donderdag 13 januari 2011

That's a mighty fine piece of work dear sir!

Zo! ik ben op dreef. Maar er gebeurt ook zo veel in metal-land. Hoewel het op dit moment vooral uitkijken is naar de nieuwe releases. Ik wil nog reviews schrijven van  Belphegor, MyGrain en Battlelore, dus ik heb nog wel werk. Gelukkig gaat op de studie alles voorspoedig. Qua nieuws gebeurt er helemaal niet zoveel deze week, maar toch wil ik wat delen.


  • Hier kan je het nieuwe album van Social Distortion beluisteren, Hard Times And Nursery Rhymes.
  • En hier en hier staat Huuto, een nummer van het nieuwe Moonsorrow album Varjoina Kuljemme Kuolleiden Maassa. De kwaliteit is niet zo goed. Hier staat een sampler van het hele album.
Een beetje speciale blog vandaag, ik heb namelijk maar één review en die is nog van een album van mei ook. Maar toch wil ik hem plaatsten, ik reken deze review tot mijn beste werk. Veel plezier ermee!

Keep Of Kalessin – Reptilian (Black Metal)

Een review voor een album dat al een tijd uit is? Voor deze keer wel, omdat dit één van de meest ondergewaardeerde albums van 2010 is.

Het lijkt alsof Keep Of Kalessin zich bewust afzet tegen de rest van de black metal scene. De heren dragen geen corpsepaint en pinnen, zingen niet over geloof en Satan, ze schuwen het experiment niet, ze dragen melodie hoog in het vaandel en hun albums zijn voorzien van een vlekkeloos geluid zonder overgeproduceerd te klinken. Sinds de doorbraak met het geweldige Armada is Keep Of Kalessin een bekende naam geworden, maar toch is de band nog erg ondergewaardeerd. Slechts een handje vol mensen kan de band rond gitarist Arnt “Obsidian C.” Gronbech echt waarderen. Waar veel black metal bands zo minimalistisch mogelijk willen klinken trekt Keep Of Kalessin steevast alle registers open. Met sterke songs en een stabiele line-up is de groep terug om Fenriz en zijn collegas eens een poepie te laten ruiken!

Voorganger “Kolossus” was vooral episch en melodisch, “Reptilian” focust meer op de thrashy elementen. Dat is meteen te horen in “Dragon Iconography.”  Het intro begint clean en zwelt langzaam aan tot een climax waarna de hele song openbarst in een wilde orgie van blastbeats en de kenmerkende riffs van Obsidian C.  Hoewel er altijd nieuwe elementen in Kok’s muziek sluipen is de basis altijd hetzelfde: de beukende drums van Vyl en de riffs.
Oh god, de riffs, ik kan er uren over praten. Ze zijn episch, melodisch, bruut en gewoon gaaf! Kan je je die goddelijke riff uit “Crown Of The Kings” nog herinneren? Hoorgasme! En aan riffs geen gebrek. “Dragon Iconography” zit er vol mee. Zoals de riff na de refreinen, gewoon zalig!

“The Awakening” begint retestrak, met een thema dat later in de song nog terugkomt. De eerste songs zijn oden aan een of andere draconische godheid. Ik ben gek op draken dus dit is precies mijn pakkie an. Cleane vocalen zijn prominent. Keep Of Kalessin maakt ook vaker gebruik van keyboards dan voorheen. Er zaten er al wat op “Kolossus” maar nu dus nog meer. Maar de keyboards staan nooit op de voorgrond, en vervullen meer een back-up rol. Alleen waar het nodig is dus. Zoals het einde van “Dragon Iconography” en grote stukken van “The Divine Land” en “Reptilian Majesty.” Maar niet op de zaken vooruitlopen.

“Judgement” is pure thrash. Ik had het interview met Obsidian niet nodig om te herkennen dat Exodus hier een grote rol speelt. Lekker moshen is het devies. De track is niet té gelaagd en episch en legt zich alleen toe op stevige riffs. Bij deze song kan ik ook de kanttekening maken dat de bas prima te horen is op het gehele album. Wizziac haalt niet de meest technische capriolen uit, maar hij vult de gaatjes prima op en levert gewoon goed werk af. Het vergt meer dan alleen talent om met interessante baslijnen te komen met dit soort gitaarwerk.

“The Dragontower”...het Eurovisie nummer. Ik vind dat het nummer onnodig hard word beoordeelt. Waarom kunnen mensen het niet hebben als een band van de gebaande paden afwijkt? Ik juich het toe als een band mee wil doen met Eurovisie. Misschien komt het circus tot inkeer en gaan er meer serieuze acts meedoen. En nee, De 3 J’s zijn geen serieuze act!!
Hoe dan ook, “The Dragontower” is een prima nummer. Catchy, krachtig en het heeft alles van KoK in zich, alleen zijn de drums wat anders en is de tekst makkelijk te onthouden. Nou en. Maar toch heb ik er bezwaren tegen dat hij op het album staat. En niet omdat het geen goede song is, laat dat duidelijk zijn, maar omdat hij niet het niveau haalt van de andere nummers. Die zijn toch episch en progressief. “The Dragontower” is een prima single, maar valt op “Reptilian” lelijk buiten de boot.

“Leaving The Mortal Flesh” is de meest typische KoK song op het album. Het had zo op “Armada” kunnen staan. Wat niet wegneemt dat ook dit een ijzersterk nummer is. Ik vind dit het zwakste nummer. De epiek die toch aanwezig was in de andere nummers (zelfs in “The Dragontower”) is minder aanwezig. Maar toch is het gitaarwerk weer om van te smullen. En dat refrein is ook erg gaaf. Zwakker, maar zeker niet slechter.

“Dark As Moonless Night” is een traag nummer, met een duistere tekst. Het wordt vaak als ballad omschreven maar ik vind het geen ballad, bij lange na niet. Het nummer is erg dramatisch. Maar toch heeft het wat. Het kostte me wat tijd om hem volledig tot me te laten doordringen maar na een tijdje klikte alles. Goed voor de afwisseling ook.

“The Divine Land” is één van de songs die ik zou laten horen als iemand me vroeg wat Keep Of Kalessin inhoud (De andere zijn “Crown Of The Kings” en ‘Kolossus”). Dit is met gemak de meest epische, over-the-top song die Obsidian C. ooit uitkakte. Koren, keyboards en epische passages, “The Divine Land” heeft het allemaal. Het is zó episch, je houdt het niet voor mogelijk. Eigenlijk moet je het zelf horen. Zoek hem op. Nu!

Dan komt “het”. De grande finale, het sluitstuk, het monster, de ultieme KoK song, de grote ode aan de machtige draak: “Reptilian Majesty.” En een “majesty” is het. 14 minuten pure Kok-style black metal. Je hoort al in het intro dat dit een episch lied word en epischt wordt het. Vanaf het moment dat het couplet ingezet wordt en Thebon begint te zingen barst alles los. Keyboards, melodieën, riffs, blastbeats, alles zit erin. Na dat goddelijk “refrein” zakt alles in en komt een atmosferische interlude waarin Thebon met een zware praatstem verhaalt over wat ik denk een vervolg is van het verhaal dat “Kolossus” beheerste. Dan, langzaam, zwelt de song weer aan. Obsidian C. speelt een gave solo en zet een hypnotisch herhalende riff in. De koren zetten in en alle epiek barst weer los, klaar voor een opbouw naar de laatste sectie van het werkje. In dat deel komen de epische riffs weer terug en geeft de Noorse band nog één keer alles. Na het beoogde slotakkoord spelen de keyboards nog een feeëriek stukje, waarna de band het echte slotakkoord speelt. Met dit uitstervende akoord komt er een eind aan dit onbetwiste meesterwerkje.
“Reptilian” is een ge-wel-dige plaat geworden. Alles wat Keep Of Kalessin liet horen op “Armada” en “Kolossus” is aanwezig, en wordt soms uitgetrokken tot in het extreme. Het is geen gemakkelijke plaat, laat dat duidelijk zijn. Het kostte me iets van vier volledige luisterbeurten en nog een paar beluisteringen van losse nummers voor alles tot me doordrong, en ik ben ervan overtuigd dat zelfs dat nog heel snel is. De songs zijn gelaagd, en lastig te doorgronden. Op sommige momenten, vooral in “Reptilian Majesty” gebeurt er heel veel tegelijk.
De instrumentalisten beheersen hun kunstjes perfect, maar dat wisten we al. Thebon is afwisselender dan ooit. Hij schreeuwt, krijst, praat en fluistert de draconische teksten je oren in.
En ook de productie is perfect. Alles is duidelijk te horen, zelfs de bas van Wizziac.

Ik kan niks anders zeggen dat ondanks één zwakkere song en een vreemde eend in de bijt dit een fantastisch album is geworden. En laat je niks wijsmaken, ook die twee nummers zijn ijzersterk. Keep Of Kalessin is de black metal ontstegen en heeft een niche voor zichzelf gecreeërt. Ja, ik gooi overvloedig met superlatieven maar als er één plaat is die dat verdiend is dat “Reptilian.” Ik heb veel plezier beleefd aan de schijf en zal dat nog heel lang blijven doen.
Misschien is de plaat wel ondergewaardeerd. Maar tussen de rits aan platen die weinig aandacht krijgen kan je soms nog een ruwe diamant vinden. Ik heb in ieder geval een briljant gevonden. Want een briljante plaat is dit wel. Onbetwist een meesterwerk. Punt.

98/100

Zo, dat was uitgebreid he?

JUKEBOX


Dat was weer leuk ^.^ Tot de volgende keer!

Stay metal \,,/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen