donderdag 9 juni 2011

Chasing the void

Ik loop nog steeds achter, maar dit is een mooie inhaalslag. Hoewel.. In de tussentijd zijn onder meer albums van Origin en Blood Stain Child uitgekomen en die moeten natuurlijk ook onderworpen worden aan een review. En dan moet ik ook nog steeds Primordial doen... Het leven is soms zo zwaar...

REVIEWS

MaYaN – Quarterpast

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Het woord ‘supergroep’ heeft een enge bijsmaak. Het schept verwachtingen die soms niet helemaal uitkomen. In het geval van Hail Of Bullets worden de verwachtingen ruimschoots voldaan, maar dat geldt zeker niet voor elke supergroep. Met (ex-)leden van Epica, Sun Caged, After Forever en Obscura en gastbijdrages van Simone Simons (Epica), Floor Jansen (Ex-After Forever, ReVamp) en Henning Basse (Sons Of Seasons, Ex-Metalium) kan  je het nieuwe MaYaN met recht een supergroep noemen. En maak er maar gerust SUPER-groep van!

Toen Mark Jansen zijn samenwerkingsverbond met toetsenist Jack Driessen (Ex-After Forever) en Frank Schiphorst (Sun Caged) aankondigde was dat de creatie van een hoop verwachtingen. Helemaal toen bleek dat Jeroen Paul Thesselink (Obscura, Pestilence), Isaac Delahaye en Ariën van Weesenbeek (beiden Epica) ook te horen zouden zijn op het album. De verwachtingen worden vrijwel helemaal waargemaakt. Vanaf dat Symphony Of Agression de eerste Obscura-achtige tonen uit je speakers knalt weet je ‘dit gaat goed worden.’ Iedereen die dacht dat MaYaN een hardere Epica zou worden komt bedrogen uit. Black en death metal worden versmolten met subtiele keyboards en progressieve elementen.

Mainstay Of Society is een lekker proggy stuk en een sterk refrein. Verwacht geen eindeloze stroom noten, MaYaN is bruut zonder eindeloze gitaar masturbaties. Pakkende stukken zijn geen zeldzaamheid. Course Of Life beantwoord wel aan de vraag naar brutaliteit. Er heerst een black metal sfeer over het hele nummer en het contrast tussen de schelle krijsen van Mark en de heldere tenor van Henning Basse is uitstekend. Tussen de insta-klassiekers The Savage Massacre (met ongelofelijk bruut intro) en Bite The Bullet krijgen we het rustige opera intermezzo Essenza Di Te, gezongen door de jonge Italiaanse zangers Laura Macri. Erg rustgevend en mooi.

Op Drown The Demon komt een droom van veel mensen uit: Simone Simons en Floor Jansen samen op een track. Het is een prima nummer, maar valt qua intensiteit een beetje buiten de boot. Ook is de quote van Ariën op het laatst een beetje lachwekkend door zijn overdrevenheid. Daarna komen dan wel twee hoogtepunten. De eerste heet Celibate Aphrodite en is een lang epos met alle elementen uit de vorige nummers: brute riffs,  mooie symfonische toetsen, verschillende passages, een refrein met epische koren, Henning Basse met zijn cleane zang en een gave solo. War On Terror begint symfonisch en doet me denken aan de Second Waltz, maar barst al snel los in een orgie van geweld. Ook The Phantom Of The Opera dook vaker in mijn hoofd op.
Na het korte Tithe krijgen we nog de klapper Sinner's Last Retreat - Deed Of Awakening en het album had niet beter kunnen eindigen dan met dit ultieme nummer.

MaYaN knalt zichzelf met dit debuutalbum direct naar de jaarlijsten. Alles klopt: de muziek is van zeldzaam hoog niveau, de wisselwerking tussen de vijf stemmen is perfect en de productie van Sacha Paeth is prachtig. De Epica-invloed is er wel degelijk, maar black en death metalfans kunnen hier zeker wat mee. Laten we hopen dat de Maya’s niet gelijk hebben anders krijgen we nooit meer een album van deze geniale band!

90/100


Alestorm – Back Through Time

Schotlands favoriete piraten zijn weer terug! Met slechts twee albums en een EP op hun naam heeft Alestorm zich nu al razend populair gemaakt door de podia te verover met een hyperactive mix van power metal, folk en piraten. Elke folk metal fan die ze niet kent doet iets niet goed. Nu is er dus Back Through Time en het is weer een leuk album geworden.

Verassingen hoeven we al lang niet te verwachten. Het is meer in welke vorm de Schotten nu weer hun creativiteit gieten. Het eerste nummer is alweer zo’n Alestorm nummer. Het vertelt het verhaal van een piratencrew die op mysterieuze wijze in de vikingtijd terecht komt en daar alle vikingen afslacht. Een vermakelijk nummer met een leuke tekst. Het kleine beetje epiek dat Alestorm in hun muziek gooit komt hier perfect tot zijn recht. Shipwrecked is daarentegen totaal niet episch. Het is gewoon een feestnummer dat thrashy begint maar al snel veranderd in wat we kennen van Alestorm.
Vanaf hier is het gaan met de banaan en krijgen we snelle powermetal nummers als Midget Saw (waar gaat dat nummer in godsnaam eigenlijk over) en Buckfast Powersmash, een kroegnummer in de vorm van Scraping The Barrel,waarin wordt afgerekend met de haters die zeggen dat de band een grote grap is, Swashbuckled, een ode aan medepiraten Swashbuckle en natuurlijk de drinkliederen The Sunk’n Norwegian en het simpel getitelde Rum. Toen de band dat laatste nummer tijdens de Sabaton tour speelde hoefde het publiek het refein maar een halve keer te horen of iedereen zong al mee. Zo hoort dat bij Alestorm.

Wat opvalt is dat er niet alleen maar accordeon toetsen zijn, ook de fluit komt vaker terug en dat doet denken aan een snellere Flogging Molly of Dropkick Murphys. Rumpelkombo is hét hoogtepunt van de plaat. Niet vanuit muzikaal opzicht, maar vanuit gestoordheid. Het is Alestorm’s You Suffer, een nummer van 3 seconden. Geniaal gewoon. Daarna komt er een cover van een kerel genaamd Stan Rogers, Barrett’s Privateers. Een vrolijk liedje met aparte ritmes. Death Throes Of The Terror Squid is muzikaal gezien hét hoogtepunt. Wat een nummer! Blastbeats, epische toetsen, de rauwe zang van Chris en een meeslepend verhaal over het gevecht van de Leviathan tegen de Terrorsquid. Halverwege zit zelfs een monsterlijk black metal stuk! Het refrein is ook fantastisch. Geweldig nummer.  Het is jammer dat het nummer vrij plotseling stopt.

Maar gelukkig zijn daar de bonustrack! Eerst I Am A Cider Drinker van The Wurzels, dat in essentie gewoon Una Paloma Blanca is! Geniaal! En daarna nog het Lazy Town anthem You Are A Pirate. Alestorm maakt het gewoon helemaal hun eigen. Erg vermakelijke nummers.

Back Through Time heeft alles wat je wil in in Alestorm album: meezingers, headbangers, epische nummers, idioterie, dwergen en covers van foute nummers. Origineel is het niet, muzikaal hoogstaand ook niet, maar god wat is het leuk. En luisterplezier draag ik hoog in het vaandel. Daarom ook: Scotland douze points.

92/100



In Flames – Sounds Of A Playground Fading

Een nieuwe In Flames levert standard haters op die reopen ‘dit is geen melodic death metal!!!’ Nee, inderdaad, dat is het sinds Come Clarity (2006) niet meer. Get used to it. In Flames evolueert. Ook Sounds Of A Playground Fading neemt geen stap terug. Ik denk dat In Flames het best omschreven kan worden als een volwassen, en veel betere Sonic Syndicate. Moderne metal met een laag keyboards. Erg commercieel, en dat kan natuurlijk niet. Ik heb schijt aan wat mensen zeggen en ga meteen toegeven dat dit album erg lekker klinkt.

Metal is het natuurlijk niet echt, hoewel de zang van Anders Fridén nog wel lekker schreeuwt. Het is het eerste album zonder Jesper Strömblad en het eerste met Niklas Engelin. De wissel is niet echt te merken, het is meer dat de sound in het algemeen veranderd. SoaPF begint heerlijk met de titeltrack, de gelikte single Deliver Us en All For Me. Stevige gitaartracks met veel keyboards in de achtergrond en pakkende refreinen. Nummers als Enter Tragedy en A New Dawn keren deels wel een beetje terug naar de sound van vroeger, maar de keyboards laten alles toch wel modern klinken. Als ik de reviews op internet moet geloven klinkt In Flames als een zeikering alternatief rockgroepje. Dit is verrre van waar. Nummers als Darker Times en het langzamere Fear Is The Weakness bewijzen dat. Vooral de eerste bevat stevige riffs en een mooi refrein. Je hebt niet veel moeite nodig om het album in je op te nemen en dat vind iik fijn. Afgesloten wordt er met Liberation, een experimentele track in de refreinen maar met een dijk van een refrein. Erg opgewekt en commercieel, maar toch goed.

Schijt aan de haters, In Flames heeft gewoon een goed album gemaakt. A Sense Of Purpose was een flinke stap terug na Come Clarity maar Sounds Of A Playground Fading is wel gewoon goed. Is alles uitstekend? Nee, sommige delen hadden beter gekund, met minder toetsen en meer gitaar. Ook lijken de nummers qua structuur heel erg op elkaar en wordt daar weinig vanaf geweken.
Maar slecht? Absoluut niet. Gewoon een prima bovengemiddeld album. Maar benader het als een rockplaat en je hebt een topper.

76/100

 Pain – You Only Live Twice

Als Peter Tägtgren iets uitbrengt of produceert weet je dat je kwaliteit krijgt. Dat is met Hypocrisy zo, en dat is met Pain ook zo. Begonnen als zij-project om metal met techno te versmelten, en nu is Pain een van de leidende industrial/techno metal acts die er zijn. Het zevende album is er nu, en ondanks de titel hoef je geen James Bond referenties te verwachten.

Opener Let Me Out is meteen een dikke techno metal track. Wie nog steeds denkt dat Pain Hypocrisy met toetsen is heeft het fout, Pain is zijn eigen identiteit. Peter laat zijn stem veel beter horen bij Pain: hij zingt, grunt, krijst en in Dirty Woman zet hij zelfs een Accept-achtige falset op! Ik moest even checken of U.D.O. niet stiekem mee zong, maar het is toch echt Peter zelf.
Pain heeft een voorliefde voor goede refreinen en dat is te merken in The Great Pretender en We Want More. Meezingen gegarandeerd. De toetsen in The Great Pretender doen me een beetje aan het ultieme Pain-nummer, Shut Your Mouth, denken.
Wat opvalt is dat de gitaren een stuk zwaarder zijn en meer voorin de mix zitten. Dat komt de metalheid ten goede want met dit soort muziek is het oppassen da je geen techno met metal invloed gaat worden, in plaats van metal met techno invloed. Het lange en epische Season Of The Reaper is in ieder geval een mooi nummer waarop Peter laat horen dat hij echt wel goed kan zingen. Er staat trouwens ook een cover van Sonic Syndicate op, Leave Me Alone, en je wil niet weten hoe blij ik ben dat Peter één van de betere nummers van dat afschuwelijke album gekozen heeft. In een Pain-jasje klinkt het niet verkeerd, maar toch anders.

Pain’s zevende album is toch weer een lekker album geworden. De ultieme Pain-plaat is er nog niet, en Psalms Of Extinction wordt niet overtroffen, maar toch een erg goede schijf. Me like.

78/100

 Trollfest – En Kvest For Den Hellige Gral

Mensen die hun folk metal het liefst langzaam en episch hebben hoeven dit niet te lezen. De Noorse trollenbende is namelijk weer terug om de stereos onveilig te maken met een interigerende mix van black metal, jazz, bier, balkanmuziek en feest. Enige serieuze dingen hoef je hier niet te zoeken, Trollfest bestaat om te feesten en dat zullen we merken ook.

Die Verdammte Hungersnot begint nog lekker metal maar al snel knallen de saxofoons en banjo erin en is het geen houden meer aan. Als een dolle raast de band door het album en slechts af en toe neemt men gas terug. Genres zijn geen beperking. Karve begint met een sambagroove en gaat dan over in black metal met blazers. Oosterse invloeden zijn geen zeldzaamheid. Deze track, maar ook Gjetord zitten er vol mee. Karve heeft ook nog een flamenco-stuk halverwegen. Als je verder luistert dan de gestoordheid van Trollfest merk je dat er een stel enorm getalenteerde muzikanten aan het werk zijn. De gekkigheid staat ook altijd wel in dienst van het nummer.

Gelukkig is het niet alleen maar gek doen. Der Sündenbock Gegalte is een rustig flamenco-liedje. Het staat leuk op het album en klinkt geinig. Het is jammer dat de black metal stukken soms als een brij van geluid overkomen. Daardoor is het soms toch een moeilijk door te komen album. Mijn lievelingsstuk is het begin van En Gammel Trollsti, dat klinkt als een mix tussen samba, balkan en black metal. Oosterse percussie zit door het hele nummer en dat klinkt erg leuk.

En Kvest For Den Hellige Gral verteld het verhaal van Brakebein (die ook op het tweede album schittert) en zijn trolvrienden die op jacht gaan naar een of andere heilige beker. Waarschijnlijk om het Legendarisk Øl uit te drinken (Luister Brakebein). Je merkt het, alleen maar gestoordheid hier. Maar kijk verder dan de gekkigheid en je hebt een mooi uitgevoerd folk metal album van een band die toch nog uniek weet te klinken.

81/100

Týr – The Lay Of Thrym

Vooralsnog is Týr de enige band van de Faröer die bekend is bij meer dan 100 mensen. De band weet al jaren fans te boeien met hun unieke progressieve viking metal. Vooral sinds Heri Joensen de zang overnam en de geweldige albums Eric The Red en Ragnarok uitkwamen gaat het de band voor de wind. Land in 2008 was hun progressieve meesterwerk, een lastig album met moeilijke songs. Iets té moeilijk wellicht want nauwelijks een jaar verder werdt met By The Light Of The Northern Star een makkelijkere koers gevaren, die niet meer zo over the top progressief was, meer catchy elementen bevatte, maar nog steeds onmiskenbaar als Týr klonk.

En ook op The Lay Of Thrym wordt deze lijn doorgezet. Pakkende en toch progressieve metal. En dus staat ook het zesde album vol met uptempo meezingnummers. Alle elementen zijn aanwezig: pakkende lijnen, die typische Týr riffs, subtiele maatwisselingen en Heri Joensen, die in zijn eentje al klinkt als een legioen Einherjar, maar met back-up zang van Terji Skibenaes en Gunnar Thomsen klinkt als Asgaard zelf dat je toezingt.
De meeste nummer zijn in het Engels. Alleen Konning Hans en het leuke, opgewekte Ellindur Bondi A Jadri zijn in het IJslands. Niet dat dit erg is, Engels past goed bij Týr. De tekst van Shadow Of The Swastika (inderdaad een aanklacht tegen nazi’s, Týr werdt er in 2007 van beschuldigd nazistische sympathieën te hebben)  zou niet zo sterk hebben uitgepakt in het IJslands.
Tussen de snelle nummers blijft Evening Star goed overeind als langzame maar pittige semi-ballad. Hoewel, met het snelle refrein is het niet zo zeer een ballad... Ach, het is gewoon een mooi nummer. Fields Of The Fallen, met korte maar krachtige 70’s solo, is ook een hoogtepunt, en als je dan denkt dat je alles hebt komt de titeltrack nog even over je heen gewalst met een intro dat heel erg veel op Regin Smiður lijkt. Nou is Regin Smiður één van de allerbeste Týr tracks ooit dus dat is geen enkel probleem. Na het intro komt me er toch een stuk power/viking metal van de bovenste plank! Gallopperende ritmes, heerlijke zang van Heri en weer zo’n lekker refrein. Dit nummer duurt bijna zeven minuten maar het lijkt veel korter.

Dus, ga maar na. Alle elementen zijn aanwezig, en beter dan ooit. Is dit dan het beste Týr album ooit? Nee, die eer valt toe aan Eric The Red, juist omdat de proggy elementen daar goed tot uiting komen. Dit is wel de meest toegankelijke plaat ooit, meer dan By The Light Of The Northern Star. Het neemt natuurlijk niet weg dat dit een ijzersterke plaat is geworden met supernummers. Týr mag sowieso niet ontbreken in de verzameling van elke folk/viking metal liefhebber, en deze is geen uitzondering. Dik in orde dus, deze Faröerse vikingen!

86/100

 Arkona – Stenka Na Stenku

Arkona, jippie!!! Sinds Arkona in 2009 Goi, Rode, Goi uitbracht en Paganfest compleet overheerste ben ik gek op deze Russen. De band onder leiding van zangeres Masha ‘Scream’ weet niet alleen een goede performance neer te zetten, ook de albums zijn van zeldzaam hoog niveau. De spring- en zuipnummers worden tot een minimum beperkt en serieuze, epische nummers zijn hun sterke punt. Nummers waarin accordeon, doedelzak en fluit elkaar in rap tempo afwisselen en waarin moeiteloos van springerige folk maar brute black metal wordt overgegaan.

Stenka Na Stenku is een zoethoudertje tot het album eind van de zomer uitkomt. Het bevat twee nieuwe nummers, twee covers, een nummer met Freki van Varg en een akoestische versie van Goi, Rode, Goi. De twee nieuwe nummers zijn de titeltrack en Valenki. Het zijn beide opzwepende nummers, net als Yarilo. De Korpiklaani-manier zeg maar. Valenki heeft meer toetsen en is iets epischer en Stenka na Stenku is pakkender. Beide erg fijne nummers. Goi, Rode, Goi is nu dus akoestisch en het is een mooi nummer geworden. Erg fragiel en rustgevend. Skal is een drinklied met Freki, de zanger van de Duitse vikingen van Varg. Duren’ is een cover van de band Svarga. Ik ken ze niet, en ze staan niet op de Metal-Archives of Wikipedia dus ik weet niet wat voor muziek ze maken. De Arkona versie is in ieder geval een slepend black metal nummer geworden. Noviy Mir (Oðða Máilbmi) is een cover van Shaman, de voorvader van Korpiklaani. Doedelzak en joik overheersen het nummer maar de typische Arkona-touch is er.

Stenka na Stenku is als EP een heerlijk schijfje om je zoet te houden tot het album er is. Vooral de twee nieuwe nummers zijn fijn. Wel hoop ik dat het nieuwe album meer lange nummers bevat en één of twee korte springnummers. De lange nummers is toch wat Arkona anders maakt. Deze EP is in ieder geval erg goed. Op naar het nieuwe album dus!

82/100

 JUKEBOX


Stay metal \,,/

maandag 6 juni 2011

A warm welcome to my friends

Ja, daar ben ik weer. Vers terug uit Hamburg en met een lading aan ervaringen rijker. Als je ze wil lezen verwijs ik je naar A Heavy Metal Life. Ik weet dat de frequentie van mijn posts afneemt, maar de kwaliteit en hoeveelheid neem dan wel toe!! Dus wees blij. Ik heb weer flink wat hooi op mijn vork genomen en moet nog reviews van oa. Týr, Primordial, Alestorm en Arkona schrijven dus verwacht een hoop werk van mij de komende weken!

REVIEWS


Hammerfall - Infected

‘Oh hemel...’ Dat was mijn reactie toen ik de cover van het nieuwe Infected zag. Pikzwart, met een biohazard en een aangepast logo. Het leek wel een metalcoreband! Hector was in geen velden of wegen te bekennen. De cover werdt een tijdje daarna veranderd naar het huidige ontwerp met de hand. Ik nomineer deze hoes in ieder geval tot één van de lelijkste hoezen ooit. En in ieder geval de lelijkste hoes van Hammerfall tot nu toe. Maar die hoes is bijzaak, het gaat toch om de muziek.

Gelukkig is de hoes niet representatief voor het album want de muziek die erop staat is iets anders, maar toch onmiskenbaar Hammerfall. Hoewel ik opener Patient Zero niet goed vind. Tenminste als albumopener bevalt hij me niet. Matig intro, het pakt je niet bij je ballen. En die willekeurige stiltes moeten er direct uit. Het is al geen snel nummer, en dan halen ze het tempo ook nog zo naar beneden, bah. Als de band met het razendsnelle en 150% Hammerfall waardige Bang Your Head was begonnen was het al een stuk beter geweest. Wat een heerlijke headbangbare track is dat zeg! Had zo op Legacy Of Kings gekund.
De eerste single One More Time klonk op eerste gehoor wat matig, maar op zich is het een lekker nummer dat prima bij Hammerfall past. Maar ook hier moeten die random stiltes eruit, of opgevuld met een divebomb ofzo.

Het gemiddelde tempo op Infected ligt een stuk lager dan voorheen. Het albums moet het vooral hebben van midtempo ‘handen in de lucht en stampen’ nummers. Toch zit er qua energie en sfeer een vibe in die teruggrijpt naar de klassieke albums Crimson Thunder en Renegade. Dit is vooral merkbaar op The Outlaw en I Refuse. De laatste heeft trouwens een lekkere Accept riff en mannenkoren in het refrein. Immortalized begint mindtempo maar bouwt op naar een lekker snel tempo halverwege. Gitarist Pontus Norgren heeft zijn plek nu wel gevonden en gooit de ene solo na de andere uit zijn mouw.
Naast Bang Your Head is Let’s Get It On ook een favoriet van mij. Een pompend ritme en stoere gangvocals met een pure heavy metal attitude, daar hou ik van. Het is waarschijnlijk ook de meest traditionele Hammerfall song op het album, deels omdat die typische harmonieën die we zo gewend zijn er veelvuldig in voorkomen.

Het is jammer dat niet alle songs van dit niveau zijn. Send Me A Sign, een cover van een Hongaarse band met de naam Pokogép, is een nogal cheesy en voorspelbare ballad die het niet haalt bij de eerdere ballads van de band als Glory To The Brave, Always Will Be en Never, Ever. 666 – The Enemy Within en Dia De Los Muertos zijn nogal ondermaats voor Hammerfall. Ik mis de energie zoals die vroeger wel aanwezig was.
Afsluiter Redemption is dan wel weer ijzersterk, een zevenminuten durend progressief/episch stuk met een lading toetsen en een gitaarsolo om U tegen te zeggen.

Infected is bij lange na geen slecht album geworden, het merendeel van de nummers is gewoon dik in orde. Het is jammer dat het tempo een stuk lager ligt want ik ben zelf gek op die snelle heavy metal nummers. Ik vind het persoonlijk ook jammer dat de teksten niet meer over fantasy en gevechten gaan, maar over ‘serieuzere’ zaken zoals een zombieinvasie. Dus ja, Hammerfall stelt een beetje teleur, maar een slecht album? Dat is gelukkig niet zo. Oordeel zelf maar. Ik geef ze wel een stevige voldoende, de volgende keer maken ze het wel goed!

78/100

Skindred – Union Black

Het Britse Skindred heeft al jaren zijn eigen niche gecreeërt. De opgewekte mix van metal, reggae, punk en hiphop is heerlijk opzwepend en doet het goed op festivals. De band kan dan rekenen op een hoop fans.

Met de reputatie en de grote tours die Benji ‘Black Metal Man’ Webbe en zijn maten ondernemen is het moeilijk te geloven dat Union Black pas hun derde album is. Toch is het zo. En ook dit derde album staat vol met die lekkere Skindred-mix. Voorbeeld bij uitstek is Doom Riff, met een samba-achtige groove en loodzware gitaren. Dit nummer gaat een geheide live-klassieker worden, let op mijn woorden. Warning, Own You en Get It Now zijn allemaal van dat soort nummers. Maar Skindred heeft ook nieuwe dingen toegevoegd. Zo heeft het ruige Cut Dem (met lekkere nu-metal groove) een stevige dubstep invloed. Niet storend echter, verfrissend zelfs. Guntalk is bijna pure reggae/dub tot het halverwege overgaat in een soort drum and bass/chiptune mix. Apart, maar leuk. Make Your Mark heeft ook een drum and bass intro, maar de typische Skindred sound keert terug in het refrein. 
Death To All Spies is het ‘progressieve’ stuk van het album en mengt alle voorgaande invloeden met elkaar tot een pakkende track.

Union Black is een lekker Skindred album geworden. Babylon wordt nog steeds niet overtroffen maar dat is ook niet waar Skindred op mikt. De heren wilden gewoon een lekker album maken en dat is zeker gelukt. Ze hebben hun geluid ook verbreed. Niet veel om op te zeiken, behalve dat de pakkendheid een tikje lager ligt. Gewoon dik in orde deze plaat mon!

78/100

Death Wolf – Death Wolf

Death Wolf is een band uit Zweden, opgericht door gitarist Morgan van Marduk, onder de naam Devil’s Whorehouse. Onder deze naam  brachten ze twee albums uit. Sinds dit jaar is de naam veranderd in Death Wolf, vanwege verschillende redenen.

De basis van Death Wolf is death metal, maar er zitten black metal aspecten in, vooral in de riffs. De zang van schreeuwlelijk Maelstrom gooit dan weer wat punk/hardcore in het geheel. Het geeft een interessante mix van elementen. De eerste twee nummers beginnen in vol tempo, Weaving Death is lekker punk-achtig. Op The Other Hell doen cleane gitaren hun intreden en Morning Czar Shineth en Ironwood zijn bijna pure doom metal. Sword And Flame knalt dan weer agressief uit de speakers.
De trage tracks klinken prima, maar ik heb liever de snelle nummers zoals Black Mark en Dawn of flesh, dat een dikke Napalm Death invloed heeft. Lekkere punkwoede met een metalsausje. Hoewel een nummer als Unto Dying Eyes, dat als death ‘n’ roll klinkt zeker niet verkeerd is.
Coming Forth By Night is een lang uitgesponnen nummer met de nodige experimenten. Helaas kan het mij niet boeien.

En daar heeft deze plaat meer last van. Ik hou mijn aandacht niet echt vast. Aan de lengte ligt het niet, die is met bijna 40 minuten perfect. Maar de nummers lijken soms wel erg op elkaar en ze zijn niet erg herkenbaar. Jammer, want op zich is het geen slechte plaat. Ik luister liever naar de snelle nummers en die zijn in de minderheid. Maar de interessante mix van genres maakt veel goed. Voor de liefhebber van punky death metal is dit wellicht een topper. Voor mij niet echt.

62/100

Vomitory – Opus Mortis VIII

Het Zweedse Vomitory is de beste en bekendste onbekende death metal band ooit. Geen overdrijving. De band maakt al acht albums lang oerdegelijke death metal, met een scheutje D-beat punk invloed en onverstaanbare lage zang en toch is de ‘grote doorbraak’nooit gekomen.

Vomitory is zo’n waar de fans exact van weten wat ze krijgen. Degelijke death metal dus, met die Zweedse touch. De Woest beukende drums zijn afkomstig vanvan Tobias Gustafson die met The Project Hate MCMXCIX eerder dit jaar ook al een knalplaat afleverde. De riffs van Urban Gustafson en Peter Östlund zijn als vanouds bruut en toch verassend melodieus en pakkend. De bas zit op de achtergrond maar de gutturale zang van Erik Rundqvist gorgelt lekker vooraan in de mix. Verwacht zoals gezegd geen verassingen, maar lekkere nummers als Regorge In The Morgue, Tortorous Ingenious, Combat Psychosis en het lekker old-school Bloodstained. Hate In A Time Of War heeft cleane gitaren en een snel middenstuk en Shrouded In Darkness is een slepende track en dan heb je de bass wel te pakken.

Al met al dus een prima Vomitory plaat. Nergens bekruipt je het gevoel dat het viertal op de automatische piloot gaat spelen. De voorspelbaarheid kan een voordeel en een nadeel zijn, maar voor mij is het een voordeel.  Gewoon Ragherrie met hoofdletter R!

80/100

Weekend Nachos - Worthless

Met een naam als Weekend Nachos is het meteen duidelijk dat we hier geen al te serieuze muziek kunnen verwachten. En dat klopt ook. Weekend Nachos maakt grind/crustcore. En ik moet eerlijk zeggen, ik kan er niet zo veel mee.

De plaat, die nauwelijks een half uur duurt, bevat maar drie nummers langer dan 2 minuten. Spannendste nummer is Future, dat 7 minuten duurt en een Khanate-achtige doomsfeer heeft. Verder zijn alle nummers van hetzelfde: hyperactieve blasts, punky schreeuwzang en zwaar ontstemde gitaren.

Wellicht dat dit voor de liefhebber goud is, maar ik vind er helemaal niks aan. Er is geen onderscheid tussen nummers, en ik heb bij platen met deze hoeveelheid korte nummers altijd het idee dat de band geen aandacht aan hun stukken geeft. Wellicht zit ik hier helemaal fout, maar feit blijft dat Worthless een waardeloze plaat is.

20/100

donderdag 19 mei 2011

The hardrock is strong in this one...

Het is een goede tijd om retro te zijn. Retrobands zijn hot. Groepen als Wizard, Enforcer en Airbourne brengen de goede oude hardrock van weleer terug. Degelijke rock, zoals AC/DC, Deep Purple, Led Zeppelin en Rose Tattoo die maakten. Uit de tijd dat Saxon nog hard rock was. Toen onze vaders met spijkerjacks en lang haar rondliepen en onze moeders fan waren van Francis Rossi omdat ie van dat mooie haar had. Toen mannen mannen waren, en make-up uit den boze was. Toen het stoer was om niet te doen wat je gezegd werd. Toen het mannelijk was om als een gecastreerde tekkel te zingen. Die tijd. Wat een mooie tijd. Ik wou dat ik toen geboren was, dan deed ik me te goed aan alle hardrock heerlijkheid die er bestond. Hardrock legde toch de basis voor de metal. En voor mij begon alles toch met Led Zeppelin, Status Quo en Queen. Ik geniet er in ieder geval met volle teugen van. Het kan mij niet oldschool genoeg. Rock on, freaky bro!

REVIEWS

Anaal Nathrakh – Passion

Anaal Nathrakh staat in Nederland vooral bekend om de grapjes die over de naam gemaakt worden. De band, bestaande uit multi-instrumentalist Mick ‘Irrumator’ Kenney en vocalist Dave ‘V.I.T.R.I.O.L.’ Hunt blinkt al jaren uit in het maken van gestoorde, hysterische black metal met grind, industrial- en death invloeden. De gestoorde zang van Hunt is werkelijk uniek en ongehoord bij welke band dan ook. Anaal Nathrakh werdt op Domine Non Es Dignus (2004) uitgescholden omdat ze cleane zang gingen gebruiken, iets dat op het walgelijke The Codex Necro (2001) raar zou staan. Op Eschaton (2006) en vooral op Hell Is Empty..And All The Devil’s Are Here (2007) werdt dit aspect verder uitgediept en bleek dat de zang als contrast op de gillen en schreeuwen verbazingwekkend goed werkte. In The Constellation Of The Black Widow (2009) nam een tikje toe op de extremiteitsladder maar hield de melodieuze elementen stevig geïntergreerd.

Passion keert terug naar Domine Non Es Dignus. In de zin dat de waanzin en hysterie weer teruggekeerd is. Er staan een paar korte nummers op, die teruggrijpen naar de grindcoreinvloeden. Wellicht een overblijfsel van Fukpig waar Mick Kenney ook deel van uitmaakt? Het zijn de meest chaotische tracks van AN tot nu toe. Vooral Post Traumatic Stress Euphoria scoort hoog bij mij. Wat een nummer. Een explosie van riffs, geprogrammeerde drums en schreeuwen. Who Thinks Of The Executioner is langer maar tapt uit ongeveer hetzelfde vaatje.
Maar de AN songs zoals we die sinds Eschaton kennen zijn er ook. Volenti Non Fit Iniuria is de eerste tracken begint rustig, met cleane gitaren. De zang van Hunt trapt af voor een heerlijk nummer, mét pakkend refrein. Dit nummer en Paragon Pariah zijn de ‘singles’ van het album.
Tod Huetet Uebel is pure black metal. De zanger van Bethlehem komt meekrijsen en dat hoor je. Wat een hysterische krijsen zeg! Ik kan niet horen wie wat zingt. Als de stembanden van die kerel niet finaal aan gort gescheurd zijn is hij echt een robot. Of hij gorgelt met azijn.

De grote verassing is Drug – Fucking Abomination, een nummer van ruim zeven minuten. Ja, zeven minuten! De eerste drie minuten zijn een uitgerekt crescenso van riffs en spanning waarna alles uitbarst in een echte Anaal Nathrakh song. Heer-lijk.
Met het noise/industrial beinvloedde Ashes Screaming Silence en het nietszeggende outro Portrait Of The Artist komt er een eind aan dit halfuurtje van waanzin.

Anaal Nathrakh is erin geslaagd om In The Constellation Of The Black Widow compleet te overtreffen. Alles is fantastisch gedaan, de zanglijnen, de riffs, de mix tussen catchy en brute metal, alles. Heerlijk schijfje. Niet voor iedereen weggelegd, maar voor hen die het waarderen is het een juweel. Jaarlijstmateriaal!

95/100


Bullet - Highway Pirates

Iedereen die mijn blog leest of die me kent weet dat ik gek ben op traditionele hard rock zoals AC/DC en tegenwoordig Airbourne die maken. Bullet is ook zo’n AC/DC kloon. De aanbidding ligt er iets minder dik bovenop dan bj Airbourne, maar deze heren komen dan ook uit Zweden.

Highway Pirates is het derde album van de band en gaat verder waar Bite The Bullet ophield. Wat nou experimenteren, gewoon rocken is het devies. Keiharde riffs vliegen je om de oren en de Bon Scott/Udo Dirkschneider-achtige stem van Dag Hell Hofer dringt diep door tot in je hard rock ziel. Pompende bas en beukende drums, zo zie ik het graag. Probeer je hoofd maar stil te houden op knallers als Heavy Metal Dynamite, Highway Pirates en Back On The Road. Ja, het is allemaal erg cliché en standaard maar de uitvoering is uitstekend. Je kan elk nummer opzetten en meezingen want het zijn allemaal sterke nummers. Citylights doet zelfs wat aan You Shook Me All Night Long denken.

Highway Pirates is exact geworden wat je verwacht van Bullet na Bite The Bullet. Heerlijk plaat om lekker hard te draaien. Niet uniek, dat is waar, maar als het goed klinkt, wie maalt er dan of het uniek is of niet. Gewoon rocken met die handel!

80/100

Samael – Lux Mundi

Met een nieuw album van Samael weet je nooit wat je precies kan verwachten. Sinds de switch naar elektronische metal met Passage (1996) weet je nooit wat voor mengsel de Zwitsers nu weer hebben bedacht. Eternal (1999) was duister en experimenteel, Reign Of Light (2004) was vooral elektronisch en catchy, Era One (2005) was gewoon apart, Solar Soul (2007) bracht de gitaren weer terug en Above (2009) was pure black metal. Dus wat zou Lux Mundi ons brengen?

Lux Mundi brengt ons pure Samael zoals dat hoort. Een mix van Passage en Solar Soul is de beste beschrijving. Zwaar elektronisch, maar tegelijkertijd pakkend en duister. De keyboards zijn nog steeds prominent maar op nummers als Luxferre en The Shadow Of The Sword zijn tracks met stevige gitaarpartijen. Of War en Antigod zijn loodware tracks waarin de lage zang van Vorph goed tot zijn recht komt. Beide nummers hebben heerlijk stampende ritmes waarop je heerlijk kan headbangen. Het mooie aan Samael vind ik dat, zelfs al weet je dat de drums geprogrammeerd zijn, ze toch levensecht klinken. Iets dat wellicht komt omdat bandleider/toetsenist/percussionist Xy de bekkens wel live inspeelt. Samael is in staat om prima refreinen te schrijven die qua pakkendheid niet moeten onderdoen voor de gemiddelde power metal band. In Gold We Trust is een nummer met zo’n refrein. Het is trouwens ook één van de nummer waarop de band eens goed het gaspedaal intrapt. Ook The Truth Is Marching On gaat er lekker tegenaan met brute blastbeats. Sterker nog, het is wellicht het snelste nummer van Samael sinds de black metal periode!

Een Samael album is niet compleet zonder experimenten. Pagan Trance heeft hypnotiserende coupletten met exotische trommeltjes. In The Deep is een beetje slepend en bevat indiase invloeden, maar je moet goed luisteren voor je het hoort. Verder worden er geen verassende dingen gedaan, maar komt het vooral uit subtiele loopjes en melodieën.

Samael staat na 24 jaar nog altijd aan de top van de scene. Ik weet het, de vergelijking is cliché, maar de band is als een goede whiskey: Beter naar mate hij ouder wordt. Dit is waarschijnlijk Samael’s beste album sinds Passage. Alle nummers klinken anders en toch vertrouwd. De productie is perfect, en in tegenstelling tot Above kan je Vorph gewoon horen zonder je best te doen. De toetsen zijn gevarieerd, de gitaren stevig en de zang moddervet. Samael bevestigt maar weer eens hun status als één van de meest vooruitstrevende bands van de metal. Fans van elektronische metal moeten deze zeker aanschaffen.

92/100


Scar Symmetry – The Unseen Empire

In 2009 bezorgde Scar Symmetry ons een vieze smaak in de mond. Het jaar daarvoor was zanger/boegbeeld Christian Ålvestam uit de band gezet wegens meningsverschillen. Om hem te  vervangen werden maar liefst twee vocalisten aangetrokken, Lars Palmqvist voor de cleane zang en Roberth Karlsson voor de grunts. Op hun eerste wapenfeit, Dark Matter Dimensions, kwamen de twee niet goed uit de verf. Het materiaal was eerder geschreven dan de teksten en de heren moesten hun plekje nog vinden. Anno 2011 hebben ze hun weg binnen de melodieuze metaleenheid helemaal ontdekt.

The Unseen Empire is het vijfde album van de Zweedse band en voor mij samen met Pitch Black Progress hun beste. De zang klinkt stukken beter dan op het vorige album. De lijnen zijn pakkend en loepzuiver, vooral Palmqvist imponeert hier. De muziek is een stuk proggiër geworden. Keyboards zijn aanwezig in de mix maar ze staan niet op de voorgrond. Ze kabbelen rustig voort achterin de mix. Af en toe komt er een Dark Tranquillity-achtig geluidje naar voren maar daar blijft het bij. De riffs zijn oerzwaar en melodieus, precies wat we verwachten. Op tracks als Rise Of The Reptilian Regime en The Anomaly wordt een simpeler, pakkender geluid gebruikt dan op het brute en redelijk progressieve Illuminoid Dream Sequence. De meeste nummers kiezen toch wel de gulden middenweg en dit maakt van Seers Of The Eschaton, Extinction Mantra en The Draconian Arrival heerlijke metalnummers. Ik reken Astronomicon tot één van de beste intro’s ooit. Het begint melodieus en je verwacht dat ze zo verdergaan, maar in plaats daarvan knalt er een moddervette riff uit je speakers.  Ook Extinction Mantra is erg vet, vooral het refrein.

Met The Unseen Empire spoelt Scar Symmetry ons de vieze smaak van Dark Matter Dimensions uit de mond. Een heerlijk gitaargedreven album met de nodige sci-fi tintjes om bij de teksten te passen. De teksten heb ik altijd gaaf gevonden. Ik kan de nieuwe progressieve tintjes zeker waarderen, het maakt Scar Symmetry tot een topband. Lekker album om hard te draaien!

87/100

Rival Sons – Pressure & Time

Rival Sons is een jonge Amerikaanse band. De leden zijn allemaal tussen de twintig en dertig. Maar ze trekken zich niks aan van alle trends in de muziekwereld. Deathcore, metalcore, emo, het zal ze koud laten. Nee, deze jongens reizen liever terug in de tijd naar de jaren ’70, toen Led Zeppelin en The Doors de dienst uitmaakten.

Rival Sons maakt jaren  70 hardrock/bluesrock met Led Zeppelin als voornaamste invloed. Dit alles gaat gepaard met een sfeer die gewoon  ‘vinyl’ ademt. Frontman Jay Buchanan heeft een herkenbaar geluid met een intonatie die aan Robert Plant doet denken. Deze stem gaat de band voor in lekkere rockstampers als All Over The Road, Get Mine en Young Love. De productie is lekker ouderwets en dat komt de sfeer van de plaat zeker ten goede. Ik heb alleen beschikking over een mp3 versie, maar het klinkt als een vinylplaat. Het zou me ook niks verbazen als deze schijf alleen op vinyl uitkomt. Ik zou het geld er wel voor over hebben.
Wat ook erg jaren ’70 is: de nummers zijn allemaal ongeveer drie minuten lang en de plaat duurt maar een half uurtje. De perfecte lengte voor een paat als dit.
Er staan ook psychedelische invloeden op. Het langzame Only One heeft mooie hammondorgels en dat is altijd een pluspunt. De rocknummers zijn gelukkig in het voordeel. Ik daag iedereen uit om Burn Down Los Angeles keihard op te zetten en niet te gaan rocken!

Dit is gewoon een lekkere plaat. De vintage-sfeer van dit album is geweldig. Ik heb altijd van deze rock gehouden en dit ligt gewoon precies in mijn straatje. Love it!

80/100


JUKEBOX

maandag 9 mei 2011

Finally it has happened!

Ik moet serieus meer gaan bloggen, mijn frequentie is zwaar afgenomen. Maar neem het me niet kwalijk, school is een bitch. De goede releases zijn ook iets minder voorkomend. Maar mei belooft heel wat. Anaal Nathrakh, Amorphis, Hammerfall, MaYan, Alestorm en Arch Enemy! Verwacht reviews van die bands en meer. Verwacht ook een review van Rival Sons, wat een lekker bandje. Old-school hardrock/bluesrock zoals die in de jaren '60 en '70 gemaakt werdt. Het schijnt trouwens in te zijn om retro te klinken. Graveyard kan er ook wat van. Het is wel een ontwikkeling die ik toejuich want die klassieke rock is tijdloos. Wellicht ga ik Graveyard ook reviewen. Maar voor nu heb ik Midnattsol, Illdisposed en voor de tweede keer een album waar ik NIET lovend over ben!


Septicflesh – The Great Mass

Septicflesh knalde iedereen finaal van zijn sokken toen in 2008 Communion uitkwam. Niemand had gedacht dat de band na een break van een paar jaar zo sterk terug zou komen. Er zijn ook mensen die vinden dat Communion niet overtroffen kan worden. Die mensen zitten dus goed fout.

De elektronische elementen die eerdere albums nog versierden waren op Communion al zeldzamer maar op The Great Mass zijn ze helemaal verdwenen. Het orkest neemt nu deze taak op zich. Maar Septicflesh is anders dan andere bands. Waar andere bands het gebruiken als een aanvulling of een sfeermaker (Nightwish valt in beide categorieen) is het orkest bij Septicflesh compleet onderdeel van de muziek. Haal het weg en je hebt niks meer. Dat is een voordeel én een nadeel, maar toch vooral een voordeel. Want wat een sound heeft dit album!
Het orkest vlecht zich door de brute riffs en laat het geheel bombastisch klinken zonder kitscherig te zijn. De songs zijn sfeervol en weten de spanning uitstekend op te bouwen. The Vampire From Nazareth begint met een sinistere jongenssopraan en blast dan zijn weg door je speakers. Seth Anton heeft een heerlijke grunt. Vanaf A Great Mass Of Death doet de cleane zang van Sotiris Vaneyas zijn intrede. Zijn herkenbare geluid contrasteerd mooi met de ruige grunts.

Pyramid God is pakkender maar valt halverwege in een duister klinkend stuk waarin het orkest de dramatiek verhoogt. Dit is een theatraal album en dat zal je weten ook.  Het hele album is hoogtepunt na hoogtepunt maar vooral Oceans Of Grey, Apocalypse, Five-Pointed Star en Mad Architect steken er bovenuit. Een gemakkelijk album is dit absoluut niet. Je hebt minstens vijf luisterbeurten nodig voor je de muziek op het minimale niveau kan doorgronden en nog tien voor je alle nummers kent. En zelfs dan ontdek je nog nieuwe dingen!

Septicflesh heeft het voor elkaar gekregen om Communion te overtreffen. Maar je zal hem vaak moeten luisteren voor je de ware schoonheid kan doorgronden. Nergens zal je een band vinden die het orkest zo goed heeft geïntegreerd in hun sound. En de sfeer die de band neer weet te zetten is geweldig. Dit album is enig in zijn soort. Verplichte kost voor de fan van vooruitstrevende metal!

94/100

Midnattsol – The Metamorphosis Melody

Midnattsol kan je in veel opzichten het kleine zusje van Leaves’ Eyes noemen. Letterlijk zelfs want zangeres Carmen Elise is het kleine zusje van Liv Kristine. Muzikaal bedienen beide bands zich van ongeveer dezelfde muziek, met verschil dat Midnattsol minder folkinstrumenten gebruikt.

De derde schijf van het Duits/Noorse zestal (nu zonder Ahab leden Daniel Droste en Christian Hector) is in essentie ‘meer van hetzelfde’. Gelukkig is het wel weer prima uitgevoerd. De nummers zijn lang en wellicht moeilijk om in één keer te bevatten.
Gelukkig zijn nummers als The Metalorphosis Melody, Kong Valemons Kamp en Motets Makt juweeltjes in hun soort. Weelderige symfonische arrangementen met lichte folkinvloeden maar zonder de macht van de gitaar te verliezen. Zelfs Goodbye, een keltisch klinkende akoestische ballad is erg mooi.

En toch mis ik iets, iets dat Leaves’ Eyes wel had op hun laatste plaat. Wellicht komt het door de lengte van de nummers maar mijn aandacht verslapt soms. Ik kan echter niet ontkennen dat Midnattsol een prima plaat heeft gemaakt. Misschien niet iets dat helemaal mijn ding is maar dat de liefhebber van symfonische female fronted metal zeker kan bekoren.

70/100

Winds Of Plague – Against The World

Winds of Plague moet wel een van de meest gehate bands ooit zijn. Of het nou om hun poserlooks gaat, het feit dat ze deathcore maken of omdat ze die deathcore aanlengen met liters keyboards, gehaat worden ze toch wel. Against The World is alweer het vierde album, en zal vast wel weer stevig de grond ingeboord worden.

Heb ik een hekel aan Winds Of Plague? Niet per se. Ik kan hun symfonische aanpak best waarderen, maar ik irriteer me aan hun ‘kijk wij zijn hip’ uiterlijk. Maar het gaat toch om de muziek. Nou nee, deze band werkt gewoon niet voor me. 85% van de muziek is een breakdown en dat is serieus irritant. Een breakdown doe je als het nummer erom smeekt en in het uiterste geval als je niks meer kan verzinnen, maar niet als hoofdstructuur. Soms zit er nog wel een nummer in dat varieërt, zoals Built For War, maar de kinderachtige tekst haalt ook dat nummer naar beneden. En dat mag je over elk nummer zeggen. Godverdomme, het is nonstop breakdownritme na breakdownritme! En dat is saai. De teksten zijn bijna alleen maar ‘kijk eens, ik ben stoer’ met overmatig veel ge-fuck. Het enige nummer dat ik niet als irritant ervaar is Refined In The Fire. Dat is ook breakdown na breakdown maar het is een stuk pakkender beter dan de andere nummers.
De gitaar is trouwens alleen maar ‘chugga chugga chugga’, en ook dat is zwaar vervelend, echte riffs komen nooit voorbij.
California lijkt wel een rap/hardcore nummer met metalgitaar! En alleen afsluiter Strength To Dominate gaat richting death metal. Maar ik moet zeggen dat Most Hated ook best goed is, de breakdown is tenminste wat anders. En de piano geeft een mooi effect.

Dit is geen deathcore, deathcore is een mix tussen death metal en hardcore, dit is hardcore hardcore metal. Alleen de zang is af en toe death metal maar lijkt meer op hardcore. De keyboards geven het geheel wel meer variatie en afwisseling dus dat is goed. Maar dit is gewoon een erg matig album. Alle nummers lijken op elkaar en met maar drie echt goede nummers haal je het niet. Maakt niet uit hoeveel worstelaars er mee zingen. Vermijden, tenzij je van extreem clichématige ‘deathcore’ houdt. Blegh, even de vieze smaak uit mijn mond spoelen.

35/100

Illdisposed – There Is Light (But It’s Not For Me)

Denemarken is het nét niet. Het zit niet vast aan de rest van Scandinavië, er komen geen vikingen vandaag, op Volbeat en Hanson na geen gigantische namen en Lego heeft meer naamsbekendheid dan Kopenhagen. Wat de Denen wel goed kunnen is stompende death metal maken. Dat bewijzen bands als Hatesphere en Panzerchrist. En Illdisposed timmert ook al hard aan de weg. Geleid door brulboei Bo Summer, die ook jaren bij Panzerchrist zong en de klassiekers Soul Collector, Room Service en Battallion Beast vol brulde, brengen ze hun tiende (!) album uit. Maar dit album is niet helemaal geworden wat ik ervan verwacht had...

Rustig maar, dat is geenzins slecht bedoeld. Ik had me voorbereid om een pot lompe death metal in de trant van Panzerchrist, maar wat ik kreeg was...wel death metal...maar met een teringlading aan keyboards! En ik ga het nu meteen zeggen: wat een toevoeging zeg! Ik kan dit zeker waarderen, hoewel ik me heel erg kan voorstellen dat een hoop fans de band dit heel erg kwalijk gaan nemen. En geef ze eens ongelijk he.
De beukende metal is iets teruggehoudener in tempo maar zeker niet minder heavy. Het geheel is melodieuzer en dat werkt wel goed. Nummers als The Taste Of You en de loodzware opener Your Own Best Companion zijn nog steeds lekkere beuknummers maar door de alomaanwezige toetsen is de variatie een stuk hoger en klinkt het album uniek. Keyboardsolo’s kan je hier bijna niet op vinden, de gitaar blijft het leadinstrument en de toetsen zijn alleen achtergrond en sfeer. Alleen We heeft een korte solo.
Step Into My Winter klinkt als een doom metal nummer maar is één van de snelste en meest thrashy nummers op het album. En ook Rape is een lekker nummer. Beginnend met een creepy gesproken intro en dito keyboards ontpopt het nummer zich tot een industrial metal beuker met riffs á la Rammstein.

Illdisposed slaat een heel aparte weg in. Gecombineerd met het artwork dat mij aan Crash Love van AFI deed denken zou het kunnen dat ze hun oude fans van zich vervreemden. Maar tegelijkertijd kunnen ze ook nieuwe fans aantrekken. Mij bevalt deze nieuwe route in ieder geval wel. Het zal me benieuwen wat ze met de opvolger gaan doen.

82/100

JUKEBOX

Stay metal \,,/

dinsdag 19 april 2011

Another day in hell

Mijn diepe verontschuldigingen voor de steeds langere pauzes tussen mijn blogs, ik heb het veel te druk met school, Ragherrie en school. maar gelukkig heb ik nog steeds motivatie om mijn hersenspinsels van me af te schrijven. Ik heb nog tig reviews op stapel staan, waaronder Crimfall, Obscura en My Dying Bride. En natuurlijk Septicflesh, want dat is toch de knaller van het jaar tot nu toe! 
Trouwens, heb jij Ragherrie al gechekt? Kijk ook eens op A Heavy Metal Life. Oh, en op Vierfhjhelden, alle blogs staan vol met Win!

REVIEWS
Children Of Bodom – Relentless Reckless Forever


Ik ga Children Of Bodom niet eens voorstellen. Iedereen kent de Finse band nu wel en weet wat ze goed kunnen en wat niet. Meteen over naar de orde van de dag dus.

Blooddrunk was een ‘mwoah’-moment. Hij pakte me minder, zelfs minder dan Are You Dead Yet. Maar toch was Blooddrunk geen slecht album. En Relentless Reckless Forever is een voortzetting van Blooddrunk geworden. Zeker niet slecht op zich, want Not My Funeral en Shovel Knockdown openen loeihard en zoals alleen CoB dat kan. Met flitsende solo’s en toetsen. Want je kan zeggen wat je wilt, maar Alexi Laiho is een geweldige gitarist. En natuurlijk staan er ook lekker keyboardssolo’s op.
De neoklassieke elementen die Hatebreeder en Follow The Reaper beheersten zijn nu echt volledig weg. Ik vind dat toch jammer, want die albums hebben een vibe die nooit geëvenaard is. De titeltrack heeft wel keyboards die eventjes terugpakken naar die periode.
Het album knalt wel lekker, nummers als Ugly, Pussyfoot Miss Suicide en het superthrashy Northpole Throwdown zijn moderne metalsongs met likkenbaardend lekkere riffs. En ook de single Was It Worth It is erg lekker.

Relentless Reckless Forever...het is niet meteen de lekkerst in de mond liggende titel. Maar wel pakkend en het staat wel voor waar CoB voor staat: alles of niets. De klassieke albums, het tussenin-moment en de ‘bagger’, dat zijn de fases van Bodom. Waar zullen we RRF plaatsen?Ik gooi hem in de ‘tussenin-fase’, want Relentless Reckless Forever is een wisselvallige plaat geworden tussen twee uitersten. Aan de ene kant klinkt de schijf heel lekker en modern, aan de andere kant is hij toch minder dan de vorige platen. Ik kan niet zeggen dat ik hem slecht vind, want op zichzelf is RRF een goede cd geworden waarop Children Of Bodom gewoon de koers voortzet die ze al twee albums lang voeren. Ik denk dat ik hem wel vaak zal draaien, want het is toch de band die me voorstelde aan extreme metal.

72/100

Blackguard - Firefight

Uit Canada komt Blackguard. Een jonge band, die vroeger onde de naam Prufog..prufu..Profugus Mortis door het leven ging. Dat bekte niet zo lekker en de naam werdt veranderd in Blackguard. Het eerste album (ook Prugufu.. laat maar) liet een redelijk standaard folky melodeath geluid horen dat wel lekker klonk, maar niet heel speciaal was. Op de opvolger laat de band nog steeds niets horen wat nog niet eerder gedaan is maar het klinkt wel heel lekker.

Lekker pittige melodische metal met de brute stem van Paul Zinay die krijst als een bezetene. De eerste single Firefight is meteen een goed en slecht voorbeeld. Het is een lekker nummer, maar wel erg gelikt en echt de typische single. De riffs zijn heerlijk en zouden bij vlagen (Cruel Hands) zo uit een (oud) Children Of Bodom nummer kunnen komen. Het keyboardgebruik is aangepast, Jonathan LeDuc heeft de band verlaten. Er is geen vervanger, maar toetsen zijn nog voplop vertegenwoordigd in de sound. Het epische Wastelands is een goed voorbeeld.
De drums worden overigens bespeeld door een dame, en ze rost die dingen harder af dan Tommy Lee zijn rondborstige echtgenote. Luister naar The Fear Of All Flesh, dan weet je wat ik bedoel. Ook leuk is dat je de basgitaar op de achtergrond kan horen ronken, daar hou ik van. En met knallers als Farewell, The Path en Sarissas zit je altijd goed bij mij.

Firefight is geen folk metal meer. De invloeden zijn er nog wel, maar de basis ligt stevig in melodic death metal. Blackguard klinkt nu een pak volwassener en dat kan ik best waarderen. Moet je je eens indenken als ze verder experimenteren met deze sound! Dan wordt hun derde album een klapper van jewelste.

80/100

 Kromlek – Finis Terrae

Kromlek is een pagan/black metalband uit Duitsland. Ja, kunst zou je denken, daar hebben we er al hordes van. Maar met Kromlek is het iets anders. Ze begonnen als de standaard pagan metal band met de clichématige maar prettig klinkende albums Kveldridhur en Strange Rumours...Distant Tremors. Nu is hun derde album Finis Terrae uit en ik durf niet alleen te stellen dat Kromlek hiermee de pagan metal ontstijgt, maar dat ze zelfs een meesterwerkje gemaakt hebben dat zich qua intensiteit en variatie direct kan meten met wat ik het beste pagan/folk metal album ooit vind: Sagas van Equilibrium.

Ik heb reviews van het album gelezen waarin de reviewer zich misleid voelde door het pagan metal etiket. Ik ben ervan overtuigd dat Kromlek nu nog pagan metal noemen gewoon fout is. Dit is meer dan pagan metal, dit is melodische death/black metal met folky keyboards. En zelfs dat niet alleen want in nummers als Nekropolis’ Fall en, Metropolitan Roots en Bastion bevatten keyboardlijnen die in het gemiddelde Tiësto nummer niet zouden mistaan! Gelukkig ligt de basis stevig in de extreme metal met een grote rol voor vocalist Alphavarg. De beste man krijst en grunt de longen uit zijn lijf. Zijn raspende stem doet me denken aan Helge Stang van (jawel) Equilibrium. De teksten zijn in het Duits en Engels, maar er zitten stukjes Arabisch (Nekropolis’ Fall), Zweeds (Mantikor)en Sanskriet (Manjushri Aus Mir) in.

Nog maar een vergelijking met Sagas dan maar. Elk nummer is ijzersterk en heeft zijn eigen identiteit. Van het gevarieerde Nekropolis’ Fall tot de uitgesponnen en progressieve titeltrack. Door het meertalige van de teksten komt de individualiteit nog verder tot uiting. Angrlióð is directer en makkelijker te bevatten. Alphavarg spreekt ons toe met een duistere stem. Heerlijk nummer. Ook het fantastische The Cocoon met zijn heerlijke solos is geweldig. Na dit meesterwerkje valt Mantikor een beetje tegen. Het is een beetje ingehouden en traditioneler opgebouwd vergeleken met The Cocoon. Toch bevalt de track me na nog een paar keer luisteren.

Op Moritvrvs Immortalis, een van de meer folky tracks zingen Mark en Joris van Heidevolk mee. In het Duits. Gecombineerd met sterke zanglijnen is ook dit nummer een hoogtepunt.
Ad Rvbiconem is het volgende geweldige nummer maar hier heb ik een klacht over. Het is veel te kort! Ik heb het idee dat het nummer nog wel wat langer kon zijn. De trommels in het begin zijn prachtig sfeervol en het is één van de snelste tracks op het album.
Na het verwoestende Bastion krijgen we het majesteuze Creation’s Crowning Glory. Trompetten schallen door het nummer en make de ‘glory’ in de titel helemaal waar.
Zoals eerder gezegd begint Metropolitan Roots met futuristische keyboards. Op deze track zingt René Berthiaume van (daar hebben we ze weer) Equilibrium mee. Hij heeft het album ook geproduceerd, vandaar de vele vergelijkingen wellicht. De korte interlude Egophaneia is een atmosferisch stuk met synths, gitaar en een meisjesstem die een verhaal vertelt. Andere reviewers vinden het niks, maar ik vind het wel wat hebben. Aan het eind treed een smerige vervorming in en gaat de track stilletjes over in de titeltrack.
Net als op Sagas wordt er afgesloten met een monsterlijke track van bijna 16 minuten. Dit is zo’n uitgebreide track dat je hem zelf moet horen. De transities waar hij doorheen gaat zijn stuk voor stuk goed en saai wordt ie nooit. De ‘techno’ keyboards zijn wat prominenter aanwezig maar daardoor moet je je niet laten tegenhouden want het maakt dit hele album tot een unieke ervaring.
Maar op aller- allerlaatst gebeurd toch waar ik bang voor was: een fade-out. Ik hou niet van fade-outs en helemaal niet bij het laatste nummer. Gelukkig spelen de toetsen daarna nog een klein deuntje en dan gaat de wind waaien dus ik kan er wel mee leven, maar het is toch een afbreuk aan een redelijk perfect album.

Wauw. Gewoon wauw. Dit hele album is een meesterwerk. Alles klopt eraan: de productie, de songs, de opbouw, alles. Laat je niet misleiden door het pagan metal etiket, Kromlek heeft zichzelf én de pagan metal overtroffen. De moderne keyboards zijn absoluut origineel en geven vee variatie. Dit had ik nooit verwacht, maar het is echt zo. Puur op kwaliteit gaat deze al hoog scoren in mijn jaarlijst. Jammer van de fade-out op het eind, maar de rest van de nummers houdt het perfect overeind. Meesterwerk.

95/100


Leaves’ Eyes - Meredead

Jezus, is daar nou weer een nieuw album van Leaves’ Eyes?! Jazeker wel, de (oorspronkelijk) Duitse band brengt net zo rap nieuw materiaal uit als dat ze van leden wisselt. Meredead is het vierde album van de band. Tel daar vijf EP’s, een DVD en live cd bij op en dan heb je alles wat de zusterband van Atrocity in acht jaar heeft uitgebracht.Natuurlijk kan een Leaves’ Eyes album niet meer vergezeld gaan van enkele ledenwisselingen. Dit maal zijn bassiste Alla Fedynitch, drummer Seven Antonopolous en oudgediende gitarist Moritz Neuner opgestapt. Hun vervangers zijn respectievelijk JB van der Wal, Roland Navratil en Sander van der Meer. Ja, Nederlanders in Leaves’ Eyes. Het promosheet omschreef ze dan ook als ‘the 4-nation formation.’

Muzikaal gezien verandert er niet veel. Leaves’ Eyes maakt nog steeds metal met weelderige symfonische arrangementen en folkinvloeden. De folkinvloeden zijn wel toegenomen waardoor we nu in vrijwel elk nummer fluitjes, vedels, doedelzakken en zelfs uillean pipes tegenkomen. Waar de voorgaande albums een Noors thema hadden gaat Meredead de Keltische toer op. Wat opvalt is hoe goed dit werkt met de Noorse teksten van Liv Kristine, toch één van de troefkaarten van Leaves’ Eyes. Dit mens kan zingen en iemand die dat niet vind moet zijn oren laten uitspuiten. Vooral in het symfonische Mine Tåror Er Ei Grimme. Étaín laat horen waar de kracht van Leaves’ Eyes ligt: het schrijven van catchy, bijna poppy, metal met opera-achtige zang en veel keyboards. In de titeltrack komt het keltische erg aan bod. Het nummer begint met samenzang en akoestische gitaren en ontpopt zich bijna als een wals. De tekst is ook in het Keltisch.
Ook Noors komt vaak terug, onder andere in het lang uitgesponnen en progressieve Sigrlinn, dat toch één van de hoogtepunten van het album is en Kråkevisa, een traditioneel Noors lied over een jager die een raaf neerschiet.

Terugkomend op Sigrlinn. Een monstertrack van bijna negen minuten, de langste track van Leaves’ Eyes tot nu toe. De mooie zang van Liv en haar zusje (zangeres van Midnattsol) Carmen begint mooi tot de gitaren aanzwellen en Alexander Krull zijn monsterstem mag gebruiken. Het is het eerste nummer waar hij in te horen is. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg, want ik luister liever naar Liv dan naar zijn stem, die toch wat gewenning vergt als je Leaves’ Eyes voor het eerst hoort. Ik reken het nummer toch tot mijn favorieten omdat het gewoon een ijzersterk lied is. 
Tot slot wil ik eventjes Nystev noemen. Dit moet wel de snelste track van Leaves’ Eyes ooit zijn! Het begint heel kalmpjes maar dan zetten de oorlogstrommels in en knalt de band er een heerlijk stampend ritme uit. Door de afwisseling tussen langzaam en snel krijg je een heerlijk contrast dat nog verder versterkt wordt door de cister die het hele nummer door hoorbaar is.

Meredead is een heerlijk album geworden met veel verschillende nummers. Trage nummers, snelle nummers, progressieve nummers, typische singles en gewoon lekkere nummers. De folkinvloeden geven het geheel diepte en variatie en zonder die invloeden klonk de band als een derderangs Nightwishkloon. En daar hebben we er al te veel van. Niet alle nummers zijn even goed, de Mike Oldfield cover To France vind ik niet helemaal geslaagd, voornamelijk omdat het iets té veel een singletje is. Het valt een beetje buiten de boot qua sfeer. Maar punten voor de band dat ze hem erop hebben gezet. Toch denk ik niet dat Meredead stof gaat vangen in mijn kast, daar is hij net té lekker voor. Hou je van female fronted metal? Dan moet deze op je verlanglijstje staan!

85/100

Wizard – Wariwulves And Bluotvarwes

Wizard is een Duitse power metal band die al sinds 1989 bestaat. En ik had nog nooit van ze gehoord. Petje af, want dat is niet makkelijk. Muzikaal bediend de band zich van datgene waar Duitsers van houden: lekker meezingbare power metal.

Omdat ik de band niet eerder kende weet ik niet of ze een grote invloed zijn geweest op de power metal scene. Ik kan nu dus wel zeggen dat ze niet origineel klinken, maar voor een band die in 1995 al zijn debuut uitbracht kan het best wel eens zo zijn dat zij juist degenen zijn die nageaapt worden.
...Of Wariwulfs And Bluotvarwes is hun negende album. Je weet dus wat je kan verwachten: meezingbare refreinen, lekkere riffs en roffelende bassdrums. De titeltrack doet meteen heel erg aan Manowar denken. Wat meteen opvalt is dat zanger Sven D’Anna een prima stem heeft, hij heeft veel power, ook als hij hoog zingt. Die hoge stem klinkt als Eric Adams, maar dan met minder moeite. Bluotvarwes doet de naam Primal Fear in je hoofd opdoemen, vooral door de heerlijke Judas Priest riff.
En ook het verschroeiend snelle Sign Of The Cross is een heerlijk nummer. In het refrein zit net dat tikje epiek dat de song nodig heeft.Fair Maiden Mine begint als een ballad, maar neemt al een lekker tempo aan, dat de haren lekker aan het zwaaien krijgt. In deze song wordt veelvuldig gebruik gemaakt van toetsen, wat de sound zeker ten goede komt.

Aan het einde van de plaat zitten drie heerlijke nummers, van die knoeperts met riffs en refreinen waar elke traditionele heavy metalfan een natte plek van in de slip krijgt. Hagr is de eerste, en heeft waarschijnlijk het meest epische refrein van het hele album.Bletzer heeft mooie gitaarharmonieën en zware mannenkoren in het refrein. Heb je als band geen inspiratie? Huppekee, mannenkoor erin! Kan nooit fout gaan. En Hagen Von Stein is weer een lekker nummer, haren los en gaan dus.

 Zo, daar hebben we het. ...Of Wariwulves And Bluotvarwes (wat een rottitel om te typen) is een oerdegelijke power metal schijf. Ik kan niet zeggen of er een vorig album mee is overtroffen, maar puur om de sound, lekkere songs en riffs verdiend deze band gewoon een dikke voldoende. Door het iets té hoge clichégehalte geen topper, maar gewoon lekker op zijn tijd.

77/100

Attonitus – Opus II: Von Lug Und Trug


In Duitsland gaat iedereen plat voor de zogenaamde ‘mittelalter-rock’. Dit is pakkende rock/metal met een verscheidenheid aan verschillende middeleeuwse instrumenten zoals doedelzak, schalmei, harp en vedel. Bands als In Extremo en Subway to Sally zijn bij onze Oosterburen rocksterren van het gehalte Marco Borsato/Doe Maar. Hun faam beperkt zich echter tot de Duitssprekende landen. Met Attonitus zal dit niet veel anders zijn want ze klinken exact als een mix tussen In Extremo en Subway To Sally.



Attonitus onderscheid zich van deze bands door hun muziek aan te lengen met percussie en een grotere diversiteit aan instrumenten. De band weet wel hoe ze lekkere nummers kunnen schrijven. Het klinkt als een iets hardere versie van In Extremo, een vergelijking die versterkt wordt door het stemgeluid van Vodric Kurzweyl. Zijn stem is een nasalere versie van Micha Rhein van InEx en kan na een paar nummers best gaan irriteren. Opus II heeft een paar prima nummers zoals Skol, een lekker drinklied. Want laat dat maar aan de Duitsers over. Ook Deus Lo Vult is een lekker nummer, met oosterse percussie. Jammer dat saaie nummers als Labyrinth, 12 Brüder en Der Alte Ritter het tempo eruit halen en gewoon middelmatig zijn.

Dit album is met veertien nummers een behoorlijke zit en de nummers zijn lang niet allemaal van hetzelfde niveau. Dat is jammer, want Attonitus heeft een behoorlijk uniek geluid. Door het gebruik van percussie, verschillende blaasinstrumenten en af en toe accordeon (Skol) is er qua instrumentatie veel variatie (mooie rijm he?). Door de vele songs, niet pakkende refreinen en soms saaie stukken kan de band zich hier niet presenteren als de zoveelste In Extremo kloon. En dat is jammer, want met een beetje meer ervaring kan de groep zich opwerken tot de top van de scene. Voorlopig nog even wachten dus.

65/100


Nervecell – Psychogenocide

Een death metal band uit Dubai, dat moet toch wel klinken als Melechesh? Vergeet dat vooroordeel want hoewel Nervecell inderdaad uit Dubai komt komen de leden uit Portugal, Libanon, Australië en Jordanië. De heren spelen beukende oldschool death metal met een nieuwerwetse touch.

Nervecell wist in 2008 heel wat mensen te verassen met het sterke Preaching Venom. Metal uit het verre oosten is al een tijdje aan een opmars bezig en Nervecell lift lekker mee op deze golf.
Een nieuw uitgevonden wiel hoef je hier niet te verwachten. De riffs zijn in principe redelijk simpel, met af en toe een lekkere solo. Soms klinkt de gitaar een beetje thrash, wat ik wel kan waarderen. De drums hakken lekker door, de doen precies wat er van ze verwacht wordt. Heel soms komt er nog wel een vreemde maatsoort voorbij zoals in Upon An Epidemic Scheme.
Zanger James Khazaal bediend zich van een lekker lage grunt, die aan een kruising tussen Chris Barnes (diepte) en Glen Benton (verstaanbaarheid) doet denken.
En hoewel er geen grote verassingen opstaan is Psychogenocide een lekker death metal plaat geworden. De nummers knallen, zijn memorabel en de riffs zijn uitstekend. All Eyes On Them heeft een duidelijk refrein en een lekkere groove. Het is ook één van de songs waar het thrashelement wat meer naar voren komt. De titeltrack is dan weer een tikje melodieuzer. Relatief gezien dan, want het grootste deel is gewoon wat je van death metal verwacht.
Wat mij ook heel erg beviel wat het intro, Anemic Assurgency. Hoewel de titel klinkt als een bruut metalnummer is het een oosters stuk met percussie, gitaar en allerhande exotische klanken. Het zet je wel op het verkeerde been omdat het mij doet denken aan de interludes die Melechesh op hun laatste album zette. Ook is de overgang naar de lompe death metal wat abrupter dan ik het graag had gezien.
Ook The Taste Of Betrayal is instrumentaal, maar is integenstelling tot het intro een doomy stuk met gitaarharmonieën. Tegen het einde neemt de track nog even een sprong in thrashterritorium.

Psychogenocide presenteert het aloude probleem: er wordt helemaal niks vernieuwd en de muziek is niets speciaals, maar tegelijkertijd klinkt het allemaal uitstekend. Wat de plaat tekort doet is het gebrek aan herkenbaarheid en pakkendheid. De nummers zijn retestrak, maar missen herkenbare stukken. Door het integreren van thrashelementen is Psychogenocide toch een bovengemiddelde cd geworden die de death metal fan die op zoek is naar een band met nét dat beetje meer zeker tevreden kan stellen.

79/100

JUKEBOX


Stay metal \,,/