dinsdag 19 april 2011

Another day in hell

Mijn diepe verontschuldigingen voor de steeds langere pauzes tussen mijn blogs, ik heb het veel te druk met school, Ragherrie en school. maar gelukkig heb ik nog steeds motivatie om mijn hersenspinsels van me af te schrijven. Ik heb nog tig reviews op stapel staan, waaronder Crimfall, Obscura en My Dying Bride. En natuurlijk Septicflesh, want dat is toch de knaller van het jaar tot nu toe! 
Trouwens, heb jij Ragherrie al gechekt? Kijk ook eens op A Heavy Metal Life. Oh, en op Vierfhjhelden, alle blogs staan vol met Win!

REVIEWS
Children Of Bodom – Relentless Reckless Forever


Ik ga Children Of Bodom niet eens voorstellen. Iedereen kent de Finse band nu wel en weet wat ze goed kunnen en wat niet. Meteen over naar de orde van de dag dus.

Blooddrunk was een ‘mwoah’-moment. Hij pakte me minder, zelfs minder dan Are You Dead Yet. Maar toch was Blooddrunk geen slecht album. En Relentless Reckless Forever is een voortzetting van Blooddrunk geworden. Zeker niet slecht op zich, want Not My Funeral en Shovel Knockdown openen loeihard en zoals alleen CoB dat kan. Met flitsende solo’s en toetsen. Want je kan zeggen wat je wilt, maar Alexi Laiho is een geweldige gitarist. En natuurlijk staan er ook lekker keyboardssolo’s op.
De neoklassieke elementen die Hatebreeder en Follow The Reaper beheersten zijn nu echt volledig weg. Ik vind dat toch jammer, want die albums hebben een vibe die nooit geëvenaard is. De titeltrack heeft wel keyboards die eventjes terugpakken naar die periode.
Het album knalt wel lekker, nummers als Ugly, Pussyfoot Miss Suicide en het superthrashy Northpole Throwdown zijn moderne metalsongs met likkenbaardend lekkere riffs. En ook de single Was It Worth It is erg lekker.

Relentless Reckless Forever...het is niet meteen de lekkerst in de mond liggende titel. Maar wel pakkend en het staat wel voor waar CoB voor staat: alles of niets. De klassieke albums, het tussenin-moment en de ‘bagger’, dat zijn de fases van Bodom. Waar zullen we RRF plaatsen?Ik gooi hem in de ‘tussenin-fase’, want Relentless Reckless Forever is een wisselvallige plaat geworden tussen twee uitersten. Aan de ene kant klinkt de schijf heel lekker en modern, aan de andere kant is hij toch minder dan de vorige platen. Ik kan niet zeggen dat ik hem slecht vind, want op zichzelf is RRF een goede cd geworden waarop Children Of Bodom gewoon de koers voortzet die ze al twee albums lang voeren. Ik denk dat ik hem wel vaak zal draaien, want het is toch de band die me voorstelde aan extreme metal.

72/100

Blackguard - Firefight

Uit Canada komt Blackguard. Een jonge band, die vroeger onde de naam Prufog..prufu..Profugus Mortis door het leven ging. Dat bekte niet zo lekker en de naam werdt veranderd in Blackguard. Het eerste album (ook Prugufu.. laat maar) liet een redelijk standaard folky melodeath geluid horen dat wel lekker klonk, maar niet heel speciaal was. Op de opvolger laat de band nog steeds niets horen wat nog niet eerder gedaan is maar het klinkt wel heel lekker.

Lekker pittige melodische metal met de brute stem van Paul Zinay die krijst als een bezetene. De eerste single Firefight is meteen een goed en slecht voorbeeld. Het is een lekker nummer, maar wel erg gelikt en echt de typische single. De riffs zijn heerlijk en zouden bij vlagen (Cruel Hands) zo uit een (oud) Children Of Bodom nummer kunnen komen. Het keyboardgebruik is aangepast, Jonathan LeDuc heeft de band verlaten. Er is geen vervanger, maar toetsen zijn nog voplop vertegenwoordigd in de sound. Het epische Wastelands is een goed voorbeeld.
De drums worden overigens bespeeld door een dame, en ze rost die dingen harder af dan Tommy Lee zijn rondborstige echtgenote. Luister naar The Fear Of All Flesh, dan weet je wat ik bedoel. Ook leuk is dat je de basgitaar op de achtergrond kan horen ronken, daar hou ik van. En met knallers als Farewell, The Path en Sarissas zit je altijd goed bij mij.

Firefight is geen folk metal meer. De invloeden zijn er nog wel, maar de basis ligt stevig in melodic death metal. Blackguard klinkt nu een pak volwassener en dat kan ik best waarderen. Moet je je eens indenken als ze verder experimenteren met deze sound! Dan wordt hun derde album een klapper van jewelste.

80/100

 Kromlek – Finis Terrae

Kromlek is een pagan/black metalband uit Duitsland. Ja, kunst zou je denken, daar hebben we er al hordes van. Maar met Kromlek is het iets anders. Ze begonnen als de standaard pagan metal band met de clichématige maar prettig klinkende albums Kveldridhur en Strange Rumours...Distant Tremors. Nu is hun derde album Finis Terrae uit en ik durf niet alleen te stellen dat Kromlek hiermee de pagan metal ontstijgt, maar dat ze zelfs een meesterwerkje gemaakt hebben dat zich qua intensiteit en variatie direct kan meten met wat ik het beste pagan/folk metal album ooit vind: Sagas van Equilibrium.

Ik heb reviews van het album gelezen waarin de reviewer zich misleid voelde door het pagan metal etiket. Ik ben ervan overtuigd dat Kromlek nu nog pagan metal noemen gewoon fout is. Dit is meer dan pagan metal, dit is melodische death/black metal met folky keyboards. En zelfs dat niet alleen want in nummers als Nekropolis’ Fall en, Metropolitan Roots en Bastion bevatten keyboardlijnen die in het gemiddelde Tiësto nummer niet zouden mistaan! Gelukkig ligt de basis stevig in de extreme metal met een grote rol voor vocalist Alphavarg. De beste man krijst en grunt de longen uit zijn lijf. Zijn raspende stem doet me denken aan Helge Stang van (jawel) Equilibrium. De teksten zijn in het Duits en Engels, maar er zitten stukjes Arabisch (Nekropolis’ Fall), Zweeds (Mantikor)en Sanskriet (Manjushri Aus Mir) in.

Nog maar een vergelijking met Sagas dan maar. Elk nummer is ijzersterk en heeft zijn eigen identiteit. Van het gevarieerde Nekropolis’ Fall tot de uitgesponnen en progressieve titeltrack. Door het meertalige van de teksten komt de individualiteit nog verder tot uiting. Angrlióð is directer en makkelijker te bevatten. Alphavarg spreekt ons toe met een duistere stem. Heerlijk nummer. Ook het fantastische The Cocoon met zijn heerlijke solos is geweldig. Na dit meesterwerkje valt Mantikor een beetje tegen. Het is een beetje ingehouden en traditioneler opgebouwd vergeleken met The Cocoon. Toch bevalt de track me na nog een paar keer luisteren.

Op Moritvrvs Immortalis, een van de meer folky tracks zingen Mark en Joris van Heidevolk mee. In het Duits. Gecombineerd met sterke zanglijnen is ook dit nummer een hoogtepunt.
Ad Rvbiconem is het volgende geweldige nummer maar hier heb ik een klacht over. Het is veel te kort! Ik heb het idee dat het nummer nog wel wat langer kon zijn. De trommels in het begin zijn prachtig sfeervol en het is één van de snelste tracks op het album.
Na het verwoestende Bastion krijgen we het majesteuze Creation’s Crowning Glory. Trompetten schallen door het nummer en make de ‘glory’ in de titel helemaal waar.
Zoals eerder gezegd begint Metropolitan Roots met futuristische keyboards. Op deze track zingt René Berthiaume van (daar hebben we ze weer) Equilibrium mee. Hij heeft het album ook geproduceerd, vandaar de vele vergelijkingen wellicht. De korte interlude Egophaneia is een atmosferisch stuk met synths, gitaar en een meisjesstem die een verhaal vertelt. Andere reviewers vinden het niks, maar ik vind het wel wat hebben. Aan het eind treed een smerige vervorming in en gaat de track stilletjes over in de titeltrack.
Net als op Sagas wordt er afgesloten met een monsterlijke track van bijna 16 minuten. Dit is zo’n uitgebreide track dat je hem zelf moet horen. De transities waar hij doorheen gaat zijn stuk voor stuk goed en saai wordt ie nooit. De ‘techno’ keyboards zijn wat prominenter aanwezig maar daardoor moet je je niet laten tegenhouden want het maakt dit hele album tot een unieke ervaring.
Maar op aller- allerlaatst gebeurd toch waar ik bang voor was: een fade-out. Ik hou niet van fade-outs en helemaal niet bij het laatste nummer. Gelukkig spelen de toetsen daarna nog een klein deuntje en dan gaat de wind waaien dus ik kan er wel mee leven, maar het is toch een afbreuk aan een redelijk perfect album.

Wauw. Gewoon wauw. Dit hele album is een meesterwerk. Alles klopt eraan: de productie, de songs, de opbouw, alles. Laat je niet misleiden door het pagan metal etiket, Kromlek heeft zichzelf én de pagan metal overtroffen. De moderne keyboards zijn absoluut origineel en geven vee variatie. Dit had ik nooit verwacht, maar het is echt zo. Puur op kwaliteit gaat deze al hoog scoren in mijn jaarlijst. Jammer van de fade-out op het eind, maar de rest van de nummers houdt het perfect overeind. Meesterwerk.

95/100


Leaves’ Eyes - Meredead

Jezus, is daar nou weer een nieuw album van Leaves’ Eyes?! Jazeker wel, de (oorspronkelijk) Duitse band brengt net zo rap nieuw materiaal uit als dat ze van leden wisselt. Meredead is het vierde album van de band. Tel daar vijf EP’s, een DVD en live cd bij op en dan heb je alles wat de zusterband van Atrocity in acht jaar heeft uitgebracht.Natuurlijk kan een Leaves’ Eyes album niet meer vergezeld gaan van enkele ledenwisselingen. Dit maal zijn bassiste Alla Fedynitch, drummer Seven Antonopolous en oudgediende gitarist Moritz Neuner opgestapt. Hun vervangers zijn respectievelijk JB van der Wal, Roland Navratil en Sander van der Meer. Ja, Nederlanders in Leaves’ Eyes. Het promosheet omschreef ze dan ook als ‘the 4-nation formation.’

Muzikaal gezien verandert er niet veel. Leaves’ Eyes maakt nog steeds metal met weelderige symfonische arrangementen en folkinvloeden. De folkinvloeden zijn wel toegenomen waardoor we nu in vrijwel elk nummer fluitjes, vedels, doedelzakken en zelfs uillean pipes tegenkomen. Waar de voorgaande albums een Noors thema hadden gaat Meredead de Keltische toer op. Wat opvalt is hoe goed dit werkt met de Noorse teksten van Liv Kristine, toch één van de troefkaarten van Leaves’ Eyes. Dit mens kan zingen en iemand die dat niet vind moet zijn oren laten uitspuiten. Vooral in het symfonische Mine Tåror Er Ei Grimme. Étaín laat horen waar de kracht van Leaves’ Eyes ligt: het schrijven van catchy, bijna poppy, metal met opera-achtige zang en veel keyboards. In de titeltrack komt het keltische erg aan bod. Het nummer begint met samenzang en akoestische gitaren en ontpopt zich bijna als een wals. De tekst is ook in het Keltisch.
Ook Noors komt vaak terug, onder andere in het lang uitgesponnen en progressieve Sigrlinn, dat toch één van de hoogtepunten van het album is en Kråkevisa, een traditioneel Noors lied over een jager die een raaf neerschiet.

Terugkomend op Sigrlinn. Een monstertrack van bijna negen minuten, de langste track van Leaves’ Eyes tot nu toe. De mooie zang van Liv en haar zusje (zangeres van Midnattsol) Carmen begint mooi tot de gitaren aanzwellen en Alexander Krull zijn monsterstem mag gebruiken. Het is het eerste nummer waar hij in te horen is. Eigenlijk vind ik dat helemaal niet erg, want ik luister liever naar Liv dan naar zijn stem, die toch wat gewenning vergt als je Leaves’ Eyes voor het eerst hoort. Ik reken het nummer toch tot mijn favorieten omdat het gewoon een ijzersterk lied is. 
Tot slot wil ik eventjes Nystev noemen. Dit moet wel de snelste track van Leaves’ Eyes ooit zijn! Het begint heel kalmpjes maar dan zetten de oorlogstrommels in en knalt de band er een heerlijk stampend ritme uit. Door de afwisseling tussen langzaam en snel krijg je een heerlijk contrast dat nog verder versterkt wordt door de cister die het hele nummer door hoorbaar is.

Meredead is een heerlijk album geworden met veel verschillende nummers. Trage nummers, snelle nummers, progressieve nummers, typische singles en gewoon lekkere nummers. De folkinvloeden geven het geheel diepte en variatie en zonder die invloeden klonk de band als een derderangs Nightwishkloon. En daar hebben we er al te veel van. Niet alle nummers zijn even goed, de Mike Oldfield cover To France vind ik niet helemaal geslaagd, voornamelijk omdat het iets té veel een singletje is. Het valt een beetje buiten de boot qua sfeer. Maar punten voor de band dat ze hem erop hebben gezet. Toch denk ik niet dat Meredead stof gaat vangen in mijn kast, daar is hij net té lekker voor. Hou je van female fronted metal? Dan moet deze op je verlanglijstje staan!

85/100

Wizard – Wariwulves And Bluotvarwes

Wizard is een Duitse power metal band die al sinds 1989 bestaat. En ik had nog nooit van ze gehoord. Petje af, want dat is niet makkelijk. Muzikaal bediend de band zich van datgene waar Duitsers van houden: lekker meezingbare power metal.

Omdat ik de band niet eerder kende weet ik niet of ze een grote invloed zijn geweest op de power metal scene. Ik kan nu dus wel zeggen dat ze niet origineel klinken, maar voor een band die in 1995 al zijn debuut uitbracht kan het best wel eens zo zijn dat zij juist degenen zijn die nageaapt worden.
...Of Wariwulfs And Bluotvarwes is hun negende album. Je weet dus wat je kan verwachten: meezingbare refreinen, lekkere riffs en roffelende bassdrums. De titeltrack doet meteen heel erg aan Manowar denken. Wat meteen opvalt is dat zanger Sven D’Anna een prima stem heeft, hij heeft veel power, ook als hij hoog zingt. Die hoge stem klinkt als Eric Adams, maar dan met minder moeite. Bluotvarwes doet de naam Primal Fear in je hoofd opdoemen, vooral door de heerlijke Judas Priest riff.
En ook het verschroeiend snelle Sign Of The Cross is een heerlijk nummer. In het refrein zit net dat tikje epiek dat de song nodig heeft.Fair Maiden Mine begint als een ballad, maar neemt al een lekker tempo aan, dat de haren lekker aan het zwaaien krijgt. In deze song wordt veelvuldig gebruik gemaakt van toetsen, wat de sound zeker ten goede komt.

Aan het einde van de plaat zitten drie heerlijke nummers, van die knoeperts met riffs en refreinen waar elke traditionele heavy metalfan een natte plek van in de slip krijgt. Hagr is de eerste, en heeft waarschijnlijk het meest epische refrein van het hele album.Bletzer heeft mooie gitaarharmonieën en zware mannenkoren in het refrein. Heb je als band geen inspiratie? Huppekee, mannenkoor erin! Kan nooit fout gaan. En Hagen Von Stein is weer een lekker nummer, haren los en gaan dus.

 Zo, daar hebben we het. ...Of Wariwulves And Bluotvarwes (wat een rottitel om te typen) is een oerdegelijke power metal schijf. Ik kan niet zeggen of er een vorig album mee is overtroffen, maar puur om de sound, lekkere songs en riffs verdiend deze band gewoon een dikke voldoende. Door het iets té hoge clichégehalte geen topper, maar gewoon lekker op zijn tijd.

77/100

Attonitus – Opus II: Von Lug Und Trug


In Duitsland gaat iedereen plat voor de zogenaamde ‘mittelalter-rock’. Dit is pakkende rock/metal met een verscheidenheid aan verschillende middeleeuwse instrumenten zoals doedelzak, schalmei, harp en vedel. Bands als In Extremo en Subway to Sally zijn bij onze Oosterburen rocksterren van het gehalte Marco Borsato/Doe Maar. Hun faam beperkt zich echter tot de Duitssprekende landen. Met Attonitus zal dit niet veel anders zijn want ze klinken exact als een mix tussen In Extremo en Subway To Sally.



Attonitus onderscheid zich van deze bands door hun muziek aan te lengen met percussie en een grotere diversiteit aan instrumenten. De band weet wel hoe ze lekkere nummers kunnen schrijven. Het klinkt als een iets hardere versie van In Extremo, een vergelijking die versterkt wordt door het stemgeluid van Vodric Kurzweyl. Zijn stem is een nasalere versie van Micha Rhein van InEx en kan na een paar nummers best gaan irriteren. Opus II heeft een paar prima nummers zoals Skol, een lekker drinklied. Want laat dat maar aan de Duitsers over. Ook Deus Lo Vult is een lekker nummer, met oosterse percussie. Jammer dat saaie nummers als Labyrinth, 12 Brüder en Der Alte Ritter het tempo eruit halen en gewoon middelmatig zijn.

Dit album is met veertien nummers een behoorlijke zit en de nummers zijn lang niet allemaal van hetzelfde niveau. Dat is jammer, want Attonitus heeft een behoorlijk uniek geluid. Door het gebruik van percussie, verschillende blaasinstrumenten en af en toe accordeon (Skol) is er qua instrumentatie veel variatie (mooie rijm he?). Door de vele songs, niet pakkende refreinen en soms saaie stukken kan de band zich hier niet presenteren als de zoveelste In Extremo kloon. En dat is jammer, want met een beetje meer ervaring kan de groep zich opwerken tot de top van de scene. Voorlopig nog even wachten dus.

65/100


Nervecell – Psychogenocide

Een death metal band uit Dubai, dat moet toch wel klinken als Melechesh? Vergeet dat vooroordeel want hoewel Nervecell inderdaad uit Dubai komt komen de leden uit Portugal, Libanon, Australië en Jordanië. De heren spelen beukende oldschool death metal met een nieuwerwetse touch.

Nervecell wist in 2008 heel wat mensen te verassen met het sterke Preaching Venom. Metal uit het verre oosten is al een tijdje aan een opmars bezig en Nervecell lift lekker mee op deze golf.
Een nieuw uitgevonden wiel hoef je hier niet te verwachten. De riffs zijn in principe redelijk simpel, met af en toe een lekkere solo. Soms klinkt de gitaar een beetje thrash, wat ik wel kan waarderen. De drums hakken lekker door, de doen precies wat er van ze verwacht wordt. Heel soms komt er nog wel een vreemde maatsoort voorbij zoals in Upon An Epidemic Scheme.
Zanger James Khazaal bediend zich van een lekker lage grunt, die aan een kruising tussen Chris Barnes (diepte) en Glen Benton (verstaanbaarheid) doet denken.
En hoewel er geen grote verassingen opstaan is Psychogenocide een lekker death metal plaat geworden. De nummers knallen, zijn memorabel en de riffs zijn uitstekend. All Eyes On Them heeft een duidelijk refrein en een lekkere groove. Het is ook één van de songs waar het thrashelement wat meer naar voren komt. De titeltrack is dan weer een tikje melodieuzer. Relatief gezien dan, want het grootste deel is gewoon wat je van death metal verwacht.
Wat mij ook heel erg beviel wat het intro, Anemic Assurgency. Hoewel de titel klinkt als een bruut metalnummer is het een oosters stuk met percussie, gitaar en allerhande exotische klanken. Het zet je wel op het verkeerde been omdat het mij doet denken aan de interludes die Melechesh op hun laatste album zette. Ook is de overgang naar de lompe death metal wat abrupter dan ik het graag had gezien.
Ook The Taste Of Betrayal is instrumentaal, maar is integenstelling tot het intro een doomy stuk met gitaarharmonieën. Tegen het einde neemt de track nog even een sprong in thrashterritorium.

Psychogenocide presenteert het aloude probleem: er wordt helemaal niks vernieuwd en de muziek is niets speciaals, maar tegelijkertijd klinkt het allemaal uitstekend. Wat de plaat tekort doet is het gebrek aan herkenbaarheid en pakkendheid. De nummers zijn retestrak, maar missen herkenbare stukken. Door het integreren van thrashelementen is Psychogenocide toch een bovengemiddelde cd geworden die de death metal fan die op zoek is naar een band met nét dat beetje meer zeker tevreden kan stellen.

79/100

JUKEBOX


Stay metal \,,/

dinsdag 29 maart 2011

Folk Metal Special!!!!

Deze keer een speciale editie van de MetalBlog. Ik ben al jaren gek op folk/viking metal. Ik durf te wedden da het mijn lievelingsgenre is. Deze eerste maanden is er zo veel goeds uitgekomen in dit genre dat ik me bedacht dat ik best een hele blog aan folk metal kon wijden. Dus dat doe ik ook. Ik heb ook een essay over folk metal geschreven. Ik heb hem er niet bij gezet omdat het dan wel een enorme lap tekst zou worden. Hou in de gaten want hij komt eraan. Ook de Jukebox is in folk metal stijl en brengt je naast de klassiekers ook jonge groepen die over een paar jaar zeker aan de top staan. Jong bloed als Darkest Era, Amorgen en Dalriada. Geen nieuws dan ook, alles in de stijl van ons geliefde heidense metal. Hail to Odin!

REVIEWS

Turisas – Stand Up And Fight 

Heeft deze band überhaupt nog introductie nodig? Je zou je moeten schamen als je Turisas nog niet kent. In 2004 brachten de Finnen en revolutie teweeg met het geweldige Battle Metal, dat waarschijnlijk het best ontvangen debuut van de 2000’s is. Drie jaar later werdt dat kleine meestewerkje nog eens overtroffen met The Varangian Way. Op dat album liet de band een volwassener geluid horen, met een verhalend aspect en minder ruwe zang van de charismatische frontman Mathias ‘Warlord’ Nygard.
Inmiddels is Turisas weer toe aan het derde album. En weer is het geluid een stap verder geëvolueerd. De weelderige symfonische arrangementen zijn verdrievuldigd vergeleken met het verleden. Dit gaat gelukkig niet ten koste van het metalaspect. De groep werkte samen met een klein orkestje dus alles is authentiek opgenomen. De nummers zijn lekker headbangbaar en nog veel belangrijker: ze klikken vrijwel meteen in je hoofd. In tegenstelling tot de voorganger is Stand Up And Fight geen conceptplaat. In plaats daarvan vertelt het album over verschillende avonturen van de hoofdpersonen van The Varangian Way als huurlingen in het leger van het Byzantijnse rijk.

The March Of The Varangian Guard is lekker herkenbaar Turisas. Zo’n pakkend nummer in de stijl van ‘To Holmgard And Beyond’ en ‘As Torches Rise’ (Wat ik nog steeds een beter nummer dan Battle Metal vind). Take The Day ademt een jaren ’80 stadiumrock sfeer uit met schelle overwinningstrompetten en een stampend ritme. Gelukkig ontbreken de stoere mannenkoren niet en kan het publiek lekker meebrullen.
Hunting Pirates is folky, met een lekker accordeonmelodietje. Het roept beelden op van stoere zeemannen die uitvaren met hun schip. Het is ook het enige album waarop accordeoniste Netta Skog een duidelijk hoorbare rol heeft.
Venetoi! Prasinoi! kan je vergelijken met In The Court of Jarisleif maar is vele malen opzwepender en dramatischer. Dit nummer is een prachtig voorbeeld van hoe Turisas epische orkestratie met stevige metal kan mengen.

De titeltrack is langzamer en doet melancholisch aan in de coupletten. Het refrein is echter weer vol kracht. De stem van Warlord is vol ballen als hij zijn ruwe stem gebruikt en fragiel wanner zijn echt zingt. Vooral de uithaal aan het einde is subliem. De mannenkoren brullen luidkeels en ik weet zeker dat dit nummer iedereen die het niet meer zit zitten weer vol vuur kan krijgen. De brug van het nummer doet erg filmisch aan, en ik moest zelfs even aan Pirates Of The Caribbean denken.
Dan komt een favoriet van me: The Great Escape. Stampende ritmes en een stevige riff. De tekst is verhalend en het lied heeft sterke zanglijnen. Het nummer vorderd door een aantal transities die elk nog beter zijn dan de vorige. Na een kort stukje dat mij muzikaal gezien even aan de Efteling deed denken barst de song los in zo’n manier dat alleen Turisas dat kan. Het orkest en de koren zwellen aan en er wordt opgebouwd naar een outro. Een orkestraal outro dat heel erg mooi is.
Fear The Fear is een lastig nummer. De teksten zijn anders en kan je minder makkelijk in historisch perspectief plaatsen. Het is een roep naar de mensheid dat we onszelf de vernieling in helpen. Het kost een tijdje om de lastige structuur door te hebben maar ik weet zeker dat het niet lang is voor het nummer in je hoofd zit.

De Miklagard Overture van Stand Up And Fight heet End Of An Empire. Het begint heel typisch maar dan zakt de dynamiek en komt er een stuk dat dat wat mij betreft zo in een Disney-film of musical kan. En dan knalt de metal er weer in. Een eervolle vermelding voor het refrein. Dat magistrale refrein. Dat refrein vol epiek, orkestrale overweldigendheid en brute metal! En ook het outro is geweldig. Een klassiek koor doet zijn intrede en samen met het orkest maakt dit een fantastisch, epische en prachtige finale die gewoonweg heerlijk is.

Uiteindelijk nemen we nog even een stapje terug met The Bosphorus Freezes Over. Het is een melancholisch stuk, voornamelijk in het Fins gezongen maar met een gesproken intro.  Kippenvel tijdens het laatste refrein!
De bonustracks Broadsword en Supernaut zijn covers van respectievelijk Jethro Tull en Black Sabbath. Ik ga er niet te ver over uitwijden maar Broadsword is een lekkere song die Turisas op het lijf is geschreven. En van Supernaut hebben ze een lekker folkmetal nummertje gemaakt.

Stand Up And Fight valt bij mij in de categorie ‘instant klassieker’. Wat een heerlijke plaat, werkelijk alles klopt, van de productie tot de schitterende symfonische arrangementen. Ik hou van dit schijfje. Ik hou van Turisas. De band laat zien dat ze één van de vooruitstrevendste metalbands ter wereld zijn. Deze komt zeker hoog in mijn jaarlijst en dat zou hij bij jou ook moeten doen!

96/100



Moonsorrow – Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa

En daar is nummer 4 van de ‘Finnish Five of Folk Metal’ die binnen een jaar een album aflevert. Vorig jaar kregen we Finntroll, en nu, in een ongelofelijk tempo achter elkaar Korpiklaani, Turisas én Moonsorrow. Alleen Ensiferum nog en het feest is compleet!
Maar nu dus Moonsorrow. Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa gaat verder waar V: Hävitetty ophield. Het is een conceptplaat over het leven na de vernietiging van de aarde. Een kleine groep mensen trekt door de verwoeste wereld op zoek naar overlevenden, eten en onderdak. Natuurlijk vinden ze dat niet en sterven ze uiteindelijk allemaal.

Een Moonsorrow album is altijd een sfeervol gebeuren. De nummers op V: Hävitetty en Tulimyrsky waren extreem lange nummers met een uitgebreide opbouw en veel natuur-  en sfeergeluiden. De nummers op VKKM zijn, zoals zanger/bassist Ville Sorvali in een interview vertelde, meer ‘radiovriendelijk.’ Neem dit met een korreltje zout van de zeven nummers op het album zijn er drie korte interludes en de lengte van de overige vier ligt tussen de elf en zestien minuten. Moonsorrow bedient zich van vele stijlen. Opener Tähdetön begint doomy. Erg doom zelfs. Slepende ritmes en logge riffs, en daaroverheen de hysterische krijsstem van Ville Sorvali. Pas na zes minuten kruipen de vrolijkere deuntjes iets naar voren. Het hele album lang worden trage stukken met snelle stukken gemixed. Maar over het algemeen is VKKM een erg doomy en traag album geworden.

Muinaiset is de de meest toegankelijke track, en ook het breed uitgesponnen Huuto scoort hoog. Huuto is mijn persoonlijke favoriet, het intro is erg gaaf en benadert de Moonsorrow-sfeer van Kivenkantaja, en Voimasta Ja Kunniasta het meest. Kuolleiden Maa is dan weer de meest sfeervolle, depressieve en meesleependste track geworden. De drie interludes schetsen een soundscape van een groep mensen die door de sneeuw wandelen. De voetstappen neem steeds meer af en op het laatst is er maar één over. Als hij zich realiseert dat hij alleen is zakt hij door zijn knieën en laat een laatste schreeuw van wanhoop horen. Dit alles kan je horen in Kuolleille, zonder twijfel de beste interlude.

Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa laat een andere kant van Moonsorrow horen. Aan de ene kant gaat het door waar V: Hävitetty ophield, aan de andere kant laat het een tragere en meer black metal-achtige kant van het Finse vijftal horen. Het is zeker geen toegankelijke plaat maar hij klinkt wel overduidelijk als Moonsorrow. Ik vind het in ieder geval een geniale plaat die zijn ware aard pas laat zien na vele luisterbeurten en mét de teksten erbij. Zeker een aanrader en hij gaat waarschijnlijk hoog op mijn lijstje eindigen.

93/100


In Extremo – Sterneneisen 

Ik hou van doedelzakken. Sommigen beschrijven het als de link tussen geluid en lawaai maar ik houd ervan. Ik ben dan ook gek op de middeleeuwse doedelzak metal. Dit specifieke subgenre van metal is vooral populair in Duitsland, waar bands als Subway To Sally, Corvus Corax, Saltatio Mortis en Ingrimm razend populair zijn. In Extremo is veruit de populairste band in deze scene. Ze ijn een eind gekomen, van het spelen van traditionele middeleeuwse liederen tot het componeren van hun eigen composities: gitaarzware opzwepende nummers doorspekt met doedelzakken, draailier, schalmeijen, harp en allerhande percussie.

Van lui zijn kan je het Berlijnse zevental niet beschuldigen. Sinds de oprichting in 1995 hebben ze acht albums gemaakt, vijf live-albums, een best-of en een teringlading aan singles.
Ik moet eerlijk bekennen dat sinds de band zich vrijwel exclusief ging toeleggen op eigen composities (een trend die begon op Mein Rasend Herz en verder ging met Sängerkrieg) mijn enthousiasme een beetje getempert werd. De songs werden generieker en de afwisseling van meesterwerkjes als Verehrt Und Angespien en Sünder Ohne Sügel was een beetje weg.  Ik ging dit negende album dan ook tegemoet met een beetje scepticisme.

Op het eerste gehoor is er niks mis mee. ‘Zigeunerskat is een echte InEx single, pakkend, straight to the point en prettig in het gehoor liggend. Je merkt ook nauwelijks dat de band een andere drummer heeft. De nummers Gold, Viva La Vida, Siehst Du Das Licht, Schau Im Mond, Unsichtbar (met sterk refrein en gastoptreden van Mille Petrozza) en de titeltrack zijn van dat soort nummers. Geen verassingen daar dus. Schau Zum Mond en Viva La Vida vind ik minder, bij de laatste komt dat deels door het (opzettelijk) vals gezongen intro.

Er zijn echter wat kleine experimentjes en veranderingen in de sound. Het grootste verschil is hoorbaar in de nummers Stalker, Auge Um Auge en Unsichtbar. Nieuwbakken drummer Specki TD gebruikt dubbele bassdrums! En die gebruikt ie dus ook echt. Dat zorgt voor een nieuwe insteek in de sound van InEx. En het maakt dat de brug van Auge Um Auge gewoon bijna black metal-achtig klinkt! Fijne toevoeging, want anders zou het een ondermaats nummer zijn. Ik heb hun vorige drummer altijd al saai gevonden, hij hield alleen het ritme en deed nooit wat spannends naar mijn idee.
Hol Die Sternen is een akoestische ballad en een lekkere ook nog. Traag is ie niet, opgewekt zelfs. Jammer dan Zauberspruch No. VII niet zo memorabel is als zijn voorganger op het vorige album.

Sterneneisen is toch nog wel gevarieerd geworden. Ik snap nu dat de variatie in het ‘nieuwe’ In Extremo niet uit de talen komt, maar uit de combinatie van middeleeuwse instrumenten. Van doedelzakken tot harp, percussie tot schalmei en zelfs uillean pipes zijn te horen. Een terugkeer naar de hoogtijdagen is het niet, wel een perfecte voortzetting van Sängerkrieg. Sterneneisen sluit prima aan op de omvangrijke discografie van de Duitse band. Alle elementen zijn aanwezig in hun vertrouwde vorm, en het is een goed album geworden.

85/100

Amon Amarth – Surtur Rising 

Misschien niet een voor de hand liggende keuze in een Folk Metal Special, maar ik vind dat Amon Amarth best tussen deze bands past. 
De Zweedse vikingen van Amon Amarth behoeven ook geen introductie meer. De band wist tenminste miljoenen harten te veroveren met hun mengeling van stevige (melodische) death metal en viking imago. Vul dat aan met één van de sterkste liveshows ooit en je hebt een succesformule. Elk album van de band laat een muzikale ontwikkeling horen en hoewel het basisidee steeds hetzelfde is is de muziek alsmaar geëvolueerd. De brute riffs gemengd met melodische leads en de monsterstem van Johan Hegg zijn soms goddelijk om naar te luisteren.

Surtur Rising, het achtste album, komt drie jaar na Twilight Of The Thundergod. Na With Oden On Our Side was Twilight... een iets minder album maar dan nog steeds geen slecht album. Met ‘Surtur Rising’ gaat de band weer door het plafond. De heerlijke catchy openingstrack War Of The Gods laat meteen weten wat voor vlees je in de kuip hebt. Een heerlijk nummer, met een pakkend refrein.
Töck’s Taunt – Loke’s Treachery Part II gaat qua snelheid een stapje terug maar de intensiteit is hetzelfde.
‘Slaves Of Fear’ heeft een lekkere groove en is een keiharde aanklacht tegen het christendom. Johan Hegg is een prima tekstschrijver en ik vind het erg gaaf dat hij die dubbele laag erin kan zetten zodat je het zowel vanuit het standpunt van een viking kan zien als van de moderne tijd. In Live Without Regrets laat Hegg horen dat hij beter kan krijsen dan een woeste noorman in een berenvel. Gaaf.
Wrath Of The Norsemen is ook een hoogtepunt, de muziek krijgt je testosteron enorm omhoog. Gitaristen Olavi Mikkonen en Johan Söderberg spelen de brute riffs alsof het niks is. Sommige riffs op het album doen denken aan Heaven Shall Burn en daar is niks mis mee.
Op het einde van het album komen twee uitersten. A Beast Am I gaat over de enorme wolf Fenrir en is één van de snelste AA songs ooit, Doom Over Dead Man is traag en slepend. In dat nummer doen er zowaar strijkers mee! Sterker nog, die zitten ook in For Victory Or Death en ik geloof ook in War Of The Gods. Het geeft in ieder geval een andere dimensie aan de muziek.
Op de gelimiteerde editie krijg je extra cover songs en ik kreeg Aerials van System Of A Down. Aparte keuze, maar het werkt gewoon.

Surtur Rising is exact geworden wat je van een Amon Amarth plaat verwacht: bruut en toch melodisch, met een tintje epiek en zwaar headbangbaar. Ik vind het een heerlijke plaat en zeker één van de beste Amon Amarth platen tot nu toe. Alle songs zijn sterk en nestelen zich prima in je hoofd (misschien op The Last Stand Of Frej na, wellicht heeft ie meer tijd nodig). Als je van de vorige Amon Amarth hield is dit gewoon een verplichte koop.

90/100

Die Apokalyptischen Reiter – Moral & Wahnsinn 

Die Apokalyptischen Reiter… Live zijn ze echt iets dat je moet zien om te geloven. Ik zeg schommels, zweepjes en meer van dat soort vaagheden. Je zou bijna vergeten dat ze nog muziek maken. En wat voor muziek dan? Ooit was het gewoon death metal. Maar toen gingen ze keyboards, akoestische gitaren en allerhande invloeden in hun muziek gooien en werdt het een allegaartje van wat je maar kon bedenken.

Moral & Wahnsinn is hun achtste album en trapt meteen lekker af. Blastbeats, tremolo picking, vette metal dus. Maar dan komt het couplet en komen de akoestische gitaren! Het zet de toon voor de trip die je te wachten staat. Die Boten, want zo heet de track is trouwens een heerlijk catchy nummer, met mooie piano in het refrein. En die riff komt gelukkig vaker terug.
De volgende track, Gib Dich Hin begint erg reggaeton-achtig. Het doet me zelfs een beetje aan Kontrust denken, met dat gefluit. Maar dan komen de blastbeats. Opmerkelijk hoe gemakkelijk elementen uit verschillende genres samen kunnen komen. En ook dit nummer heeft een lekker refrein. Frontman Fuchs gebruikt zijn schreeuwstem wat minder en laat zien dat hij erg goed kan zingen.
Dir Gehört Nichts begint met cleane gitaren en ingetogen drums, maar barst volledig open in het refrein. Zeer episch, pakkend en lekker. Uit de toetsen schallen trompettenen het smeekt gewoon om meegezongen te worden. Een hoogtepunt van dit album.
Maar echt zwakke tracks kent het zowieso niet. Ook Erwache heeft een episch klinkend refrein. Hört Auf is een terugkeer naar de death metal, moshen geblazen dus! De keyboards zijn op een uitstekende manier geïntegreerd in de stevige refreinen.
Als er dan toch een zwakke track aangewezen moet worden dan is het het korte instrumentale Heimkehr, maar zelfs dat is mooi en gevoelig, met strijkers en piano.
Wir Reiten is een rustige track, met mooie gitaren en keyboards tot het openknalt en Fuchs lekker mag schreeuwen, en Ein Liebes Lied is een ballad. Geen voor de hand liggende keuze om het album mee af te sluiten, maar ‘Die Reiter’ komen ermee weg.
De titeltrack heeft een lekker funky gitaarslagje en klinkt doomy in het refrein, met epische toetsen. De afwisseling met dat funky couplet is echt gaaf om te horen.
Nu mist er nog één hoogtepuntje. Dr. Pest, een ode aan de in SM-leer gehulde toetsenist. Het heeft een creepy sfeertje, maar klinkt de eerste helft van het nummer als een lounge/jazz nummer. Erg apart hoor. Halverwege komt de metal erbij en ontploft de song van de koren, strijkers en bombast. Dat enge deuntje blijft maar terugkomen en spookt rond in je hoofd. Je moet er toch niet aan denken dat die kerel opeens naast je bed staat…

DAR heeft een veel betere plaat gemaakt dan voorganger Licht. Die was niet slecht, maar dit album barst van de hoogtepunten, zonder geforceerd of krampachtig over te komen. Pluspuntje voor de productie want de drums staan lekker hoog in de mix en Sir. G heeft een fijne stijl. De gemiddelde lengte van de nummers ligt zo rond de drieëneneenhalve minuut.en dat is een lekkere lengte voor catchy songs. Dit is samen met Riders On The Storm één van de beste platen van ‘Die Reiter’!

94/100

Suidakra – Book of Dowth

Het Duitse Suidakra is al jaren een gevestigde waarde in de folk metal beweging. De band is in 1994 opgericht en bracht hun eerste album Lupine Essence uit in 1997. Veertien jaar en acht albums later is er Book of Dowth. Kijk vooral naar de prachtige cover van Kris Verwimp!

Het drietal onder leiding van zanger/gitarist Arkadius begint hun nieuwe werkje met het verplichte intro. Een doedelzak begroet ons en het strijdgewoel barst in alle hevigheid los. Ik weet niet of dit een conceptplaat is of niet. Hoe dan ook, met Dowth 2059 en Battle-Cairns knalt de plaat heerlijk los. Suidakra is een geweldig voorbeeld van hoe je folk en metal kan mengen zonder de metal uit het ook te verliezen. De sound ligt stevig in death metal met melodische leads en folky riffs en zang vlechten zich een weg door de muziek.
Biróg’s Oath wordt gezongen door een dame. Een echte meezinger dus. Ook op Mag Mell zingt deze dame mee, maar de lead wordt gezongen door Arkadius denk ik. Het is zo’n keltisch klinkend nummer met mooie akoestische gitaren.
Balor begint ook akoestisch maar al snel knallen de flitsende riffs door je trommelvliezen. Het nummer heeft de meest folky leads van het album en is erg pakken en lekker om op de headbangen. Vooral het cleane refrein is een hoogtepunt.
Na het meezingbare Stone Of The Seven Suns is het tijd voor Fury Fomoraigh. Een dijk van een song. Gewoon raggen met die hap, woeste Keltische furie van de bovenste plank.
Tenslotte Otherworld Collide, een rustgevend outro, vooral na de power van Fury Fomoraigh. Mooi instrumentaaltje.

Book Of Dowth is een erg gevarieerde plaat geworden waarop elk nummer anders is. Suidakra is nog altijd een beetje de underdog van folk metal. Eigenlijk zou je ze kunnen omschrijven als ‘celtic themed melodic death metal’, net als Amon Amarth, maar dan met Kelten. Ik denk dat Suidakra met Book of Dowth wel één van hun beste platen heeft gemaakt, toppertje dus.

89/100


Dropkick Murphys – Going Out In Style

‘Godverdomme Scheerder, dit is geen metal!!’ Dat is wat je nu denkt. Maar mij kan het niet schelen, ik was altijd van plan Dropkick Murphys te reviewen als er een album uitkwam, ik review toch ook Madball en Terror? En aangezien dit punk met folk invloeden is past ie wat mij betreft prima in mijn folk metal special.

Als je Dropkick Murphys niet kent moet je je heel erg schamen. De band uit Boston, Massachusetts is één van de voorlopers van de celtic punk beweging zijn ze waarschijnlijk de bekendste exploitant van deze muziekstijl. En dat de hyperactieve punk er in gaat als koek is duidelijk want de band is toe aan hun zevende album.
Op The Meanest Of Times uit 2007 liet de band een volwassener geluid horen, met een tikje mider folkinvloeden. Op Going Out In Style is de folk weer 140% aanwezig. Accordeon, fluitjes, mandolin, banjo en natuurlijk doedelzak nemen een prominente rol in. Het hoempa-achtige Hang’ em High is daar een prima voorbeeld. Op de titeltrack doen een aantal gastzangers hun intrede, waaronder Fat Mike van NOFX. Andere hoogtepunten zijn de accordeonsolo in The Hardest Mile, het weemoedige en meezingbare Cruel en het supervrolijke Climbing A Chair To Bed. Broken Hymns is een langzame, Ierse ballad met een militaire insteek in het refrein. Overigens zijn alle nummers heel herkenbaar en kan je ze lekker meezingen. Take ‘em Down is een stampend kroegnummer met banjo en akoestische gitaar. Op Peg O’ My Heart zingt Bruce Springsteen mee. Het is een cover van een oud Iers liedje en Dropkick Murphys kan als geen andere oude liedjes transformeren in heerlijke punksongs.
Afgesloten wordt er met The Irish Rover, een heerlijke punksong met weer zo’n lekker accordeonmelodietje.

Dropkick Murphys haalt geen grote verassingen uit op Going Out In Style, maar laat ook geen standaard geluid horen. Het album is een stuk opwekkender dan zijn voorganger en ik wil wedden dat het het meest folk-beïnvloedde album tot nu toe is. Het is zeker één van de lekkerste albums geworden, en deze moet je gewoon kei- en keihard draaien en meezingen. Verplichte kost voor fans van de band en Flogging Molly. En voor mensen die graag vrolijke platen draaien.

91/100

VERSLAG PAGANFEST


Voor het vierde jaar op rij trekt het Paganistische Feest door Nederland en voor de vierde keer op rij stond ik op de eerste rij. Ok, das niet waar, voor de derde keer. De eerste keer in 2008 stonden we achteraan. Paganfest krijgt veel kritiek te verduren omdat het altijd dezelfde bands zijn die optreden. Voor mij is Paganfest gewoon een manier om lekker naar bands te kijken, los te gaan met mijn vrienden en lekker te drinken en dat is dan ook goed gelukt.

Om tien minuten voor drie, vijf minuten uitgelopen, begon Kivimetsän Druidi aan hun set. De band kreeg een half uur de tijd en speelde de beste nummers uit hun twee albums. Aesis Lilim startte alles en de band wist de driekwart gevulde zaal best goed mee te krijgen. Blacksmith kreeg mij als eerste nummer van de dag aan het windmillen. De heren hadden hun gezichten versierd met strepen á la Finntroll, op de drummer na, die had zich een mooie snor en wenkbrauwen aangemeten. De set en het spel van de band waren lekker strak, maar de buik van zangeres Leeni-Maria was dat niet. Het...ehm...leidde nogal af. Gelukkig kan ze uitstekend zingen en was ze prima bij stem. Ook respect voor de als fee verkleede roadie.

Het jonge Arafel was de tweede band van de middag. De groep is nog altijd een onbekende band, maar met de toetreding van zanger Helge Stang (Equilibrium) en het prima album For Battles Once Fought zal de groep uit Israël vast wat nieuwe zieltjes winnen. Vooral Im Feld en afsluiter 1380 – The Confrontation waren lekker strijdliederen. Jammer dat de helft van de kerels vooral op de violiste lette en pas ging roepen als zij in de buurt stond. Hormonale pubers.

De invasie ging verder met onze eigen Heidevolk. De bende uit Arnhem wist als eerste groep de hele zaal los te krijgen. Het was duidelijk voor wie een deel van de mensen kwam. Maar geef die mensen een ongelijk, want de band zette een knalharde set neer. Natuurlijk werd er geopend met Nehalennia waarna Saksenland werd ingezet. Het blijft een speciaal gevoel, samen met een hele zaal meezingen. Wodan Heerscht kreeg de moshpits goed aan de gang en Ostara creërde een klein rustpuntje. Beest Bij Nacht schopte iedereen daarna weer onder de kont en met Vulgaris Magistralis kwam er een eind aan een uitstekende set van Nederland’s eigen heidenen.

Varg is al een paar jaar aan het opklimmen naar de top van de pagan scene. De Duitse groep is tevens een geweldig voorbeeld van hoe je succes kan krijgen met een clichématige en ongeinspireerde stijl. Maar gelukkig klinkt deze stijl prima en live is het ook een feest. Door omstandigheden (lees: chillen met vrienden) miste ik de eerste twee of drie nummers. Maar ik was op tijd voor Wolfszeit en mijn persoonlijke favoriet Blutaar. Wat een woeste wall of death zeg! Tijdens Viel Feind Viel Ehr kwamen de heren van Arafel het podium op met bezems om een lekker luchtgitaar te komen spelen. De band speelde de bonus track Rotkäppchen en tijdens het nummer kwam Anna Murphy van Eluveitie in een verleidelijk rood pakje het podium op om mee te spelen. De band sloot af met Wolfskult en ik denk dat de groep met dat nummer hun vaste opener heeft gevonden.

Moonsorrow volgde met een monsterlijke set. De lichtshow verdiend een complimentje, deze was heel sfeervol. De band speelde twee nummers van het nieuwe album Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa: Muinaiset en Kuolleiden Maa. De laatste sloot de set af en ik ging na vijf minuten weg omdat ik even behoefte had aan frisse lucht en gezelschap. Maar daartussenin kregen we nog twee uitstekende nummers in de vorm van Kivenkantaja en Sankaritarina. De band speelde strak en werd prima onthaald. Zo mogen ze nog wel een keer komen.
Tijdens Unleashed gingen we eten. Bij de KFC zoals echte vikingen doen.

Eluveitie was co-headliner en kreeg een uur speeltijd. Een uur dat ze volspeelden met hun aanstekelijke hybride tussen folk en melodic death metal. Otherworld, Nil en Bloodstained Ground trapten lekker af en Thousandfold werd lekker meegezongen door de wild op en neer springende zaal. Natuurlijk was Inis Mona ook een publiekslieveling en ook wij gingen helemaal los. (Do)Minion en Kingdom Come Undone maakten de moshpits weer lekker los en iedereen ging er lekker tegenaan. Met het onvermijdelijke Tegernako sloot de band weer prima af. Maar niet alles was perfect. Zanger Chrigel Glanzmann was duidelijk niet goed bij stem, hij zong hees en zijn microfoon stond erg zacht. Van een vriend die wat vooraan stond hoorde ik dat het geluid daar niet al te best was, maar ik merkte er niet zo veel van waar wij stonden.

Ik denk dat de mensen Korpiklaani een beetje zat worden. De zaal liep behoorlijk leeg na Eluveitie. Maar toch was hij nog ruim gevuld toen de band het podium opstapte en Päät Pois Tai Hirteen inzette. Op plaat een lekker nummer, als concertopener niet echt. Dit nummer past beter in het midden van de set. De band stond heel verveeld hun ding te doen en ook opperhoofd Jonne Järvelä was niet zo energiek als normaal. Zelfs Cottages and Sauna’s en Tuoppi Oltta konden daar niks aan veranderen terwijl het publiek wel los ging. De band speelde meer langzamere nummers als Ukon Wacka en Mettänpeiton Valtiaalle. Die werden dan wel afgewisseld met snelle nummers als Tequila en Journey Man maar het haalde de vaart uit de set. Vanaf Vaarinpolkka en Wooden Pints werden de heren wat energieker en met het drieluik Vodka, Iron Fist en Beer Beer werd het concert afgesloten. Ja, je leest het goed. Géén Happy Little Boozer. GEEN HAPPY LITTLE BOOZER!!! GEEN! HAPPY! LITTLE! BOOZER! Schande. De band ging na Beer Beer uitgebreid afscheid nemen van de mannen van Moonsorrow, Unleashed en het publiek en iedereen verwachtte een toegift in de vorm van Happy Little Boozer. Maar dat kwam dus niet. Toch een smet op een best goed optreden.

maandag 28 maart 2011

Major changes

Vanaf nu ga ik geen nieuwtjes meer plaatsen. Er komen te veel goede albums uit en ik beleef meer plezier aan het schrijven van reviews. Ik schrijf nu ook voor Ragherrie, dus mijn reviews zullen twee keer op internet komen. Ook zal ik gewoon albums reviewen die ik zelf goed vind maar niet op Ragherrie zet. Maar ik ga met goede moed reviewen en alles komt goed.

REVIEWS

Full Blown Chaos – Full Blown Chaos (Hardcore)

De naam Full Blown Chaos deed belletjes bij me rinkelen maar ik heb nog nooit wat van ze gehoord. Ik merk dat ik heel  wat gemist heb want dit album schopt keiharde kont!
De keren dat ik de naam Full Blown Chaos zag werdt die vergezeld met het etiket “metalcore.” Een compleet verkeerd label. FBC maakt gewoon pure hardcore met een metalinsteek, net zoals Terror dat ook al jaren doet.

De muziek is bruut, agressief maar laat ook ruimte over voor melodie, met name in afsluiter The Path I Walk. Doomageddon begint inderdaad doomy maar gaat snel over naar agressieve hardcore zoals die alleen uit New York kan komen. In “C.O.B.R.A.” is de geest van Madball erg aanwezig. Het hele album staat vol met knalharde beukers van songs. FBC is een groovend, moshend monster van energie. De zang kan soms wat monotoon worden. Maar zolang de band nummers als The Walking Dead, War Machine en mijn persoonlijke favorieten Gravedigger en Die Like You Live produceert hoor je mij niet klagen.
Dit is een band die ik gewoon een keer móét zien. Ik weet zeker dat de energie ervan af spat.

Full Blown Chaos levert met hun vijfde album een heerlijke hardcore plaat af. Deze band kan serieus meedingen naar de top van de New York Hardcore. Onthouden mensen, want ooit zijn Madball, Sick Of It All en Agnostic Front er niet meer.

85/100 

Jag Panzer – The Scourge Of The Light

Maar liefst zeven jaar hebben we moeten wachten op een nieuw album van Jag Panzer. Het laatste wapenfeit was het in 2004 uitgebrachte Casting The Stones, tevens het laatste album met Chris Broderick, die in 2008 overstapte naar Megadeth. Broderick werdt vervangen door Christian Lasegue, die al eerder in de band speelde maar nooit op een plaat te horen was. De formule van de band is ongewijzigd gebleven en dus worden we op The Scourge of the Light weer getrakteerd op een potje smeuige power metal, geleid door de fantastische stem van Harry ‘The Tyrant’ Conklin.

En dat levert heerlijke nummers op zoals het uptempo Let It Out. Dat nummer bevat ook een heerlijke gitaarsolo van Lasegue. Het zijn de meer riffgedreven nummers die het hardst knallen. Cycles bijvoorbeeld is een stampende heavy metalsong, waarop de zang van Harry Conklin doet denken aan Ronnie James Dio. De band is technisch zonder een ‘kijk eens wat ik kan’ houding te hebben.
Ook staan er nummers op waarop de band wat progressieve invloed laat horen. De twee afsluitende tracks Burn en The Book of Kells zijn daar prima voorbeelden van. In de laatste zijn ook strijkers te horen. Gecombineerd met mooie akoestische gitaren en de gevoelige zang van Conklin levert dit een waar kippenvelmoment op. Ook de daaropvolgende gitaarsolo is erg gaaf.

The Scourge of the Light is een erg divers album geworden. Aan de ene kant heb je ‘rustigere’ nummers als het eerder genoemde Burn en The Setting of the Sun. Ballads zijn het absoluut niet, het zijn meeslepende, catchy nummers met sterke opbouw lekkere melodieën. Aan de andere kant zijn er de headbangers als Condemned to Fight. De bas had wel een tikje hoger in de mix gemogen. Hij is bij vlagen wel goed hoorbaar maar soms heeft een song nét dat tikje meer nodig.
Jag Panzer heeft met The Scourge of the Light een uitstekende ‘comebackplaat’ gemaakt. Hij is divers, de songs zijn van prima kwaliteit maar vooral: het is een lekkere metalschijf zonder overdreven gedoe en pretentieus gepriegel. En dat is ook wat waard in deze tijd.

80/100

The Haunted - Unseen

The Haunted is nooit een typische thrash metal band geweest. Het in 2006 uitgebrachte The Dead Eye liet een verassend progressieve kant van het Zweedse vijftal horen. Op Versus (2008) kwam de band weer wat harder uit de hoek. Nu is er Unseen en hierop kiest de band de gulden middenweg tussen de beide voorgangers.

Als Never Better keihard inzet is er niks te merken. Dit nummer rockt gewoon heerlijk. Wat wel meteen hoorbaar is, is dat de sound van de band is geëvolueerd. Zo zit er in Catch 22 een stuk waarin de cleane zang van Peter Dolving is voorzien van een of ander effect, wat een gave sfeer creërt.
Motionless is dan weer een prima kandidaat voor een single met zijn pakkende refrein en southern-achtig sfeertje. Er wordt nog meer geëxperimenteerd in The Skull, dat met cleane samenzang en een ijl gitaartje begint. Het groeit echter uit tot één van de zwaarste songs op het album en ligt redelijk dicht bij de stijl die The Haunted op Versus liet horen.

Unseen is zeker geen klakkeloos vervolg op Versus geworden. De band heeft hun experimenteerdrift de vrije loop gelaten en dat resulteert in een prima plaat. De nummers zijn lastig te doorgronden maar zijn compact en lekker headbangbaar. Er staan zeker nummers op die de fans van rEVOLVEr kunnen bekoren, zoals Never Better en The City. Deze plaat is net als Rivella: verfrissend, een beetje vreemd, maar wel lekker.

77/100

Turmion Kätilöt – Perstechnique (Industrial Metal)

Dit is nou typisch zo’n band die ik als “aanrader van de week” zou kunnen bestempelen. In de noordelijke landen is Turmion Kätilöt al een aantal jaar een begrip. Deze Finnen nemen invloeden van Rammstein, Pain, Ministry en een vleugje Samael en vermengen ze tot een opzwepende, dansbare vorm van industrial/drum and bass metal. De leden hebben fantasierijke bijnamen bedacht als MC Raaka Pee, DQ, Master Bates, RunQ, Spellgoth en Bobby Undertaker. Ook zijn ze niet vies van een beetje S&M shockerij tijdens concerten. Weet welk vlees je in de kuip haalt.

De voorgaande albums Hoitovirhe (2004), Pirun Nyrkki (2006) en U.S.C.H! (2008) waren voor mij pareltjes. Voor de leek is de muziek van Turmion Kätilöt niks meer dan beukdrums, schreeuwzang en een teringlading aan keyboards. Voor wie verder luistert is de muziek echter veelgelaagd, en zelfs catchy. Goed voorbeeld: ‘Paha Musta Veri’ van ‘U.S.C.H!’. Op ‘Perstechnique’ wordt de formule weer wat verbreedt en voortgezet.
Grand Ball is in ieder geval meteen een lekker dansbaar nummer, met een stevige beat en die gelaagde keyboardsound. Peter Tägtgren zingt ook mee. Het intro van Ihmisixsixsix doet aan Rammstein denken met loodzware gitaren. De drummer speelt geen verassende dingen maar beukt lekker door, á la Du Hast.
Hanska begint atypisch, met een soort mix tussen latin, soft trance en lounge, voordat de gitaren hun intrede doen met een beukend ritme dat zo van een thrash metal band afkomstig had kunnen zijn. De toetsen zijn echt sterk in dit nummer en ook het refrein is pakkend.
Lapset Ja Vanhemmat begint met aanzwellende toetsen dat uitkomt in een trance-achtig stukje, en vervolgens naar metal met een gabber-beat eronder voor de typischt TK-stijl begint. Staccato gitaren en toetsen kenmerken dit nummer. In het refrein zingt een vrouwenstem mee, en het nummer is trager dan de anderen.
Turmion Kätilöt bedient zich vaak van instrumentale interludes. Soms is dat niet meer dan noise (Härka van Pirun Nyrkki) maar nu is het een echt instrumentaal nummer. Het heet Herran Toinen Tuleminen, er zitten geen gitaren in, geen zang, maar wel een kreunende pornoster. Beetje afleidend hoor. Het is meer een technotrack, zonder metal. Ook zitten er drum and bass invloeden in.
Tijd voor het hoogtepunt! Verta Saata heet het en het begin zet meteen de toon. Groovend, beukend, hypnotisch herhalend deuntje en een megasterk refrein. Het nummer heeft een duistere sfeer om zich heen hangen. Zanger MC Raaka Pee heeft een indrukwekkende strot en stembanden van schuurpapier.
De afsluiter Vedetäänkö Vai Ei is wat springeriger van aard en het refrein is best vrolijk. Het blijft wel in je hoofd hangen, en dat is wat een goede afsluiter moet doen.

Turmion Kätilöt is een uitstekend voorbeeld van hoe een band zich kan vasthouden aan een stijl, daar niet te veel vanaf wijkt en toch afwisselende en steengoede albums kan maken, keer na keer. De keyboards zullen veel mensen afschrikken, evenals de op eerste gehoor dissonante werking tussen de gitaar en toetsen. Luister een paar keer naar hun albums en het kwartje valt behoorlijk snel. Voor fans van industrial metal raad ik hem sowieso aan. Voor mensen die snel kriegelig van keyboards worden is dit een no go.
Perstechnique sluit met gemak aan op de voorgaande albums en is waarschijnlijk het meest diverse album van Turmion Kätilöt geworden tot nu toe. Ik vind hem te gek, jij misschien ook.

88/100

JUKEBOX

Stay metal!! \,,/