woensdag 9 mei 2012

The lazy man's guide to metal


Ik ben een luie jongen. Ik ben aan enorm veel reviews begonnen, maar de helft is nog niet af. Tijd voor een inhaalslag dus, vlak voordat mei allemaal lekkers op ons loslaat, waaronder Diablo Swing Orchestra, Sonata Arctica, Carach Angren en de almachtige SABATON! Ja, ik ben behoorlijk psyched. Voor ik het vergeet: vanaf nu ben ik elke donderdagavond rond kwart voor 11 te horen op GLOW Alternative, de show van Clemens Lambermont op Glow FM! Ik zal elke week een opvallend metalplaatje aankondigen. Luisteren dus!
Maar nu weer wat reviews en een wat uitgebreidere jukebox als voorproefje op de mooie muziek die komt.

REVIEWS

Dragonforce – The Power Within

Elk album van ‘StudioForce’ levert verhitte discussies op en The Power Within zal dit meer dan anders doen. Niet alleen presenteert de band hier hun nieuwe zanger Marc Hudson, het brengt ook een behoorlijke stijlbreuk met het verleden van de Britse power metal band.
Als je een fan naar de belangrijkste elementen van Dragonforce vraagt noemt ie waarschijnlijk de volgende: Lange songs met veel gitaarsolos- en duels en constant ratelende bassdrums met epische teksten. Afgezien van de teksten is van die definitie niet veel meer over. Ja, de nummers bevatten nog steeds genoeg gitaarmasturbaties om de fans te plezieren, maar de nummers zijn drastisch ingekort tot een lengte van om en nabij vijf minuten. Dat is kort voor Dragonforce-begrippen. Er is flink gesneden in de overgangen en de nummers bevatten geen plotse overgangen naar een mid-tempo brug en dan weer een gitaarduel. Sterker nog, ik heb het gevoel alsof er steeds maar één van de gitaristen per nummer soleert. Het geeft de nummers wel minder een ‘kijk een wat een goede gitaristen wij hebben’ gevoel en dat is prettig, maar toch mis ik wat.

Het andere element dat opvalt is natuurlijk Marc Hudson, de man die ons ZP Theart moet doen vergeten. En dat doet ie met verve. Marc heeft een prima stem, die erg dicht bij die van zijn voorganger in de buurt komt maar het wel beter doet bij de uithalen. En met een uithaal beginnen we aan het album. Holding On is echt op en top Dragonforce. Flitsende gitaren, ratelende drums en sferische keyboards, allemaal vertrouwde elementen. Maar geen lange instrumentale brug. Zoals ik al zei komt dat de samenhang ten goede, maar toch mist er iets. Fallen World tapt uit hetzelfde vaatje maar is een stuk agressiever en sneller dan normaal. Pas op Cry Thunder merken we dat er iets verandert. Het is namelijk helemaal geen razendsnel stuk, maar een mid-tempo stamper van het kaliber ‘vuist in de lucht en headbangen!’ De teksten zijn nog steeds van het kaliber ‘swords and glory’ en hoewel in het inmiddels toch wat infantiel overkomt zijn ze nog steeds erg leuk. Wings Of Destiny is het langste nummer van de plaat en komt het dichtst in de buurt bij het oudere werk.
Ook Seasons is een midtempo nummer, dat helaas niet zo weet te beklijven als de voorgande nummers. Met Heart Of The Storm, Die By The Sword en Last Man Stands sluiten we af op de bekende manier. Pakkend en met veel over the top gedoe.

Met The Power Within weet Dragonforce zichzelf opnieuw te presenteren zonder een ander geluid te nemen. De vertrouwde elementen zijn aanwezig maar er zijn ook genoeg nieuwe dingen zodat we gerust kunnen zeggen dat Dragonforce zichzelf vernieuwt heeft. De kortere nummers hangen beter samen, maar ik moet zeggen dat ik de lange epossen toch mis. Wel is dit het meest gevarieerde album van Dragonforce tot nu toe. Marc Hudson is een geweldige aanwinst voor de band. Hoewel ik niet denk dat Dragonforce zich verder zal distantiëren van hun sound is The Power Within een mooie manier om de haters de mond te snoeren. De dag dat Dragonforce universeel geaccepteerd is is echter nog ver weg...

79/100


Meshuggah - Koloss

Valt er iets over Meshuggah te schrijven dat nog niet gezegd is? Ik kan wel de zoveelste lofrede aan Tomas Haake brengen of proberen te omschrijven hoe de scheppers van de ‘djent’ het kunstje zo veel malen perfecter uitvoeren dan hun collega’s maar daar ben ik niet origineel mee. Feit blijft dat Meshuggah vier jaar na obZen keihard terugslaat.

Koloss. Een toepasselijkere naam is er nooit geweest voor een album. Dat Meshuggah met kop en schouders boven de hele djent-beweging uitsteekt is wel genoeg gezegd nu. Ik zal dat dus niet nog een keer doen. Koloss is een aurale pletwals geworden die in rap tempo een ontieglijke wall-of-sound op je afvuurt. Aanvankelijk wordt er nog ‘rustig’ begonnen met I Am Colossus. Rustig in de zin dat de polyritmiek nog niet erg extreem is en het nummer best makkelijk wegluistert. Zanger Jens Kidman staat prominent in de mix en blijft behoorlijk verstaanbaar. Op The Demon's Name Is Surveillance gaat de wals voor het eerst echt van start. Donderende bassdrums, abstracte riffs en een enorm vage opeenvolging van maatsoorten. Het is een perfect voorbeeld van Meshuggah’s sound: de drums razen in een standaard maatsoort door, maar de gitaar vlucht naar alle uithoeken van het metrische spectrum.
Feit blijft dat Meshuggah langzamer opereert dan voorheen. Behind The Sun illustreert dit. Maar als je denkt dat langzame tracks makkelijker te behapstukken zijn dan snelle kom je behoorlijk bedrogen uit. De abstractie is zo mogelijk nóg nadrukkelijker aanwezig. Halverwege doen de compleet geschifte ritmes hun intrede. Het is groovend, organisch en abstract, betere woorden zijn er niet.
Als je niet warm wordt van al dit technisch gepingel is er The Hurt That Finds You First dat leunt op traditionele thrashgrooves. Wat niet wil zeggen dat er geen technische riffs inzitten want het nummer is zonder twijfel één van de snelste Meshuggah-nummers, maar ook één van de meest uitdagende.

Voor de fans van traditionele Meshuggah is er Marrow, en God wat is dit nummer lekker. Het berust compleet op de tradionele elementen die Meshuggah pioneerde op albums als Nothing, Catch 33 en Chaosphere. Tomas Haake roffelt er op los en de gitaren dreunen keihard door. Hoogtepunt.
Met Swarm en Demiurge walst de band nog één maal keihard over je trommelvliezen heen voordat The Last Vigil dit kolossale album sfeervol afsluit.

Koloss is precies geworden wat de naam impliceert: een monsterlijk album vol trommelvliestergende metal. Het maakt niet uit wat alle Djent-groepen doen, Meshuggah is de onbetwiste heerser van dit genre. De productie is perfect, een pure muur van geluid die op je afgevuurd wordt. Het tempo ligt lager maar de nummers zijn toch technischer dan vroeger. De nummers zijn pittig, maar laten zich met meerdere luisterbeurten wel doorgronden. Dit album is wel bedoelt om in één ruk uit te zitten, het is een organisch geheel. Al deze elementen maken Koloss er ééntje voor de jaarlijst. Meshuggah verpulvert de concurrentie weer eens.

93/100



Kontrust – Second Hand Wonderland

Het Oostenrijkse Kontrust brak in 2009 plots door met het nummer Bomba, dat op 3FM tot megahit gebombardeerd werd. Muzikaal bedient het zestal zich van...ehm...alles eigenlijk. De band mixt stevige riffs met een poppy sausje maar weet tussendoor allerlei invloeden in hun muziek te verwerken, van funk tot reggae en van kermismuziek tot latin en polka. De band heeft een percussionist en twee vocalisten: de Poolse Agata en mafketel Stefan. Het zijn deze drie elementen die Kontrust tot één van die weinige bands die tegenwoordig nog een uniek geluid hebben maken.

De single Sock n’ Doll zet meteen de toon. Stevige gitaren trappen het af maar meteen komen er latin-invloeden naar voren. De coupletten zijn erg traditioneel maar het loung-achtige pre-chorus geeft meteen blijk van de kracht van de band. Het refrein is dan weer erg stevig met harde gitaren. In de bridge krijgen we achter elkaar: metal, reggae en een willekeurige accordeon. Omdat het kan zullen we maar zeggen. Het is het begin van een muzikale achtbaan vol vreemde bochten. Want op Falling wordt een veel traditioneler geluid neergezet waar weinig mee geëxperimenteerd wordt. Behalve in de beenharde brug dan.
Met The Butterfly Defect knalt er een heerlijk nummer met een paar flinke latin grooves uit de speakers. Dit is één van die nummers waar de twee verschillende zangstemmen perfect tegen elkaar worden uitgespeeld. Het klinkt erg zomers, ook door de percussie die op de achtergrond doorratelt. Het stampende Rasputin klinkt dan weer erg Russisch met balalaikas in het intro terwijl Bad Betrayer heel poppy klinkt. Als klap op de vuurpijl zitten er in Hocus Pocus en Adrenalin verschillende elementen van circus/kermismuziek. Het komt op papier allemaal over als een mengelmoes maar door de duidelijke structuur van de nummers is dit toch een heel toegankelijk plaatje.

Kontrust heeft een enorme stap vooruit gezet met Second Hand Wonderland. Het werkje kom meer over als één geheel, een stuk logischer dan Time To Tango. De nummers hebben dan wel allemaal min of meer dezelfde structuur maar door de verschillende elementen hebben ze allemaal een eigen gezicht. En daarbij is het ook nog eens een heel vrolijk plaatje. Dus fans van eclectische muziek weten wat ze te doen staat: binnenhalen die plaat!

87/100

Avatar – Black Waltz

Nee, dit heeft niks te maken met elementencontrole of levensgrote Smurfen. Avatar is een Zweedse band die opereert rond de melodic death metal niche. Ik zeg ‘rond’want Avatar wil zich duidelijk niet beperken tot één genre. Er zijn verschillende andere invloeden te horen in hun muziek en ook op Black Waltz weet de band een apart werkstukje af te leveren.

Op Black Waltz brengt de band een soort melodische metal met Rammstein-achtige stampende bassdrums en Gothenburg-achtige riffjes. De nummers weten zich goed van elkaar te onderscheiden en dat is erg fijn. Het album trapt af met Let Us Die, een nummer met een keiharde industriele groove. In de achtergrond zoemt een keyboardje mee maar erg duidelijk is dat niet. Zanger Johannes Eckelström beschikt over een monsterstrot die erg lijkt op die van Randy Blythe van Lamb Of God. Imitatie is het zeker niet want op One Touch en Paint Me Red laat hij horen ook een zeer goede cleane stem te hebben. Maar de band is op zijn best als ze stampt en raast als een malle. Torn Apart en Ready For The Ride zijn daar een prima voorbeelden van. Naarmate de plaat vordert laat de band meer invloeden horen. Op Blod wordt in het Zweeds gezongen en de muziek is niet bepaald subtiel. Deze valt in de categorie ‘raggen tot de oren bloeden.’ Het daaropvolgende Let It Burn tapt uit een ander vaatje. De mainriff klinkt erg country en de stampende drums geven het lekker veel power. Wat een beuker, mijn lievelings nummer van de cd.
De laatste etappes beginnen met Smells Like A Freakshow. Weer zo’n lekker beuknummer met een pakkende riffs. Met Use Your Tongue staat er een experimenteler werkje op de cd. Het duurt negen minuten maar de opbouw is best overzichtelijk. Er zit een duidelijk refrein in en het plotselinge countrystuk tegen het einde is zeer verassend en leuk gedaan.

Avatar verdiend het wel om met deze plaat een wat groter publiek aan te boren. Na met drie albums in de underground te hebben gebivakkeerd kan er met Black Waltz een nieuwe niche aangeboord worden. De metal van het vijftal is eclectisch, maar toch toegankelijk en pakkend. De nummers zijn gevarieerd en de vreemde invloeden die er soms in zitten erg leuk. Een hoogvlieger is het niet, daarvoor is het net te onsamenhangend en het lange afsluitende stuk mist wat ballen om echt goed te zijn. Maar Black Waltz heeft zeker zijn charme. Mocht je van eigenzinnige muziek houden of een fan zijn van keihard stampende drums is Avatar jouw band. Ik zal hem zeker nog wel eens opzetten.

72/100

Last Kingdom – Chronicles Of The North

'Originaliteit? Pfft! Waarom moeite doen voor een eigen geluid als je ook al je voorbeelden kan kopiëren?' Dat is wat de jongens van het Zweedse Last Kingdom moeten hebben gedacht toen ze hun band oprichtten. Werkelijk elk element van hun muziek is een power metal cliché. Op zich is dat geen probleem, collegabands komen ook weg met een clichématig en afgezaagd geluid. Maar weet Last Kingdom zich te meten met zijn collega's?
Last Kingdom komt uit Zweden en speelt virtuoze power metal, een beetje á la Stratovarius. Melodische riffs, hoge zang, ratelende bassdrums en een laagje toetsen. De titeltrack, die het schijfje opent, zet meteen de toon. Dit is flower metal op zijn best. Nou ja best...Eerder meest cliché en ongeinspireerd. De nummers bevatten wel allemaal pakkende melodieën en meezingbare refreinen maar het kabbelt vaak maar een beetje voort en de langere nummers voelen wat geforceerd aan. Nummers als de titeltrack, Warrior Kings en End Of Life zijn best wel aan te horen, ook al klinkt het allemaal wat middelmatig en standaard. De zwakke schakel is de zang. Zanger Stefan Jacobsen klinkt bij vlagen wat vlak en krachteloos. Daar komt nog bij dat zijn uithalen, zoals in Silver Moon, gewoon afschuwelijk slecht zijn. Zijn stem klinkt na een tijdje ook gewoon vervelend in je oren. En dan eindigt het hele album er nog mee ook. Jammer.
De latere helft van het album bevat langere nummers. Ik heb het gevoel dat ze langer doorgaan dan nodig. Hangen blijven ze ook niet en dat is dus precies wat er niet moet gebeuren bij lange nummers.


Lost Kingdom is duidelijk een jonge band die nog niet duidelijk weet welke richting ze opwillen. Ik weet zeker dat ze de vaardigheid hebben om prima nummers te maken maar nog niet helemaal weten hoe ze dit moeten doen. Het album heeft zeker goede momenten, maar dingen als de uithalen, saaie lange nummers en een vlakke productie maken van deze Chronicles Of The North een erg middelmatig album. En dan heb ik het nog niet eens gehad over die afschuwelijke albumcover.

57/100

JUKEBOX


Stay metal \,,/


dinsdag 13 maart 2012

Lots o' bitches

Veel zangeressen dit keer. Maar wel zangeressen met erg goede album!
REVIEWS
Epica – Requiem For The Indifferent
Epica is waarschijnlijk de beste Nederlandse band van dit moment. De Limburgse groep is razend populair over de hele wereld en sinds de toevoeging van ex-God Dethroned leden Ariën van Weesenbeek en Isaac Delahaye zijn de riffs harder en bruter dan ooit. Op voorganger Design Your Universe werd de ‘nieuwe Epica’ al goed voorgesteld maar op Requiem For The Indifferent (niet de makkelijkste naam voor een album) is het aandeel van gitarist Isaac een stuk groter en dat betekent meer en dikkere riffs!
Epica heeft alle bekende elementen weer perfect weten te verwerken in hun muziek. De prachtige stem van Simone Simons die altijd zo goed contrasteert met de brute grunts van Mark Jansen, de rollende fills van drumbeest Ariën, gelaagde symfonische toetspartijen en furieuze koorzang. De geest van MaYaN is aanwezig maar RftI is zeker geen herhaling van Quarterpast geworden. Integendeel, waar het bij MaYaN deels om hakken tot je neervalt gaat is Epica toch vele malen subtieler en progressiever.
Maar laten we bij het begin beginnen. Het intro Karma zet zoals altijd de toon. Het daaropvolgende Monopoly On Truth is een klassieker in wording. Meteen bij de eerste luisterbeurt realiseer ik me dat dit live een aftrapper van jewelste zal zijn. Een traditioneel couplet-refrein-couplet-refrein in het begin geeft het startschot voor een lang middenstuk met een heerlijke solo en bombastische koren. Het drumwerk van Ariën is gewoon om van te smullen, wat een kanon is die kerel toch. Marks MaYaN-uitstapje heeft zijn stem goed gedaan en hij zoekt vaker de hoge black metal regionen op. Dit nummer is een perfecte voorbode voor wat gaat komen. Storm The Sorrow is de single van het album en klinkt daardoor wat toegankelijker. Los beluisterd klinkt het een beetje commercieel, net als Never Enough op The Divine Conspiracy. Maar in verband met het album ‘klikt’ het. Er zitten veel stukken in die zich niet in eerste aanleg laten doorgronden. Dit geldt voor het hele album. Delirium is een werk van toetsenist Koen Janssen en ligt in het verlengde van Tides Of Time van het vorige album. Een atmosferische pianoballad dus die wel degelijk power bevat. Het probleem bij ballads, en zeker bij ballads op albums die verder behoorlijk bruut zijn, is dat ze mijn aandacht niet kunnen vasthouden. Dat is nu zeker niet het geval.  Mocht dit wel zo zijn en ben je ingesukkeld is daar Internal Warfare om je eens goed wakker te schudden.
Internal Warfare legt de nadruk weer op stevige gitaarriffs maar bevat tevens een snelle solo van toetsenist Coen Janssen. Een primeur! Het nummer gaat heen en weer tussen pakkende melodieën en brute riffs. Een perfect voorbeeld van hoe Epica deze twee uitersten kan combineren.
Ik gebruik het rustpuntje Anima even om de productie een compliment te geven. In interviews haalt mark Jansen flink uit naar de ‘war on loudness’ (waar vooral Fleshgod Apocalypse een serieuze winnaar van is). Epica doet hier niet aan mee. De productie heeft meer dan voldoende volume maar er verdrinkt niks in de mix. Zelfs de bas is prima te horen. De nadruk ligt op de gitaar, meer nog dan op DYU maar er is genoeg ruimte voor de toetsen. Pluspunten!
De tweede helft van het album is zo mogelijk nog gevarieerder. Guilty Demeanor is een erg catchy en overzichtelijke track maar Deep Water Horizon, Stay The Course en Deter The Tyrant zijn complex, gelaagd en verder als wat je van Epica kan/mag verwachten. Dit album is een groeiplaat, de echte schoonheid van de nummers komt past tot zijn recht na een paar luisterbeurten. Deep Water Horizon verdiend een aparte vermelding. Het begint als een ballad, met wat vreemde maatsoorten in het refrein maar halverwege slaat het om naar een bombastisch episch nummer. Avalanche is een vreemde track. Hij begint redelijk rustig maar wordt en snel experimenteel. Experimenteel in de goede zin van het woord. Een zeer aparte track maar ook zeer geslaagd. De wisselwerking tussen Mark en Simone komt uitstekend uit de verf hier.
Met Serenade Of Self-Destruction wordt het album afgesloten. Een epos van tien minuten dat de essentie van Epica bevat. Rustige stukken, black metal stukken, melodieuze stukken, arabische stukken, alles dus. Het is een apotheose van het hele album, een synthese van alles waar Epica voor staat.
Requiem For The Indifferent is een nagenoeg perfect album geworden. Alle elementen die we kennen van Epica en de nieuwe elementen die op Design Your Universe geïntroduceerd werden zijn aanwezig en van alles is er meer. Wellicht dat je als tegenargument kan opwerpen dat er verder geborduurd wordt op de lijn van DYU maar dat is slechts een kleinigheidje waar ik niet verder op inga. Met Requiem For The Indifferent laat Epica horen veel in hun mars te hebben en ik weet zeker dat hij hoog eindigt in mijn jaarlijst. Super!
95/100

Heidevolk – Batavi

Heeft Heidevolk nog introductie nodig? Ik ken geen enkele band die zo snel na het eerste album zo populair geworden is. De gouden combinatie van folky riffs en Nederlandse teksten gezongen door twee enorme mannen bleek een schot in de roos.

Met Uit De Oude Grond zette Heidevolk de stap naar een groter publiek. Batavi heeft de eer om zijn voorganger te overtreffen. Het is een conceptalbum over het Bataafse verbond met de Romeinen, hun opstand tegen hun bondgenoot, neergang en vernieuwde alliantie die daarop volgde. Dit heeft tot gevolg dat Batavi wat verhalender geworden is dan zijn voorgangers. De pakkende meezingmomenten zijn schaarser geworden. Geen instantmeebrullers als Nehalennia en Saksenland, maar woeste riffs en drums met complexere structuren. Maar gelukkig nog wel met de typische zang van Mark Splintervuyst en Joris Bochtdrincker als herkenbare factoren. Maar dat betekent niet dat Batavi helemaal geen meezingers bevat! Sterker nog, opener Een Nieuw Begin haakt zich al snel vast in je hoofd. Deze track en De Toekomst Lonkt hebben een overzichtelijkere structuur dan de strijdliederen Het Verbond Met Rome en Wapenbroeders. Heerlijk harde headbangnummers metdie met vuyscht in de lucht gebruld moeten worden. Het lange In Het Woud Gezworen vertelt over de plannen voor de opstand. De folk komt wat meer terug in dit nummer en het daaropvolgende instrumentale Veleda. Veleda zet perfect de toon voor Als De Dood Weer Naar Ons Lacht. Weer zo’n headbanger van formaat met pakkende tekst. De zang van Bochtdrinker is perfect in het laatste stuk. Hoewel er geen duidelijk refrein in zit is de track het pakkendst van allemaal.
Met Eind Der Zege en het epische Vrijgevochten komt er een eind aan een prima album.

 Batavi is een groeiplaat, laat dat duidelijk zijn. De plaat heeft zeker meerdere luisterbeurten nodig om te klikken. De nummers zijn subtieler en laten hun schoonheid pas na een paar keer luisteren horen. Als De Dood Weer Naar Ons Lacht, Vrijgevochten en Wapenbroeders zijn de beste tracks maar dit album luister je het best in zijn volledigheid. Een folk metal pareltje van een geweldige band. Gaat dat vooral niet missen op Paganfest!

88/100

Napalm Death - Utilitarian

Drie jaar na het uitstekende Time Waits For No Slave zijn de vaders van de grindcore weer terug. Napalm Death vult al 21 jaar vijftien albums vol met woeste, maatschappijkritische metal. De eens constant wisselende line-up is ook al ruim twintig jaar niet veranderd (op de dood van gitarist Jesse Pintado na dan) en sinds de jaren ’90 staat het Britse viertal garant voor een nekbrekende ervaring. Utilitarian is dus het vijftiende album en staat bevat zestien nummers, samen goed voor drie kwartier Napalm Death.

Het intro Circumspect is meteen atypisch want het bevat duistere keyboards en noise invloeden. Het doet mij denken aan een Anaal Nathrakh-intro. Errors In The Signals is Napalm Death zoals we ze kennen: d-beats, grooves, dissonante gitaren en die monsterstem van Barney Greenway. Maar Everyday Pox is weer experimenteel. Muzikale duizendpoot/mafketel/saxofonist John Zorn speelt er een ongelofelijk vreemd riedeltje saxofoon op. Het maakt de track absurd psychedelisch maar toch zeer herkenbaar.Op The Wolf I Feed zingt gitarist Mitch Harris een flink stuk mee met zijn ranzige punkschreeuw. Ook zingt Barney een stuk in het clean. Het gaat hem verassend goed af eigenlijk. Erg interessante toevoeging, maar ik denk niet dat iedereen het goed gaat vinden. Barney is toch op zijn best wanneer hij zijn gal spuwt op tracks als Quarantined, Collision Course en Orders Of Magnitude.
Met al dit sonisch geweld is het groovende Blank Look About Face een welkome afwisseling.
Maar niet voor lang want de laatste minuten van het album worden als een bezetene op je afgevuurd. Aan het einde van de rit blijf je murw gebeukt achter, met een flinke whiplash van het headbangen.

Ook met het vijftiende album doet Napalm Death het niet rustiger aan. Het is een woest agressief plaatje geworden dat weinig ademruimte overlaat. De kleine experimenten met cleane zijn vind ik persoonlijk erg goed maar ik kan me indenken dat niet iedereen er zo over denkt. Het merendeel van de schijf bevat echter gewoon de heerlijke grindcore die we gewend zijn. Er worden geen dingen opnieuw uitgevonden maar desondanks een erg fijne plaat.

79/100

Amberian Dawn – Circus Black

Female Fronted Metal is niet een zeer origineel genre. Alles kan teruggevoerd worden op Nightwish, Within Temptation en in mindere mate Epica. En laat het Finse Amberian Dawn nou net de precieze mix van deze bands zijn. Het sprookjesachtige van WT, de symfonische toetsen van Nightwish en de klassieke zang van Epica, dat is Amberian Dawn in een notendop. Natuurlijk is dit wat kort door de bocht en moet ik erbij zeggen dat Amberian Dawn behoorlijk wat neoklassieke riffjes en solo’s in hun muziek roert. De nummers duren ook wat korter dan bij de collega’s en daarom hebben hun albums nog wel eens te lijden onder eenheidsworst. Met Circus Black leveren ze hun vierde album in evenveel jaar af.

De titeltrack trapt het circus (no pun intended) af. Melodische leads en dikke lagen toetsen ondersteunen de stem van zangeres Heidi door het nummer. Er gebeurd niks verassends, maar toch is het een goed nummer. Het is pakkend, meezingbaar en stevig. Op de single Cold Kiss zingt Timo Kotipelto mee. Zijn stem past perfect bij die van Heidi en omdat de muziek best wel wat gemeen heeft met Stratovarius voelt het heel natuurlijk aan als hij zingt. Soms heb je wel eens het idee dat een gastzanger niet in een nummer thuishoort, maar dat is nu absoluut niet zo.
Crimson Flower doet erg aan Nightwish denken, vooral door het gitaarwerk in het couplet. Bepaalde stukken zijn echter veel filmischer dan Nightwish en lijken zo uit een compositie van Grieg of Berlioz zijn weggelopen. De Malmsteen-achtige solo maakt het af. Charnel’s Ball en Fight volgen de standaard opbouw maar hebben ijzersterke refreinen die met het betere werk van Nightwish kunnen wedijveren. De toetsen van toetsenist/componist/bandleider Tuomas (Goh, waar zou dat me nou aan doen denken) geven het een soundtrackachtige sfeer die doet denken dat het met een heel orkest is opgenomen. Fight is een stuk sneller en bevat dikke leads in het intro en Heidi gaat in full-on opera modus tot dikke hammondorgels in de brug het nummer een 70’s vibe geven. Apart, maar zeer goed gedaan.
Het instrumentale Rivalry Between Good And Evil klinkt precies zoals de titel doet vermoeden. Een gevecht tussen verschillende riffs. Ik kan het niet helemaal goed horen maar volgens mij is het ook een duel tussen gitaar en keyboard.
Guardian laat wat afwijkendere structuren horen en Lily Of The Moon is weer een snelle symfonische metaltrack waarin de Nightwish-geest sterk aanwezig is.

Amberian Dawn speelt eigenlijk leentjebuur bij haar bekendere voorbeelden. Maar door al deze bekende elementen te vermengen met een neoklassiek tintje dat niet zo vaak voorkomt weten ze toch wel een beetje hun eigen sound te maken. De korte lenge van de nummers maakt van Circus Black een zeer makkelijk te verteren album. Dat is ook wel eens fijn tussen de 80-minuten durende epossen door. Typisch weer een plaat waarbij het luisterplezier zwaarder weegt dan de originaliteit.

77/100

Diabulus In Musica – The Wanderer

Het is een goede maand voor de fans van female-fronted metal. Na de albums van Xandria en Amberian Dawn is er nu ook een nieuw album van de Spaanse band Diabulus In Musica. In 2010 maakte de band snel naam met het prima album Secrets. Hoewel het een goed album was kon je de Epica-invloed er heel sterk in horen. Met The Wanderer heeft Diabulus In Musica wat meer een eigen geluid gekregen.

Waar DiM naar streeft is een fusie tussen klassiek en metal, niet zomaar metal met een orkest uit een toetsenbord. Om dit voor elkaar te krijgen werkt de band samen met een klein orkest en een koor. Geen synthetische toetspartijen meer, gewoon ouderwets handwerk. En eerlijk is eerlijk, het werkt. De muziek heeft een duidelijk eigen gezicht en klinkt veel organischer dan het werk dat Xandria laatst afleverde. De geest van Epica komt wel heel hard naar voren op Shadow Of The Throne, dat geleid wordt door woeste grunts. Gelukkig weet een plots flamenco-stuk dit patroon te doorbreken. Maar natuurlijk begint de plaat met het verplichte intro. A Journey’s End is niet heel spannend, maar het daaropvolgende Ex Nihilo is een prima openingstrack. En wat krijgen we: stevige gitaren, gelaagde koren en een prima integratie van orkest met metal. De zang is gevarieerd, dikke grunts van gitarist Adrián en de mooie klassieke stem van Zuberoa Aznárez.
Sceneries of Hope is een zeer commercieel ingesteld nummer. Meestal heb ik daar niet zo’n problemen mee, maar dit keer ben ik er niet gek van. Het past minder bij de overige nummers, zoals het pakkende maar stevig rockende Blazing A Trail waarop Epica-brulboei Mark Jansen meezingt.
Verder is Allegory Of Faith, Innocence and Future een erg goed nummer, met een catalaanse gitaarmelodie in het intro en woeste grunts verderop in het nummer.
De tweede helft van het album is wat minder makkelijk te doorgronden. Oihuka Bihotzetik, Sentenced To Life en het lange epos No Time For Repentance (Lamentatio) zijn gelaagd en bevatten wel hooks, maar toch blijven ze minder hangen. Vooral No Time For Repentance heeft daar last van. Ik ben een fan van lange nummers, maar ik kan mijn aandacht niet vasthouden als ik hiernaar luister. En dat is toch jammer, want Diabulus In Musica doet het goed. Met de titeltrack wordt afgesloten in de vorm van een mooi akoestisch nummer waar de Spaanse invloeden goed tot hun recht komen. Gedurfd, maar geslaagd.

The Wanderer waait heen en weer tussen twee tegenpolen. Aan de ene kant heb je de echt goede nummers als Ex Nihilo. Blazing A Trail en Shadow Of The Throne, en aan de andere kans de matigere nummer als Sceneries Of Hope, Hidden Reality en Sentenced To Life. The Wanderer is echter geen slecht album. De band wet hun intentie duidelijk te maken maar het komt nog nét niet helemaal goed uit de verf. Wellicht dat Diabulus In Musica toch nog wat tijd nodig heeft om te rijpen, net als die lekkere Spaanse wijnen.

75/100


Xandria – Neverworld’s End

Laat ik maar meteen de waarheid zeggen: het Duitse Xandria is voor de volle 100% een Nightwish-kloon. Werkelijk alles komt overeen met Oceanborn/Wishmaster-era Nightwish. Van de stem van (de zeer bevallige) Manuela Kraller tot de bombastisch orkestrale toetsen, alles doet aan Nightwish denken. Dan weet je in ieder geval wat je moet verwachten.

Het leuke aan Neverworld’s End is dat de duidelijke link naar Nightwish niet eens storend is. Origineel is het niet, maar wel erg goed uitgevoerd. Het lange The Sound Of Empires To Fall is een zeer goede track, met stevige riffs en veel transities. De gitaren zijn wel prominent in de mix gezet en dat is zeker een goede zet geweest. Ook al zit elke track bomvol orkestratie, het metaldeel wordt niet vergeten. De single Valentine had zo van Nightwish kunnen zijn. Wat Xandria duidelijk anders doet dan hun Finse collega’s is dat Manuela vrijwel altijd in opera-modus zingt, terwijl Tarja ook nog een poppy kant heeft. Xandria is uitstekend in het schrijven van pakkende metalnummers met ladingen aan orkestrale bombast en opera. Euphoria, Blood On My Hands, Cursed, Call Of The Wind (met Keltische invloeden) en The Last Elysion zijn erg fijne nummers die je slechts een paar keer hoeft te horen om ze te kennen. Dat er ook minder conventionele structuren mogelijk zijn bewijst Soulcrusher. Een breed uitgesponnen epos met een lange solo in het midden. Erg goed.
Afgesloten wordt er met The Nomad’s Crown. Op India bracht Xandria al wat etnische invloeden naar voren. Op dit nummer zijn er subtiel oosterse toonladdertjes in de muziek verweven en er zit ook een viool in. Vooral in dit nummer komt duidelijk naar voren dat Xandria gewoon klinkt zoals Dark Passio Play zou klinken met Tarja.

Verwacht dus absoluut geen verassingen van Xandria. Dit is gewoon na-aperij van de bovenste plank. Maar is het storend? Absoluut niet. Xandria is dan allerminst origineel, de uitvoering is werkelijk subliem. De perfecte balans tussen orkestrale bombast en stevig gitaarwerk is zeldzaam maar Xandria vindt hem. Daar komt nog bij dat de nummers erg pakkend zijn en lekker meezingbaar. De band laat haar veelzijdigheid horen. Het album bevat commercieel getinte nummers, lange epossen, rustieke ballads en fijne metalsongs. Allemaal elementen om het gebrek aan originaliteit over het hoofd te zien en gewoon een goed cijfer te geven.

82/100
JUKEBOX
 

Epica - Internal Warfare
Heidevolk - Als De Dood Weer Naar Ons Lacht
Amberian Dawn - Cold Kiss
Diabulus In Musica - Sceneries Of Hope

Stay metal \,,/


vrijdag 17 februari 2012

Filled to the edge


Het werd weer eens tijd en daarom is deze blog gevuld met reviews. De eerste pareltjes van Lamb Of God en Svartby staan er alweer tussen. En we krijgen mooie dingen. Epica, Heidevolk en Meshuggah brengen alledrie in maart hun nieuwe albums uit. Dat wordt dus smullen geblazen!!

REVIEWS

Lamb Of God – Resolution

Heeft Lamb Of God nog introductie nodig? Nee he? De aurale pletwals uit Richmond, Virginia rolt al ruim 20 jaar dwars door alle barrieres heen. Met Sacrament uit 2006 kwam eindelijk de doorbraak naar een groter publiek en Wrath uit 2009 consolideerde de positie van de band. Ruim 3 jaar later hebben we weer een nieuw album. En God behoede ons.

Wrath legde wat meer de nadruk op de melodische aspecten van Lamb Of God. Daardoor werd de brutale kant wat naar de achtergrond geschoven. Opener Straight For The Sun trapt af. Letterlijk. Logge ritmes, sludgy riffs en die monsterlijke strot van Randall D. Blythe. Die kerel gorgelt met accuzuur, ik weet het zeker! Hij toont nog meer dan op Wrath de veelzijdigheid van zijn stem, zonder die stem zou de band niet Lamb Of God zijn. Als we het hebben over de herkenbare elementen van LoG moeten we ook de drums van Chris Adler vermelden. Van de onmogelijke strakke ritmes, tot de splash- en ride-klanken en de piccolo-snare drum. Aan het einde van Straight For The Sun krijgen we een lekker semi-drumsolo en daarna trapt de band het gaspedaal compleet in met Desolation. Ik heb nog nooit zo’n verschroeiende opener gehoord. Gangshouts, twinkick salvo’s en technische riffs all over the place. Heerlijk.
Ghost Walking ligt dichter bij de southern metal invloeden van Lamb Of God, wat dus betekend dat er een dikke lading Pantera bij zit.

Het hele album zit propvol met het hardste werk van Lamb Of God sinds het debuut. De band doet waar ze goed in is: stompende composities vol woede maken. Guilty, het met d-beats volgepropte Cheated zijn goede voorbeelden. Met Barbarosa krijgen we een sfeervol rustpuntje halverwege het album, daarna knalt Invictus weer op volle snelheid door. De cleane zang maakt het nét dat beetje anders. Met nummes als The Undertow en The Number Six komt LoG ook wat experimenteler voor de dag, al moet je dat natuurlijk relatief zien.

Aan het einde krijgen we nog een southern metal nummer, To The End genaamd. Het is een goed nummer, maar toch minder dan de rest. Dat heb je wel eens, dat een nummer het gewoon niet doet voor je, zelfs al is de rest ijzersterk. Visitation is het laatste traditionele nummer want het album wordt afgesloten in stijl.
Episch is nou niet het woord waar je aan denkt bij Lamb Of God. Ik kan echter geen andere manier bedenken om King Me te omschrijven. Een klapstuk van bijna zeven minuten met een rustig intro en een speech van Blythe. Het klinkt allemaal alsof het een rustig nummer blijft maar de gitaren komen snel naar boven. Wat opvalt echter, is de orkestratie die boven de riffs uitschalt. Ja, je leest het goed, LoG goes symphonic! Natuurlijk hebben we weer de typische riffs, maar steeds weer komen de strijkers terug in het refrein. Het is uniek en zeer goed gedaan. Een apart experiment, maar het smaakt naar meer. Een heerlijke afsluiter.

Resolution is met afstand de beste LoG plaat tot nu toe geworden. De intensiteit is belachelijk hoog, de nummers zijn pakkend en technisch maar de productie is uitstekend. Het schijfje klinkt nergens overmatig gepolijst of machinaal maar juist heel organisch. Met 14 nummers en een tijdsduur van ruim 55 minuten misschien iets té lang, To The End had bijvoorbeeld best een bonus track kunnen zijn, maar ik denk niet dat iemand daarom maalt. Lamb Of God is een prachtig voorbeeld van een band die zijn eigen stijl heeft en toch weet te verassen en te experimenteren. Het jaar is net klaar en we hebben de eerste jaarlijst kandidaat alweer binnen. Goed gedaan hoor!

92/100


Svartby – Elemental Tales 
Na lang wachten is hier dan eindelijk het nieuwe album van de vrolijke trollenbende uit Rusland: Svartby. Na twee prima albums te hebben afgeleverd is het nu tijd voor Svartby om hun naam definitief te vestigen in de folk metal wereld. Wat kan je van deze band verwachten? Een gefreakte versie van Finntroll. Springerige ritmes, vrolijke deuntjes en keyboards die een sprookjesachtige sfeer weten neer te zetten. Voor het eerst zijn de teksten in het Engels, een bewuste zet. Veel afbreuk aan de sfeer doet dat niet, het zijn voornamelijk de toetsen die de sfeer neerzetten.

Het album begint met een atmosferisc instrumentaaltje, Impby genaamd. Dit hele album gaat over Imps en hun streken. Svartby heeft zes elementen bedacht (vuur, water, lucht, aarde, hout en paddestoelen) en hieromheen draait het album dus. Vandaar ook de titel. Scum From Underwater was al eerder op de wereld losgelaten maar deze versie heeft een andere bezetting en de productie is veel beter. De gitaren staan bruter en de toetsen klinken beter. En zanger Sartre is beter dan degene die de single volblafte. Jammer dat hij slechts sessiemuzikant is, het is te hopen dat hij aangenomen wordt. Boulder Massacration gaat verder in dezelfde stijl, lekker uptempo maar is toch wat minder pakkend. Sleeping Devils is wat rustiger maar zit nog steeds tjokvol toetsen en headbangmomenten.
Ook Done With The Wind en het sfeervollere Mushroom Rings zijn typische Svartby-nummers. Toetsenist Giftsvamp weet precies de juiste sfeer neer te zetten met zijn keyboards, hulde. Halverwege brengt Ash and Dust ons een klein rustpuntje. Een instrumentaal nummer, met een pakkende melodie. Maar daarna knalt Flaming Balls keihard uit de stereo. En weer doet de betere productie het nummer recht aan.
Morning Wood en de titeltrack sluiten het album af met heerlijke hyperactieve stuiterritmes.

Denk aan Finntrolls Under Bergets Rot, maar dan korter en een heel album lang. Dan heb je de essentie van Elemental Tales wel te pakken. Er wordt helemaal niks nieuws gedaan, geen experimenten, alleen die typische Svartby-sound die 11 prachtige songs produceerd. Slechts één groot probleem: het is te kort! De gemiddelde lengte is drie minuten en het hele werkje duurt een half uur. Natuurlijk luistert dit wel makkelijk weg, maar Riv, Hugg och Bitt was tien minuten langer en dat voelde wat completer aan. Dus boodschap voor Svartby: óf langere nummers, óf meer nummers. Dan zou het echt perfect zijn. De zang mocht ook wel ietsjes harder maar omdat de toetsen nu meer naar voren komen maakt dat niet zo veel uit. Het plezier dat in deze plaat zit is duidelijk en ik zet hem graag nog een keertje op.
Dus mensen van Rock The Nation: haal deze jongens naar Paganfest, Heidenfest of desnoods Black Trolls Over Europe. Ze verdienen het en ik weet zeker dat ze meer mensen van de vloer krijgen dan Korpiklaani op dit moment. Doen!

89/100

Eluveitie - Helvetios


Folk metal is populair, dat weten we allemaal. Eluveitie is al sinds 2002 één van de prominentste bands. Het Zwitserse (dat zouden we bijna vergeten) gezelschap maakt sinds de geweldige albums Spirit (2004) en Slania (2006) stevige melodische death metal met virtuoze fluitjes, draailier en viool. Sinds in 2010 Everything Remains As It Never Was uitkwam werd duidelijk dat Eluveitie zich in een neerwaartse spiraal bevond. Het album klonk ongeinspireerd, commercieel en bij vlagen gewoon saai. Het is aan het eerste conceptalbum van de band om de vieze smaak uit onze monden te spoelen, het liefst voor het Paganfest circus in maart arriveert.

Helvetios is een conceptalbum. Het gaat over de Gallische stammen in de Romeinse tijd. Ja, de Asterix en Obelix tijd. Maar dat is geen Asterix in het intro. Het is een of andere bejaarde acteur met een kanjer van een Schots accent. Meteen na het gesproken intro gaat Eluveitie keihard van start met de titeltrack en Luxtos. Het zijn typische Eluveitie 2.0 nummers. Kort, duidelijke structuur, melodische riffs en virtuoze folkriedeltjes.
Home is wat beter, met verschillende transities en pakkende melodieën. Zo zie ik ze graag! Jammer dan Scorched Earth dan een nog koudere kermis is dan het Noordpool Pretpaleis. Vier minuten eentonig gezang dat compleet de vaart uit het album haalt. Sfeervol ja, maar compleet filler.
Na het matige Meet The Enemy komt Neverland de score weer wat opkrikken. Vanaf nu gaat Anna Murphy (de jongedame op de draailier) een grotere rol krijgen. Ze zingt mee op Neverland en op A Rose For Epona zingt ze zelfs het hele nummer! Dat nummer is trouwens hit and miss. Het is zeker geen slecht nummer maar ik mis de folk wat. Meer fluitjes graag.
Havoc is één van mijn favoriete nummers. Lekker snel, zeer virtuoze instrumenten en woeste schreeuwen van Chrigel. Op dit nummer laat Eluveitie weer zien hoe vet hun eigen unieke folk metal eigenlijk is. Daarna halen The Uprising en Hope de vaart weer weg tot The Siege weer gas geeft. En weer met Anna, dit keer op grunts. Wat? Grunts?! Jazeker wel, dat kleine schattige meisje heeft een behoorlijk rauwe strot! Heerlijk. Het ligt in het verlengde van Havoc en ik vind het een gaaf nummer.
Alesia is epischer en ook mooi. Het refrein bevat andermaal Chrigel en Anna die samen zingen en hoewel het nummer wat meer gitaargedreven is heeft het een mooie brug met fragiele zang van Anna. Uxellodunon en een episch outro sluiten af en dan is er na bijna een uur een eind gekomen aan deze plaat.

Een dubbel gevoel heb ik hierbij. Helvetios is zonder meer beter dan zijn voorganger, maar er staan behoorlijk wat fillers op. De korte nummers passen niet bij Eluveitie, er moeten langere nummers op staan. Ik mis de Tegernakos en de Your Gaulish Wars. En dat is zonde. Want nu moet ik de plaat een langere score geven. Laten we hopen dat Eluveitie zich compleet hersteld op het volgende album. Paradoxaal genoeg zijn de kortere nummers lastiger te onthouden dan de lange. Wellicht is het de invloed van het grote Nuclear Blast. Helvetios is niet slecht, maar als je Everything Remains niet goed vond moet je je even goed achter de oren krabben voor je hem koopt.

70/100

Caliban – I Am Nemesis


Ik zal eerlijk zijn: Caliban kon me geen reet schelen. De manier waarop ze in de media als een standaard metalcoreband werden neergezet en het clichématige geluid dat ik op Youtube vond trokken me niet echt dichter bij de band. Uit nieuwsgierigheid klikte ik wel maar op de clip van Memorial. Heyhey, dat klinkt niet slecht. Beetje á la Heaven Shall Burn, maar ja, dat is een automatische vergelijking.

I Am Nemesis is natuurlijk al een veel vettere titel dan Say Hello To Tragedy of Shadow Hearts. De muziek die het bevat is keiharde op HSB-leest geschoeide metalcore. Maar dit keer zijn de cleane vocalen een stuk minder aanwezig. En laat me je zeggen: dat is goed!
Oh, en op opener We Are The Many brult Marcus Bischoff mee. Wie? Je weet wel, de zanger van, jawel, Heaven Shall Burn. Het hele nummer doet me sowieso aan HSB denken. Ik vrees dat ik deze vergelijking niet steeds mag maken, maar HSB is al jareneen zeer geliefde band bij mij en ik ken ze beter. Met de single Memorial betreed Caliban de traditionelere wateren. Redelijk standaard metalcore maar het zit hem in de sound van de productie. Die is namelijk moddervet.
Verder bediend Caliban zich van de standaard metalcore-sound. Vooral nummers als Davy Jones, Edge Of Black, Dein R3.Ich en Broadcast To Damnation zijn wat beter omdat ze nét wat afwijken van die typische sound. Caliban is niet bang om wat kleine keyboardjes te gebruiken en dat is best bijzonder. Oh, en bonustrack Modern Warfare is gewoon een moddervet nummer.

Al met al is Caliban nog steeds niet mijn favoriete metalcore band. Nee, het doet me allemaal te veel aan een mindere kopie van Heaven Shall Burn denken. Maar de nummers zijn wel degelijk van goede kwaliteit. Vooral Davy Jones is een persoonlijke favoriet. En aangezien ik hier op kan headbangen kan ik ze dus geen onvoldoende geven. Alleen voor fans van het genre dus.

76/100


Bleeding Through – The Great Fire

Het Amerikaanse Bleeding Through is altijd en een productieve band geweest. Sinds 2001 hebben ze zes albums uitgebracht, twee dvd’s en met The Great Fire is er nu een zevende album. Op de eerste albums werd de redelijk standaard metalcore, aangelengd met toetsen, matig ontvangen. Sinds The Truth in 2006 uitkwam brak de band door naar een groter publiek maar de ware gedaante kwam pas op Declaration (2008) aan het licht. De voorgaande albums waren redelijk zoet (relatief gezien natuurlijk) maar op Declaration liet de band een nieuw geluid horen: woest, razendsnel en pissed off. De toetsen stonden wat minder prominent in de mix en de gitaren waren lager gestemd. Op het titelloze album kwam deze tomeloze hardcore energie wat minder tot zijn recht door de vlakker productie maar The Great Fire toont weer een volop energiek Bleeding Through.

The Great Fire is het meest hardcore-esque en snelle album van de band uit Orange County. De mix tussen hardcore, death metal, melodische leads en atmosferische toetsen komt prima tot zijn recht. De productie is top, zonder dat er instrumenten verdrinken en qua energie kan hj wedijveren met Lamb Of God’s nieuwe kindje. De hervonden hardcore-edge uit zich onder meer in een kortere duur van de nummers. Opener Faith In Fire duurt nauwelijks twee minuten en het meerendeel van de nummers blijft ruim onder de 3,5 minuten. The Walking Dead is met ruim vier minuten het langste. Op zich is dit geen probleem, maar het kan moeilijk zijn houvast te vinden in een nummer omdat er weinig echt memorabele riffs in zitten. De hooks komen meer van het tempo en de zang. De eerste helft van het album komt over als één lang nummer en dat is op zich helemaal geen probleem, je moet alleen weten waar je je bevindt.

Van begin tot eind gaan we er furieus tegenaan. Faith in Fire en de opvolgers Goodbye To Death, Final Hours en Starving Vultures zijn heerlijke moshnummers. Op The Walking Dead komen net wat langere structuren voor en samen met een heerlijk refeintje heb je zo één van de beste nummers van de cd. De toetsen van Marta Peterson geven Bleeding Through net dat unieke dat je niet zo makkelijk vindt in deze hoek van de metal. Op Trail Of Seclusion speelt ze een orgelintro á la Deep Purple. Erg gaaf. Dat de track daarna gewoon weer het gewoonlijke raggen-voor-je-leven-of-sterf festijn is maakt niet uit. Met Entrenched krijgen we nog een klapper van jewelste en dan sluit Back To Life het geheel netjes af, met een sfeervol outro.

The Great Fire is sneller, bruter, bozer en sfeervoller dan alles wat Bleeding Through hiervoor gedaan heeft. Een erg fijne plaat die erop gebouwd is om op los te gaan. Het is jammer dat door de korte songlengte aanvoelt als één lang schizofreen nummer. Van begin tot eind is het hakken en losgaan met slechts een paar losse puntjes. En in dat opzicht is Declaration beter, want de nummers hadden een duidelijk structuur en waren toch bruut. Het is slechts een klein minpuntje, want The Great Fire smaakt naar meer. En het werktempo van Bleeding Through kennende zou er volgend jaar al een nieuwe plaat kunnen zijn...

84/100


Iron Fire – Voyage Of The Damned

Ken je dat: van die bands die al jaren opereren in dezelfde stijl, die album na album afleveren waarop nooit wat nieuws gebeurd maar toch van bovengemiddelde kwaliteit zijn? Iron Fire is zo’n band. Al twaalf jaar en zes albums lang levert de Deense band onder leiding van zanger Martin Steene prima power metal af. Power metal in de Duitse traditie, dus zonder dikke lagen toetsen, hoge zang en teksten over feeën, draken en epische queestes, maar stevige riffs, rauwe zang en teksten over...metal, draken en zwaarde.

Ok, de teksten zijn behoorlijk afgezaagd. Hoewel, op Voyage Of The Damned valt het mee. De teksten richten zich wat meer op science-fiction fantasy dan op de gebruikelijke sword and sorcery. De toetsen worden ook wat meer bovengehaald waardoor er in sommige nummers toch wel een symfonische ondertoon zit. De gitaar blijft echter het lead instrument.
We worden meteen keihard het album binnengetrokken met Enter Oblivion OJ-666, een keihard power metal nummer met woest ratelende bassdrums. Power metal volgens het boekje, fijn nummer. Op Taken doet een verassend element zijn intrede: grunts. Ja, grunts op een power metal album! Ik weet niet of het een gastzanger is of dat Martin Steene ze zelf doet, maar ze klinken erg goed. Zonder de grunts zou het epische Leviathan niet goed overkomen. Een erg prettig nummer met fijne riffs en een leuk refrein. Toetsen leuken het geheel een beetje op, maar nog steeds ligt de focus op de riffs.
The Final Odyssey is de ballad van het album. Op zich is het geen slecht nummer, maar de stem van Martin Steene is minder geschikt voor ballades. De instrumentatie is wel erg goed. Misschien komt het omdat ik er de laatste tijd veel naar luister, maar het doet me wel een beetje aan Ayreon denken. Misschien een tip voor Arjen Lucassen?

De titeltrack steekt qua lengte torenhoog boven de andere nummers uit, tien minuten durend epos. Dit is typisch zo’n nummer dat alle elementen van een band in zich heeft: traditionele metal, een uitgebreide brug met verschillende transities en brede symfonische arrangementen, een  gastzanger (Nils K. Rue van Pagan’s Mind), een bruut stuk gevolgd door een soft stuk en meezingbare coupletten. Een uitstekend nummer en het beste van het album.
Hierna vervalt het album een beetje. Hoe vaak je ook luistert, With Different Eyes, Dreams Of The Dead Moon en Verge To Collide zijn gewoon minder sterk. Het woeste Realm Of Madness weet de eer nog wat te redden door de focus wat meer op de toetsen te leggen. De zanglijnen zijn erg sterk en zeer headbangbaar.

Voyage Of The Damned is op zich een goede power metal plaat geworden. Er staan zeker goede nummers op, waaronder Enter Oblivion OJ-666, Slaughter Of Souls, Leviathan en de titeltrack. Het is jammer dat de tweede helft van het album gewoon minder goed is dan de eerste. Maar toch is Voyage Of The Damned een vermakelijk album geworden. Gewoon lekker voor af en toe.

75/100


KoRn – The Path Of Totality

KoRn is allang een gevestigde waarde. Pioniers van de nu-metal sound. De logge ritmes van weleer hebben plaats gemaakt voor een iets gematigder geluid, maar met de komst van Ray Luzier op drums werd in 2010 weer een move naar het oude geluid gemaakt. Medio 2011 kwam er een voorproefje op internet en wist KoRn de hele community te shokeren. Op het nummer ‘Get Up’ werkte de Amerikanen samen met de bekende dubstepproducer Skrillex. En later bleek dat het hele album in samenwerking met dubstepproducers zal worden gemaakt.

Sommigen waren boos, anderen blij. De top van de dubstep-scene is vertegenwoordigd op het album. Skrillex, Kill The Noise, Excision, Downlink en ons eigen NOISIA. De trage ritmes van dubstep blijken erg goed te passen binnen de muziek van KoRn. KoRn heeft ook veel nummers met datzelfde tempo. De gitaren zijn naar de achtergrond gegaan (maar nog wel aanwezig) en deels vervangen door de bekende wobbles. Dit resulteert in keiharde nummers als Chaos Lives In Everything, Narcissistic Cannibal en Burn The Obedient. Maar ook een een wat experimenteler stuk dat Sanctuary heet.

KoRn weet een leuke draai te geven aan een populair genre. Het is een vernieuwend album geworden, geen grote verassingen en helemaal geen snelle ritmes, maar toch zeer vermakelijk. Door de verschillende artiesten die meewerken zijn de nummers erg gevarieerd. Dit is niet voor iedereen maar fans van dubstep, elektronische metal en misschien industrial zouden KoRn zeker een kans moeten geven. Ze tellen wel degelijk nog mee.

88/100


Rituals Of The Oak – Come Taste The Doom

Rituals Of The Oak...de naam deed bij mij geen belletje rinkelen. Wat research wees uit dat het hier een Australische doom metalband betreft die sinds 2008 actief is en op het punt staat hun tweede album uit te brengen. Zo intrigerend als de bandnaam is, zo clichématig komt de albumtitel over. Come Taste The Doom...dat mag toch wat beter.

Als ik zeg dat het album ruim 40 minuten duurt en 5 nummers heeft weet je al hoe laat het is. Het kortste nummer duurt 5,5 minuten, de twee langste rond de elf minuten. 40 minuten klassieke doom metal van het zuiverste soort met een erg analoog overkomende productie. Het heeft wel zijn charme maar de gitaar klinkt soms wat eenzaam. Curiosum van dienst is zangers Sabine Hamad. Doom metal met een zangeres zie je niet vaak. Sabine zingt laag en traag, haar stem past goed bij de muziek. De band leunt wel veel zwaarder op de gitaren, en soms komt het dan ook over alsof de zang losstaat van de muziek.
Het grote probleem met deze plaat is het feit dat er geen herkenningspunten in de nummers zitten. Ik mis aanknopingspunten en dan heeft deze muziek wel nodig. De zang van Sabine kan na verloop van tijd behoorlijk monotoon worden en als de band dan acht maten over één akkoord doet helpt dat de herkenbaarheid niet veel in de hand. Het akoestische intro van On The Sixth Moon is dan weer erg mooi en zeer geslaagd. Maar Serpentine Tongues is daarentegen gewoon saai. En dat vals gezongen stukje in het midden is gewoon slecht.

Ik kan me indenken dat voor liefhebbers van traditionele doom metal dit een prachtige plaat is. Maar ik heb graag herkenningspunten in mijn muziek. Als die ontbreken haalt dat de waardering heel erg naar beneden. Ik heb de indruk dat deze plaat live ingespeeld is en dat is helemaal toppie, maar er zitten geen overdubs in en soms klinkt het leeg. Wat gitaarharmonieën hadden geen kwaad gekund vind ik. Come Taste The Doom is echt geen slechte plaat, maar ik mis herkenbaarheid, melodie en stiekem ook de Wall Of Sound die zo kenmerkend is voor doom metal. Come Taste The Doom gaat wat mij betreft in het vakje ‘voor de liefhebber’.

62/100




JUKEBOX


Lamb Of God - King Me
Svartby - Done With The Wind
Caliban - Memorial
Bleeding Through - The Walking Dead
Iron Fire - Leviathan
KoRn - Burn The Obedient (Feat. NOISIA)
Rituals Of The Oak - Here
Heidevolk - Een Nieuw Begin
Meshuggah - Break Those Bones Whose Sinews Gave It Motion
Epica - Storm The Sorrow


Stay metal \,,/