dinsdag 28 augustus 2012

A long time of absence

Wen er maar vast aan dat ik niet regelmatig updates post, ik heb het te druk om naast stage en Ragherrie dit ook nog eens te onderhouden. Maar toch, omdat ik er zin in heb, weer eens een blogje.

REVIEWS


Ex Deo – Caligvla

Toen Kataklsm-frontman Maurizio Iacono in 2008 bekendmaakte bezig te zijn met een album over het oude Rome sprongen sceptici meteen op de zaak. Kataklysm over geschiedenis, dat kon toch niet? Nee, en dat gebeurde ook niet. Het jaar daarop liet Ex Deo, want zo noemde Maurizio zijn band, het album Romulus op de wereld los. De vijf Kataklysm-leden, aangevuld met Stéphane Barbe en (nu ex-)Blackguard toetsenist Jonathan LeDuc bleken een majestueus en episch meesterwerkje te hebben gecreeërd. Weelderige orkestrale arrangementen zette de niet  al te complexe gitaarpartijen flink wat kracht bij. Het was iets dat nog nooit gehoord was. Toch bleek Romulus geen perfect album en vooral bij de productie liet men nog wat steken vallen.

Ex Deo is nu weer terug en klaar voor wraak. Al vroeg in het jaar werd aangekondigd dat het nieuwe album Caligvla (Caligula) zou gaan heten en op 31 augustus uit zou komen, de 2000e verjaardag van deze bloeddorstige Romeinse keizer. Naar mate meer recensies verschenen werd het duidelijk dat we hier geen normaal album hebben. Werkelijk alle slechte punten aan het debuut zijn verbeterd. De productie is stukken helderder. De symfonische elementen staan duidelijk in de mix, maar het gitaargeweld is wel de basis. De drumsound is stukken organischer en vooral de snaredrum is flink verbeterd. De nummers steken logischer in elkaar en er is meer variatie. Net als op Romulus wordt er begonnen met een lied over een historisch persoon, in dit geval dus Caligula. I, Caligvla is een midtempo stamper van formaat waar de vuisten gebald worden en de tekst uit volle borst meegeschreeuwd. Het is de perfecte opmaat. Caligvla neemt je mee op een tijdreis. Een rommelige tijdreis want het is geen chronologisch album geworden. Dat was Romulus ook niet immers. Een conceptalbum is het ook niet, want hoewel het eerste nummer eer betoont aan Caligula, het tweede nummer Cliff Of Tiberius (Exile To Capri) gaat weer over iemand anders. Op dit nummer toont Ex Deo de ware kracht. Die woeste drums en gemute gitaren met daaronder de majesteuze hoornsectie is onovertroffen. De kracht en epiek daarvan is gewoon een mokerslag die je dwingt te headbangen.
  
Dezelfde mokerslag slaat toe in Divide Et Impera, waar de zangeres van Sirenia plots wat koren komt toevoegen. Melodischer werk vinden we onder meer in Per Oculus Aquila en Pollice Verso (Damnatio Ad Bestia) met gastzangwerk van Seth Siro Anton van Septicflesh, die ook het prachtige artwork heeft verzorgt.
Maurizio blinkt uit op het album. Als een centurio brult hij zijn troepen toe, soms als een demoon van Hades, soms als legerofficier maar nooit als ‘die kerel van Kataklysm’. Zoals het stuk aan het eind van Teutoburg (Ambush Of Varus), waarin hij de rol aanneemt van de centurion Varus en eerst orders geeft aan zijn mannen om aan het eind van het nummer een ware wanhoopsgil te geven als hij beseft dat hij verliest. Een stuk tekst waar de muziek trouwens perfect sfeer bij zet.
Once Were Romans mag nog één keer het gaspedaal indrukken met woeste blasts en perfect headbangbare stukken alvorens Evocatio: The Temple Of Castor And Pollux het album op puur orkestrale manier afsluit.

Het is een gewonnen strijd. Dit hele album hangt aan elkaar van epiek, drama, en heroïek. De orkestratie die de nummers kracht bij zet is gewoon hemels want laten we eerlijk zijn; zonder toetsen was Ex Deo niks. Maurizio is de held van het album met zijn veelzijdige stem, maar de rest van de band mag zeker niets verweten worden. Velen hebben kritiek op drummer Max Duhamel omdat hij zijn ware kunnen niet laat horen maar ik vind dat het zo moet blijven. Niks mis met blastbeats en hyperblasts, maar Ex Deo draait meer om sfeer en epiek dan Kataklysm en zijn huidige minimalistischere stijl past daar perfect bij. Dit is geen album voor mensen die metal graag zonder franje hebben. Het is bijna barok, met versieringen overal en een ‘larger than life’ thema. Over de top, en toch bloedserieus. In alle mogelijke opzichten is Caligvla een verbetering van het debuut, hoewel er toch flink wat luisterbeurten nodig zijn om hem te doorgronden. Neem er echter de tijd voor, want dit is wellicht één van de beste albums die er dit jaar uit zullen komen. Veel concurrentie zal hij niet hebben, want Ex Deo is nog steeds de enige in zijn soort. Ave Ceasar!

95/100

Candlemass – Psalms For The Dead

Candlemass is no more. They have ceased to be. Bereft of live, they rest in peace. Nou ok, dat is wat overdriven. Psalms For The Dead is het laatste échte album van de Zweedse doom metal band. Bassist/bandleider Leif Edling wil voortaan alleen optreden en losse nummers als download aanbieden. We zullen zien hoe lang ze dat volhouden.
Goed, het laatste album dus. Meteen ook maar het laatste album met Robert Lowe. Dat is toch wel jammer, de man had een uitstekende stem voor de epische metal van Candlemass. De komende shows worden gedaan met duizendpoot Mats Levén, die inmiddels in bijna alle Zweedse bands heeft gezongen. Daar komt nog eens bij dat toetsenist Per Wiberg (ex-Opeth) de rangen is komen versterken. En dan lijkt Candlemass ineens best veel op Krux, dat andere doom metal bandje van Leif Edling...

Geen reden tot paniek, Candlemass is nog steeds Candlemass. De toevoeging van Per Wiberg is echter wel een geniale zet geweest want zijn orgels tillen de plaat net dat beetje hoger. Zo vangt Prophet erg plechtig aan alvorens in een echte Black Sabbath-riff los te barsten en draait het logge Siren Song bijna helemaal om de orgels. Het klinkt alsof Deep Purple besloten heeft de gitaren te ontstemmen. Prophet is nog redelijk snel, maar The Sound Of Dying Demons is net zo heavy als de naam doet vermoeden. Het zijn de traditionele logge tempo’s die we gewend zijn. De toetsen produceren verschillende ambient-achtige effecten die de leegtes prima opvullen.
Andere hoogtepunten zijn het psychedelische Waterwitch en de titeltrack, die zelfs bijzonder catchy is. Het tempo van dit album ligt ietsjes hoger dan op voorganger Death Magic Doom, en wellicht iets dichter bij de traditionele doom van Saint Vitus en Pentagram. Oftewel, dichter bij Black Sabbath. Zoals goed te horen is op The Killing Of The Sun. Iron Man anyone?
Het album opent sterk en sluit sterk af. Black As Time start met een lange speech over de tijd en hoe het onze vijand is. Erg sfeervol, en erg krachtig wanneer de band invalt met een keiharde riff. Robert Lowe zingt aan de top van zijn stembanden en laat horen dat zijn stem nog steeds enorm veel power heeft. Op het hele album klinkt hij sterk. The Lights Of Thebe laat horen dat hoog zingen niet gepaard hoeft te gaan met een slappe falsetto.

Psalms For The Dead is een mooie afsluiter geworden. Candlemass heeft een knappe discografie en meer dan genoeg materiaal om afwisselende setslists samen te stellen. Met dit album zit het wel snor. Muzikaal wordt er helemaal niks nieuws ten gehore gebracht, het is allemaal wel eens gedaan, niet in het minste door Black Sabbath, maar het steekt allemaal goed in elkaar en ligt lekker in het gehoor. Duidelijke structuur, niet te lang gewauwel en typische doom metal stukken worden afgewisseld met wat sneller werk. Een album dat naadloos aansluit bij de rest van de discografie.

81/100

Trollfest - Brumlebassen

Ik weet niet wat Trollfest doet (volgens mij weet niemand dat) maar ze doen het goed. Brumlebassen is alweer het vijfde album van de Noorse trollenbende. Sinds Villanden in 2009 uitkwam heeft de ooit Finntroll-achtige sound plaats moeten maken voor een compleet geschifte mix tussen balkanmuziek, black metal en folk. Op En Kvest For Den Hellige Gral kwam dit al prominent naar voren maar op Brumlebassen is Trollfest muzikale richting echt duidelijk. En doorgeslagen. Dat ook.

Er is werkelijk geen etiket op te plakken. Trollfest zit al jaren op de grens tussen avant-garde en folk maar nu is er geen pijl meer op te trekken. Van de botte intro van het titelnummer tot het extreem hilarische Rundt Bålet springt Trollfest van de hak op de tak met soms de meest vreemde muzikale wendingen. Zo begint Böse Tivoli met een (draai)orgel en knalt Illsint er bruut in met blasts en oerwoudkreten. Dan maakt de band een draai van 180 graden en blijkt Hevlette een kroegliedje te zijn waar geen metal aan te pas komt. Tussen deze track en het andere akoestische stukje vreemdheid dat Mystisk Maskaert heet zit nog Finsken, Norsken Og Presken ingeklemd, waarop de opzwepende balkanklanken weer de kop op steken. De productie is compleet volgepropt en laat weinig ademruimte over, behalve bij de akoestische liedjes. De zang van zanger Trollmannnen verdwijnt nogal onder dit geweld, zodat zelfs de geoefende Trollspråk-spreker nog moeite heeft het verhaal te verstaan. Ja, er is een verhaal. Brumlebassen is de imker van de trollen die de honing produceert voor hun mede. Natuurlijk gaat het over drank. TrinkenTroll is een nummer dat het live goed zal doen met een vraag/antwoord structuur in het refrein. Het satirische Sellout bevat een gastoptreden van de zangeres van Tristania. Kennelijk verveelt ze zich, ze zit ook al bij Ex Deo te schnabbelen.

Brumlebassen is gestoord, maf, krankzinnig, idioot en volslagen van de pot gerukt. Maar ja, Trollfest zelf is gestoord, maf, krankzinnig, idioot en volslagen van de pot gerukt. Het is een vijftig minuten-durende uitbarsting van blastbeats, krijszang, idioterie, willekeurige trompetsolo’s en eigenzinnigheid. Nou had Trollfest dit altijd al maar op Brumlebassen komt het allemaal het meest tot zijn recht. Maar dit werk gaat het beste tot zijn recht komen op een podium. Daar valt het namelijk een stuk minder op dat het stiekem toch wel wat op elkaar lijkt. Brumlebassen is dan wel geflipt, maar ook uitstekend in elkaar gezet en een genot voor het oor. Mits je van muziek houdt die gestoord, maf, krankzinnig, idioot en volslagen van de pot gerukt is.

85/100


Luca Turilli’s Rhapsody – Ascending To Infinity

De meest opmerkelijke bandsplit van de afgelopen tijd komt zonder twijfel uit het kamp van Rhapsody. Wegens een rare samenloop van omstandigheden hebben we nu maar liefst twee versies van de Italiaanse ‘Hollywood metal’ band, te weten de originele Rhapsody (Of Fire), en Luca Turilli’s Rhapsody. Luca Turilli is de snelste van de twee en levert met Ascending To Infinity zijn eerste album af. Dit is géén soloalbum, benadrukt hij. Het is een album van zíjn versie van Rhapsody, met een line-up die nagenoeg exact is aan die van de échte Rhapsody.

En dat is te horen want het geluid lijkt als twee druppels water op de aangedikte power metal van de originele groep. Met Alessandro Conti (Trick or Treat) heeft Luca een meer dan waardige vervanger voor Fabio Leone gevonden. Deze man kan zingen! Hij beschikt zowel over een krachtige hoge stem, maar kan tevens een operastrot op zetten de kan wedijveren met de beste klassieke zangers.
Met Ascending To Infinity wil Luca Turilli de wereld introduceren tot de ‘cinematic metal’, symfonische metal met nóg meer soundtrackelementen dan Rhapsody. Dat is meteen te horen in het intro Quantum X. Elektronische geluiden worden afgewisseld met een schallend (synthetisch) orkest dat zo op een Two Steps From Hell-album had kunnen staan. Het loopt naadloos over in de titeltrack en laten we eerlijk zijn, het is gewoon een Rhapsody-track. Van de ratelende drums tot de weelderige arrangementen. Maar het album bevat wel degelijk diversiteit! Dantés Inferno is een groovende met grote rol voor de koren en een aanstekelijk refrein en op Excalibur doen folkinvloeden hun intrede.

De meest opvallende tracks zijn Tormento E Passione en Luna. De eerste is een duet tussen Conti en een zangeres dat perfect de twee delen van de titel weet uit te beelden. Een aparte track die wel tijd nodig heeft om te groeien, maar zeker niet slecht is. Luna is een cover van een Italiaanse popzanger. Hoewel zijn naam je waarschijnlijk niks zal zeggen, is er toch een kans dat je dit nummer kent. Het is wel jammer dat het stuk dat door de zangeres gezongen wordt echt heel kut is. Alessandro blinkt uit in dit nummer. Ik vraag me af waarom hij met zo’n stem zich zo lang aan een derderangsact als Trick Or Treat verbonden heeft…
Voor de rest zijn nummers als Dark Fate Of Atlantis en Clash Of The Titans erg smakelijke nummers waarin het ‘cinematische’ goed uit de verf komt. Er zit veel Latijnse koorzang op dit album en ik vind dat wel tof.
Een speciale vermelding is er voor Of Michael The Archangel And Lucifers Fall, een zestienminuut durend epos in drie delen met voice-overs, prachtige orkestratie en dikke lagen koorzang. Een monster van een track, maar zeer catchy voor zijn lengte.

Kom op mensen, natuurlijk klinkt dit als Rhapsody. Luca is immers de hoofdcomponist van Rhapsody geweest, dus is het zo gek dat het geluid wordt voorgezet? Nee dus. Waar we echt naar uit moeten kijken is het album van de originele Rhapsody, die nu zonder hun vingervlugge snarenplukker zitten. Luca weet in ieder geval te bewijzen sterk uit deze split te komen. De nummers zijn sterk, met uitzondering van bepaalde stukken in Luna, en met Alessandro Conti zit er echt een enorm talent in de band. Het ‘cinematic’ is niet meer dan een grotere nadruk op de symfonische arrangementen, toch de smaakmaker bij Rhapsody. Geen grote verassingen, maar toch erg divers materiaal. Soms is het niet een kwestie van originaliteit maar van kwaliteit, en dat levert Luca Turilli hier. Voer voor de power metal fans dus.

91/100

Windfaerer  - Solar

Soms kom je een band tegen wiens naam je zo intrigeert dat je het móet checken. Dat was bij mij met Windfaerer het geval. De cover doet denken dat het hier om een of ander light-ambient projectje gaat. Wat onderzoek wees uit dat Windfaerer een een black/folk metal band uit de VS is, een driemans project om precies te zijn. De groep heeft al eerder een album uitgebracht en Solar is hun eerste EP.

Windfaerer presenteert een bekend geluid hier. De basis ligt goed verankerd in de black metal. Het klinkt echter veel melodischer dan hun Noorse broeders. Op A Glimpse Of Light worden zelfs wat epische wendingen ondernomen. Het is echter de viool die Windfaerer onderscheid. Sommige gitaarpartijen zijn in werkelijkheid afkomstig van de strijker van de groep. Hoewel de productie wat dof klinkt heeft het wel zo zijn charme. Het blijft tenslotte black metal.
Op Blackened Voids werkt men to naar een climax om net voor het hoogtepunt compleet te stoppen en een akoestisch/vioolsolo te laten horen. Erg gaaf gedaan. Het klinkt folk, maar toch ook weer niet en toch past het perfect. Op In The Shadow Of Giants wordt een stapje meer richting conventionele folk metal gedaan. Het is de langste track, maar ook de meest catchy. Bij vlagen doet het mij aan Thyrfing denken. Het klinkt allemaal veelbelovend.

Nou moet ik bekennen dat ik niet erg bekend ben met dit subgenre. Ik weet dus niet of wat Windfaerer laat horen uniek, speciaal of op een andere manier bijzonder is. Wel vind ik dit een aangename kennismaking. Het is an sich niet supergoed, maar wel erg degelijk en maakt me nieuwsgierig om hun eerdere album op te zoeken. Ook zijn de vioolpartijen gewoon uitstekend. In dat opzicht is de band geslaagd en verdienen ze dus een voldoende, ook al kan de productie stukken helderder.

70/100


Bij een bandnaam als ‘Herfst’ is het eerste waar ik aan denk een depressief/melancholische doom metal band. Dat is in dit geval fout gedacht. Herfst is een Belgische band die volgens de Encyclopedia Metallum blackened death metal maakt, en volgens henzelf ‘necromantik metal.’ In de praktijk komt dit neer op een stevige mix van gothic, death en een vleugje neoklassieke metal waarbij de geest van  Cradle Of Filth af en toe eens om de hoek komt kijken.

Hoewel deze EP maar vijf nummers bevat duurt hij toch een half uur. Dit komt onder meer door het lange epos Code Noir, dat bijna tien minuten telt. Tonight It Descends trapt af in de vijfde versnelling. In plaats van een doodskrijs krijgen we veel cleane zang te horen, afgewisseld met wat gegrunt. Diepe zang en grommende growls, het blijft een mooie combi. Ondanks dat Herfst slechts een kleine band is heeft Dan Swanö de mix op zich genomen en dat hoor je. De gitaren nemen het voortouw samen met de zang, de drums hebben een goede sound en de toetsen raken niet ondergesneeuwd onder al dit geweld. De nummers liggen wel allemaal in ongeveer hetzelfde straatje en echt grote verassingen doen zich niet voor. Het eerder genoemde Code Noir is zonder twijfel het beste nummer. De track wordt nooit saai of super voorspelbaar, een must voor lange nummers.

Herfst weet een zeer sfeervolle plaat af te leveren. Het is een aangename kennismaking voor mij. Een mix tussen gothic en death metal die eens niet klinkt alsof hij ballen mist. De mix is erg goed en de band laat horen degelijke nummers te kunnen maken. Mensen die nieuwsgierig zijn geworden raad ik zeker aan hem eens te checken, want het niveau ligt veel hoger dan op hun album Necrotica. Als dit een voorproefje voor een nieuw album is, is mijn interesse in ieder geval gewekt.

74/100

JUKEBOX


Stay metal \,,/






Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen