maandag 1 augustus 2011

The triumphant return!!

Allemensen, de voeten in de aarde die nodig waren om deze blog online te krijgen zeg! Blogspot heeft nu de irritante gewoonte ontwikkeld om mijn teksten niet op te slaan en te publiceren. Het kostte me drie weken rond kijken en vragen op het forum om een oplossing te hebben en die is er niet, behalve dat ik nu mijn werk via Internet Explorer moet plaatsen. En laat me zeggen: dat werkt KUT! Maar ik heb de zeven reviews die ik voor de vakantie schreek eindelijk geplaatst en dat is wat telt. Veel oosterse shit deze keer, met Versailles, Blood Stain Child en Chthonic. En een album dat al maanden geleden gereviewd had moeten worden. Scroll helemaal naar beneden om de review van Hell te lezen en voor een extra grote jukebox met oa de nieuwe clip van Edguy!

Versailles – Holy Grail

Ten eerste een waarschuwing, dit zijn allemaal kerels. Ja, ook degene in de jurk. Dus geen vieze dingetjes doen. Bah. Anata wa hentaidesu*.

Dit Japanse collectief valt een beetje tussen twee werelden. Hun snelle power metal sound schrikt visual kei fans af en tegelijkertijd is de typisch Japanse zang van zanger Kamijo te soft voor metalheads. Aangezien ik wel van beide genres hou en helemaal gek ben op snelle symfonische power metal was Versailles een schot in de roos.
Versailles heeft alles wat een fan van symfonische power metal wil: snelle twingitaren, drums die sneller roffelen dan mach 2, majesteuze toetsen en een scheut progressieve elementen. De twee albums Noble (2008) en Jubilee (2010) zijn kleine meesterwerkjes. De dood van bassist Yasmine You, vlak voor de release van het tweede album zond een schok doro de fanbase, maar met de nieuwe bassist Masashi is deze derde plaat op rap tempo ingeblikt.

De sound is grotendeels hetzelfde gebleven. Kamijo zingt nog steeds met zijn ietwat nasale tenor, Teru en Hizaki scheuren nog steeds op hun planken met het grootste gemak...en toch...is er iets anders. Het symfonische metal element is iets meer naar de achtergrond verschoven en de gitaren zijn het leidende instrument. Niet dat je daar op eerste gehoor iets van merkt want Masquarade begint symfonisch en barst dan los. Het is een typische Versailles-track, met de elementen die vertrouwd zijn. Maar op Philia merk je het meteen. De toetsen zijn minder aanwezig en het klinkt meer als een typisch J-rock nummer.Het album verschuift een beetje tussen die genres. De basis is duidelijk metal, zoals Flowery, Dry Ice Scream!! [Remove Silence], Destiny –The Lovers- en Judicial Noir laten horen. Het zijn uitstekende tracks maar, met uitzondering van Destiny –The Lovers- niet het beste van Versailles. Vampire is wél een geweldig nummer. Er heerst een gothic-achtig sfeertje om het nummer en het is een headbanger van formaat, waarin Kamijo zijn (niet zo goede) screams van stal haalt. Op Noble zou het nummer niet misstaan hebben.

Ballads zijn altijd een heikel punt voor metalheads. De meesten willen geen langzame nummers. Ik wel, een ballad kan erg mooi zijn mits goed uitgevoerd. Versailles is wisselvallig. Sympathia bijvoorbeeld is erg matig, maar Serenade en Episode zijn twee van de prachtigste nummers die ik ken. Op Holy Grail staan twee ballads. Remember Forever is een erg mooi nummer met mooie twinleads en een grote rol voor piano. Love Will Be Born Again is een goblin van een nummer (Ik weet dat de uitspraak ‘draak’ is maar ik hou van draken en vind ze mooi. Goblins zijn lelijk.) Dat ligt niet aan de uitvoering, maar aan het feit dat het nummer volledig in het Engels is. Japanse bands kunnen best Engels, kijk maar naar Galneryus. Maar Kamijo kan het niet. Hij heeft een monsterlijk slecht accent en het is lachwekkend. Dit klink als een erg triviaal feitje, maar je moet weten dat ik sinds ik ontdekte dat The Revenant Choir, waarschijnlijk het ultieme Versailles nummer, ook volledig Engels is, ik er bijna nooit meer naar luister. Dat accent verpest het echt.

Maar alles wordt goedgemaakt met Faith & Decision, een 16(!) minuten durende track. De eerste zes minuten zijn volledig instrumentaal en klinken als een duel tussen Hizaki en Teru. Echt fantastisch om te horen. Die Japanners zijn raar, maar gitaarspelen kunnen ze wel! Het nummer wringt zich in allerlei bochten om zoveel mogelijk te laten horen. Het is een moeilijk lied, maar heel erg de moeite waard.

Holy Grail is een ijzersterk album geworden, dat slechts op een paar punten de plank misslaat. De nummers zijn wel prima, en hoewel de symfonische power metal een beetje weg is, zijn de elementen er nog wel. En best vaak ook hoor. Dit is een band die twee typen mensen kan bekoren: zij die van Japanse muziek houden, en zij die van metal houden. Ik hou van allebei, en ik beloon de Japanse travestietenbende dan ook met een goed cijfer. Maar toch kan ik me niet ervan weerhouden me af te vragen wat Hizaki onder die jurk aanheeft...

87/100

*Jullie zijn viezerikken.

Chthonic – Takasago Army

Metal uit Taiwan blijft een raar fenomeen. Eigenlijk is alleen Chthonic een ‘grote’ naam uit het kleine landje. Met een interessante mix tussen folksmuziek en Cradle Of Filth-achtige black metal veroverd de jonge band steeds sneller terrein. De sound wordt steeds breder uitgewerkt en het resultaat mag er wezen. Met het zesde album Takasago Army komt er een eind aan de trilogie die met Seediq Bale (2006) en Mirror Of Retribution (2009) een begin kreeg; een trilogie over het oorlogsverleden van Taiwan.

Muzikaal neem Chthonic een stap terug van de CoF-riffs van de vorige twee albums. Een minder orkestraal geluid en minder hoge screams van zanger Freddy zijn het gevolg. De erhu neemt een prominentere plaats in. Legacy Of The Seediq, Takao, Kaoru...het zijn allemaal woeste metalnummers met een stevige scheut folksmuziek. Dit exotische tintje is net wat de muziek nodig heeft om apart van de meute te komen. In Mahakala komen er verwoestende blasts aan te pas  en de symfonische toetsen vermengen perfect met de oosterse geluiden. Ik mis zelf aanknopingspunten want nu lijken alle nummers behoorlijk op elkaar. Er is niet echt iets dat ze van elkaar onderscheid omdat ze allemaal dezelfde elementen bevatten.

Maar toch is Takasago Army een lekkere plaat om te horen. De tempo’s liggen lekker hoog en de oosterse elementen zijn prominent, maar toch niet zo prominent om dit als folk metal te onderscheiden. De ultieme Chthonic plaat laat nog even op zich wachten. Tot die tijd houdt Takasago Army mij wel zoet.

78/100

Blood Stain Child – Epsilon

Japan is een raar land. De bakermat van WTF-momenten. Ook in de Japanse muziek zitten die momenten. Zoals Versailles (elders in deze blog te vinden) en Maximum The Hormone. Leuke bands hoor, maar erg vaag. Blood Stain Child is ook zo’n band. Niet omdat ze pop met metal mixen. En de mannen zien eruit als mannen en de vrouwen als vrouwen. Nee, deze band is WTF omdat ze twee albums klonken als een Scandinavische Children Of Bodom kloon, en met het album Idolator (2005) plots een lading futuristische toetsen aan hun geluid toevoegden. Op de opvolger Mozaiq (2007) werd de melodic death techno metal sound verder uitgediept en nu is er Epsilon en weer gaat de groep iets verder.

Meteen bij Sirius VI is het duidelijk dat de keyboards  enorm op de voorgrond staan. Bassist Ryu heeft de zang weer overgenomen en krijst als een bezeten samurai terwijl de nieuwe zangeres Sophia als een popzangeresje braaf haar lijntjes zingt. Ze houdt zich prima staande terwijl de riffs en roffels je om de oren vliegen.
De nummers zijn furieus en bevatten geweldige riffs en dito keyboards. Pas bij Sai-Ka-No wordt er gas terug genomen. Tot de hoogtepunten reken ik Forever Free, het erg Norther-esque Unlimited Alchemist en Merry-Go-Round. Maar wellicht dat dit voor de doorsnee melodeath liefhebber te poppy en vrolijk is. Sterker nog, dat weet ik zeker. Wat ook niet helpt is het feit dat ik niet weet of ze Engels of Japans zingen. Ik denk zelf Engels, omdat de toon anders is. In dat geval verdienen ze extra punten want het is accentloos en prima Engels. En we weten allemaal dat dat voor Japanners een hele opgave is. Tegen het einde merk ik wel dat de nummer een beetje op elkaar lijken en dat is toch een vlekje op het glanzend gepoetste raam.

Japanse metal...je houdt ervan of je vindt het helemaal niks. Ook Blood Stain Child valt in zo’n categorie. Ik houd ervan. Die excentrieke Japanners kunnen best een moppie muziek maken. Jij zal voor jezelf moeten uitmaken of je het wat vindt, maar ik raad dit album aan als je van poppy en elektronische metal houdt. Het is geen geweldig album, maar zeker een prima middenmoter.

73/100


Earth Crisis – Neutralize The Threat

Earth Crisis is een hardcore/metalcore band die in de jaren ’90 hielp het metalcore genre op de kaart te zetten. De band had een stevige punk attitude en was niet geschroomd van ongezouten kritiek op de mens en het systeem. De veganistische straight-edge lifestyle van de bandleden gaf ze hopen inspiratie voor maatschappelijk getinte teksten.

De band ging uit elkaar in 2001 maar kwam in 2007 weer bij elkaar en bracht al één album uit: To The Death in 2009. Dat album en ook deze nieuwe schijf staan vol met woeste hardcore, geleid door de stem van Karl Buechner. Na het veredelde intro Raise staat de titeltrack vol gecontroleerde woede.  De productie is uitstekend en zelfs de bas is bij vlagen goed te horen. Het album duurt maar een half uur en met tien nummers is de gemiddelde lengte ongeveer drie minuten. De songs zijn dus korte uitbarstingen van energie, maar dat hoort gewoon bij hardcore. Total War, Counterstrike en Black Talons Tear zijn kwade nummers vol energie. Pakkend en toch hard.

Je kan wel proberen hele pagina’s vol te schrijven maar de essentie blijft toch gewoon dat Neutralize The Threat een bovengemiddelde hardcoreplaat is geworden met een old-school sfeertje. Baanbrekend is het zeker niet, maar ik kan er wel van genieten.

81/100

Suicide Silence – The Black Crown

Het is hip om Suicide Silence te haten. Ik weet niet precies waarom. Is het hun uiterlijk? Omdat ze standaard deathcore maken? Ach, het is de muziek wat telt. De voorgaande platen wisten niet veel bij me los te maken. Dat is niet omdat ik niet van deathcore houd, integendeel! Despised Icon, Whitechapel en Job For A Cowboy worden geregeld op hoge volumes afgespeeld en ook Bring Me The Horizon vind ik best goed. Maar toch was er iets. Laten we hopen dat deze derde plaat dat patroon doorbreekt.

Met Slaves To Substance en O.C.D. worden we meteen keihard om de oren geslagen. De über-technische gitaarfratsen van de eerste staan haaks op de groovende ‘chugga-chugga’ riffs van de tweede. Frontman Mitch Lucker krijst, gilt en brult nog steeds zoals we dat gewoon zijn. Human Violence betreed death metal terrein met woeste blasts en stevige riffs terwijl Fuck Everything zo standaard is als de naam doet vermoeden. Over het algemeen genomen is de death metal wat sterker dan de –core invloeden.
Er is niet veel wat Suicide Silence op deze plaat doet wat niet eerder gedaan is. En hoewel er zeker goede nummers opstaan is het geen hoogvlieger. Smashed (met woeste krijs van Lucker in het begin) en Cross-Eyed Catastrophe zijn goede voorbeelden van goede nummers. Ik mis echter samenhang, dit zijn op zichzelf staande nummers en hooks en andere aanknooppunten zijn ver te zoeken.
Hoogtepunt van het album is de gastzang van KoRn frontman Jonathan Davis op Witness The Addiction.

Poeh, poeh, is dit nu een slecht album? Nee, dat niet. Is het een goed album. Moeilijk te zeggen. Er staan prima nummers op, maar ik mis samenhang en het maakt ook niks los. De platen van Whitechapel en Despised Icon wekken iets bij mij op wat Suicide Silence niet heeft. En dat is jammer, want we weten allemaal wel dat deze jongens barstensvol talent zitten. De fans zullen hier echter wel raad mee weten en moeten zich zeker niet laten tegenhouden van mijn kritiek. Als je van deze muziek houdt mag je zonder pardon vijftien punten bij mijn score optellen.

68/100

Unearth – Darkness In The Light.

Het Amerikaanse Unearth is een geweldig voorbeeld van hoe metalcore uitgevoerd moet worden. Fantastische riffs, brute doch melodische zang en breakdowns waar je U tegen zegt. De voorgaande vier platen stonden bol met deze opzwepende mix van elementen en Darkness in The Light gaat door waar men met The March mee ophield.

Nou, dat is nou ook niet helemaal waar. Unearth heeft gitarist Ken Susi een een flinke trap onder zijn kont verkocht en laat hem op een paar nummers zijn cleane zang tevoorschijn halen. Dat hebben ze sinds The Oncoming Storm niet meer gedaan. De energie van de plaat leunt ook dichter tegen deze plaat aan. De productie is minder ‘compact’ dan bij The March en de energie knalt er vanaf.
Met Watch It Burn, Arise The War Cry en Disillusion staan er en paar klappers van formaat op. Na het brute einde van Watch It Burn is het intro van Ruination Of The Lost lekker melodisch zoals alleen Unearth dat kan. Ze beschikken dan ook over één van de beste gitaartandems ter wereld. Het duo Buzz McGrath/Ken Susi kan wat mij betreft moeiteloos naast Tipton/Downing en de broertjes Young staan. De nummers zijn compact en rond de vier minuten lang. Dat is op zich een prima lengte voor een metalcoreplaat. Niet overdreven kort en niet zo lang dat je aandacht verslapt.
Het intermezzo Equinox zorgt voor een klein rustpuntje. Daarna mag Coming Of The Dark lekker tekeer gaan. Alle drums zijn overigens ingespeeld door Justin Foley van Killswitch Engage. En het moet gezegd, hij verricht prima werk.
De woeste furie van Disillusion sluit het album af en doet dat met verve. Wat een knaller zeg! Een een dijk van een breakdown.

Zo, daar hebben we het.  Unearth weet wederom een sterk album te maken. Ik ga dit niet vergelijken met eerdere albums, maar weet wel dat het geluid van de plaat dichter bij The Oncoming Storm ligt dan bij The March. Als ik zwakke punten moet aanwijzen is dat toch dat de nummers qua structuur erg op elkaar lijken. Laat dat je echter niet weerhouden want Darkness In The Light is Unearth op zijn best!

87/100

Hell – Human Remains

Een dubbeltje kan soms raar rollen. Het Britse Hell werd in 1982 opgericht door zanger gitarist David Halliday, gitarist Kev Bower, bassist Tony Speakman en drummer Tim Bowler. De band bracht enkele EP’s, demo’s en singles uit maar geen enkele platen maatschappij was geinteresseerd in the vooruitstrevende heavy metal vol met obscure en duistere teksten over de hel, Satan en dood. Uiteindelijk tekende de band bij het Belgische Mausoleum Records, maar nog voor het eerste album opgenomen kon worden ging de maatschappij op de fles wat uiteindelijk tot de split van Hell en de zelfmoord van David Halliday leidde. En in 2011 staat de band er weer, sterker dan ooit!

Dit is te danken aan producer Andy Sneap (oa. Devildriver, Opeth, Cradle Of Filth e.v.a.). Met behulp van de zoon van Kev Bower wist hij de band weer bij elkaar te brengen. Dave Halliday werd kort vervangen door Martin Walkyrier (ex-Skyclad, Sabbat) voordat de broer van Kev Bower, Dave het overnam. Bijna twintig jaar na het ontstaan is er met Human Remains nu het eerste album van Hell!

En dat hebben we geweten. Nuclear Blast staat bekend om goede promotie en dus werden we in alle bladen geconfronteerd met het hernieuwde Hell. Ze moesten alleen wel de juiste muziek hebben om de verwachtingen waar te maken. En dat hebben ze ook. Tien nummers uit de jaren ’80 zijn opgepoetst en met perfecte productie opgenomen. Dat mag ook wel met Andy Sneap achter de knoppen.
De songs die Hell twintig jaar geleden schreef staan nog steeds als een huis. On Earth As It Is In Hell en Plague And Fyre zijn heerlijke heavy metal anthems met pompende ritmes. De zang van David Bower is opmerkelijk. Hij zingt verstaanbaar en komt erg dramatisch over. De goede man is acteur, dus dat is te begrijpen. Het dramatische is toepasselijk omdat de muziek van Hell ook vrij dramatisch is. Het intro van Blasphemy And The Master zou anders overkomen als het gewoon gezongen was.

Her en der zijn delen van de oude opnames met Dave Halliday toegevoegd. Een mooi eerbetoon.
De nummers zijn stuk voor stuk ijzersterk, vol harde riffs en af en toe wat toetsen. Het tien minuten-durende The Devil’s Deadly Weapon is een mooie bloemlezing van waar deze band to in staat is. Het verveelt nooit. En dat geldt voor alle lange nummers op het album: nooit vervelend. Ik vind het ook leuk dat alle nummers vloeiend in elkaar overgaan.

Ik kan hier nu wel alle nummers apart gaan behandelen maar dat zou niet werken. Het beste is dat je het album zelf beluisterd. Jammer dat The Quest zo’n blij nummer is want vergeleken met de occulte en satanische boodschap van de andere songs valt hij buiten de boot. Maar het zijn maar vier minuten op een zesenzestig minuten en zes seconden duren album dus heel erg is dat niet. Het eerste album van Hell is meteen een schot in de roos. Attentie jaarlijsten; welcome to Hell!

95/100

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen