vrijdag 7 oktober 2011

Long intervals

De interval tussen mijn blogs worden groter en groter, en het reviewwerk stapelt zich op. Opeth en Dream Theater had ik graag gedaan voor deze editie maar het is me niet gelukt. Wat me wel gelukt is, is een mooi verslag van de Baroeg Open Air, in Rotterdam, dus hou je daar maar mee zoet.

REVIEWS

Powerwolf – Blood Of The Saints

De wolven zijn weer terug! Sinds het Duitse Powerwolf in 2007 Lupus Dei losliet op de wereld is de band een rijzende ster in metalland. Pakkende power metal met een lading orgel en koor voor de nodige bombast en teksten over vampieren, bloed, (weer)wolven en meer van dat soort onzin. En gelukkig pakt het goed voor ze uit.

Bible Of The Beast was bombastisch, vol met koren en orgels. Blood Of The Saints is wat meer gitaargedreven. De bombast is er nog, maar minder kitscherig dan voorheen. Dat neemt niet weg dat Sanctified With Dynamite begint met epische koren en een dikke laag orgels. Je weet meteen dat Powerwolf niks aan hun geluid veranderd heeft. Van de Maiden-achtige riffs tot de operazang van Atilla Dorn, alles is vertrouwd. Murder At Midnight, We Drink Your Blood, Son Of A Wolf, Dead Boys Don’t Cry, All We Need Is Blood…allemaal lekkere nummers met refreinen om van te smullen. Wat pakkende songs betreft kan Powerwolf zich meten met Sabaton.
Night Of The Werewolves is een totale eerbetoon/ripoff (afhankelijk van hoe je het bekijkt) van Iron Maiden. Ik vind het in ieder gevaal een heerlijk nummer. De teksten zijn zoals vanouds weer briljant. Jezus, Christendom, weerwolven, de hele meuk komt aan bod, vergezeld van de heerlijke stem van Dorn. Hij heeft zowel een goede metalstem als een goede operastem, en dat hoor je niet vaak. Latijnse teksten worden veelvuldig gebruikt en de hoeveelheid ‘hallelujah’s is verdrievoudigd. Maar het is gewoon zo pakkend.

Powerwolf mag wel iets nieuws laten horen op het nieuwe album, voor het kunstje oud wordt. Op dit album klinken de heren nog steeds geinspireerd en Blood Of The Saints is dan ook een goed album. Enige misser is Ira Sancti (When The Saints Are Going Wild). Na het bombastische Die, Die, Crucified is het gewoon saai. Powerwolf heeft betere afsluiters gehad. Maar deze kleine valse noot is er slechts één in een solo van Dragonforce. Blood Of The Saints is een heerlijke aanschaf voor liefhebbers van pakkende metal die het niet allemaal zo serieus hoeven te nemen. Deze dikke voldoende is dan ook vooral voor het luisterplezier en niet voor de innovatie. Probeer trouwens echt de special edition in huis te halen, op een bonus CD vindt je vijf nummers van Powerwolf opgenomen met orkest en koor. Zeer de moeite waard!

85/100

Hackneyed – Carnival Cadavre

Het Duitse Hackneyed heeft ondanks hun jonge leeftijd de kunst van de death metal helemaal te pakken. Maar in plaats van trendy te doen en, zoals tegenwoordig in is, maken ze geen deathcore of über-technische death metal zonder kop en staart. Nee, deze jongens en dame maken groovende, een beetje old-school death metal.

Carnival Cadavre is hun derde album en is een conceptalbum over een macaber circus. Niet dat je daar veel van merkt, maar het is een leuk weetje. De teksten zijn immers onverstaanbaar door de diepe grunt van zanger Philip Mazal.
Vanaf het intro wordt je door tien strakke death metal tracks heengeleid. Ik moet bij vlagen aan de zweedse collega’s van Vomitory denken, en dat is zeker goed. Hackneyed heeft goed begrepen dat een nummer houvast aan de luisteraar moet bieden en in plaats van razendsnelle loopjes spelen ze goede riffs, zoals in Infinite Family.
Het tempo wordt nooit echt opgekrikt. Blastbeats komen veelvuldig terug, maar de snelheid blijft binnen de perken (voor death metal begrippen).
Dit heeft voor- en nadelen. Het levert een makkelijker album op, waar je als luisteraar niet veel moeite voor hoeft te doen, maar voor mensen als ik, die kicken op snelheid is het een minpunt. Ik had verwacht dat Bugging For Mercy, het eerste nummer, lekker snel zou zijn, maar daar kwam ik bedrogen uit.
Een kritische noot: De eerste riffs van Feed The Lions en Cure The Obscure zijn praktisch hetzelfde. Dat is niet zo erg als ze op verschillende plaatsen staan, maar ze staan na elkaar op de tracklist. Dat gaf me een déja-vu gevoel. Verder zijn de nummers echter verschillend, en Cure The Obscure is een zeer goed nummer, vooral met de akoestische break halverwege.


Gelukkig staan er met Damn (You’re Dead Again), Coulrophobia en Magic Malignancy (het enige nummer dat wel echt het gaspedaal intrapt) nog meer prima nummers op. Het is allemaal heel standaard en we hebben het al een keer gehoord, maar de uitvoering is goed en dat is wat telt.
De old-school invloeden worden prima aangelengd met moderne geluiden en zelfs melodische riffs! Verwacht geen golf van vernieuwing, maar degelijke metal van een band die nog niet aan hun plafond zit.

78/100

Machine Head – Unto The Locust

Na vier jaar non-stop touren is er nu dan eindelijk de opvolger van The Blackening, het zesde album van Machine Head. Live zijn deze heren altijd een intense beleving. De woeste agressie en nekbrekende grooves van het viertal zijn inmiddels een begrip geworden. En als een band er zo lang over doet om met een opvolger te komen voor een plaat die over het algemeen als een opus magnum beschouwd wordt zijn de verwachtingen hoog gespannen.

Meteen toen de tracklist bekend gemaakt was viel één nummer op: I Am Hell (Sonata In C#). Ruim acht minuten lang en bestaande uit drie delen. Ik ga maar meteen zeggen dat het één van Machine Head’s beste nummers geworden is. Het begint rustig, met Robb Flynn die in het Latijn zingt maar na een heerlijke opbouw barst alles los in een woest kolkende metalmassa zoals alleen Machine Head die kan maken.
Be Still And Know is melodischer en wat langzamer maar zeker niet minder goed. Machine Head laat zien ook catchy stukken te kunnen schrijven zonder dat de agressie daarbij afneemt. Dat is ook zo bij Locust. Vooral het refrein mag in het rijtje ‘Machine Head’s Beste Momenten’ samen met de introriff van Imperium. De tekst is ijzersterk, en de drums van Dave McClain superstrak.

Darkness Within is de vreemde eend in de bijt. Het begint akoestisch, en blijft zo voor een groot deel van het nummer. Robb Flynn heeft zangles genomen en dat hoor je. Zijn zang is erg mooi en je weet dat hij meent wat hij zingt. Gelukkig doen de gitaren en drums snel hun intrede en krijg je wat waarschijnlijk het dicht bij een ballad is wat Machine Head ooit zal komen. Ga nu niet denken dat het nummer geen ballen heeft want het is een zeer stevig nummer.

Pearls Before The Swine is op eerste gehoor niet zo goed als de voorgaande nummers, mede door het slepende tempo, maar na vijf minuten haalt Dave McClain zijn pedalen tevoorschijn en komt er een heerlijk groovend stuk dat nog pakkende tekst bevat ook. En als afsluitende riffs laten de heren de deathcore-kiddies eens horen hoe een moddervette breakdown hoort te klinkt. Loodzwaar en perfect headbangbaar.
Afsluiter Who We Are begint met een lief kinderkoortje. Totdat Robb Flynn gaat zingen en de zalige riffs je weer om de oren vliegen. Het album wordt afgesloten met woeste thrashriffs die vergezeld van feedback overgaan in hetzelfde waar het album ook mee begon: een rustig klassiek melodietje.

Er zijn twee dingen met dit album. Het eerste is dat het een paar luisterbeurten kost om het te dorogronden. De hoge tempo’s, veelvuldigheid aan riffs en lange duur van de nummers dragen niet echt bij aan de toegankelijkheid van het album. Ironisch genoeg is I Am Hell juist één van de toegankelijkste nummers omdat het duidelijk verdeeld is in drie stukken. Een ander punt is puur persoonlijk. Ik vind dat er best nog een nummer op de plaat had gekund. Ik vind het met zeven nummers die samen 48 minuten duren toch wat kort aanvoelen.
Gelukkig zijn dit wel  48 minuten van pure metal. Groovende moderne thrash zoals alleen dit viertal kan maken.  Het album presenteert eigenlijk niks nieuws, maar dat zal de fans een worst wezen. Het zal me niks verbazen als er opeens een stuk meer mensen nekklachten hebben…

93/100

Nightrage - Insidious

Applaus voor Marios Ilostopoulos! Voor het eerst sinds de naar Zweden verhuisde Griek zijn Nightrage oprichtte is het hem gelukt om twee albums achter elkaar dezelfde line-up te behouden!. En laten we er blij om zijn want samen met voorganger Wearing A Martyr’s Crown is zijn dit de beste albums van Nightrage tot nu toe.

Nightrage heeft altijd een goede formule gehad: pakkende melodische death/thrash, met niet al te veel franje en vooral goede riffs, zoals opener Delirium Of The Fallen al laat horen. De typische Gothenburg-riffs en harmonieën zijn alom vertegenwoordigd. Wie ook vertegenwoordigd is, is ex-zanger Tomas Lindberg. Ja, van At The Gates. Hij komt meebrullen op het titelnummer, Sham Piety en This World Is Coming To An End. Je moet wel weten wie hij is, anders kan hij snel verward worden met zanger Anthony, omdat hun stemmen best op elkaar lijken.
Van begin tot eind is Insidious een prima album, met goede songs. Sham Piety, Wrapped In Deceitful Dreams (met Tom Englund van Evergrey als gast) en Cloaked In Wolf Skin zijn enkele voorbeelden van hoe je uitstekende melodische death metal kan maken, zoals honderd andere bands doen, en toch beter klinkt dan de meesten.

Het laatste nummer van de plaat, Solar Corona, is een progressiever werkje. Grotendeels instrumentaal en gevuld met heerlijke solo’s van Marios en Gus G. (Firewind, Ozzy Osbourne). Gus G. maakt trouwens in meer nummers zijn opwachting.
Door de grote hoeveelheid nummers en de relatief korte duur lijdt de tweede helft van het album wel een beetje aan eenheidsworst. Poignant Memories en Hush Of Night leggen het net af tegen de betere eerste helft.

Desalniettemin bevestigd Nightrage maar weer even hoe goed Zweede melodische death metal kan zijn. De Gothenburg-scene mag dan ietwat verzadigd zijn, Insidious is een uitstekend album met een lading goede songs. Nu hopen dat deze line-up langer bij elkaar blijft dan de vorige…

82/100


BAROEG OPEN AIR



Sinds 2007 vindt in Rotterdam één van de weinige metalfestivals van Nederland plaats: Baroeg Open Air. De edities in 2007 en 2008 in het Spinozapark waren een groot succes en in 2010 werdt uitgeweken naar het grotere Zuiderpark. Ook dit jaar vond Baroeg Open Air hier plaats, het openluchtfestival van het poppodium Baroeg. Er was dit jaar maar één podium in plaats van twee. Dit betekende dat er minder bands geprogrammeerd stonden maar ook dat er geen overlap is tussen bands. De gevarieerde line-up en het heerlijke weer waren uitnodigend om een bezoekje te brengen aan dit festival.

Candybar Planet trapte het festival om één uur af. De zware stoner rock van het drietal kreeg het publiek niet erg wild maar toch waren er genoeg op- en neer gaande hoofden te zien. Candybar Planet is een Nederlandse band en maakt stonerrock. Zo nu en dan kwam er een aardige interlude voorbij en met vlagen wordt er flink gesoleerd maar echt enorm interessant werd het nergens. Desalniettemin een leuke opener, maar toch niet zo spetterend als een opener eigenlijk hoort te zijn.

Het Canadese Skull Fist heeft pas nog in Nederland opgetreden met Sabaton. Dat de band veel zieltjes heeft gewonnen was te merken want de respons van het publiek was groot. Het viertal onder leiding van zanger/gitarist Jackie Slaughter bestaat nog maar kort maar ze staan op het podium alsof ze jarenlange ervaring hebben. Head Of The Pack, Commanding The Night, Like A Fox en No False Metalzorgden voor veel rondzwaaiende haren. Het geluid was goed, maar de zang kon wel wat harder.

Mark Foggo en zijn Skasters zijn al jaren een begrip in de ska-wereld. Ik vond het dan ook verwonderlijk dat de tent redelijk leeg bleef. Maar toch waren er genoeg mensen vooraan het podium lekker los gingen. De muziek van Foggo is dan ook perfect om op te springen en te moshen. Vergezeld met blazerssectie en een perfect geluid steeg de temperatuur in de tent tot grote hoogten. Alle nummers lijken op elkaar en volgens mij kende niemand de nummers maar na één keer het refrein te horen werden ze al luidkeels meegezongen. Als het gaat om gezelligheid en feestelijkheid was Mark Foggo vandaag de grote winnaar.

Vanderbuyst mocht al op tournee met Saxon en door bijna alle festivals af te gaan hebbende drie heren dan ook al een trouwe fanbasis opgebouwd. Met de vingervlugge gitarist Willem Verbuyst als boegbeeld vuurde Vanderbuyst hun rock op het publiek af. In november komt het nieuwe album Into The Fire uit en de band speelde alvast het titelnummer. Verder passeerden onder meer Stealing Your Thunder en Tiger de revue. Deze band weet hoe ze een goede show moeten neerzetten zonder franje en overdreven gedoe. Na drie kwartier lieten ze het publiek achter, hongerig naar meer.

En meer kwam er met Neerlands hardcore trots Born From Pain. Hoewel de temperatuur inmiddels tot ruim boven de 20 graden gestegen was kwamen de heren op in dikke sweatshirts. Het belemmerde zanger Rob Franssen niet om rond te rennen en het publiek op te hitsen met zijn agressieve schreeuwen. De moshpits waren ruig zoals dat hoort bij hardcore en afgezien van de hitte was de energie flink aanwezig. Persoonlijk ben ik geen Born From Pain kenner dus ik kan niet zeggen welke nummers er gespeeld werden, maar wel dat de hele show gebracht werd met een enorm enthousiasme en een loepzuiver geluid.

Ondanks dat enthousiasme moest er ook gegeten worden, vandaar dat ik Sinister compleet gemist heb.

The Gathering heb ik alleen gehoord van buiten de tent. De set begon rustig, met het atmosferische Herbal Movement. Naarmate de set vorderde werd het harder materiaal gespeeld, waaronder Broken Glass en Travel. De tent zat propvol, maar toch was The Gathering de buitenstaander van het festival vanwege hun rustigere sound. Het was geen geheim dat de band populair is en er werd een zeer degelijke show neergezet voor een volle tent.

Het was meteen duidelijk voor wie iedereen kwam want de tent barstte uit zijn voegen tijdens Korpiklaani. De Finse bende moest de beschamende show op Paganfest in Tilburg goed maken.Hopelijk zou de nieuwe violist Teemu Eerola daarbij helpen. Afgetrapt werd er met Hunting Song en Cottages And Saunas en meteen zat de sfeer er goed in. De band was energiek (al is dat bij accordeonist Juho en bassist Jarkko relatief) en het publiek ging wild tekeer. Van begin tot eind was het een feestje van herkenning. Onder meer Journey Man,Vaarinpolkka en Running With The Wolves werden gespeeld. Ukon Wacka vormde het rustpuntje van de set. Toen begeon het feest want de band speelde Juodaan Vinaa, Beer Beer, Wooden Pints, Tequila en Vodka achter elkaar. Iron Fist vormde de afsluiter van de reguliere set. Na een hoop geplaag van de aankondiger kwam de band terug en met Pellonpekko, Kipumyly en Korpiklaani kwam er een eind aan een fijn optreden. Jammer dat Happy Little Boozer wéér niet gespeeld werd, maar je kan niet alles hebben.
Baroeg Open Air 2011 was in alle opzichten een geslaagd feestje. Goedkoop bier, leuke kraampjes en een zeer goede line-up. Volgend jaar viert het festival zijn vijfde verjaardag. Laten we hopen dat er nog meer edities volgen, zoveel goede gratis festivals zijn er immers niet meer.


JUKEBOX

Powerwolf - We Drink Your Blood
Hackneyed - Deatholution
Nightrage - Insidious
Machine Head - Locust

Stay metal!! <,,-JUKEBOX

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen