Eyes Of Fire, bevat oosterse elementen en zet meteen de verwachtingen voor de rest. De eerste helft is Pagan’s Mind zoals we ze kennen. De nummers zijn dan ook van hoog niveau en Intermission, Walk Away In Silence en het harde Follow Your Way zijn dan ook stuk voor stuk heerlijke progmetal songs. De zang van Nils K. Rue is zeer herkenbaar. De man heeft dan ook heel veel bereik en power. Af en toe zit er een effect op zijn stem, net als op Atomic Firelight van het vorige album. Revelation To The End is met achtenenhalve minuut het langste nummer van het album en natuurlijk is het één van de progressievere nummers van het album. Het is echter geen nummer waarin de rode draad volledig zoek raakt. De structuur is duidelijk en hoewel de solo lang is komt het snarenwerk van Jorn Viggo Lofstadt nooit over als ‘wankery’.

De tweede helft is wat diverser. Hier vind je de powerballad Live Your Life Like A Dream, die genoeg ballen bevat om toch boeiend te zijn en de (voor Pagan’s Mind begrippen) woeste powermetalfurie van The Master’s Voice. De zang van Nils klinkt bijna als een scream/grunt in het refrein en ik weet niet of het een effect is of zijn echte stem. Deze elementen, samen met de heerlijke solo maken dat dit nummer één van mijn favorieten van het album is.
When Angels Unite is dan weer een matige ballad. Het is niet echt slecht, maar zo standaard en cliché dat het niet op het album past. Nils zingt wel erg mooi, dat moet gezegd worden. Gelukkig is het maar 2:50 minuut van een album dat ruim 65 minuten duurt. Afgesloten wordt er met Power Of Mindscape, en dat is weer een lekker nummer.

Pagan’s Mind is een uitstekend alternatief voor de muziekfan die van proggy muziek houdt, maar liever niet té ingewikkeld denkt en graag wil meezingen. Denk de gulden middenweg tussen Dream Theater en Evergrey. Het album zal meerdere luisterbeurten nodig hebben maar dan heb je ook wel een erg goed album. Ik hou hier wel van. Gewoon goed dus!

84/100

Saxon  - Call To Arms

Altijd als ik Saxon opzet komt mijn pa heel blij mijn kamer binnen en begint hij spontaan luchtgitaar te spelen. Hij is dan ook erg blij dat ik zijn liefde voor die band deels heb overgenomen. In de jaren ’70 produceerde Saxon immers wereldplaten. Wheels Of Steel en Strong Arm Of The Law zijn nog steeds keiharde metalklassiekers.Waar sommige klassieke metalbands een dubieuze periode kende (Iron Maiden zonder Bruce Dickinson, Judas Priest zonder Rob Halford, Metallica weg van de thrash) bleef Saxon redelijk dicht in de buurt van het originele geluid.De band heeft dan ook jaren in dezelfde bezetting gespeeld. Sinds 2004 bracht de band louter knalharde platen uit en nu is er Call To Arms, het negentiende album.

Ik kan hier kort over zijn: Saxon is en blijft Saxon. De lekker metalstampers zijn nog steeds waar de heren het best in zijn. Surviving Against The Odds, Hammer Of The Gods, Chasing The Bullet en de snelle speedmetal furie van Afterburner laten jonge metalheads maar eens horen hoe je degelijke oldschool metal maakt! Met When Doomsday Comes (Hybrid Theory) en de titeltrack staan er ook twee langzamere nummers op waarop de toetsen een grote rol innemen. Of dit goed of slecht is, is aan de luisteraar, maar ik vind de toetsen op Call To Arms iets té prominent. Past niet echt bij Saxon denk ik, hoewel het nummer wel een mooie epische ballad is. Maar deze Britten blijven op hun best met de rocknummers en ik nomineer het stampende No Rest For The Wicked als één van de uitschieters.

Hoewel het een zeer degelijk album is, met uitstekende nummers is er toch iets dat ik mis, een punt charme dat de oude platen uit de jaren ’80 wél hadden. Misschien is het de stem van Biff Byford, die toch veel van zijn ooit indrukwekkende bereik heeft moeten verliezen, misschien is het omdat het tempo lager ligt. Maar een slechte plaat? Zeer zeker niet! De oldschool metalfan zal hier zeker raad mee weten. Hoe weet ik dat? Simpel, mijn pa vindt het een lekkere plaat, en als Saxon-fan is dat alle bewijs dat je nodig hebt.

77/100

Status Quo – Quid Pro Quo

Status Quo is al jaren mijn lievelings niet-metal band. Ik ben prakisch opgegroeid met de opzwepende boogie rock van de Britten. Blue For You is mijn all-time favoriete plaat, met de nadruk op plaat (ik heb het ding op LP). Iedereen kent de klassiekers van de Quo wel. Als titels als Rocking All Over The World, Whatever You Want, In The Army Now en Caroline je onbekend in de oren klinken raad ik je nu aan om op je dak te klimmen, keihard ‘ik ben een muziekbarbaar’ te schreeuwen en je te laten vallen. Niemand zal je missen en je moeder houd niet van je.

Dus. Album nummer 29. Vijf jaar na het vorige album. Dat is een lange tijd voor de Quo. Zelfs de break-up duurde minder lang geloof ik. Kunnen we nu nog iets nieuws verwachten. Natuurlijk niet! De sound van Status Quo is natuurlijk totaal niet origineel. Die is al 41 jaar onveranderd, net als het herkenbare logo. Maar je moet wel onthouden dat zij de eerste waren! Alles wat als hen klinkt aapt hén na, en niet andersom!

Op naar de muziek. De Quo heeft geleerd van hun fouten en focust al drie album alleen maar op hun sterke punten. De dubieuze pop-periode van de jaren ’80 wordt (op Burning Bridges en In The Army Now na) live volledig genegeerd en op de albums staan alleen maar keiharde rocksongs. Opener Two Way Traffic trapt meteen het gaspedaal in en neemt ons terug naar de eerste jeugd van de band met klassiekers als Hello, Never Too Late en Quo. De rocksongs overheersen dus en met knallers als Better Than That, Let’s Rock (met blazers), Movin’ On en Frozen Hero laten de heren weten dat ze het gewoon nog kunnen. Ballads staan er niet op. Any Way You Like It is het ‘rustigste’ nummer maar is ook een gladde rocksong. De oude bluesrock sound wordt versmolten met de modern structuur en minder makkelijke akkoordenschema’s. Dat klinkt lastig maar houdt alleen maar in dat de 12-maten blues niet in elk nummer zit.
Ik vind het altijd fijn als de bas prima te horen is en op Quid Pro Quo neemt John’Rhino’ Edwards lekker het voortouw. Zijn pompende bas stuwt nummers als Two Way Traffic en Movin’On lekker voort. Ik noem die nummers redelijk vaak he? Het zijn ook mijn lievelingsnummers, dan mag dat.

Heeft een metalhead hier veel aan? Nee, dit is hardrock. Alleen voor de rockers onder ons dus. Maar heb je grijze haren, herinner je de tijd dat vinyl 2 gulden kostte, dat het hebben van lang haar betekende dat je een outsider was en dat sex geen taboe was? Dan moet je dit hebben want het kan zomaar eens de beste plaat van het nieuwe millennium zijn.

89/100


Stay metal \,,/